Uit de Reeks van de Risale-i Nur
Afwegingen van Geloof & Ongeloof
Bediüzzaman Said Nursî
#5
1
وَبِهٖ نَسْتَعٖينُ۞ اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ رَبِّ الْعَالَمٖينَ وَالصَّلٰوةُ وَالسَّلَامُ عَلٰى سَيِّدِنَا مُحَمَّدٍ وَعَلٰى اٰلِهٖ وَصَحْبِهٖ اَجْمَعٖينَ2
Een uiterst beduidend antwoord dat eerder op een zeer belangrijke vraag is gegeven, zullen wij vanwege zijn belang hier in behandeling nemen. Want tijdens een lezing die de Oude Said veertig jaar geleden had gegeven, sprak hij op basis van een voorgevoel over de buitengewone lessen en invloeden van de Risale-i Nur, alsof hij ze destijds al had waargenomen. Daarom gaan wij die vraag en dat antwoord hier schrijven.
Aan zowel mij als mijn Nur-broeders wordt door velen regelmatig het volgende gevraagd:
“Hoe kan het dat de Risale-i Nur tegenover zoveel tegenstanders, koppige filosofen en dwaalgeesten niet wordt overwonnen? Ondanks dat ze een zekere blokkade voor de verspreiding van miljoenen waardevolle authentieke boeken over het geloof en de Islam hebben opgezet, en ondanks dat ze via zedeloze en wereldse pleziertjes vele jongeren en mensen van geloofswaarheden hebben afgehouden, en ondanks dat ze met de hevigste aanvallen, wreedste behandelingen, grootste leugens en intensiefste antipropaganda ijverden om de Risale-i Nur te ontkrachten en de mensen angst in te boezemen om ze van de traktaten te doen laten afzien, is de Risale-i Nur op een ongeziene wijze verspreid. Zeshonderdduizend kopieën, waarvan de meeste zelfs handgeschreven zijn, worden ondergronds met volle passie verspreid en door zowel degenen die ermee bekend zijn als degenen die ermee onbekend zijn worden ze met volle passie gelezen. Wat is de wijsheid hierachter?”
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 En alleen Hem vragen wij om hulp. De lof zij ALLAH; Heer der werelden. Vrede en zegeningen zij met onze meester Mohammed, evenals al zijn familieleden en metgezellen.
#6
Op de vele vragen in dit kader geven wij het volgende antwoord:
De Risale-i Nur, als zijnde een ware Tafsir ontsproten aan een geheim mirakel van De Leerrijke Qur’an, toont dat dwaling zelfs in deze wereld een geestelijke hel met zich meebrengt, evenals Hij bewijst dat het geloof zelfs voor deze wereld een spiritueel paradijs herbergt. Binnen zonden, wandaden en verboden genietingen laat Hij vreselijke geestelijke kwellingen zien, waarnaast Hij bewijst dat weldaden, goede eigenschappen en handelingen binnen het kader van Shariaanse waarheden geestelijke voldoeningen zo zoet als paradijselijke genietingen bevatten. Zodoende redt Hij de zondaars en de dwalers die in dit opzicht verstandig zijn. Want tegenwoordig heersen er twee gevaarlijke gesteldheden.
De eerste gesteldheid: de menselijke gevoelens die blind voor gevolgen zijn en een greintje voorhanden genieting de voorkeur boven enorme toekomstige genietingen geven, overmeesteren het verstand en het denkvermogen. Hierdoor bestaat de enige oplossing om onzedige zondaars van zedeloosheid te bevrijden uit het overwinnen van hun gevoelens door binnen diezelfde genieting de kwelling ervan te laten zien. En zoals de Aya: 1يَسْتَحِبُّونَ الْحَيٰوةَ الدُّنْيَا aangeeft, kan iemand van deze tijd die bekend is met de diamanten gunsten en genietingen met betrekking tot het hiernamaals alsnog de voorkeur aan breekbare stukken aardse glas geven; ondanks dat hij gelovig is, kunnen zijn liefde voor de aarde en het bovengenoemde geheim ertoe leiden dat hij zich aan het dwaalvolk onderwerpt. De enige manier om van dit gevaar gered te worden, is mogelijk door op aarde al helse martelingen en kwellingen te laten zien. De Risale-i Nur houdt deze methode aan.
Anders, tegenover het hedendaagse verzet van het absolute ongeloof, de afgedwaalde wetenschap en de zedeloze trends, zullen de kennisgevingen over de Hoogste Gerechtigde, de bewijzen voor het bestaan van de hel en de beschrijving van haar bestraffingen om mensen van wandaden en zonden te doen laten afzien slechts op één van de tien of twintig mensen invloed hebben. En nadat hij beïnvloed raakt, kan achteraf alsnog de volgende gedachte in hem opkomen:
“De Hoogste Gerechtigde is Genadig en Vergevend, en de hel is nog zo ver van ons verwijderd.”
1 “Zij verkiezen het aardse leven.” - De Heilige Qur’an, 14:3
#7
Zodoende kan hij zijn zedeloosheid alsnog blijven voortzetten; zijn hart en zijn ziel kunnen door zijn gevoelens worden overmeesterd.
Voorwaar, de meeste afwegingen in de Risale-i Nur tonen de ellendige en angstaanjagende vruchten die ongeloof en dwaling op aarde afwerpen. Zodoende bezorgen ze zelfs bij de koppigste en eigenzinnigste mensen een afkeer jegens die kwade ongeoorloofde genietingen en onzedelijkheden, en de verstandige onder hen zetten ze aan tot berouw. De korte afwegingen in De Zesde, Zevende en Achtste Woorden, evenals de uitgebreide afweging in Het Derde Station van Het Tweeëndertigste Woord, doen zelfs de onzedelijkste persoon in dwaling huiveren en de boodschap van ze beamen.
Als voorbeeld zullen wij de toestanden uit de Aya “Nur” die ik tijdens een zielenreis als waarheid had waargenomen in het kort illustreren. Degene die interesse heeft in een uitgebreidere uitleg, kan kijken naar het laatste gedeelte van “Sikke-i Gaybiye”.
Gedurende die zielenreis aanschouwde ik de wereld van de dieren die behoeftig zijn aan onderhoud. Ik keek met de blik van de materialistische filosofie. De eindeloze behoeften en de hevige honger waaraan de dieren leden, tezamen met hun zwakte en onmacht, lieten die wereld der levenden voor mij uiterst treurig en ellendig overkomen. Omdat ik met de blik van de dwaalgeesten en de achtelozen keek, begon ik te huiveren. Plotseling zag ik die wereld volgens de Wijsheid van De Qur’an, door de loep van het geloof, waarna De Naam “Barmhartige” naar de verschijning van “De Onderhouder” opkwam als een stralende zon. Die behoeftige wereld van de arme dieren werd met dat Genadige Licht verguld.
Vervolgens zag ik in het dierenrijk een andere alom erbarmelijke en meelijwekkende wereld waarin borelingen zwak en machteloos in een bedroevende en ellendige duisternis spartelden. Kijken met de blik van het dwaalvolk deed mij een kreet van verdriet slaken. Plotseling reikte het geloof mij een bril aan, waarna ik De Naam “Genadige” naar de verschijning van “De Meedogende” zag opkomen. Die droevige wereld werd zo schitterend en voortreffelijk tot een vreugdevolle wereld omgevormd en verlicht, dat de tranen die door beklag, erbarmen en droefenis uit mijn ogen stroomden, omsloegen in vreugdetranen die door blijdschap en dankbaarheid opwelden.
#8
Vervolgens verscheen de wereld van de mensen als een projectie in mijn zicht. Ik keek door de loep van het dwaalvolk, waarop die wereld zo duister en angstaanjagend oogde, dat ik uit het diepste van mijn hart begon te huiveren. Ik uitte mijn ontsteltenis. Want de mensen met hun verlangens en wensen die tot de eeuwigheid uitstrekken, hun idealen en gedachten die het universum omvatten, hun inzet en natuurlijke aanleg die naar de eeuwige oneindigheid, de eeuwige gelukzaligheid en het paradijs smachten, hun ingeschapen potenties die onbeperkt en vrij zijn, hun behoeften die op talloze doelen gericht zijn, staan ondanks hun zwakte en onmacht continu bloot aan de belaging van ontelbare calamiteiten en vijanden, terwijl ze gedurende een kortstondig leven elk moment in doodsangst met een uiterst kommerlijk inkomen proberen te overleven. Desondanks verduren ze voortdurend de vloek van teloorgang en scheiding, wat uiterst kwellend en afgrijselijk is voor het hart en het geweten. Deze mensen hebben zich gewend tot het graf dat voor het onachtzame volk als de poort tot eeuwige verdoemenis oogt. Ze worden één voor één en groepsgewijs in die duistere put geworpen.
Voorwaar, toen ik de wereld van de mensen in deze duisternis zag, en mijn hart, mijn ziel en mijn verstand, samen met al mijn menselijke zintuigen en alle atomen van mijn lichaam op het punt stonden om huiverend te huilen, werd dankzij een licht en een geloofskracht vanuit De Qur’an die bril van dwaling gebroken. Zij gaven mij een blik waarmee ik De Naam Rechtvaardige naar de verschijning van De Alwijze, de Naam Barmhartige naar de verschijning van De Genereuze, De Naam Genadige naar de verschijning (oftewel de betekenis) van De Vergever, De Naam Herrijzer naar de verschijning van De Erfgenaam, De Naam Levengever naar de verschijning van De Weldadige, De Naam Heer naar de verschijning van De Eigenaar één voor één als zonnen zag opkomen. Zij hadden die duistere wereld van de mensen waarin vele werelden schuilen volledig opgeklaard en verlevendigd, de helse hoedanigheden verdreven en vensters op de luminieuze wereld van het hiernamaals geopend. Zodoende sprenkelden Zij lichten over die erbarmelijke wereld van de mensen. Evenredig aan het aantal atomen in het bestaan zei ik: 1اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ، اَلشُّكْرُ لِلّٰهِ. En met een visuele overtuiging zag ik dat ook in deze wereld het geloof een geestelijk paradijs en het ongeloof een geestelijke hel met zich meebrengen.
1 “De lof zij ALLAH, dank zij ALLAH.”
#9
Vervolgens werd de wereld van de aardbol zichtbaar. Tijdens mijn zielenreis lieten de grondstellingen van de irreligieuze filosofie een angstaanjagende wereld zien. De zeer oude en uiterst versleten aardbol, die met een zeventigmaal snellere beweging dan een kanonskogel een vijfentwintigduizendjarige afstand in een jaar aflegt, beeft vanbinnen en is elk moment in staat om te splijten en uiteen te vallen. De staat van de arme mensheid die op dat angstaanjagende schip in een reusachtige leegte reist, oogde voor mij verbijsterend en duister. Ik werd duizelig en het werd zwart voor mijn ogen. Daarop sloeg ik de bril van die filosofie op de grond kapot. Opeens keek ik met een blik die dankzij De Wijsheid der Qur’an werd verlicht, waarop ik zag dat De Almachtige, De Alwetende, De Heer, ALLAH, De Heer der hemelen en de aarde1 en De Bedwinger van de zon en de maan2 als Namen van De Schepper der aarde en hemelen naar de verschijningen van Genade, Glorie en Heerschappij als zonnen opkwamen. Zij hadden die duistere, woeste en huiveringwekkende wereld zodanig verlicht, dat ik de aardbol zag als een uiterst geordend, onderhevig, voortreffelijk, fraai en veilig cruiseschip waarin de levensmiddelen van iedereen zijn opgeslagen, en als een schip, een vliegtuig, een trein die voor een excursie, voor vermaak en voor handel is klaargemaakt om bezielde wezens om de zon, in het land des Heren te laten reizen en de voortbrengselen van de zomer, de lente en de herfst aan degenen die behoefte aan onderhoud hebben aan te reiken. Evenredig aan het aantal atomen van de aardbol zei ik: 3اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ عَلٰى نِعْمَةِ الْاٖيمَانِ
Voorwaar, op een dergelijke wijze toont de Risale-i Nur via vele afwegingen aan dat zedeloze en afgedwaalde mensen zelfs op aarde een geestelijke hel ondergaan, terwijl gelovige en vrome mensen via manifestaties en reflecties van het geloof zelfs op aarde in een geestelijk paradijs hemelse zaligheden kunnen proeven, omdat ze alles Islamitisch en menselijk verwerken; naargelang van hun geloofsovertuiging kunnen zij deze genietingen ondervinden.
1 رَبُّ السَّمَاوَاتِ وَالْاَرْضِ
2 مُسَخَّرُ الشَّمْسِ وَالْقَمَرِ
3 “De lof zij ALLAH voor de gift des geloofs.”
#10
Echter, de stromingen die gedurende deze onstuimige tijden mensen bedwelmen, hun aandacht op zinloze zaken richten en verstikken, hebben de mensen met een verdovend effect versuft, waardoor het dwaalvolk de geestelijke kwelling tijdelijk niet volledig verneemt, terwijl ook het geleide volk door onachtzaamheid wordt overmand, en daardoor het ware genot achter het geloof niet genoeg op prijs stelt.
De tweede angstaanjagende gesteldheid van dit tijdperk
De dwalingen die op pure ongeloof en op wetenschap zijn gebaseerd, evenals het verzet dat uit een stijfkoppig ongeloof voortkomt, kwamen vroeger aanzienlijk minder voor dan vandaag. Daarom waren de lessen en argumenten van vroegere Islamgeleerden in hun tijd volkomen toereikend. Ze konden het onzekere ongeloof eenvoudig overwinnen. Omdat het geloof in ALLAH gemeenschappelijk was, konden velen na een herinnering aan ALLAH en een waarschuwing over de helse bestraffingen van onzedelijkheden en dwalingen afzien. Terwijl er vroeger in een hele provincie misschien één pure ongelovige leefde, kun je tegenwoordig in een gemeente misschien wel honderd aantreffen. De mensen die via wetenschap en kennis in dwaling vervallen, en zich koppig tegen geloofswaarheden verzetten, zijn nu in verhouding tot vroeger verhonderdvoudigd. Omdat deze koppige dwarsliggers zich met een faraonische hoogmoed langs verbijsterende dwaalwegen tegen geloofswaarheden verzetten, is er uiteraard behoefte aan een heilige waarheid die op deze wereld hun basisbegrippen als een atoombom totaal te gronde richt. Zodoende kunnen hun overtredingen worden stopgezet en een deel van hen tot geloof worden gebracht.
Voorwaar, de Hoogste Gerechtigde zij eindeloze malen dank, want de Risale-i Nur, die als een pure triakel voor de wonden van deze tijd fungeert, en een spiritueel mirakel en schitteringen van Miraculeuze Qur’anrevelaties met Zich meedraagt, heeft met vele afwegingen de hardnekkigste dwarsliggers met het diamanten zwaard van De Qur’an ontkracht, waarnaast Hij zoveel aanwijzingen en bewijzen voor de Goddelijke Eenheid en de waarheden des geloofs als het aantal atomen in het universum heeft getoond. De Risale-i Nur heeft inmiddels vijfentwintig jaar lang de heftigste aanvallen weerstaan en overwonnen.
#11
Waarlijk, in de Risale-i Nur tonen de afwegingen van geloof en ongeloof, en de vergelijkingen tussen leiding en dwaling de voornoemde waarheid evident aan. Bijvoorbeeld, als De Evidenties en De Flitsen in De Twee Niveaus van Het Tweeëntwintigste Woord, Het Eerste Station van Het Tweeëndertigste Woord, De Vensters van De Drieëndertigste Brief en De Elf Aanwijzingen in De Staf van Mozes met andere afwegingen worden vergeleken en worden geanalyseerd, dan wordt het duidelijk dat het huidige pure ongeloof en het verzet van de stijfkoppige dwaling gebroken en vernietigd kunnen worden met de Qur’anische Waarheden die zich in de Risale-i Nur manifesteren.
De delen die de belangrijke mysteriën van de religie en de raadsels van de geschapen wereld ontrafelen, zijn in De Verzameling van Mysteriën verzameld. De delen die op aarde al de hel van het dwaalvolk evenals de paradijselijke geneugten van het geleide volk tonen, de delen die aantonen dat het geloof een spiritueel zaad van het paradijs en het ongeloof een spiritueel zaad van de Zaqqoem-boom dragen, en dergelijke Nur-traktaten zullen inshâ’ALLAH ook als een klein boekje worden samengesteld en verspreid.
Said Nursî
#12
Het Eerste Woord
1بِسْمِ اللّٰهِ is het begin van alle heilzaamheden. Ook wij zullen daarmee beginnen. O mijn ego! Wees ervan bewust dat dit gezegende woord een Islamitisch herkenningsteken is, evenals een litanie die alle wezens in de taal van hun houding onophoudelijk reciteren. Indien jij wil inzien wat voor een geweldige en grenzeloze kracht, wat voor een grote en onuitputtelijke zegen het woord: 1بِسْمِ اللّٰهِ herbergt, kijk dan naar deze parabel. Luister...
Iemand die door de Arabische woestijngebieden van bedoeïenen reist, dient de naam van een stamhoofd te hanteren en zich onder zijn hoede te stellen, opdat hij zich tegen de belaging van rovers kan vrijwaren en zijn benodigdheden kan vergaren. Anders zal hij op zichzelf tegenover ontelbare vijanden en behoeften in ellende belanden.
Voorwaar, eens gingen twee personen de woestijn in om een dergelijke reis af te leggen. De ene persoon was bescheiden, de andere was hoogmoedig. De bescheiden persoon hanteerde de naam van een stamhoofd, de hoogmoedige deed dit niet. De reiziger die de naam van een stamhoofd hanteerde, reisde overal vredig rond. Als een rover hem de pas afsneed, zei hij: “Ik reis in de naam van ‘die en die’ stamhoofd”, waarna die rover zich snel uit de voeten maakte en hem niets aandeed. Wanneer hij een tent instapte, werd hij dankzij die naam eerbiedig behandeld. De hoogmoedige reiziger daarentegen verduurde gedurende zijn reis zoveel onheil, dat het niet te beschrijven is. Hij huiverde voor alles en hij was continu aan het bedelen. Uiteindelijk verloor hij zijn eigenwaarde en werd hij vernederd.
Voorwaar, o mijn hoogmoedige ego! Jij bent die reiziger. Deze wereld is een woestijn. Jouw onmacht en behoeftigheid kennen geen grenzen. Jouw vijanden en benodigdheden zijn ontelbaar.
1 “In de Naam van ALLAH (Bismillah).”
#13
Aangezien de werkelijkheid zo is, hanteer dan de Naam van De Eeuwige Eigenaar en Onbegonnen Heerser van deze woestijn, opdat jij van bedelarij tegenover het hele bestaan en van angst voor elk voorval wordt gered.
Waarlijk, dit woord is een dusdanig gezegende schat, dat het jouw eindeloze onmacht en behoeftigheid met Een Eindeloze Macht en Genade bindt, en binnen het domein van de Genadige Almacht jouw onmacht en behoeftigheid de invloedrijkste bemiddelaar maakt. Waarlijk, degene die op basis van dit woord handelt, lijkt op iemand die in dienst treedt, namens de staat handelt en voor niemand terugdeinst. Met het besef dat hij namens de wet en de staat handelt, kan hij elke taak uitvoeren en alles weerstaan.
In het begin zeiden wij: “Alle wezens reciteren in de taal van hun houding بِسْمِ اللّٰهِ1.” Klopt dit?
Waarlijk, als jij zou zien dat één individu alle inwoners van een stad ergens met dwang naartoe drijft en ze daar onder dwang laat werken, dan zou jij ervan overtuigd zijn dat die man niet namens zichzelf, noch op eigen kracht handelt. Hij zal veeleer een soldaat moeten zijn die namens de staat handelt en zich op de kracht van een koning berust.
Evenzo handelt alles namens de Hoogste Gerechtigde, waardoor minuscule zaadjes en pitjes in staat zijn om gigantische bomen te tillen en geweldige lasten te dragen. Aldus zegt elke boom: 1بِسْمِ اللّٰهِ, vult zijn handen met de vruchten uit de schat van Genade en serveert ons als een bediende. Elke groentetuin zegt: 1بِسْمِ اللّٰهِ en fungeert als een ketel in de keuken van Macht waarin vele verscheidene en smakelijke voedselsoorten gelijktijdig worden bereid. Alle gezegende dieren, zoals koeien, kamelen, schapen en geiten, zeggen: 1بِسْمِ اللّٰهِ en worden melkkranen van Genadige Gratie. Namens De Onderhouder schenken ze ons een uiterst schoon en zuiver voedingsmiddel dat zo waardevol is als levenswater. Alle zijdezachte wortels en wortelharen van elke plant-, boom- en grassoort zeggen: 1بِسْمِ اللّٰهِ, waarna ze massieve rotsen en aarde kunnen doorboren. Ze zeggen: “In de Naam van ALLAH, in de Naam van De Barmhartige”, waarop alles zich in hun dienst stelt.
1 “In de Naam van ALLAH”
#14
Waarlijk, zoals takken die zich in de lucht uitspreiden en vruchten geven, spreiden die wortels zich moeiteloos in de aarde uit en geven groente onder de grond. En ondanks dat tengere groene bladeren maandenlang aan hevige hitte worden blootgesteld, blijven ze vochtig. Deze toestanden bezorgen een harde klap op de mond van de naturalisten. Ze steken een vinger in hun verblinde ogen en zeggen:
“Verschijnselen zoals hardheid en hitte wat jullie zo vanzelfsprekend achten, zijn ook onderhevig aan een bevel!”
Immers, zoals de staf van Mûsâ عليه السلام geven die zijdezachte aderen gehoor aan het bevel: 1فَقُلْنَا اضْرِبْ بِعَصَاكَ الْحَجَرَ en doen stenen splijten. En zoals de organen van Ibrahim عليه السلام reciteren die flinterdunne en tengere bladeren onder die schroeiende hitte de Aya: 2يَا نَارُ كُونِي بَرْدًا وَسَلَامًا.
Aangezien alle wezens impliciet 3بِسْمِ اللّٰهِ zeggen, namens ALLAH de gunsten van ALLAH brengen en ons aanreiken, behoren wij ook 3بِسْمِ اللّٰهِ te zeggen. Wij dienen namens ALLAH te geven en namens ALLAH aan te nemen. Wij zouden dus niets moeten aannemen van onachtzame mensen die niet namens ALLAH geven.
Vraag
Wij betalen een bepaalde prijs aan mensen die als serveerders fungeren. Wat is eigenlijk de prijs die ALLAH als De Ware Eigenaar van alles van ons vraagt?
Het antwoord
Waarlijk, Die Ware Begunstiger vraagt voor die waardevolle gunsten en goederen drie dingen van ons: dhikr, dank en bezinning. Beginnen met: 3بِسْمِ اللّٰهِ impliceert dhikr. Eindigen met: 4اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ impliceert dank. Tussentijds nadenken en realiseren dat deze waardevolle wonderwerken in de vorm van gunsten in feite machtsmirakelen en genadegiften van de Enige Onafhankelijke zijn, impliceert bezinning.
1 “Wij zeiden: ‘sla met jouw staf op de rots’” - De Heilige Qur’an, 2:60
2 “O vuur, Wees koel en vreedzaam!” - De Heilige Qur’an, 21:69
3 “In de Naam van ALLAH (Bismillah).”
4 “De lof zij ALLAH.”
#15
Je beseft wel hoe dwaas het zou zijn als je de voeten zou kussen van een simpele man die jou een waardevol geschenk van een koning aanreikt, maar ondertussen niet weet wie de oorspronkelijke eigenaar van dat geschenk is. Evenzo is het duizendmaal dwazer om ogenschijnlijke begunstigers te loven en lief te hebben, zonder De Ware Begunstiger in herinnering te brengen.
O ego! Als jij geen dusdanige dwaas wilt zijn, geef dan namens ALLAH, ontvang namens ALLAH, begin namens ALLAH en handel namens ALLAH. Vrede zij met je.
#16
Het Tweede Woord
1
اَلَّذٖينَ يُؤْمِنُونَ بِالْغَيْبِ2
Indien jij wil inzien wat voor een grote gelukzaligheid en gunst, en wat voor een grote vreugde en rust er schuilgaan in het geloof, kijk dan naar deze parabel. Luister...
Eens gingen twee personen voor zowel plezier als handel op reis. De ene persoon was zelfzuchtig en ellendig, de andere was vroom en voorspoedig. Beide sloegen een eigen weg in en gingen voort.
De zelfzuchtige persoon was zowel arrogant als egoïstisch als pessimistisch, waardoor hij als straf voor zijn pessimisme in een uiterst ellendig land was terechtgekomen. Overal zag hij machteloze zwakken wanhoopskreten slaken door de vervolgingen en verwoestingen van meedogenloze woestelingen. Overal waar hij reisde nam hij treurige en ellendige omstandigheden waar. Het hele land had de verschijning van een algemene rouwplaats gekregen. Om niet door deze kwellende en duistere sfeer beïnvloed te raken, kon hij zijn toevlucht nergens anders dan in dronkenschap vinden. Want iedereen oogde voor hem als een vijand en als een vreemdeling. Om zich heen zag hij angstaanjagende lijken en wezen die als bezetenen weenden. Hierdoor werd zijn geweten voortdurend gekweld.
De andere persoon was vroom, religieus, rechtschapen en welgeaard, waardoor hij naar zijn zienswijze in een heel mooi land was terechtgekomen.
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “Zij die geloven in het verborgene” - De Heilige Qur’an, 2:2
#17
Voorwaar, deze deugdelijke persoon zag dat er in dat land een gemeenschappelijk feest heerste. Overal was er een vreugde, een festiviteit en een extatische sfeer binnen levendige gebedshuizen. Iedereen oogde voor hem als een verwante en als een vriend. In heel het land zag hij dat er met dank en waardering een afscheidsfeest werd gehouden voor de soldaten die hun dienst hadden vervuld. En hij vernam hartstochtelijke uitingen van Gods Grootheid en Eenheid, gevolgd door trommelslagen en melodieën tijdens de verwelkoming van rekruten. In tegenstelling tot de vorige ellendeling die door zowel zijn persoonlijke als het gemeenschappelijke leed werd gekweld, werd deze voorspoedige persoon door zowel zijn persoonlijke als de gemeenschappelijke vreugde verblijd en vervrolijkt. Bovendien kreeg hij de gelegenheid om een gunstige handel te drijven, waarvoor hij ALLAH dankbaar was.
Vervolgens kwam hij de andere persoon tegen. Hij doorzag zijn toestand en zei:
“Wat bezielt jou? Jij bent je verstand verloren! Je innerlijke lelijkheden projecteren zich blijkbaar op de buitenwereld, waardoor jij gelach als gehuil en vrijstelling als beroving ziet. Kom tot inkeer en reinig je hart, opdat deze heilloze sluier voor je gezichtsveld verdwijnt en jij de waarheid kunt aanschouwen. Jij bent immers in het land van een uiterst rechtvaardige, genadige, meelevende, bekwame en ordelievende koning. Een land dat zoveel tekenen van vooruitgang en volmaaktheid toont, kan nooit zijn zoals jij je inbeeldt!”
Daarop kwam die ellendeling tot inkeer. Hij betuigde spijt en zei:
“Waarlijk, dronkenschap had mij krankzinnig gemaakt. Moge ALLAH tevreden over jou zijn omdat jij mij van een helse toestand hebt bevrijd.”
O mijn ego! Besef dat die vorige man een ongelovige of een onachtzame zondaar symboliseert. Deze wereld is in zijn optiek een gemeenschappelijke rouwplaats. Alle levensvormen zijn wezen die door de klap van scheiding en teloorgang wenen. Dieren en mensen zijn verlaten eenlingen die door de klauwen van het doodsuur worden verscheurd. Grote wezens als bergen en oceanen zijn gigantische zielloze lijken. Zo zijn er nog vele ellendige, benauwende en huiveringwekkende waanideeën die uit zijn ongeloof en dwaling voortvloeien en hem geestelijk kwellen.
#18
De andere persoon symboliseert een gelovige. Hij kent en erkent de Glorieuze Schepper. In zijn optiek is deze wereld een gebedshuis van De Barmhartige, een trainingskamp voor adamskinderen en dieren, en een examenruimte voor mensen en djinns. Elke dierlijke of menselijke sterfte is een vrijstelling. Zij die hun levenstaak hebben afgerond, vertrekken op een voldane wijze van dit vergankelijke oord naar een zorgeloze wereld, opdat er plaats vrijkomt voor nieuwe functionarissen om arbeid te verrichten. Elke dierlijke of menselijke geboorte is een rekrutering, een bewapening en een dienstaanvaarding. Elke levensvorm is een dienstdoende soldaat; een rechtzinnige en tevreden ambtenaar. Alle stemmen worden gevormd door ofwel vereringen en verheerlijkingen tijdens de aanvang van een taak, ofwel dankbetuigingen en uitingen van opluchting tijdens een rustpauze, ofwel liederen die uit enthousiasme gezongen worden tijdens arbeid. Ieder wezen is in de ogen van die gelovige een warmhartige dienaar, een vriendelijke ambtenaar en een innemend boek van De Genereuze Meester en Genadige Eigenaar. Zo zijn er nog vele van zulke subtiele, achtenswaardige, zoete en bevallige waarheden die via zijn geloof aan het licht komen en verschijnen.
Aldus draagt het geloof een spiritueel zaad van de hemelse Toebâ-boom. Het ongeloof daarentegen bewaart een spiritueel zaad van de helse Zaqqoem-boom.
Aldus schuilen vrede en zekerheid alleen in de Islam en in het geloof. Daarom dienen wij te allen tijde: 1اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ عَلٰى دٖينِ الْاِسْلَامِ وَكَمَالِ الْاٖيمَانِ te zeggen.
1 “De lof zij ALLAH voor de Islamitische religie en het volmaakte geloof.”
#19
Het Derde Woord
1
يَٓا اَيُّهَا النَّاسُ اعْبُدُوا2
Indien jij wil inzien wat voor een grote handel en gelukzaligheid er schuilgaan in Godsdienstigheid, en wat voor een groot verlies en onheil er schuilgaan in zondigheid en onzedelijkheid, kijk dan naar deze parabel. Luister...
Eens kregen twee soldaten de opdracht om een ver gelegen stad te bezoeken. Samen reisden zij richting hun bestemming, totdat ze bij een splitsing aankwamen. Daar stond een man die hen als volgt aansprak:
“Op deze rechter weg zal je nergens tegenspoed aantreffen. Daarnaast ondervinden negen van de tien reizigers op die weg veel baat en rust. Op de linker weg daarentegen zal je geen voorspoed ontmoeten. Daarnaast ondervinden negen van de tien reizigers op die weg tegenspoed. Wat afstand betreft zijn beide wegen gelijk. Er is alleen één verschil: omdat er op de linker weg geen orde en gezag heerst, reist de reiziger op die weg zonder bagage en wapen. Zodoende ervaart hij ogenschijnlijk minder moeite; hij ondervindt een vals comfort. De reiziger van de rechter weg waarop een militaire orde heerst, is daarentegen verplicht om een tas van vier kilo gevuld met voedzame levensmiddelen te dragen, inclusief een uitstekend rijkswapen van twee kilo dat elke vijand kan uitschakelen.”
Nadat de twee soldaten die man hadden uitgehoord, sloeg de voorspoedige soldaat de rechter weg in. Hij belastte zijn rug en zijn schouders met wat bagage, maar zijn hart en zijn ziel werden van de duizenden lasten achter afhankelijkheden en angsten gered.
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “O mensen, wees Godsdienstig” - De Heilige Qur’an, 2:21
#20
De andere ellendige soldaat daarentegen nam afstand van zijn dienst. Hij wilde zich niet aan orde onderwerpen. Zijn lichaam werd van enige lasten gered. Echter, zijn hart werd onder duizenden lasten van afhankelijkheden geplet en zijn ziel werd door talloze angsten onderdrukt. Onderweg bedelde hij bij iedereen en huiverde hij voor alles, totdat hij zijn bestemming had bereikt. Daar werd hij als opstandeling en deserteur ontvangen en bestraft.
De soldaat die van militaire orde hield, zijn tas en wapen onderhield en de rechter weg aanhield, stelde zich tegenover niemand afhankelijk op, deinsde voor niemand terug en ging met een gerust hart en geweten voort. Uiteindelijk bereikte hij de stad waar hij moest zijn. Daar ontving hij een evenredige beloning voor een eervolle soldaat die zijn taak volwaardig had volbracht.
Voorwaar, o opstandige ego! Weet dat die twee reizigers de volgers van Goddelijke wetten en de opstandige slaven van hun lusten vertegenwoordigen. Die weg symboliseert de levensweg die vanaf de zielenwereld, langs het graf, naar het hiernamaals loopt. Die tas en dat wapen impliceren Godsdienstigheid en Godsvrees. Godsdienstigheid brengt ogenschijnlijk een last met zich mee, maar haar betekenis herbergt een dusdanige rust en verlichting, dat het niet te beschrijven is. Want een dienaar zegt tijdens zijn gebed: 1اَشْهَدُ اَنْ لَا اِلهَ اِلَّا اللّٰهُ
Met andere woorden: “Er is geen Schepper en geen Onderhouder behalve Hij. Voor- en tegenspoed rusten in Zijn Handen. Bovendien is Hij Alwijs; Hij vermijdt futiliteit. Ook is Hij Genadig; Zijn Goedgunstigheid en Zijn Erbarmen zijn omvangrijk.”
Dankzij die overtuiging ontwaart hij overal een poort tot de schat van Genade, waarop hij met zijn beden aanklopt. En hij ziet dat alles onderhevig is aan het Bevel van Zijn Heer. Bijgevolg neemt hij toevlucht tot Zijn Heer. Gelaten steunt hij zich op Hem en doet hij bij elke calamiteit beroep op Hem. Zijn geloof verschaft hem een absolute zekerheid.
Waarlijk, zoals het voor elke heilzame eigenschap geldt, bestaat ook de bron van moed uit geloof en dienaarschap. Zoals het voor elke zondige eigenschap geldt, bestaat ook de bron van lafheid uit dwaling.
1 “Ik getuig dat er geen God is behalve ALLAH.”
#21
Waarlijk, een dienaar wiens hart volledig is verlicht, zou wellicht zelfs geen vrees voelen als de aardbol één grote bom zou worden en zou exploderen. Hij zou dat buitengewone Machtsvertoon van de Onafhankelijke veeleer met een aangename verwondering aanschouwen. Echter, als een harteloze en zondige filosoof – die zogenaamd “verlicht” is – een komeet aan de hemel zou signaleren, dan zou hij van angst op de aardbodem bibberen. Hij zou zich dingen beginnen te verbeelden als: “Die komeet gaat toch niet op onze aarde inslaan?” (Eens huiverde Amerika door een dergelijke komeet. Velen hadden in de nacht hun woning verlaten.)
Waarlijk, hoewel de mens eindeloze behoeften heeft, bestaat zijn kapitaal vrijwel uit niets. En hoewel hij aan talloze calamiteiten wordt blootgesteld, stelt zijn kunnen nagenoeg niets voor. Zijn kapitaal en zijn kunnen reiken vrijwel zo ver als zijn handbereik. Zijn verlangens, wensen, smarten en kwellingen daarentegen reiken zo ver als zijn gezichtsveld en zijn fantasie. Voor een mensenziel die dusdanig machteloos en zwak, behoeftig en afhankelijk is, kan iemand die niet totaal verblind is uiteraard wel inzien wat voor een enorme opbrengst, gelukzaligheid en gunst er in Godsdienstigheid, gelatenheid, Tauhied (monotheïsme) en overgave schuilen. Iedereen weet dat een ongevaarlijke weg de voorkeur boven een gevaarlijke weg geniet, ook al is de kans op gevaar maar tien procent. Echter, naast het feit dat de voornoemde weg van dienaarschap ongevaarlijk is, leidt hij negentig procent van zijn volgers naar een schat van eeuwige gelukzaligheid. De weg van zondigheid en onzedelijkheid daarentegen levert – zoals zondaren zelfs bekennen – niets nuttigs op, terwijl hij negentig procent van zijn volgers naar eeuwige verdoemenis leidt. Volgens de unanieme constatering van ontelbare deskundigen en getuigen is dit consensueel vastgelegd. Ook volgens de berichtgevingen van spirituele waarnemers en ontdekkers staat dit absoluut vast.
Tot slot: zoals het voor het hiernamaals geldt, schuilt ook de wereldse gelukzaligheid in Godsdienstigheid en in krijgsdienst onder Het Gezag van ALLAH. Aldus dienen wij altijd: 1اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ عَلَى الطَّاعَةِ وَالتَّوْفٖيقِ te zeggen en wij behoren dankbaar te zijn omdat wij moslims zijn.
1 De lof zij ALLAH voor volgzaamheid en voorspoed.
#22
Het Vierde Woord
1
اَلصَّلَاةُ عِمَادُ الدّٖينِ2
Indien jij zo zeker als tweemaal twee vier is volledig wil inzien hoe waardevol en belangrijk het gebed is, hoe weinig tijd en moeite het kost, en hoe dwaas en benadeeld de verzaker van gebeden is, kijk dan naar deze parabel.
Eens had een grote heerser aan twee van zijn dienaren beide vierentwintig goudstukken gegeven en ze naar een speciaal en bevallig landgoed op een tweemaandige afstand gezonden, opdat ze daar konden wonen. Voordat ze vertrokken, beval hij hen het volgende:
“Besteed deze munten aan een biljet en aan overige reiskosten. En koop er spullen mee die benodigd zijn voor jullie verblijf. Op een dag afstand is een station gevestigd. Daar zijn auto’s, boten, treinen en vliegtuigen waarmee je naargelang van je vermogen verder kunt reizen.”
Nadat ze geïnstrueerd werden, begonnen de twee dienaren aan hun tocht. De ene was voorspoedig en had onderweg naar het station wat geld besteed. Echter, bij die besteding had hij ten genoegen van zijn meester een dusdanig gunstige handel gedreven, dat zijn vermogen verduizendvoudigd werd.
De andere dienaar was ellendig en dwaas, waardoor hij tijdens zijn reis naar het station drieëntwintig van zijn goudstukken aan zaken als gokken had verkwist. Uiteindelijk had hij nog maar één goudstuk over. Daarop sprak zijn vriend hem als volgt aan:
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “De Salât is de steunpilaar van de religie.”
#23
“Koop tenminste met deze munt een biljet, zodat je deze lange weg niet hongerig en te voet hoeft af te leggen. Onze meester is tevens genereus; misschien zal hij genadig zijn en je overtreding door de vingers zien. Jou zullen ze vast ook wel in het vliegtuig toelaten. Dan kunnen wij onze bestemming in een dag bereiken. Anders zal jij gedwongen een tweemaandige reis door de woestijn hongerig, eenzaam en te voet moeten afleggen.”
Als deze man vervolgens koppig zou doen en zijn ene munt niet aan een biljet zou besteden, wat voor hem als een sleutel tot een schat geldt, maar omwille van kortstondig vermaak aan zedeloze zaken zou verspillen, zou dan zelfs de grootste dwaas niet inzien hoe uiterst onverstandig, nadelig en ellendig hij handelt?
Voorwaar, o verzaker van gebeden! O mijn ego dat het gebed onderwaardeert! Die heerser symboliseert onze Heer; onze Schepper. Die twee reizende dienaren vertegenwoordigen een praktiserende moslim die zijn gebeden met passie verricht en een onachtzame verzaker van gebeden. Die vierentwintig goudstukken staan voor de dagelijkse vierentwintig uren van ons leven. Dat specifieke landgoed symboliseert het paradijs. Dat station is het graf. Die reis is de weg van de sterveling die via het graf en de wederopstanding naar de eeuwigheid leidt. Die lange weg wordt naar evenredigheid van daden en Godsvrees in verscheidene klassen afgelegd. Sommige Godvrezenden kunnen als de bliksem een afstand van duizend jaar in een dag afleggen. Sommigen kunnen als het inbeeldingsvermogen een afstand van vijftigduizend jaar in een dag afleggen. De Glorieuze Qur’an duidt in twee Aya’s op deze werkelijkheid. Dat biljet vertegenwoordigt het gebed. Een uur is voldoende om de rituele wassing en de vijf geboden gebeden te verrichten. Hoeveel nadeel zal iemand ondervinden, hoeveel onrecht zal iemand zichzelf aandoen en hoe onverstandig zal iemand handelen als hij die drieëntwintig uren aan dit vluchtige aardse leven besteedt, maar geen uurtje aan het oneindige leven benut?
Als iemands verstand het aanvaardt om de helft van zijn bezittingen te besteden aan een loterij waar duizend mensen aan deelnemen, ondanks dat de winstkans één op duizend is, zou een man die zichzelf verstandig acht dan niet begrijpen hoe onverstandig, onwijs en krankzinnig het is om vervolgens één vierentwintigste deel van zijn bezit niet te besteden aan een oneindige schat, waarvan de winstkans negenennegentig procent zeker is?
#24
Het gebed herbergt daarenboven een grote rust voor de ziel, het hart en het verstand. Lichamelijk is het ook niet zo belastend. Met de juiste intentie zullen de overige geoorloofde handelingen van degene die zijn gebeden verricht als Godsdienstoefeningen gelden. Zodoende kan de mens zijn gehele levenskapitaal in het hiernamaals investeren en zijn vergankelijke leven vanuit deze optiek vereeuwigen.
#25
Het Vijfde Woord
1
اِنَّ اللّٰهَ مَعَ الَّذٖينَ اتَّقَوْا وَالَّذٖينَ هُمْ مُحْسِنُونَ2
Indien jij wil inzien in hoeverre het verrichten van gebeden en het vermijden van zonden een ware mensenplicht en een natuurlijke bestaansreden van de mens zijn, kijk dan naar deze parabel. Luister...
Tijdens een mobilisatie bevonden zich twee soldaten in hetzelfde bataljon; de ene was getraind en plichtsgetrouw, de andere was onervaren en zelfzuchtig. De plichtsgetrouwe soldaat wijdde zich toe aan scholing en Jihad, en bekommerde zich niet om onderhoud en proviand. Hij doorzag immers dat hem onderhouden, hem in uitrusting voorzien, hem verzorgen tijdens ziektes en zelfs hem voeden tijdens noodgevallen taken waren die de staat toebehoorden. Zijn taak bestond uit scholing en Jihad. Zo nu en dan zette hij zich echter wel in voor taken die betrekking hadden op onderhoud en uitrusting, zoals bijvoorbeeld koken en afwassen. Wanneer hem gevraagd werd: “Wat doe jij?” Zei hij: “Ik vervul mijn dienstplicht”, hij zei niet: “Ik werk voor mijn onderhoud.”
De andere gulzige en onervaren soldaat daarentegen hield zich niet bezig met scholing en strijd. Hij zei: “Die taken behoren de staat toe; mij interesseren ze niet.” Hij dacht alleen aan zijn proviand, zette zich daarvoor in, verliet het bataljon, bezocht markten en dreef handel. Op een dag sprak zijn geschoolde vriend hem als volgt aan:
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “Voorzeker, ALLAH is met de Godvrezenden en met de weldoeners.” - De Heilige Qur’an, 16:128
#26
“Broeder, jouw ware taak bestaat uit scholing en strijd, daarom ben jij hierheen gezonden. Vertrouw op de koning; hij zal jou geen honger laten lijden. Jou van voedsel voorzien is zijn taak. Bovendien ben jij machteloos en behoeftig; jij kunt jezelf niet altijd in voeding voorzien. Het is nu tijd om Jihad te voeren en te mobiliseren. Ze zullen jou als opstandeling bestempelen en jou bestraffen. Waarlijk, er zijn twee taken die betrekking op ons hebben. De ene taak waarvoor wij zo nu en dan worden ingezet, bestaat uit het onderhouden van ons. Deze taak behoort de koning toe. De andere taak waarbij de koning ons middels faciliteiten ondersteunt, bestaat uit scholing en strijd. Deze taak behoort ons toe.”
Als die dwaze soldaat geen gehoor aan die geschoolde jihadstrijder geeft, dan kun je wel begrijpen in wat voor gevaar hij zal verkeren.
Voorwaar, o mijn luie ego! Dat chaotische slagveld symboliseert dit hectische aardse leven. Het leger dat in bataljons is onderverdeeld, vertegenwoordigt de menselijke samenleving. Het desbetreffende bataljon symboliseert de Islamitische gemeenschap van deze eeuw. Wat de twee soldaten betreft, de ene vertegenwoordigt een Godvrezende moslim die zijn religieuze verplichtingen kent en nakomt, en met zijn ego en de duivel Jihad voert om afstand van grote zonden te nemen en geen overtredingen te plegen. De andere vertegenwoordigt een ontspoorde zondaar die zich dermate zorgen over zijn inkomen maakt, dat hij de Ware Onderhouder nagenoeg bekritiseert, afstand van religieuze verplichtingen neemt en voor zijn inkomen elke zonde pleegt. Die scholing en training symboliseren de gebeden (met name de salât). Die oorlog symboliseert de Jihad tegen het ego en de lusten, en de duivelse djinns en mensen om van zonden en zedeloze karaktereigenschappen verlost te worden, en het hart en de ziel van eeuwige verdoemenis te redden. Wat die twee taken betreft, de ene vertegenwoordigt het schenken en onderhouden van het leven, de andere vertegenwoordigt het bidden en smeken tot de Schenker en Onderhouder van het leven; zekerheid ondervinden door op Hem te vertrouwen.
Waarlijk, Hij Die één van de stralendste wonderwerken der Onafhankelijke en de voortreffelijkste Wijsheden des Heren – oftewel het leven – heeft gegeven en geschapen, is evenzeer Hij Die dat leven middels onderhoud verzorgt en voortzet; een ander kan het niet zijn. Wil je een bewijs hiervoor? De zwakste en domste dieren (zoals fruitwormen en vissen) worden het best verzorgd. De onmachtigste en fragielste schepselen (zoals kinderen en borelingen) nuttigen het beste onderhoud.
#27
Waarlijk, om in te zien dat het middel tot halal onderhoud niet uit wil en gezag, maar veeleer uit onmacht en zwakte bestaat, is het voldoende om vissen met vossen, borelingen met beesten en bomen met dieren te vergelijken.
Aldus lijkt degene die zijn gebeden vanwege zijn zorgen over zijn inkomen nalaat, op een soldaat die zijn scholing en post verlaat om op de markt te gaan bedelen. Echter, als iemand na het verrichten van zijn gebed in de Genadige Keuken van de Genereuze Onderhouder zijn proviand zoekt en om anderen niet ten laste te zijn zelf haalt, dan is dat prijzenswaardig en edel; die daad geldt dan ook als een Godsdienstoefening. Tevens tonen de geaardheid en de spirituele zintuigen van de mens dat hij voor Godsdienstigheid is geschapen. Immers, gezien de benodigde handelingen en vaardigheden voor zijn aardse leven kan hij zich niet eens met de miezerigste mus meten. Echter, gezien aanbidding en Godsdienstigheid op basis van kennis en bezinning, wat benodigdheden zijn voor zijn spirituele leven en zijn hiernamaals, dient hij als de sultan en de commandant van alle diersoorten.
Al met al, o mijn ego! Als jij naar het aardse leven streeft en daarvoor ijvert, dan zal jij de miezerigste mus niet kunnen evenaren. Als jij naar het leven in hiernamaals streeft, dit leven als middel en akker daarvoor acht, en op basis daarvan ijvert, dan zal jij als een grote commandant van de dieren fungeren, en op deze wereld een bevoorrechte en biddende dienaar, en een eerbiedwaardige en gewaardeerde gast van de Hoogste Gerechtigde worden.
Voorwaar, voor jou bevinden zich deze twee wegen. Jij mag bepalen welke jij verkiest. Vraag de Genadigste der Genadigen om leiding en bijstand.
#28
Het Zesde Woord
1
اِنَّ اللّٰهَ اشْتَرٰى مِنَ الْمُؤْمِنٖينَ اَنْفُسَهُمْ وَاَمْوَالَهُمْ بِاَنَّ لَهُمُ الْجَنَّةَ2
Indien jij wil inzien wat voor een profijtelijke handel je drijft en wat voor een verheven rang je behaalt wanneer jij je ziel en je bezittingen aan ALLAH verkoopt, en Zijn dienaar en soldaat wordt, luister dan naar deze parabel.
Eens had een koning twee personen onder zijn volk gekozen en aan beide een landgoed toevertrouwd. Op dat landgoed bevonden zich een fabriek, een machine, een paard, een wapen en allerlei soorten bruikbaarheden. Omdat er echter een onstuimige oorlog heerste, bleef niets intact; of het verging, of het onderging verandering en verdween. Daarop zond de koning op basis van zijn sublieme genade één van zijn nobelste officieren naar die twee soldaten. De officier reikte ze een buitengewoon meedogend bevelschrift aan waarin de koning hen als volgt aansprak:
“Verkoop wat ik aan jullie heb toevertrouwd aan mij, opdat ik het voor jullie kan bewaren en het niet vergeefs verloren gaat. Als de oorlog voorbij is, zal ik het jullie in een mooiere vorm teruggeven. Bovendien zal ik voor jullie bezit – wat jullie eigenlijk is toevertrouwd – een zeer hoge prijs geven. Die machine en de apparaten in die fabriek zullen dan namens mij en volgens mijn systeem werken. Zodoende zullen hun waarde en opbrengsten verduizendvoudigen. Al die opbrengsten zal ik aan jullie schenken. Bovendien zijn jullie machteloos en behoeftig. De kosten van die enorme taken kunnen jullie niet dragen. Alle uitgaven en benodigdheden zal ik bekostigen. Alle inkomsten en verdiensten zal ik aan jullie” schenken.
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “Voorzeker, ALLAH heeft de zielen en bezittingen van de gelovigen in ruil voor het paradijs gekocht.” - De Heilige Qur’an, 9:111
#29
Wat ik aan jullie heb toevertrouwd, zal ik tot op de dag van jullie vrijstelling aan jullie overlaten. Voorwaar, dit is vanuit vijf opzichten winstgevend voor jullie.
Het zou niet verstandig zijn om dit aanbod af te wijzen. Jullie zien immers ook dat niemand in staat is om zijn bezittingen te behouden. Zoals het voor iedereen geldt, zal alles vroeg of laat ook uit jullie handen glippen. Bovendien zal het voor niets verloren gaan. Daarnaast zullen jullie de enorme prijs die ik aanbied mislopen. Tevens zullen die delicate en waardevolle apparaten en weeginstrumenten volledig in waarde dalen omdat er geen nuttige mijnen en werkzaamheden zullen zijn waarvoor ze kunnen worden toegepast. Ook zullen jullie met het beheer en het onderhoud worden belast. Uiteindelijk zullen jullie straf ondervinden omdat jullie ten opzichte van het toevertrouwde ontrouw zijn geweest. Voorwaar, dit is vanuit vijf opzichten nadelig voor jullie.
Die verkoop aan mij impliceert dat jullie mijn soldaat worden en namens mij handelen. Zodoende zullen jullie in plaats van een simpele gevangene en losbandige chaoot, een vrije officier van een verheven koning worden.”
Nadat de twee soldaten de koninklijke belangstelling in dit bevelschrift hadden toegehoord, zei de verstandige van de twee:
“Ik aanvaard uw voorstel; ik verkoop alles wat aan mij is toevertrouwd met plezier en ik ben u eindeloos dankbaar.”
De andere was een hoogmoedige en arrogante dronkaard met een faraonisch ego die zo weinig besef van de aardse rampen en tegenspoeden had, dat hij zich gedroeg alsof hij eeuwig op dat landgoed zou verblijven. Hij zei:
“Ik weiger! Wie is die koning? Ik verkoop mijn eigendom niet; ik ga mijn comfort niet opgeven.”
Na een korte periode behaalde de eerste persoon een dusdanige positie, dat iedereen bewondering voor hem koesterde. Hij ondervond gratie van de koning en leefde gelukkig in zijn voorbestemde paleis. De andere belandde in een dusdanige positie, dat iedereen medelijden met hem had. Desondanks zei iedereen “Dit is zijn verdiende loon.” Want als resultaat van zijn overtreding had hij zijn welvaart en zijn eigendom verloren. Daarnaast onderging hij straf en kwelling.
#30
Voorwaar, o genotzuchtige ego! Aanschouw het gezicht van de waarheid door de verrekijker van deze parabel. Die koning symboliseert De Onbegonnen en Oneindige Sultan alias jouw Heer, jouw Schepper. Die landgoederen, machines, apparaten en meetinstrumenten symboliseren je bezittingen binnen je levenskring, waaronder je lichaam, ziel en hart, je ogen, tong, verstand en inbeeldingsvermogen, en dergelijke inwendige en uitwendige zintuigen. En die nobelste officier symboliseert de Nobele Profeet. Dat koninklijke bevelschrift is De Leerrijke Qur’an waarin de grote handel in kwestie in de volgende Aya wordt geopenbaard:
اِنَّ اللّٰهَ اشْتَرٰى مِنَ الْمُؤْمِنٖينَ اَنْفُسَهُمْ وَاَمْوَالَهُمْ بِاَنَّ لَهُمُ الْجَنَّةَ1
Dat chaotische slagveld is deze hectische wereld; ze is instabiel, beweeglijk en veranderlijk, en ze wekt in elk mensenverstand de volgende gedachte op: “Alles glipt uit onze handen; alles is vergankelijk en zal vroeg of laat vergaan. Bestaat er dan geen manier om alles te bestendigen en te vereeuwigen?”
Terwijl deze gedachte in de hoofden rondgaat, wordt er opeens de hemelse stem van De Qur’an vernomen; Hij zegt:
“Jawel, er bestaat een aangename en eenvoudige manier die een vijfvoudige winst oplevert!”
Vraag
Wat is die manier?
Het antwoord
Het toevertrouwde aan De Ware Eigenaar verkopen. Voorwaar, die verkoop bevat in vijf opzichten winst boven winst.
De eerste winst
Vergankelijke bezittingen ondervinden vereeuwiging. Want alles wat gedurende dit vergankelijke leven aan De Ontzaglijke Entiteit alias De Eeuwige Bestendiger wordt gewijd en op Zijn weg wordt besteed, zal vereeuwiging ondervinden en eeuwige vruchten afwerpen. Zodoende zullen levensminuten als pitten en zaden ogenschijnlijk vergaan en bederven.
1 “Voorzeker, ALLAH heeft de zielen en bezittingen van de gelovigen in ruil voor het paradijs gekocht.” - De Heilige Qur’an, 9:111
#31
Echter, in de eeuwige wereld zullen ze als bloemen van gelukzaligheid ontkiemen en ontluiken. En in de tussenwereld zullen ze stralende en gemoedelijke verschijningsvormen krijgen.
De tweede winst
Als prijs wordt het paradijs gegeven.
De derde winst
De waarde van elk orgaan en zintuig wordt verduizendvoudigd.
Bijvoorbeeld, het verstand is een instrument. Als jij dat instrument niet aan de Hoogste Gerechtigde verkoopt, maar namens je ego laat werken, dan zal het als een dusdanig kwaadaardig, kwellend en kwalijk instrument dienen, dat het je hoofd met alle vroegere bedroevende ellendigheden evenals alle overweldigende toekomstige angsten zal belasten. Zodoende zal het tot een heilloos en verderfelijk instrument verworden. Voorwaar, om deze pijnigingen en benauwingen van het verstand te ontvluchten, neemt een zondaar toevlucht tot dronkenschap of amusement. Als jij het verstand aan De Ware Eigenaar verkoopt en namens Hem laat werken, dan wordt het een dusdanig mystieke sleutel, dat het de poorten tot de eindeloze schatten van Genade en de juwelen van Wijsheid in het universum ontgrendelt. Zodoende stijgt het verstand tot het niveau van een gids des Heren die zijn eigenaar voorbereidt op eeuwige gelukzaligheid.
Bijvoorbeeld, het oog is een zintuig, oftewel het venster vanwaaruit de ziel de wereld bezichtigt. Als jij dat zintuig niet aan de Hoogste Gerechtigde verkoopt, maar omwille van je ego laat werken, dan zal het dalen tot het niveau van een pooier voor lustgevoelens en egoïstische begeerten die jou bepaalde kortstondige en voorbijgaande schoonheden en gedaantes laat zien. Als jij het oog aan zijn Alziende Kunstenaar verkoopt en namens Hem binnen Zijn vastgestelde grenzen laat werken, dan stijgt dit oog tot het niveau van een analist die dit kosmische macro-boek bestudeert, een toeschouwer die de miraculeuze kunstwerken des Heren aanschouwt en een gezegende honingbij die in deze aardse tuin nectar uit de bloemen van Genade haalt.
Bijvoorbeeld, als jij het smaakvermogen van de tong niet aan De Alwijze Voortbrenger verkoopt, maar namens je ego en je maag laat werken, dan zal het dalen tot het niveau van een portier die voor de stal en de fabriek van de maag werkt.
#32
Zodoende zal zijn waarde verloren gaan. Als jij het aan de Genereuze Onderhouder verkoopt, dan zal het smaakvermogen van de tong stijgen tot het niveau van een deskundige waarnemer van Gods genadegiften en een dankbare fijnproever in de keukens van de Onafhankelijke Almacht.
Voorwaar, o verstand, wees attent! Wat voor waarde heeft een heilloos instrument ten opzichte van een sleutel tot het universum? O oog, kijk goed! Wat voor waarde heeft een lage pooier ten opzichte van een wetenschappelijke lezer in Gods Bibliotheek? O tong, proef goed! Wat voor waarde heeft een portier van een stal en een poortwachter van een fabriek ten opzichte van een uitverkoren waarnemer van genadegiften? Als je de overige instrumenten en organen ook zo afweegt, dan zal je inzien dat de aard van een gelovige daadwerkelijk het paradijs siert en de aard van een ongelovige daadwerkelijk de hel verdient. De reden waarom elk instrument een dergelijke waarde krijgt, is omdat enerzijds een gelovige op basis van zijn geloof het toevertrouwde van Zijn Schepper namens Hem binnen Zijn vastgestelde grenzen toepast, terwijl anderzijds een ongelovige in opstand komt en het toevertrouwde namens zijn kwaadgezinde ego hanteert.
De vierde winst
Ondanks dat de mens zwak is, staat hij bloot aan veel onheil. Ondanks dat hij arm is, heeft hij talloze benodigdheden. Ondanks dat hij machteloos is, zijn de lasten des levens enorm zwaar. Als hij zich niet in gelatenheid op de Ontzaglijke Almachtige steunt, als hij zijn vertrouwen niet in Hem stelt en zich niet aan Hem overgeeft, dan zal zijn geweten voortdurend gekweld worden. Vruchteloze inspanningen, rampen en tegenslagen zullen hem verstikken. Uiteindelijk zal hij ofwel als dronkaard ofwel als beest eindigen.
De vijfde winst
Alle Godsdienstoefeningen en verheerlijkingen van die organen en instrumenten, evenals hun opzienbarende opbrengsten, zullen jou tijdens je behoeftigste moment als paradijselijke vruchten worden aangereikt. Hierover zijn spirituele waarnemers, ontdekkers, deskundigen en getuigen unaniem.
Voorwaar, als je afstand neemt van deze handel die in vijf opzichten winstgevend is, dan zal je naast het mislopen van deze winsten, in vijf opzichten nadeel boven nadeel ondervinden.
#33
Het eerste nadeel
Je bezittingen en je kinderen waar je zoveel om geeft, je ziel en je begeerten waar je zo verzot op bent, je jeugd en je leven waar je zo van houdt, zullen uit je handen glippen en verdwijnen. Ze zullen slechts zonden en kwellingen voor jou achterlaten en jou daarmee opzadelen.
Het tweede nadeel
Je zult straf vanwege ontrouw jegens het toevertrouwde ondergaan. Want door de waardevolste instrumenten voor de waardelooste zaken te gebruiken, heb jij jouw ziel onrecht aangedaan.
Het derde nadeel
Al die waardevolle menselijke instrumenten heb jij tot een veel lager niveau dan dat van dieren laten kelderen. Zodoende heb jij de Goddelijke Wijsheid bespot en geschonden.
Het vierde nadeel
Ondanks je onmacht en behoeftigheid, heb jij de enorm zware levenslast op je zwakke schouders genomen, waardoor je onder de tegenslagen van teloorgang en scheiding almaar zult weeklagen.
Het vijfde nadeel
Fraaie giften van De Barmhartige, zoals het verstand, het hart, het oog en de tong, die gegeven zijn om de fundamenten van het eeuwige leven en de benodigdheden voor gelukzaligheid in het hiernamaals te verschaffen, verworden tot lelijke verschijnselen die de hellepoorten voor jou zullen openen.
Wij gaan die verkoop nu onder de loep nemen. Is het daadwerkelijk zo zwaar, dat zoveel mensen ervan vluchten? Absoluut niet! Het is helemaal niet zo zwaar. De halal-kring biedt voldoende voldoening. Er is helemaal geen behoefte om in zonden te vervallen. Daarnaast zijn de Goddelijke geboden licht en weinig in aantal. De eer om dienaar en soldaat van ALLAH te mogen zijn is zo behaaglijk, dat het niet te beschrijven is. Je taak houdt slechts in dat jij als een soldaat namens ALLAH begint en te werk gaat, omwille van ALLAH geeft en neemt, en binnen Zijn vastgestelde grenzen en wetgeving handelt en rust ondervindt. Als jij een fout begaat, dan dien je om vergeving te vragen. Je behoort Hem te smeken en de volgende bede te verrichten:
#34
“O Heer! Vergeef ons onze fouten. Aanvaard ons als Uw dienaren. Houd ons getrouw jegens het toevertrouwde, tot het uur waarop U het toevertrouwde terugvordert. Âmîn.”
#35
Het Zevende Woord
1
اٰمَنْتُ بِاللّٰهِ وَبِالْيَوْمِ الْاٰخِرِ2
Indien jij de waarde wil inzien van deze twee mysterieuze spreuken die het complexe mysterie achter het bestaan ontrafelen en voor de mensenziel de poort tot gelukzaligheid openen, en indien jij wil inzien wat voor twee genezende en triakelachtige medicijnen je bemachtigt wanneer jij je geduldig en gelaten op je Schepper berust, en dankbaar tot je Onderhouder bidt en smeekt, en indien jij wil inzien wat voor een belangrijk, waardevol en schitterend toegangsbewijs, wat voor een proviand voor het hiernamaals en wat voor een lichternis voor het graf het zal opleveren als jij gehoor aan De Qur’an geeft, Zijn geboden naleeft, gebeden verricht en afstand van grote zonden neemt, kijk dan naar deze parabel. Luister...
Eens was er een soldaat die op het slagveld werd beproefd. Terwijl hij in onzekerheid over het behalen van winst of verlies verkeerde, kwam hij in een verbijsterende toestand terecht.
Aan zijn rechter- en linkerzijde had hij twee diepe wonden opgelopen. Achter hem stond een grote leeuw dreigend op hem te wachten alsof hij elk moment kon toeslaan. Voor hem stond een galg waaraan al zijn geliefden werden opgehangen; hijzelf zou ook aan de beurt komen. Ondanks deze toestand moest hij nog een lange weg afleggen; hij werd gedeporteerd. Terwijl die arme soldaat in deze beangstigende toestand hopeloos aan het peinzen was, kwam er plotseling vanuit zijn rechterzijde een verlichte persoon zoals de heilbrenger Khidr tevoorschijn. Hij zei:
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “Ik geloof in ALLAH en in de laatste dag.”
#36
“Wees niet wanhopig! Ik zal jou twee spreuken geven en leren. Als jij ze juist hanteert, dan zal die leeuw voor jou in een tam rijdier veranderen. En die galg zal voor jou in een plezierige en ontspannende schommel veranderen. Daarnaast zal ik jou twee medicijnen geven. Als jij ze juist gebruikt, dan zullen je twee beschimmelde wonden tot twee geurige bloemen genaamd ‘Mohammedaanse Rosa’ omvormen. Daarnaast zal ik jou een biljet geven. Daarmee kun je een afstand van een jaar vliegensvlug in een dag afleggen. Voorwaar, mocht je sceptisch over mijn beweringen zijn, beproef ze dan om af te wegen of ze waar zijn.”
Daarop ging hij ze beproeven, waarna hij zijn beweringen ten volle beaamde. Waarlijk, ik, oftewel arme Said, beaam dit ook. Want uit ervaring heb ik ondervonden dat deze beweringen uiterst waarachtig zijn.
Hierna zag hij opeens aan zijn linkerzijde een duivels sluwe, dronken en bedrieglijke man verschijnen die vele versierselen, verleidingen, fantasieproducten en bedwelmingsmiddelen met zich mee had gebracht. Hij ging tegenover hem staan en zei:
“Hé, vriend! Kom, laten we samen drinken en plezier maken! Laten we samen naar deze mooie vrouwelijke gestaltes kijken, deze leuke liederen beluisteren en deze lekkere gerechten eten.”
Vraag: wat ben je nou stilletjes aan het mompelen?
Antwoord: een spreuk.
- Laat die vreemde zaken zitten. Laten we ons plezier niet bederven.
Vraag: wat houd je daar in je hand vast?
Antwoord: een medicijn.
- Gooi het weg; jou mankeert toch niks? Het is tijd om te feesten.
Vraag: wat is dat papier met vijf symbolen?
Antwoord: een biljet; een toelatingsbewijs.
- Verscheur het. Waarom zouden wij tijdens deze stralende lente op reis gaan?
Met allerlei misleidingen probeerde hij de soldaat te overtuigen. Bijgevolg begon de arme soldaat geïnteresseerd in zijn voorstellen te raken.
Waarlijk, een mens kan misleid worden. Ook ik ben eens door een dergelijke bedrieger misleid.
#37
Plotseling dreunde er vanuit zijn rechterzijde een donderende stem:
“Trap er niet in! Zeg tegen die bedrieger:
Als jij de leeuw achter mij kunt doden, de galg tegenover mij kunt verwijderen, de wonden aan mijn rechter- en linkerzijde kunt genezen, en de reis die op mij te wachten staat kunt annuleren, doe dit dan; laat zien dat je het kan, overtuig ons en kom mij daarna roepen om te feesten. Indien jij hiertoe niet in staat bent, zwijg dan o dwaas! Opdat deze hemelse persoon die als Khidr is verschenen zijn toespraak kan houden.”
Voorwaar, o mijn ego dat tijdens zijn jeugd lachte en nu om zijn gelach huilt! Weet dat de soldaat jou evenals de mens vertegenwoordigt. Die leeuw symboliseert het doodsuur. Die galg symboliseert teloorgang en scheiding; gedurende de dag en nacht cyclus zal elke vriend mettertijd afscheid van je nemen en verdwijnen. De twee wonden symboliseren de mensen met enerzijds een onaangename en eindeloze onmacht, anderzijds een kwellende en oneindige behoeftigheid. Die deportatie en die reis symboliseren de lange reis van beproeving die vanaf de zielenwereld begint en langs de baarmoeder, de jeugd, de ouderdom, de aarde, het graf, de tussenwereld, de opstanding en de brug van Sirât verder gaat. Die twee mysterieuze spreuken symboliseren het geloof in de Hoogste Gerechtigde en het geloof in het hiernamaals.
Waarlijk, dankzij deze heilige spreuken krijgt de dood voor een gelovig mens de verschijning van een tam rijdier dat hem als Burâq van de aardse gevangenis naar de tuinen van het paradijs en Het Hof van De Barmhartige draagt. Hoogontwikkelde gelovigen die de waarheid achter de dood doorzagen hadden daarom de dood lief. Voordat het doodsuur aanbrak, verlangden ze al naar de dood.
Teloorgang en scheiding, sterfte en ondergang, en de galg die het tijdsverloop voorstelt, zullen dankzij die spreuk veranderen in heuglijke middelen om de Ontzaglijke Kunstenaars verse, frisse, kleurrijke en verscheidene wonderschriften, machtsverschijnselen en genadebewijzen te bewonderen en te bezichtigen.
Waarlijk, wanneer de spiegels die de zeven kleuren van de zon weergeven variëren en verversen, of de beelden op een bioscoopdoek veranderen, dan brengen ze mooiere en aangenamere vertoningen tot stand.
#38
Wat die twee medicijnen betreft: het ene medicijn vertegenwoordigt geduld en gelatenheid; steunen op de Macht en vertrouwen op de Wijsheid van jouw Schepper. Klopt deze bewering?
Waarlijk, waar zou een man nog terug voor deinzen nadat hij zich op basis van zijn onmacht steunt op een Universele Sultan Die slechts “Wees!” hoeft te bevelen om iets tot stand te brengen? Immers, tegenover de angstaanjagendste calamiteit zal hij:
1اِنَّا لِلّهِ وَاِنَّا اِلَيْهِ رَاجِعُونَ zeggen en zich met een gerust hart op zijn Genadige Schepper berusten.
Waarlijk, een kenner van ALLAH geniet van zijn onmacht en zijn vrees voor ALLAH. Waarlijk, in vrees schuilt genot. Als een eenjarig kind over een verstand zou beschikken en als hem gevraagd zou worden welke toestand hem het meeste genot oplevert, dan zou hij het volgende zeggen:
“De toestand waarin ik mijn onmacht en mijn zwakte doorzie, de zoete bestraffing van mijn moeder vrees en vervolgens mijn toevlucht weer in haar meedogende schoot zoek.”
Echter, alle genades van alle moeders zijn slechts één Flits van Gods Genade. Daarom hebben hoogontwikkelde gelovigen zoveel genot binnen onmacht en vrees voor ALLAH ondervonden, dat ze innig afstand van hun eigen vermogen en kracht namen, en zich machteloos op ALLAH steunden; hun onmacht en hun vrees hanteerden ze als hun bemiddelaar.
Het andere medicijn impliceert: in dankbaarheid en tevredenheid beden verrichten, en vertrouwen op de Genade van de Genadige Onderhouder. Klopt deze bewering?
Waarlijk, hoe kunnen behoeftigheid en armoedigheid bezwarend en kwellend zijn voor de gast van een Vrijgevige Genereuze Die het hele aardoppervlak als een tafel met gunsten dekt, de lente als een boeket naast die tafel plaatst en bloemen erover uitstrooit? Zijn behoeftigheid en armoedigheid zullen veeleer de verschijning van zoete verlangens krijgen; naast zijn verlangens zou hij ijveren om zijn behoeftigheid te intensiveren. Daarom waren hoogontwikkelde gelovigen trots op hun behoeftigheid.
1 “Voorzeker, wij komen van ALLAH en voorzeker, tot Hem is de wederkeer.” - De Heilige Qur’an, 2:156
#39
Begrijp dit echter niet verkeerd. Wat hier wordt bedoeld is dat jij tegenover ALLAH jouw behoeftigheid verneemt en tot Hem smeekt. Dit wil dus niet zeggen dat jij je behoeftigheid aan het volk laat zien en zodoende de houding van een bedelaar aanneemt.
Dat biljet symboliseert het nakomen van de geboden – met de salâts voorop – en het loslaten van de grote zonden. Klopt deze bewering?
Waarlijk, volgens de overeenstemming van alle experts en getuigen, evenals alle waarnemers en ontdekkers, kunnen op die lange en duistere weg richting de eeuwige oneindigheid reisbenodigdheden, licht en vervoer alleen bemachtigd worden door de Qur’anische bevelen op te volgen en het verbodene te vermijden. Anders hebben wetenschap en filosofie, kunst en wijsbegeerte geen ene waarde op die weg. Hun lichten reiken slechts tot de poort van het graf.
O mijn luie ego!
Hoe weinig eisend, gemakkelijk en licht is het om vijfmaal per dag te bidden en de zeven grote zonden1 los te laten? Als jij over een onbedorven verstand beschikt, dan zal jij inzien hoe waardevol, hoe belangrijk en hoe geweldig de resultaten, de vruchten en de voordelen ervan zijn. En tegen die persoon die jou tot zonden en onzedelijkheden aanspoort, kun jij het volgende zeggen:
“Als jij de dood kunt doden, de vergankelijkheid van de wereld kunt tenietdoen, de onmacht en behoeftigheid van de mens kunt verhelpen, en de poort van het graf kunt sluiten, vertel het ons dan; we luisteren… Als jij hier echter niet toe in staat bent, houd je dan stil! In het gebedshuis van het heelal leest De Qur’an het universum voor. Laten wij ons met Zijn Licht belichten, laten we naar Zijn Leiding handelen en laten we Hem constant reciteren.”
Waarlijk, Hij is Het Woord en Hij is het waard om Het Woord te worden genoemd. Hij is De Waarheid die van De Ware komt, De Waarheid spreekt, De Waarheid toont en de Lumineuze Wijsheid verspreidt!
1 Noot van de vertalers: de auteur heeft de zeven grootste zonden als volgt in "De Bijlage van Barla" opgesomd: moord, overspel, het drinken van alcohol, het verbreken van het contact met de ouders, gokken, het afleggen van een valse getuigenis en het voorstaan van innovaties die schadelijk zijn voor de religie.
#40
اَللّٰهُمَّ نَوِّرْ قُلُوبَنَا بِنُورِ الْاٖيمَانِ وَالْقُرْاٰنِ
اَللّٰهُمَّ اَغْنِنَا بِالْاِفْتِقَارِ اِلَيْكَ وَلَا تَفْقُرْنَا بِالْاِسْتِغْنَاءِ عَنْكَ تَبَرَّأْنَا اِلَيْكَ مِنْ حَوْلِنَا وَقُوَّتِنَا وَالْتَجَأْنَا اِلٰى حَوْلِكَ وَقُوَّتِكَ فَاجْعَلْنَا مِنَ الْمُتَوَكِّلٖينَ عَلَيْكَ وَلَا تَكِلْنَا اِلٰى اَنْفُسِنَا وَاحْفَظْنَا بِحِفْظِكَ وَارْحَمْنَا وَارْحَمِ الْمُؤْمِنٖينَ وَالْمُؤْمِنَاتِ وَصَلِّ وَسَلِّمْ عَلٰى سَيِّدِنَا مُحَمَّدٍ عَبْدِكَ وَنَبِيِّكَ وَصَفِيِّكَ وَخَلٖيلِكَ وَجَمَالِ مُلْكِكَ وَمَلٖيكِ صُنْعِكَ وَعَيْنِ عِنَايَتِكَ وَشَمْسِ هِدَايَتِكَ وَلِسَانِ حُجَّتِكَ وَمِثَالِ رَحْمَتِكَ وَنُورِ خَلْقِكَ وَشَرَفِ مَوْجُودَاتِكَ وَسِرَاجِ وَحْدَتِكَ فٖى كَثْرَةِ مَخْلُوقَاتِكَ وَكَاشِفِ طِلْسِمِ كَائِنَاتِكَ وَدَلَّالِ سَلْطَنَةِ رُبُوبِيَّتِكَ وَمُبَلِّغِ مَرْضِيَّاتِكَ وَمُعَرِّفِ كُنُوزِ اَسْمَائِكَ وَمُعَلِّمِ عِبَادِكَ وَتَرْجُمَانِ اٰيَاتِكَ وَمِرْاٰتِ جَمَالِ رُبُوبِيَّتِكَ وَمَدَارِ شُهُودِكَ وَاِشْهَادِكَ وَحَبٖيبِكَ وَرَسُولِكَ الَّذٖى اَرْسَلْتَهُ رَحْمَةً لِلْعَالَمٖينَ وَعَلٰى اٰلِهٖ وَصَحْبِهٖ اَجْمَعٖينَ وَعَلٰى اِخْوَانِهٖ مِنَ النَّبِيّٖينَ وَالْمُرْسَلٖينَ وَعَلٰى مَلٰئِكَتِكَ الْمُقَرَّبٖينَ وَعَلٰى عِبَادِكَ الصَّالِحٖينَ اٰمٖينَ
“O ALLAH, verlicht onze harten met het licht des geloofs en De Qur’an.”
O ALLAH, verrijk ons door onze behoeftigheid aan U continu te laten vernemen, verarm ons niet door onze behoefte aan Uw Genade te laten vergeten. Wij hebben afstand van onze kracht en vermogen genomen, en toevlucht tot Uw Vermogen en Kracht genomen. Laat ons tot de Godgelaten gelovigen behoren. Laat ons niet over aan ons ego, behoud ons onder Uw Hoede. Wees ons, de gelovige mannen en de gelovige vrouwen Genadig. Laat Uw Vrede en Zegeningen neerdalen op Uw onderdaan, Uw gezant, Uw uitverkorene, Uw vriend, de parel van Uw Rijk, de sultan van Uw kunstwerken, de bron van Uw Gratie, de zon van Uw leiding, de stem van Uw Bewijsvoering, de illustratie van Uw Genade, het Licht van Uw creatie, de eer van het bestaan, de schittering van Uw Eenheid binnen multipliciteit, de oplosser van het kosmische mysterie, de heraut van Uw Sultanaat, de overdrager van Uw Wensen, de beschrijver van de schatten die aan Uw Namen ontspruiten, de onderwijzer van Uw onderdanen, de vertolker van Uw Aya’s, de spiegel van Uw Schone Heerschappij, het middel om U te zien en te laten zien, Uw geliefde, Uw profeet die U als genade voor de werelden heeft gezonden, en over al zijn familieleden en zijn metgezellen, en over zijn broeders: de profeten en de Godsgezanten, en over Uw uitverkoren engelen en Uw zuivere onderdanen; Amîn.
#41
Het Achtste Woord
1
اَللّٰهُ لَٓا اِلٰهَ اِلَّا هُوَ الْحَىُّ الْقَيُّومُ2 ۞ اِنَّ الدّٖينَ عِنْدَ اللّٰهِ الْاِسْلَامُ 3
Indien jij deze wereld, de mensenziel in deze wereld, en de essentie evenals de waarde van de religie ten opzichte van de mens wil begrijpen, en indien jij wil inzien dat de wereld zonder de ware religie een gevangenis wordt, dat het ongeloof de mens het ellendigste schepsel maakt, en dat de termen: 4 يَا اَللّٰهُ en 5 لَا اِلٰهَ اِلَّا اللّٰهُ het mysterie achter deze wereld ontrafelen en de mensenziel van duisternis bevrijden, kijk dan naar deze parabel. Luister...
Vroeger waren er twee broers die samen op een lange reis gingen. Onderweg kwamen ze aan bij een splitsing. Voor die splitsing zagen ze een serieuze man staan. Ze vroegen hem: “Welke weg raadt u aan?” Hij zei:
“Op de rechter weg zijn jullie verplicht om bepaalde wetten en regels na te leven. Echter, die verplichting brengt veiligheid en voorspoed met zich mee. Op de linker weg heerst er ongebondenheid en vrijheid. Echter, die ongebondenheid brengt gevaar en onheil met zich mee. Welke weg jullie inslaan is aan jullie.”
Nadat ze de man hadden uitgehoord, zei de welgeaarde broeder: “Ik heb mijn vertrouwen in ALLAH gesteld” en sloeg de rechter weg in; hij had besloten om zich aan orde en discipline te houden.
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “ALLAH, er is geen God behalve Hij; Hij is de Allevende, de Consistente.” - De Heilige Qur’an 2:255
3 “Voorzeker, de religie bij ALLAH is de Islam.” - De Heilige Qur’an 3:19
4 “O ALLAH.”
5 “Er is geen God behalve ALLAH.”
#42
De andere karakterloze en buitensporige broer gaf puur vanwege zijn vrijheidszucht de linker weg de voorkeur. Wij gaan deze man, die ogenschijnlijk moeiteloos maar mentaal moeizaam voortgaat, in gedachte volgen:
Deze man trok over bergen en door dalen, en bereikte uiteindelijk een verlaten woestijn. Daar vernam hij uit het niets een schrikwekkende brul. Hij keek om zich heen en signaleerde opeens een grote leeuw die uit de struiken sprong en op hem afstormde. Daarop vluchtte hij richting een uitgedroogde put van zestig meter diep. Uit angst gooide hij zichzelf in die put. Hij viel, totdat zijn hand halverwege zijn val de tak van een boom raakte, waarop hij die tak onmiddellijk vastgreep en zich eraan vastklampte. Die boom groeide uit de muur van de put en had twee wortels. Twee muizen – waarvan de ene wit en de andere zwart – knaagden aan beide wortels. Hij keek omhoog en zag dat de leeuw hem boven de put als een wachter opwachtte. Hij keek omlaag en ontwaarde een gigantische draak op de bodem van de put. Met een geopende muil naderde die draak zijn voeten die dertig meter boven de bodem hingen. De muil van die draak was zo wijd als de monding van de put. Hij keek naar de muren van de put en zag overal agressieve en giftige insecten. Hij keek naar de top van de boom en bemerkte dat het een vijgenboom was. Echter, vreemd genoeg zag hij dat er vruchten van allerlei verschillende soorten bomen – vanaf walnoten tot aan granaatappels – aan de takken van die vijgenboom hingen.
Voorwaar, deze man zag vanwege zijn pessimistische denkwijze en zijn dwaasheid niet in dat deze omstandigheden ongewoon waren. Deze voorvallen waren geen resultaten van toeval. Achter deze buitengewone processen scholen mysterieuze geheimen. Het drong niet tot hem door dat hier een hele grote beheerder achter zat. Door deze kwellende toestand begonnen zijn hart, zijn ziel en zijn verstand te huilen en te huiveren, maar zijn kwaadgezinde ego sloot zijn oren voor het gehuil van zijn ziel en zijn hart, en gedroeg zich alsof er niets aan de hand was. Zodoende hield hij zichzelf voor de gek en begon hij de vruchten van die boom te plukken en te eten. Een deel van die vruchten waren echter giftig en schadelijk.
In een Heilige Hadith heeft de Hoogste Gerechtigde het volgende bekendgemaakt: انَاَ عِنْدَ ظنَِّ عَبْدٖى بٖى. Oftewel, “Ik zal mijn onderdaan behandelen naar de wijze waarop hij Mij kent.”
#43
Voorwaar, omdat deze ellendeling pessimistisch en dwaas was, veronderstelde hij dat alles wat hij zag doodgewoon was en de pure realiteit belichaamde. Deswege werd hij en wordt hij naar zijn opvatting behandeld, en hij zal ook niet anders worden behandeld. Noch zal hij sterven en verlost worden, noch zal hij daadwerkelijk leven; zo zal hij blijven lijden. Wij zullen nu deze ellendeling in zijn ellende laten en terugkeren naar de andere broer om ook zijn toestand te evalueren.
Voorwaar, deze gezegende en verstandige persoon ging voort, maar ervaarde niet de ellende die zijn broer ervoer. Immers, omdat hij een mooi karakter had, koesterde hij mooie gedachten, interpreteerde hij ontwikkelingen positief en stelde hij zijn gemoed zodoende gerust. Bovendien ondervond hij niet de moeite en de lasten die zijn broer had ondervonden. Want hij kende de orde, stelde zich volgzaam op en ondervond verlichting. Veilig en vredig zette hij zijn reis vrijelijk voort. Enige tijd later belandde hij in een tuin waar allerlei mooie bloemen en vruchten bloeiden. Omdat de tuin echter niet werd onderhouden, groeiden daar ook onreine tuingewassen. Zijn broer was ook in een soortgelijke tuin terechtgekomen. Maar hij had zijn tijd en energie vooral aan de onreine gewassen besteed, waardoor zijn maag van streek raakte en hij zonder een moment rust de tuin had verlaten. Deze persoon daarentegen hield zich aan het principe: “Bekijk alles positief” en schonk geen enkele aandacht aan het onreine. Hij haalde veel baat uit het positieve, kwam goed tot rust en zette vervolgens zijn reis weer voort. Nadat hij een bepaalde weg had afgelegd, liep hij zoals zijn vorige broer een geweldige woestijn in. Plotseling vernam hij de brul van een razende leeuw. Hij schrok, maar hij schrok niet zo erg als zijn broer. Want vanwege zijn optimisme en zijn mooie gedachten kwam hij tot de volgende conclusie: “Deze woestijn heeft een heerser en deze leeuw is hoogstwaarschijnlijk zijn onderdaan die op zijn bevel handelt.” Zodoende ondervond hij troost. Desondanks begon hij ook te vluchten richting een uitgedroogde put van zestig meter diep, waarna hij erin sprong. Net als zijn broer klampte hij zich vast aan de tak van een boom die hij halverwege zijn val had vastgegrepen. Zo bleef hij in de lucht hangen. Hij zag dat twee muizen aan de twee wortels van die boom knaagden. Hij keek omhoog en zag de leeuw, hij keek omlaag en hij zag een draak. Net als zijn broer was hij getuige van een bizar scenario. Ook hij raakte hierdoor ontsteld. Zijn ontsteltenis was echter duizendmaal lichter dan die van zijn broer.
#44
Want zijn mooie karakter gaf hem mooie gedachten, en zijn mooie gedachten lieten hem de mooie kant van alles zien. Hierdoor kwam het volgende in hem op:
“Er is een samenhang tussen deze vreemde ontwikkelingen. Het ziet ernaar uit dat ze zich volgens een bevel voordoen. Aldus schuilt er een mysterie achter deze ontwikkelingen. Waarlijk, ze zijn onderhevig aan het bevel van een verborgen heerser. Ik ben dus niet alleen. Die verborgen heerser houdt mij in de gaten, hij stelt mij op de proef, hij dirigeert mij ergens heen en hij nodigt mij uit.”
Deze zoete vrees en mooie gedachten wekten de volgende interesse in hem op: “Wie is eigenlijk degene die mij beproeft, zichzelf aan mij bekend wil maken en mij op deze buitengewone wijze tot een doel wendt?”
Vervolgens baarde deze interesse een liefde voor de eigenaar van dat mysterie. En deze liefde verwekte de wens om het mysterie te ontrafelen. En deze wens gaf hem de wil om een houding aan te nemen die de eigenaar van dat mysterie zou behagen en vergenoegen.
Hij wierp zijn blik op de top van de boom en zag dat het een vijgenboom was. Desondanks gaf die ene boom de vruchten van duizenden bomen. Op dat moment verdween zijn vrees volledig. Want hij zag absoluut in dat deze boom als een lijst, als een samenvatting en als een demonstratie diende. Hij concludeerde dat de verborgen heerser de voorbeelden van de vruchten uit zijn tuinen op een mysterieuze en miraculeuze wijze aan die boom had gehangen, en die boom zo had versierd om te duiden op de gerechten die hij voor zijn gasten had bereid. Eén enkele boom kan immers geen vruchten van duizenden boomsoorten geven.
Vervolgens begon hij te smeken, waarna de sleutel tot het mysterie hem werd ingegeven. Hij riep uit:
“O heerser van deze landschappen, mijn lot ligt in uw handen! Ik vraag om uw hulp, ik ben u dienstig, ik wil u vergenoegen en ik ben op zoek naar u!”
Na deze aanroep spleet opeens de muur van de put open. Er verscheen een poort tot een glorieuze, wonderschone en schitterende tuin. De muil van de draak was in die poort veranderd. De leeuw en de draak kregen de verschijning van twee dienaren die hem uitnodigden om binnen te stappen. Bovendien veranderde die leeuw voor hem in een tam rijdier.
#45
Voorwaar, o mijn luie ego en mijn denkbeeldige vriend!
Laten we nu de situaties van beide broers afwegen, opdat we kunnen zien en beseffen hoe positiviteit positieve vruchten afwerpt en negativiteit negatieve vruchten afwerpt.
Aanschouw:
De ellendige volger van de linker weg huivert omdat hij elk moment in de muil van de draak kan vallen. Deze voorspoedige persoon daarentegen wordt uitgenodigd naar een oogstrelende en vruchtrijke tuin.
Bovendien wordt het hart van die ellendeling door een heftige ontsteltenis en een hevige angst verscheurd. Deze voorspoedige persoon daarentegen voelt een aangename vermaning en een zoete angst, terwijl hij een liefderijke kennis opdoet tijdens het bezichtigen en bewonderen van buitengewone ontwikkelingen.
Bovendien wordt die ellendeling door vervreemding, wanhoop en verlatenheid gekweld. Deze voorspoedige persoon daarentegen beleeft smachtend plezier aan de gemoedelijke en hoopvolle sfeer waarin hij verkeert.
Bovendien ziet die ellendeling zichzelf als een gevangene die aan wilde beesten ten prooi is gevallen. Deze voorspoedige persoon daarentegen is een geëerde gast die de buitengewone dienaren van de Genereuze Heer des huizes leert kennen terwijl hij zich met hen vermaakt.
Bovendien bespoedigt die ellendeling zijn leed door te eten van giftige vruchten die smakelijk ogen. Immers, die vruchten zijn voorproefjes. Proeven is toegestaan, opdat de proever een klant wordt van de originele exemplaren. Aldus is het niet toegestaan om ze als beesten te verslinden. Deze voorspoedige persoon daarentegen proeft, begrijpt wat de bedoeling is, stelt het eten uit en wacht met verheugenis af op wat zal komen.
Bovendien heeft die ellendeling zichzelf onrecht aangedaan. Een waarheid en een omstandigheid die zo mooi en zo stralend als daglicht zijn, heeft hij door toedoen van zijn bekrompenheid met donkere en duistere waanideeën in een hel veranderd. Noch verdient hij medelijden, noch heeft hij het recht om te klagen.
#46
Bijvoorbeeld, als iemand niet genoeg plezier haalt uit een gezellig feestmaal dat hij met vrienden op een zomerdag in een mooie tuin bijwoont, en als hij zichzelf vervolgens met onreine dranken dronken voert en opeens begint te huilen en te gillen omdat hij zich inbeeldt dat het midwinter is en hij zich naakt en hongerig tussen monsters bevindt, dan verdient diegene geen medelijden. Hij doet zichzelf onrecht aan en hij beledigt zijn vrienden door ze als monsters te zien. De ellendeling uit de parabel is net zo.
De voorspoedige persoon daarentegen doorziet de waarheid die in feite prachtig is. Nadat hij de schoonheid van de waarheid heeft doorgrond, neemt hij tegenover de volmaaktheid van de eigenaar der waarheid een eerbiedige houding aan. Bijgevolg verdient hij zijn genade. Voorwaar, hier komt het geheim van het volgende Qur’anische Standpunt aan het licht:
“Weet dat het kwade van jezelf en het goede van ALLAH komt.”
Als je de overige verschillen ook zo afweegt, dan zal je inzien dat het kwaadgezinde ego van de ellendeling een geestelijke hel voor hem heeft samengesteld, terwijl de goede intentie, de optimistische denkwijze, het goede karakter en de mooie gedachtes van de andere persoon hem een geweldige gunst en gelukzaligheid, een stralende gift en gratie hebben verschaft.
O mijn ego en o vriend die samen met mijn ego naar dit verhaal luistert! Als jij niet zoals de ellendige broer wil eindigen, maar op de voorspoedige broer wil lijken, luister dan naar De Qur’an, neem Zijn Wetsbepaling in acht, klamp je aan Hem vast en handel naar Zijn Fundamenten.
Als jij de waarheden in deze parabel hebt begrepen, dan kun je ze voor de waarheden achter de religie, de wereld, de mens en het geloof toepassen. De belangrijkste daartussen zal ik verklaren, probeer de details zelf te ontwaren.
Voorwaar, de ene broer vertegenwoordigt een gelovige ziel met een zuiver hart, terwijl de andere broer een ongelovige ziel met een verdorven hart vertegenwoordigt. De rechter weg symboliseert de weg van De Qur’an en het geloof, terwijl de linker weg de weg van opstand en ongeloof symboliseert. De tuin op die weg symboliseert het tijdelijke gemeenschapsleven in de menselijke maatschappij en de menselijke beschaving waar heil en onheil, deugd en ondeugd, reinheid en onreinheid zich samen voordoen. Hij die verstandig is, zal naar het principe:
1خُذْ مَا صَفَا دَعْ مَا كَدَرْ handelen en met een vredig hart voortgaan.
1 “Neem het positieve aan, laat het negatieve gaan.”
#47
Die woestijn symboliseert deze aardbol; de wereld. Die leeuw symboliseert de dood en het doodsuur. Die put symboliseert het mensenlichaam en de levensgang. Die zestig meter diepte vertegenwoordigt de gemiddelde leeftijd der mensheid van zestig jaar. Die boom symboliseert de individuele levensduur en de levensmiddelen. Die zwarte en witte muizen vertegenwoordigen de dag en de nacht.
Die draak symboliseert de weg naar de tussenwereld die vanaf de monding van het graf begint, en hij symboliseert het portaal naar het hiernamaals. Voor een gelovige is die monding echter een poort die hem van een gevangenis naar een tuin leidt. Die giftige insecten vertegenwoordigen de wereldse calamiteiten. Voor een gelovige gelden ze echter als zoete Goddelijke vermaningen en Barmhartige voorzorgsmaatregelen om de gelovige voor een onachtzame slaap te hoeden.
Die vruchten aan de boom zijn de wereldse gunsten die De Hoogst Genereuze als een lijst ter herinnering aan de soortgelijke gunsten in het hiernamaals heeft samengesteld; ze dienen als voorproefjes om klanten tot de paradijselijke vruchten uit te nodigen.
Die ene boom die op zichzelf allerlei verscheidene vruchten voortbrengt, duidt op de Signatuur van de Onafhankelijke Almachtige, de Zegel van de Goddelijke Heerschappij en het Waarmerk van het Goddelijke Sultanaat. Want alles creëren uit één creatie, oftewel, uit één aarde alle planten en vruchten creëren, uit één druppel alle dieren scheppen, uit één simpel voedingsmiddel alle dierlijke organen samenstellen, en hiernaast, één iets uit alles creëren, oftewel, uit uiteenlopende voedselsoorten één specifieke vleessoort creëren en een eenvoudige huid weven, en soortgelijke kunstvaardigheden vormen Specifieke Signaturen, Uitsluitende Zegels en Onnavolgbare Waarmerken van de Ene en Enige Onafhankelijke alias De Onbegonnen en Oneindige Sultan.
Waarlijk, uit één iets alles en alles uit één iets creëren, is een specifiek teken, een Aya die enkel De Schepper en Machthebber van alles toebehoort.
#48
Dat mysterie symboliseert de verborgen wijsheid achter de schepping die met het geloofsgeheim kan worden ontrafeld. De sleutel daartoe is:
يَا اَللّٰهُ 1 ۞ لَا اِلٰهَ اِلَّا اللّٰهُ 2 ۞ اَللّٰهُ لَٓا اِلٰهَ اِلَّا هُوَ الْحَىُّ الْقَيُّومُ 3 ۞
De muil van de draak die in een poort van een tuin verandert, duidt erop dat het graf voor de afgedwaalde en opstandige mensen een deur is die ze langs het gruwelijke land der vergetelheid leidt naar een kuil waar het zo benauwd is als een kerker en zo krap is als de maag van een draak, terwijl het voor de volgers van De Qur’an en het geloof een poort is die ze van de wereldse gevangenis tot de eeuwige tuinen, van de examenruimte tot de paradijselijke gewesten, van de lasten des levens tot de Genade van De Barmhartige leidt. De woeste leeuw die in een vertrouwde dienaar verandert en als een tam rijdier fungeert, duidt erop dat de dood voor het dwaalvolk een pijnlijke eeuwige scheiding met al zijn geliefden is die hem uit zijn valse wereldse paradijs haalt en verjaagt, en hem in gruwel en isolatie in de gevangenis van het graf opsluit. Voor het geleide volk en de volgers van De Qur’an is ze echter:
• een middel om verenigd te worden met oude vrienden en geliefden die reeds naar de andere wereld zijn geëmigreerd;
• een vervoermiddel dat hen naar hun ware vaderland en hun eeuwige zetels van gelukzaligheid vervoert;
• een verzoek waarbij ze van de wereldse gevangenis naar de paradijselijke tuinen worden uitgenodigd;
• een wachtpost waar ze wachten op de beloning voor hun diensten die ze bij de Gratie van de Genadige Barmhartige zullen ontvangen;
• een vrijstelling van de moeiten die de plichten van het leven met zich meebrengen;
• een afronding van de scholing en oefeningen die dienaarschap en beproeving vereisen.
1 “O ALLAH.”
2 “Er is geen God behalve ALLAH.”
3 “Hij is ALLAH, er is geen God behalve Hij; Hij is de Allevende, de Consistente.” - De Heilige Qur’an 2:255
#49
Conclusie
Wie het vergankelijke leven zijn bestaansreden maakt, zal mentaal in een hel verkeren, al bevindt hij zich ogenschijnlijk in een paradijs. En wie zich vastberaden op het eeuwige leven richt, zal gelukzaligheid in beide werelden ondervinden. Hoe akelig en benauwend zijn leven ook is, hij zal alles verwelkomen, tolereren en in dankbaarheid dulden omdat hij zijn wereld als een wachtruimte van het paradijs ziet.
اَللّٰهُمَّ اجْعَلْنَا مِنْ اَهْلِ السَّعَادَةِ وَ السَّلَامَةِ وَ الْقُرْاٰنِ وَ الْاٖيمَانِ اٰمٖينْ ۞ اَللّٰهُمَّ صَلِّ وَ سَلِّمْ عَلٰى سَيِّدِنَا مُحَمَّدٍ وَ عَلٰى اٰلِهٖ وَ صَحْبِهٖ بِعَدَدِ جَمٖيعِ الْحُرُوفَاتِ الْمُتَشَكِّلَةِ فٖى جَمٖيعِ الْكَلِمَاتِ الْمُتَمَثِّلَةِ بِاِذْنِ الرَّحْمٰنِ فٖى مَرَايَا تَمَوُّجَاتِ الْهَوَاءِ عِنْدَ قِرَائَةِ كُلِّ كَلِمَةٍ مِنَ الْقُرْاٰنِ مِنْ كُلِّ قَارِءٍ مِنْ اَوَّلِ النُّزُولِ اِلٰى اٰخِرِ الزَّمَانِ وَ ارْحَمْنَا وَ وَالِدَيْنَا وَارْحَمِ الْمُؤْمِنٖينَ وَالْمُؤْمِنَاتِ بِعَدَدِهَا بِرَحْمَتِكَ يَا اَرْحَمَ الرَّاحِمٖينَ ۞ اٰمٖينَ وَالْحَمْدُ لِلّٰهِ رَبِّ الْعَالَمٖينَ 1 ۞
1 “O ALLAH, laat ons behoren tot de voorspoedige en vredige volgers van De Qur’an en het geloof, Âmîn. O ALLAH, laat zegeningen en vrede neerdalen op onze meester Mohammed, op zijn familieleden en op zijn metgezellen, evenredig aan alle Letters van De Woorden uit De Qur’an die via de recitaties van recitatoren bij Gods Gratie vanaf de eerste openbaring tot aan de dag des oordeels door luchtdeeltjes worden weerkaatst. En wees ons, onze ouders, de gelovige mannen en de gelovige vrouwen naar diezelfde verhouding Genadig, bij Uw Gratie, o Genadigste der Genadigen, Âmîn.”
#50
Het Twaalfde Woord
1
وَمَنْ يُؤْتَ الْحِكْمَةَ فَقَدْ اُوتِىَ خَيْرًا كَثٖيرًا2
De Tweede Essentie
De afweging van de zedelijke discipline die de Wijsheid van De Leerrijke Qur’an aan het persoonlijke leven verschaft en de lering die de filosofische wijsheid biedt.
Een zuivere student van de filosofie is een farao. Echter, hij is een laaghartige farao die zich omwille van eigenbelangen aan de waardelooste zaak onderwerpt. Alles wat hem baat erkent hij als “zijn heer”.
Bovendien is die ongelovige student een dwarsligger en een stijfkop. Echter, hij is een trieste dwarsligger die voor één genieting eindeloze schandelijkheden welkom heet. Hij is een zielige stijfkop die zo laag is om de voeten van duivelse mensen voor een waardeloos profijt te kussen.
Bovendien is die ongelovige student een arrogante geweldenaar. Echter, omdat hij in zijn hart een steunpunt mist, is hij in wezen een uiterst machteloze en pronkzuchtige geweldenaar.
Bovendien is die student een baatzuchtige egoïst die zijn bereidwilligheid vooral toepast om de lusten van zijn ego, zijn maag en zijn geslachtsdeel te bevredigen; hij is een listige egomaan die onder het mom van nationale belangen zijn eigenbelangen beoogt.
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “Hij die wijsheid heeft ontvangen, is met veel heil begunstigd.” - De Heilige Qur’an, 2:269
#51
Een zuivere student van De Leerrijke Qur’an daarentegen is een dienaar. Echter, zelfs aan de opzienbarendste schepselen onderwerpt hij zich niet; hij is een eerbiedwaardige dienaar die zijn diensten zelfs niet voor een ultiem profijt zoals het paradijs verricht.
Bovendien is een ware Qur’an-student bescheiden, vreedzaam en zachtaardig. Echter, nimmer zal hij zich tegenover een ander dan zijn Voortbrenger, voorbij Zijn toegestane grenzen, uit eigen wil ondergeschikt opstellen.
Bovendien is hij behoeftig en zwak; hij is op de hoogte van zijn behoeftigheid en onmacht. Echter, gezien zijn weelde in het hiernamaals die zijn Genereuze Eigenaar voor hem heeft opgeslagen, is hij rijk. En omdat hij zich op de Eindeloze Macht van zijn Meester steunt, is hij sterk.
Bovendien wendt hij zich slechts tot ALLAH; hij handelt en werkt om Gods Tevredenheid te bereiken en deugdzaamheid te betrachten.
Voorwaar, de disciplines die de twee wijsheden te bieden hebben, kunnen aan de hand van de afweging tussen de twee studenten worden doorgrond.
De Derde Essentie
De disciplines die de filosofische wijsheid en de Wijsheid van De Leerrijke Qur’an aan het menselijke gemeenschapsleven bieden
Volgens de filosofische wijsheid is het gemeenschapsleven op kracht gefundeerd. Haar streven is op winst gericht. Haar levensbeschouwing is op strijd gebaseerd. Haar middel om mensen samen te binden, bestaat uit racisme en een negatieve vorm van nationalisme. Haar vruchten bestaan uit de bevrediging van egoïstische lusten en de toename van menselijke behoeften.
Echter, het kenmerk van kracht is agressie. Het kenmerk van winstbejag is vechten om winst te behalen aangezien de te behalen winst niet voor eenieders wens toereikend is. Het kenmerk van strijd is rivaliteit. Het kenmerk van racisme is rechtsschending aangezien het zich met het verslinden van anderen voedt.
Voorwaar, deze wijsbegeerte heeft ertoe geleid dat het geluk van de mensheid verloren is gegaan.
#52
De Wijsheid van De Qur’an daarentegen heeft het gemeenschapsleven niet op kracht maar op rechtvaardigheid gefundeerd. Haar streven is niet op winst maar op deugdzaamheid en op Gods Welbehagen gericht. Haar levensbeschouwing is niet op strijd maar op het samenwerkingsprincipe gebaseerd. Haar middel om mensen samen te brengen, bestaat niet uit racisme en nationalisme, maar uit religieuze gemeenzaamheden, beroepsmatige betrekkingen en landelijke belangen.
Haar doelen blokkeren de drang tot egoïstische lustbevredigingen, stimuleren de ziel tot heilige kennisnemingen, bevredigen verheven gevoelens, dirigeren de mens naar menselijke volmaaktheden en maken de mens daadwerkelijk een mens.
Het kenmerk van rechtvaardigheid is eendracht. Het kenmerk van deugdzaamheid is saamhorigheid. Het kenmerk van het samenwerkingsprincipe is onderlinge bijstand. Het kenmerk van religie is broederschap en binding. En het ego beteugelen en vastketenen, de ziel naar volmaaktheid dirigeren en vrijlaten, vormen het kenmerk van gelukzaligheid in beide oorden.
#53
Het Tweede Thema
[Uit Het Dertiende Woord]
1
Een dialoog met een aantal jongeren die zich in een verleidelijke beproeving begeven en hun verstand nog niet hebben verloren
Een aantal jongeren die aan de hedendaagse misleidingen en verleidelijke zonden en amusementen blootstonden, vroegen: “Hoe kunnen wij ons hiernamaals redden?” Zodoende hadden ze de Risale-i Nur om raad verzocht. Daarop zei ik namens de spirituele persoonlijkheid van de Risale-i Nur:
Het graf bestaat nu eenmaal; niemand kan dit ontkennen. Iedereen zal willens of onwillens in het graf belanden. Het graf kan via drie wegen, op drie manieren betreden worden. Daarbuiten bestaan er geen andere wegen.
De eerste weg
Voor gelovigen is het graf een poort tot een wereld die mooier is dan deze wereld.
De tweede weg
Voor degenen die het hiernamaals erkennen, maar hun leven in dwaling en onzede leiden, is het graf een poort tot een permanente opsluiting en een eenzame gevangenschap waar ze van al hun vrienden worden afgezonderd. Omdat zij het zo zien en geloven, en omdat ze niet volgens de regels van hun geloof leven, staat een dergelijke behandeling hen te wachten.
De derde weg
Voor de verloochenaars en dwalers die niet in het hiernamaals geloven, is het graf een poort tot eeuwige verdoemenis; het is een galg waaraan zij evenals al hun geliefden worden geëxecuteerd. Omdat zij het zo interpreteren, zullen zij als straf ook dat ontmoeten.
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
#54
Deze laatste twee wegen zijn evident; ze behoeven geen bewijzen, ze zijn met het blote oog waarneembaar. Aangezien het doodsuur verborgen is en de dood elk moment kan komen om je te onthoofden zonder onderscheid tussen oud en jong te maken, is het voor de arme mens ten opzichte van deze grote en opzienbarende waarheid waar hij continu mee geconfronteerd wordt, uiteraard van wereldbelang om een oplossing te vinden om van die eeuwige verdoemenis, die bodemloze en eindeloze isolatie gered te worden, en de poort van het graf voor zichzelf in een poort tot een eeuwige wereld, een eindeloze gelukzaligheid en een wereld van lichternis te veranderen.
Deze onveranderlijke waarheid doet zich dus via deze drie wegen voor. En honderdvierentwintigduizend trouwhartige boodschappers met beamende tekenen in de vorm van mirakelen in hun handen hebben verkondigd dat op die drie wegen de voornoemde drie waarheden zich voltrekken. Diezelfde verkondiging van Godsgezanten hebben honderdvierentwintig miljoen heiligen middels ontdekkingen, ervaringen en waarnemingen beaamd en ondertekend. En diezelfde verkondiging van Godsgezanten en heiligen hebben ontelbare waarheidsgetrouwe geleerden met onbetwistbare bewijzen op een logische wijze wetenschappelijk geverifieerd1. Daarnaast hebben ze met een onwrikbare zekerheid van negenennegentig procent unaniem bekendgemaakt dat alleen geloof en gehoorzaamheid de mens van verdoemenis en van eeuwige gevangenschap kunnen redden, en die weg naar eeuwige gelukzaligheid kunnen laten leiden.
Als iemand het advies van één enkele boodschapper over het mijden van een weg met één procent kans op ondergang ter harte neemt, maar achteraf niet luistert en die weg alsnog inslaat, dan zal hij uit vrees voor zijn ondergang mentaal dusdanig gekweld worden, dat hij zijn eetlust zal verliezen. Desondanks zijn er honderden duizenden waarheidsgetrouwe en erkende boodschappers die met tekenen bekendmaken dat dwaling en zedeloosheid honderd procent de reden zijn waarom het graf voor onze ogen een galg en een eeuwige gevangenschap in isolatie wordt. Daarnaast laten zij met honderd procent zekerheid weten dat het geloof en dienaarschap die galg verwijderen, die isolatiecel sluiten en het graf voor onze ogen in een poort tot een eeuwige schat en een paleis van gelukzaligheid veranderen.
1 De Risale-i Nur is daar één van; iedereen kan de Traktaten raadplegen.
#55
Als deze arme mens – en vooral een moslim – tegenover deze verbijsterende, bizarre, angstaanjagende en opzienbarende toestand verwijderd is van geloof en dienaarschap, dan mag de hele wereldheerschappij met alle aardse genietingen aan hem geschonken worden, alsnog blijft de cruciale vraag: bestaat er ook maar iets dat hem zou kunnen verlossen van de pijnlijke kwelling die hij verduurt wegens zijn angst voor het graf op zijn pad waartoe hij elk moment geroepen kan worden? Aangezien ouderdom, ziektes, calamiteiten en de alom plaatsvindende sterftes die kwelling verergeren en in herinnering brengen, maakt het niet uit of dwalers en zedeloze zondaars allerlei soorten pleziertjes beleven; er zal beslist een geestelijke hel in hun harten leven en branden. Echter, een zeer dikke sluier van onachtzaamheid versuft ze, waardoor zij tijdelijk niets vernemen.
Het gelovige en gehoorzame volk ziet het graf voor zijn ogen als een poort tot een eeuwige schat en een oneindige gelukzaligheid. In de loterij die vanaf de onbegonnenheid is voorbeschikt, is er op basis van zijn geloofsregistratie een lot voor hem gereserveerd dat hem miljarden goudstukken en diamanten zal laten winnen. De spanning die hij ervaart door elk moment “Kom je lot halen” te mogen horen, bezorgt hem een plezier en een geestelijk genot dat zo sterk, wezenlijk en waarachtig is, dat de manifestatie ervan een specifiek paradijs voor hem zou belichamen als dat zaad tot een boom zou uitbloeien. Als iemand desondanks dat plezier en die grote genieting de rug toekeert, en op aandrang van jeugdige verlangens de voorkeur geeft aan zedeloze en vluchtige verboden genietingen die evenals giftige honing vermengd zijn met grenzeloze kwellingen, dan zal hij honderdmaal lager worden dan een dier. Hij kan zich dan niet eens met westerse ongelovigen vergelijken. Want als ongelovige westerlingen onze profeet verloochenen, dan kunnen ze alsnog in andere profeten geloven. Als ze de andere profeten niet kennen, dan kunnen ze alsnog ALLAH erkennen. Als ze ook niets over ALLAH weten, dan kunnen ze alsnog beschikken over enige goede eigenschappen die het middel zijn tot ontwikkeling.
Echter, een moslim kent zowel de Godsgezanten als zijn Heer als elke vorm van ontwikkeling dankzij Mohammed de Arabier صلى الله عليه وسلم. Degene die zijn discipline verlaat en uit zijn kring stapt, zal geen enkele andere profeet noch ALLAH kunnen leren kennen, noch zal hij ook maar één grondbeginsel voor de ontwikkeling van zijn ziel kunnen herkennen.
#56
Immers, degene die afstand neemt van de disciplinaire fundamenten en de religieuze grondslagen van een eminentie, die als de trots der mensheid inmiddels veertienhonderd jaar lang op een stralende wijze heeft bewezen dat hij voor alle mensen op het gebied van alle waarheden een mentor is, zal uiteraard in geen enkel opzicht meer in staat zijn om een licht of een vooruitgang te herkennen; zo iemand is gedoemd tot absolute afgang.
Voorwaar, o arme mensen die verslaafd zijn aan de genietingen van het aardse leven en uit angst voor de toekomst ploeteren om een toekomst en een leven op te bouwen! Indien jullie genot, plezier, geluk en rust op aarde willen ondervinden, neem dan genoegen met de genietingen binnen de toegestane kring. Die genietingen schenken jullie genoeg voldoening. Jullie hebben uit de voornoemde verklaring uiteraard kunnen afleiden dat een genieting binnen de verboden kring duizend kwellingen met zich meebrengt.
Als toekomstige toestanden van bijvoorbeeld vijftig jaar later – zoals opnames uit het verleden die nu bekeken kunnen worden – op een groot scherm zouden worden getoond, dan zouden de zedeloze zondaars met walg en afschuw huilen om de zaken waar ze nu om lachen. Hij die op de aarde en in het hiernamaals eeuwige en aanhoudende gelukzaligheid wil ondervinden, dient binnen de geloofskring de Mohammedaanse discipline صلى الله عليه وسلم als leidraad te nemen.
#57
Een waarschuwing, een les en een vermaning
voor een aantal arme jongeren
Op een dag kwamen een aantal stralende jongeren bij mij op bezoek. Met het oog op de gevaren ten opzichte van het leven, de jeugd en de lusten, vroegen deze jongeren om een sterke vermaning. Zoals ik eerder tegen de jongeren die de Risale-i Nur raadpleegden had gezegd, zei ik:
Jullie jeugd zal zeker voorbijgaan. Als jullie niet binnen de geoorloofde kring blijven, dan zal jullie jeugd verkwist worden en zowel op aarde als in het graf als in het hiernamaals vele malen meer onheil en ellende met zich meebrengen dan het plezier dat jullie eraan beleven. Indien jullie als dank voor de gunst der jeugdigheid jullie jeugd onder de Islamitische discipline in kuisheid, zedelijkheid en gehoorzaamheid doorbrengen, dan zal die jeugd impliciet aanhouden en de reden voor de verwerving van een eeuwige jeugdigheid worden.
Wat het leven betreft, als geloof ontbreekt of door opstandigheid geen invloed uitoefent, dan zal het leven, naast een ogenschijnlijk en kortstondig plezier en genot, duizenden malen meer ellende, verdriet en smart opleveren. Want de mens bezit een verstand en een denkvermogen, waardoor hij in tegenstelling tot dieren niet alleen bij het heden, maar van nature ook bij het verleden en de toekomst is betrokken. Ten aanzien van dit tijdsverband kan hij zowel leed als genot ervaren.
Omdat een dier daarentegen geen denkvermogen bezit, wordt zijn momentele genieting noch door leed uit het verleden, noch door vrees voor de toekomst aangetast. Wanneer een mens echter in dwaling en onachtzaamheid vervalt, dan zullen de smarten uit het verleden en de zorgen om de toekomst zijn momentele genieting enorm verzuren en vergallen. Vooral als die genieting verboden is, zal ze als een honing zijn die in alle opzichten giftig is. Aldus vervalt de mens wat aardse genot betreft tot een honderdmaal lager niveau dan een dier.
#58
Bovendien zijn het leven, het bestaan en zelfs het hele universum voor de afgedwaalde en onachtzame mens alleen de dag waarop hij leeft relevant. Alle vroegere tijden en universa zijn uit het gezichtspunt van zijn dwaling non-existent en dood. Dit wekt vanwege zijn verstandelijke betrokkenheid donkerheden en duisternissen in hem op. Ook de toekomst is uit het gezichtspunt van zijn ongeloof non-existent. En eeuwige scheidingen die door teloorgang ontstaan, brengen via zijn denkvermogen continu duisternissen in zijn leven teweeg.
Als het geloof het leven verlevendigt, dan zorgt het geloofslicht ervoor dat zowel de toekomst als het verleden verlicht worden en een bestaan krijgen. Evenals het heden zullen ze vanuit het geloofsperspectief verheven geestelijke voeding en bestaanslichten aan de ziel en aan het hart schenken. In “Het Zevende Verzoek” uit “Het Traktaat voor de Ouderen” wordt er een uitleg van deze waarheid gegeven. Ik adviseer jullie om dat traktaat te raadplegen.
Voorwaar, zo zit het leven in elkaar. Indien jullie naar het plezier en het genot van het leven verlangen, verlevendig jullie leven dan met het geloof, verlicht het met de geboden en behoedt het door te vluchten van zonden.
Zoals ik eerder aan andere jongeren had verteld, zal ik jullie aan de hand van een voorbeeld een verbijsterende waarheid achter de dood vertellen die dagelijks ieder moment overal via sterftes wordt getoond.
Stel je voor dat er voor ons hier een galg is opgesteld. Daarnaast is er een loterijkantoor gevestigd waar loten met hele grote prijzen aan de winnaars worden overhandigd. Wij hier zullen zonder uitzondering alle tien willens of onwillens daartoe uitgenodigd worden; ze zullen ons roepen. Omdat wij echter niet weten wanneer ze ons zullen roepen, kunnen wij elk moment één van de volgende twee mededelingen krijgen:
• “Kom je ticket naar verdoemenis halen, loop naar de galg!”
• “Er is een loterijbiljet voor jou weggelegd dat jou miljoenen goudstukken zal laten winnen, kom het halen!”
Terwijl wij afwachten, verschijnen er opeens twee personen. De ene is een mooie en bedrieglijke halfnaakte vrouw met een zeer lekker ogend maar giftig gebak in haar hand dat ze ons via verleidingen wil toedienen. De andere persoon is een serieuze, onbedrieglijke en onfeilbare man die meteen na die vrouw naar binnen loopt. Hij zegt:
#59
“Ik heb een talisman en een les voor jullie meegebracht. Indien jullie gehoor aan mij geven en niet van dat gebak eten, dan zullen jullie van die galg gered worden. Met deze talisman kunnen jullie dat unieke loterijbiljet halen. Jullie zien zelf met jullie ogen dat degenen die van dat gebak eten naar de galg lopen, terwijl ze onderweg door het gif van dat gebak vreselijke maagpijn lijden. Degenen die het loterijbiljet hebben gehaald, zijn wellicht niet in zicht en lijken ook naar die galg te lopen. Echter, miljoenen getuigen melden dat zij niet worden opgehangen, maar dat zij die galg een trede maken om moeiteloos naar de kring van begunstiging te stappen. Voorwaar, kijk door de vensters van de geschiedenis. De grootste functionarissen en verheven individuen die deskundig zijn op dit gebied, spreken met een heldere stem en maken het volgende bekend:
‘Zoals jullie degenen die naar de galg lopen met het blote oog waarnemen, kunnen jullie met dezelfde visuele overtuiging er absoluut zeker van zijn dat de bezitters van de talisman dit loterijbiljet ontvangen.’”
Voorwaar, net zoals dit voorbeeld dienen de zedeloze genietingen der jeugdigheid binnen de verboden kring als een giftige honing. Ze leiden ertoe dat het geloof, wat het benodigde biljet en document voor eindeloze weelde en eeuwige gelukzaligheid is, verloren gaat. Als resultaat zullen de dood als galg en het graf als poort tot eeuwige verdoemenis ervaren worden zoals ze ogenschijnlijk overkomen. En omdat het doodsuur verborgen is, maakt het niet uit of je jong of oud bent; elk moment kan het uur aanbreken om je te onthoofden.
Als je die giftige honing binnen de verboden genietingen verlaat, en als je de Qur’anische talisman bestaande uit het geloof en de geboden aanvaardt, dan zal jij volgens de unanieme kennisgeving van honderdvierentwintigduizend Godsgezanten عليهم السلام, ontelbare heiligen en waarheidsgetrouwe geleerden die hieromtrent tekenen hebben getoond, een winnend loterijbiljet trekken uit de grote voorbeschikte loterij der mensheid, met als prijs: eeuwige gelukzaligheid.
Tot slot
De jeugd zal voorbijgaan. Als ze op de zedeloze weg is versleten, dan zal ze zowel op aarde als in het hiernamaals duizenden onheil en leed met zich meebrengen. Indien jullie willen inzien dat zulke jongeren vooral op basis van misbruik en overdaad met zorgelijke ziektes in ziekenhuizen terechtkomen, of door uitbarstingen in gevangenissen of gestichten eindigen, of door de druk van geestelijke kwellingen in bars belanden, dan kunnen jullie de ziekenhuizen, de gevangenissen en de graven raadplegen.
#60
De weeklachten die jullie in ziekenhuizen zullen vernemen, zullen in de meeste gevallen ongetwijfeld geslaakt worden door ziekten die de overdaad en het misbruik van jeugdige begeerten met zich meebrengen. Evenzo zullen de spijtbetuigingen die jullie in gevangenissen zullen vernemen, voornamelijk voortkomen uit de klappen die gevangenen door toedoen van jeugdige uitbarstingen binnen de verboden kring hebben opgelopen. En in het graf en in de tussenwereld, waarvan de poorten voor nieuwkomers continu openen en sluiten, zijn de meeste folteringen resultaten van jeugdige zonden – zoals ook geverifieerd wordt door de waarnemingen van deskundigen op het gebied van het leven in het graf, evenals de bevestigingen en constateringen van alle waarheidsgetrouwe geleerden.
En raadpleeg de ouderen en de zieken die het merendeel van de mensheid uitmaken. Uiteraard zullen de meesten met pijn en smart het volgende bekennen:
“Wee ons, wij hebben onze jeugd op een zinloze en ongunstige wijze verkwist. Doe absoluut niet zoals wij hebben gedaan!”
Immers, iemand die na een vijf à tien jarig tijdverdrijf binnen de verboden kring der jeugdige genietingen vele jaren op aarde rouwt en treurt, in de tussenwereld kwelling en verlies ondergaat, en in het hiernamaals in de duisternissen van de hel belandt, bevindt zich in de treurigste toestand. Desondanks verdient diegene volgens het geheim achter: اَلرَّاضٖى بِالضَّرَرِ لَا يُنْظَرُ لَهُ1 geen medelijden. Want iemand die willens een nadelige weg inslaat, dient niet meedogend behandeld te worden en verdient dit ook niet.
Moge de Hoogste Gerechtigde ons en jullie van de huidige verleidelijke misleidingen bevrijden en vrijwaren; Âmîn.
1 “Hij die zich moedwillig in gevaar begeeft, heeft geen recht op mededogen.”
#61
Een Aanvulling op Het Tweede Thema van
Het Dertiende Woord
بِسْمِهٖ سُبْحَاَنَهُ1
Gedetineerden hebben een grote behoefte aan de ware troost van de Risale-i Nur. Vooral degenen die een klap van hun jeugdigheid hebben gekregen, en hun verse en fleurige leven in de gevangenis doorbrengen, hebben een broodnodige behoefte aan de Risale-i Nur.
Waarlijk, jeugdige besluiten zijn meer op emoties dan op logica gebaseerd. Emoties en begeerten zijn echter blind voor gevolgen. Ze geven een geringe voorhanden genieting de voorkeur boven geweldige toekomstige genietingen. Iemand kan in een minuut zijn wraaklust bevredigen door een moord te plegen, waarna hij tachtigduizend uur de ellende van gevangenschap ondervindt. En door een zedeloos plezier van een uur, kan iemand door eerschending uit angst voor eerwraak en gevangenschap zijn levensgeluk verliezen. Zo zijn er vele gevaren voor de arme jongeren die hun zoetste levensfase in hun zuurste levensjaren kunnen veranderen. Daarnaast is er in het noorden een enorm land dat de lusten van jongeren vurig aanwakkert en deze tijden als een storm oproert. De aandacht van jongeren die zich door blinde en uitzichtloze emoties laten leiden, hebben ze op de mooie dochters en vrouwen van eerzame mensen getrokken. Door bijvoorbeeld toe te staan dat mannen en vrouwen samen naakt de sauna ingaan, vuren ze deze zedeloosheid aan. Tevens vestigen ze de interesses van ellendelingen en armen op de bezittingen van rijken. Dit zijn echter toestanden waar de hele mensheid voor huivert.
Voorwaar, in dit tijdperk is het voor de Islamitische en Turkse jongeren noodzakelijk geworden om zich heldhaftig op te stellen en dit gevaar dat van twee kanten aanvalt met “De Vruchten”, “De Leidraad voor de Jeugd” en dergelijke scherpe zwaarden van de Risale-i Nur te bestrijden.
1 In Zijn Naam; Hij is Feilloos.
#62
Anders zullen die arme jongeren hun aardse toekomst, hun voorspoed in het leven, hun gelukzaligheid in het hiernamaals en hun eeuwige leven in kwellingen en folteringen omzetten en ruïneren. Daarenboven zullen ze door wangedrag en onzedelijkheid in ziekenhuizen terechtkomen, of door emotionele uitbarstingen in gevangenissen belanden. Met weeklachten en spijtbetuigingen zullen ze tijdens hun ouderdom veel huilen.
Als een jongeman zichzelf met de Qur’anische discipline en de waarheden uit de Traktaten in bescherming neemt, dan zal hij een ware held, een voorbeeldig mens, een voorspoedige moslim en vanuit een bepaalde optiek een sultan van de overige levenden en dieren worden.
Waarlijk, als een jongeman in de gevangenis één van de vierentwintig uren uit zijn dagelijkse leven aan de vijf geboden gebeden besteedt, en als hij berouw betuigt voor de daad die hem naar de gevangenis heeft geleid, en als hij – in de gevangenis waar hij reeds voor de meeste zonden wordt behoed – afstand van de overige verderfelijke en ellendige zonden neemt, dan zal hij een grote gunst aan zijn eigen leven, zijn toekomst, zijn land, zijn volk en zijn naasten bewijzen. Daarnaast zal hij via die vergankelijke jeugdigheid van tien à vijftien jaar een eeuwige en stralende jeugdigheid aanwinnen volgens de definitieve mededelingen en blijde tijdingen binnen de Miraculeuze Qur’anrevelaties en alle andere Hemelse Boeken en Geschriften.
Waarlijk, als hij voor die schone gunst der jeugdigheid met rechtzinnigheid en gehoorzaamheid dank betuigt, dan zal ze intensiveren, vereeuwigd worden en plezier verschaffen. Anders zal ze op een akelige, ellendige en treurige wijze als een nachtmerrie vergaan. Tevens zal ze ertoe leiden dat hij een nare plaag voor zijn familie, zijn land en zijn volk wordt.
Indien de gedetineerde ten onrechte is veroordeeld, dan zal elk uur van hem – zolang hij Gods geboden nakomt – als een Godsdienstoefening van een dag gelden. Daarnaast zal de gevangenis voor hem als een kluizenaarshut dienen, waardoor hij in de gelegenheid wordt gesteld om tot de vrome asceten te behoren die vroeger de grotten introkken om God te aanbidden.
Indien de gedetineerde arm, oud en ziek is, en een passie voor geloofswaarheden koestert, dan zal elk uur van hem – op voorwaarde dat hij Gods geboden nakomt en berouw betuigt – als een Godsdienstoefening van twintig uur gelden. Daarnaast zal de gevangenis voor hem als een rusthuis dienen.
#63
En voor zijn vrienden die hem meedogend verzorgen, zal ze als een instelling voor liefde, discipline en scholing fungeren. Onder deze omstandigheden zal hij meer plezier uit zijn verblijf in de gevangenis halen dan uit de vrijheid in de warrige buitenwereld waar hij van alle kanten door zonden zou worden bestookt. Zodoende zal de gevangenis hem een uitstekende discipline toedienen. Nadat hij zijn tijd heeft uitgezeten, zal hij niet als een moordenaar of wreker, maar als een berouwvolle, ervaren en gedisciplineerde bevorderaar van het volk de gevangenis verlaten.
Een aantal betrokken personen die getuigen waren van de buitengewone wijze waarop de zedelijke lessen van de Risale-i Nur de gedetineerden in een korte tijd fatsoeneerden, deelden na hun constatering het volgende mee:
“In plaats van een veroordeelde een vijftienjarige gevangenisstraf op te leggen, zal een scholing van de Risale-i Nur hem in vijftien weken een veel betere discipline toedienen.”
Aangezien de dood niet sterft en het doodsuur verborgen is – het kan elk moment aanbreken – en aangezien de poort van het graf niet gesloten kan worden – alle aardbewoners zullen groepsgewijs door die poort gaan en verdwijnen – en aangezien de Qur’anische Waarheden aantonen dat de dood voor gelovigen geen eeuwige verdoemenis maar een vrijstellingsdocument is, en aangezien de dood door de afgedwaalde en de zedeloze mensen ervaren wordt zoals ze overkomt, namelijk: een oneindige verdoemenis en een eeuwige scheiding met alle geliefden en alle wezens, kan er al bij al geconcludeerd worden dat de voorspoedigste onder deze omstandigheden uiteraard de persoon is die geduldig dank betuigt, zijn tijd in de gevangenis goed benut, de Risale-i Nur lessen volgt en binnen de grenzen van het rechte pad het geloof en De Qur’an dient.
O mens die verslaafd is aan genot en plezier! Ik heb gedurende mijn vijfenzeventigjarige leven aan de hand van duizenden ervaringen, tekenen en gebeurtenissen met een visuele zekerheid ingezien dat waar genot, smarteloos geluk, pijnloos plezier en voorspoed in het leven alleen binnen de kring van het geloof en de geloofswaarheden te vinden zijn. Anders zal een aardse genieting vele kwellingen met zich meebrengen. Ze zal je één druif laten eten, waarna ze je tien klappen bezorgt en je leven verzuurt.
#64
O arme slachtoffers van gevangenschap! Aangezien jullie wereld huilt en jullie leven is verzuurt, dienen jullie te ijveren opdat jullie hiernamaals ook niet in tranen eindigt, maar jullie toelacht en jullie eeuwige leven zoet wordt. Profiteer dus van de gevangenis. Zoals een uur lange wacht tegen de vijand onder bepaalde zware omstandigheden als een Godsdienstoefening van een jaar kan gelden, kan onder deze zware omstandigheden elk uur tijdens de moeite van een Godsdienstoefening evenzo als vele uren gelden en die moeiten in genades omzetten.
بِاسْمِهٖ سُبْحَانَهُ1 اَلسَّلَامُ عَلَيْكُمْ وَ رَحْمَةُ اللّٰهِ وَ بَرَكَاتُهُ2
Mijn eerbiedwaardige, trouwhartige broeders,
Voor degenen die in de ellende van gevangenschap zijn vervallen en voor degenen die hen meedogend en trouwhartig bijstaan door onder andere hun voedsel te controleren, zal ik aan de hand van “Drie Punten” iets uitleggen waarin ze een grote troost kunnen vinden.
Het Eerste Punt
Elke levensdag die in de gevangenis wordt doorgebracht, kan zo waardevol als een Godsdienstoefening van tien dagen zijn. Vergankelijke uren kunnen gezien hun vruchten impliciet in eeuwige uren veranderen. Gevangenschap van een aantal jaar kan ertoe leiden dat je van een miljoenenjarige gevangenschap in de eeuwige gevangenis kan worden gered.
Voorwaar, de gelovigen kunnen deze grote en waardevolle winst behalen, op voorwaarde dat ze de geboden gebeden verrichten, berouw betuigen voor de zonde waarvoor ze vastzitten en geduldig dank blijven betuigen. Gevangenschap vormt bij voorbaat al een blokkade voor veel zonden; ze biedt geen gelegenheid tot zondigen.
Het Tweede Punt
De teloorgang van genot resulteert in kwelling, evenals de teloorgang van kwelling in genot resulteert.
1 In Zijn Naam; Hij is Feilloos.
2 Vrede, ALLAH's Genade en Zijn Zegeningen zij met jullie.
#65
Waarlijk, iedereen die zijn plezierige dagen van vroeger herdenkt, zal door smart en verdriet een geestelijke kwelling vernemen en een droevige zucht slaken. En wanneer hij denkt aan de verstreken dagen die hij in ellende en pijn heeft doorgebracht, dan zal hij door hun teloorgang een geestelijke genieting ervaren en een zucht van opluchting slaken met de gedachte:
1الْحَمْدُ لِلّٰهِ, Godzijdank, dat onheil heeft zijn zegen achtergelaten en is verdwenen.
Aldus zal een tijdelijk moment in kwelling de ziel een geestelijke genieting nalaten, terwijl een vergankelijk moment in genot daarentegen kwelling zal nalaten. Aangezien dit de waarheid is en aangezien de pijnlijke momenten van vroeger samen met hun pijn nu non-existent en verdwenen zijn, terwijl de aankomende onheilspellende dagen momenteel ook non-existent en afwezig zijn, kunnen deze afwezige momenten geen kwelling bezorgen; wat non-existent is kan geen pijn veroorzaken.
Bijvoorbeeld, het zou dwaas zijn om vandaag aldoor te eten en te drinken uit angst voor de mogelijkheid om de aankomende dagen aan honger en dorst te lijden. Evenzo is het een dwaasheid om momenteel de ellende van verstreken en toekomstige dagen – die thans non-existent en afwezig zijn – nu te gedenken en je geduld te verliezen, je gebrekkige ego over het hoofd te zien en je te gedragen alsof jij je over ALLAH beklaagt door zuchten van ontevredenheid te slaken. Als een mens zijn geduld niet naar links en naar rechts strooit, oftewel over het verleden en de toekomst verspreidt, maar voor de huidige dag bewaart, dan zal dat geduld altijd toereikend zijn en de beproeving zal tienmaal zachter worden.
Moge dit niet als klacht worden opgevat, maar toen ik tijdens mijn derde jaar in deze Yûsufische medresse een aantal dagen aan een zowel fysieke als geestelijke kwelling en ziekte zoals nooit tevoren leed, en vooral toen ik door de ontzegging van mijn Nur-dienst wanhopig werd, en de kwellingen in mijn hart en ziel mij overweldigden, werd deze voornoemde waarheid mij bij Gods Gratie getoond. Vervolgens werd ik tevreden over mijn ziekte en mijn gevangenschap. Want de volgende gedachte deed mij dank betuigen:
1 De lof zij ALLAH.
#66
“Voor een hulpeloze man als ik die voor de poort van het graf staat, is het enorm verdienstelijk om een uur dat onachtzaam besteed kan worden, om te zetten in een Godsdienstoefening van tien uur.”
Het Derde Punt
De gedetineerden meedogend behulpzaam zijn, hun benodigde onderhoud aanreiken en hun geestelijke wonden met troost verzorgen, zijn kleine daden waarin grote verdiensten schuilen. Wanneer hen voedsel van buitenaf wordt gebracht, dan wordt dat voedsel voor de betrokken bewakers en alle helpers als aalmoes in hun schrift van weldaden opgeslagen. Vooral als de gevangene oud, ziek, arm of een buitenstaander is, zal de zegen binnen die impliciete aalmoes aanzienlijk toenemen.
Voorwaar, de voorwaarde van deze waardevolle verdienste bestaat uit het uitvoeren van de geboden gebeden, opdat die dienst omwille van ALLAH wordt vervuld. Een andere voorwaarde is dat de begunstigers de behoeftigen trouwhartig, meedogend en blijmoedig te hulp schieten, zonder een gevoel van afhankelijkheid bij ze op te wekken.
بِاسْمِهٖ سُبْحَانَهُ1 وَ اِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلَّا يُسَبِّحُ بِحَمْدِهٖ2
اَلسَّلَامُ عَلَيْكُمْ وَ رَحْمَةُ اللّٰهِ وَ بَرَكَاتُهُ اَبَدًا دَائِمًا3
O mijn gedetineerde vrienden en mijn gelovige broeders,
Mijn hart werd ingegeven om jullie een waarheid mee te delen die jullie van ellende op aarde evenals ellende in het hiernamaals zal redden. Deze waarheid luidt als volgt:
Bijvoorbeeld, iemand heeft een broer of een familielid van een ander vermoord. Door binnen een minuut zijn wraaklust te bevredigen, zal hij miljoenen minuten kwelling in zijn hart en de ellende van gevangenschap ondergaan. Daarnaast zal zijn vrees voor de wraakneming door de familieleden van het slachtoffer en de gedachte aan de confrontatie met zijn vijanden zijn levensgeluk en zijn levensvreugde volledig wegnemen. Hij zal de kwelling van zowel vrees als woede ondervinden.
1 In Zijn Naam; Hij is Feilloos.
2 En er is niets of het verheerlijkt Hem met lof.
3 Vrede, ALLAH's Genade en Zijn zegeningen zij met jullie; voor eeuwig en altijd.
#67
Hiervoor bestaat er maar één oplossing, namelijk: vrede sluiten zoals De Qur’an opdraagt, evenals rechtvaardigheid, de waarheid, progressie, de menselijkheid en de Islam behoeven en bemoedigen.
Waarlijk, de waarheid en progressie vereisen vreedzaamheid. Het doodsuur staat vast en verandert niet. Het slachtoffer zou hoe dan ook overlijden op het moment dat zijn doodsuur aanbrak. De moordenaar is slechts een middel voor de voltrekking van Gods Vonnis geweest. Als er geen vrede wordt gesloten, dan zullen beide partijen continu door angst en wraakgevoelens worden gekweld. Daarom beveelt de Islam aan gelovigen om een onderlinge ruzie niet langer dan drie dagen voort te zetten. Als die moord niet door vijandschap en wrok is gepleegd, maar door de stokerij van een huichelaar heeft plaatsgevonden, dan is het noodzakelijk om snel vrede te sluiten. Anders zal die beperkte ramp zich uitbreiden en aanhouden. Als ze vrede sluiten, en als de moordenaar om vergiffenis vraagt en regelmatig voor het slachtoffer bidt, dan zal dat beide partijen veel opleveren en er zal een broederband tot stand komen. Ter vervanging van één vertrokken broer zullen er meerdere gelovige broeders verworven worden. Met overgave aan Gods Vonnis en het Lot zal de vijand vergeven worden. Vooral nadat ze de lessen van de Risale-i Nur hebben vernomen, is het ten behoeve van voorspoed, de persoonlijke en de gemeenschappelijke rust, en de broederschap binnen de kring van de Risale-i Nur noodzakelijk om de onderlinge ruzie stop te zetten.
In de gevangenis van Denizli werden alle gedetineerden die vijanden van elkaar waren dankzij de Nur-lessen broeders van elkaar. Hun verandering werd een reden voor onze vrijlating; zelfs de ongelovigen en zondaren zeiden: “Mâshâ’ALLAH, moge ALLAH ze zegenen” toen ze die gevangenen zagen. Als resultaat van deze verandering kwamen de gedetineerden volledig tot verademing. Mij is hier opgevallen dat honderd gevangenen door één persoon problemen ervoeren en niet gezamenlijk mochten luchten. Een edelmoedige en gewetensvolle gelovige zal omwille van een persoonlijke kwestie of baat geen honderden nadelen aan andere gelovigen doen laten ondervinden. Als hij een fout begaat en zijn broeders dit wel laat ondervinden, dan dient hij gauw om vergiffenis te vragen.
#68
بِاسْمِهٖ سُبْحَانَهُ1 وَ اِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلَّا يُسَبِّحُ بِحَمْدِهٖ2
Mijn nieuwe, eerbiedwaardige broeders en oude gedetineerden,
Ik ben er absoluut van overtuigd geraakt dat jullie uit het oogpunt van Gods Gratie een belangrijke reden zijn waarom wij hier zijn beland. Immers, dankzij de komst van de bemoedigende Traktaten en geloofswaarheden wordt jullie ware troost geboden, opdat jullie van de kwellingen achter deze gevangenschap en de vele wereldse tegenslagen worden gered, jullie treurige en verdrietige leven niet zinloos en voor niets voorbijgaat, en jullie hiernamaals niet zoals jullie aardse leven in tranen eindigt.
Aangezien dit de waarheid is, behoren jullie ook zoals de gevangenen in Denizli en zoals de Nur-studenten broeders van elkaar te worden. Jullie zien dat ze al jullie spullen, jullie voedsel en jullie soep controleren om te voorkomen dat er messen waarmee jullie elkaar kunnen doden naar binnen worden gesmokkeld. De wachters die jullie trouwhartig dienen, raken hierdoor erg vermoeid. Bovendien mogen jullie niet gezamenlijk luchten omdat ze bang zijn dat jullie elkaar als woeste beesten gaan bestormen.
Voorwaar, onze nieuwe vrienden die van nature heldhaftig zijn ingesteld, dienen in deze tijden met een grote spirituele heldhaftigheid het volgende tegen de gevangenbewaarders te zeggen:
“Al zouden jullie geen mes maar een revolver in onze handen drukken en ons bevelen om elkaar af te schieten, dan nog zullen wij deze arme lotgenoten van ons niet deren. Ook al koesterden wij vroeger enorme haat en vijandschap jegens elkaar, wij hebben besloten om ons naar het bevel en de discipline van De Qur’an, het geloof, de Islamitische broederschap en het gemeenschapsbelang te handelen, onze rechten onderling halal te verklaren en ons best te doen om elkaar niet te kwetsen”
Zodoende dienen jullie deze gevangenis in een gezegende medresse te veranderen.
1 In Zijn Naam; Hij is Feilloos.
2 En er is niets of het verheerlijkt Hem met lof.
#69
Een belangrijke kwestie die mij tijdens de nacht van Qadr werd ingegeven
(Een Toevoeging aan Het Tweede Thema van Het Dertiende Woord)
We zullen in het kort duiden op een zeer diepzinnige en veelzijdige waarheid die mij tijdens de nacht van Qadr werd ingegeven. De extreme onrechtvaardigheden, de buitengewone onderdrukkingen en de barbaarse verwoestingen tijdens de tweede wereldoorlog… de honderden onschuldigen die door één vijand in het verderf werden gestort… de vreselijke wanhoop waaraan de verliezers ten prooi waren gevallen… de blinde paniek van de overwinnaars die enerzijds hun gezag wilden behouden, terwijl ze anderzijds enorme gewetenskwelling wegens hun onherstelbare verwoestingen ervoeren… de gemeenschappelijke bewustwording omtrent de complete vergankelijkheid en kortstondigheid van het aardse leven, evenals de bedrieglijkheid en bedwelming van moderne fantasieën… de verheven potenties van de mensheid en de menselijkheid die wereldwijd diepe wonden hebben opgelopen… de onachtzaamheid, de dwaling, en de woeste en dove natuur die onder het zwaard van De Qur’an zijn bezweken… de meest verstikkende, bedrieglijke en sterke sluier van onachtzaamheid en dwaling waarvan het afgrijselijke en meedogenloze gezicht middels de wereldse politiek zichtbaar is geworden… zijn allemaal factoren die ertoe geleid hebben dat de mensheid zonder enige twijfel haar illusionaire liefde voor het lelijke en vergankelijke aardse leven opgeeft, en met al haar kracht op zoek gaat naar haar ware liefde waar de menselijke aard eigenlijk naar op zoek is: het eeuwige leven. In het noorden, het westen en in Amerika zijn de tekenen hiervan inmiddels zichtbaar.
De Quran met Zijn Miraculeuze Revelaties, Die sinds dertienhonderdzestig jaar elke eeuw driehonderdvijftig miljoen studenten heeft, Die al Zijn Oordelen en Standpunten stuksgewijs door miljoenen waarheidsgetrouwe onderzoekers heeft doen laten ondertekenen, Die met Zijn Heiligheid in de harten van miljoenen Hafizoen is gevestigd en uit hun monden aan de mensheid wordt onderwezen, Die op een ongehoorde wijze het oneindige leven en de eeuwige gelukzaligheid aankondigt, en alle wonden van de mensheid geneest, is een Boek dat met Zijn duizenden intense, krachtige en herhaaldelijke Aya’s zowel openlijk als impliciet tienduizenden malen met onwrikbare en doorslaggevende bewijzen, en met ontelbare en onbetwistbare argumenten het eeuwige leven aankondigt en de gelukzaligheid der mensheid onderwijst.
#70
Bekende redenaren uit Noorwegen, Zweden, Finland en Engeland die openstaan voor De Qur’an, een aanzienlijke organisatie in Amerika die op zoek is naar de ware religie, en soortgelijke ontwikkelingen geven aan dat de wijde werelddelen van de aardbol en de grote regeringen een zoektocht zullen starten. Uiteraard zal de mensheid, mits ze haar verstand niet volledig verliest en geen fysieke of geestelijke verdoemenis meemaakt, op zoek gaan naar de Miraculeuze Revelaties van De Qur’an. En nadat ze Zijn waarheden doorziet, zal ze Hem met hart en ziel omarmen. Immers, gezien deze werkelijkheid kent De Qur’an absoluut geen gelijke; dit is ook onmogelijk, en niets kan dit Ultieme Mirakel vervangen.
Ten tweede
De Risale-i Nur heeft als een diamanten zwaard van dit Ultieme Mirakel dienst geleverd en Zijn koppige vijanden tot overgave gedwongen. De Risale-i Nur, Die als verkondiger van Qur’anische schatten het hart, de ziel en de zintuigen volledig verlicht en ze medicijnen aanreikt, en buiten De Qur’an om geen andere basis en bron heeft, en een spiritueel mirakel van De Qur’an is, vervult Zijn taak uitstekend. De extreme antipropaganda en de uiterst halsstarrige heidenen heeft Hij compleet overwonnen, het sterkste fort van dwaling – bestaande uit naturalisme – heeft Hij middels “Het Traktaat over de Natuur” volledig te gronde gericht, en de onachtzaamheid achter de massieve, verstikkende en omvangrijke kring der materie en de dikste sluiers van wetenschappen heeft Hij middels De Zesde Kwestie en De Eerste, De Tweede, De Derde en De Achtste Argumenten uit “De Staf van Mozes” op een stralende wijze verdreven, waarnaast Hij het Licht van Tauhied heeft getoond.
#71
Slot Van Het Veertiende Woord
وَ مَا الْحَيٰوةُ الدُّنْيَا اِلَّا مَتَاعُ الْغُرُورِ2
[Een mokerslag op het hoofd van onachtzaamheid en een vermaning]
O mijn ellendige ego dat in onachtzaamheid duikt, dit aardse leven zoet acht, het hiernamaals vergeet en zich op de aarde richt. Weet je waar jij op lijkt? Op een struisvogel… Hij signaleert een jager, maar kan niet wegvliegen, dus steekt hij zijn kop in het zand om niet door de jager te worden opgemerkt. Zijn kolossale lijf bevindt zich echter nog op het veld, in het vizier van de jager. Alleen hij heeft zijn ogen in het zand gesloten en zichzelf blind gemaakt. O ego! Kijk naar dit voorbeeld en open je ogen:
Als het aardse leven wordt nagestreefd, dan zal een verheven genieting in een pijnlijke kwelling omslaan. Bijvoorbeeld, in dit dorp van Barla zijn er twee personen. De ene persoon heeft negenennegentig procent van zijn vrienden naar Istanbul uitgezwaaid; daar leiden zij een prettig leven. Slechts één procent is achtergebleven, maar ook zij zullen daarheen gaan. Hierdoor verlangt deze persoon naar Istanbul en is in gedachte altijd daar. Hij wil met zijn vrienden verenigd worden. Wanneer hem gezegd wordt dat hij ook kan gaan, dan zal hij uit vreugde lachend vertrekken. De tweede persoon heeft ook afscheid van negenennegentig procent van zijn vrienden genomen. Een deel van hen zijn vernietigd. Een ander deel van hen zijn naar onzichtbare locaties gebracht waar hij ze nooit meer zal zien. Hij veronderstelt dat zij op een ellendige wijze zijn heengegaan. Deze arme persoon zal ten opzichte van al zijn verloren vrienden bij de overgebleven één procent troost proberen te vinden. Zodoende wil hij de pijnlijke kwellingen van scheiding toedekken.
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “En het aardse leven is niets meer dan een kortstondige afleiding. - De Heilige Qur’an, 3:185
#72
O ego! Met de Lieveling van ALLAH voorop, bevinden al je geliefden zich aan de andere kant van het graf. De enkelen die hier zijn gebleven, zullen ook vertrekken. Huiver niet voor de dood, wees niet bang voor het graf en draai je gezicht niet weg! Kijk dapper naar het graf en luister naar zijn wens. Lach als een man naar het aangezicht van de dood en sla acht op wat hij wil. Wees niet onachtzaam en treed niet in het voetspoor van de tweede persoon. O mijn ego! Vermijd uitspraken als: “Tijden zijn veranderd. Onze generatie is anders. Iedereen is de wereld ingedoken en heeft zich aan het leven gebonden. Hun zorgen over hun inkomen heeft ze dronken gemaakt.” Immers, de dood verandert niet. Scheiding slaat niet om in onsterfelijkheid; ze wordt niet anders. De menselijke onmacht en behoeftigheid worden niet minder maar nemen toe. De weg der stervelingen wordt niet versperd maar versneld.
En zeg niet: “Ik ben zoals iedereen is.” Want iedereen zal jou tot de poort van het graf vergezellen. Gedeeld leed waarin troost schuilt, is aan de andere kant van het graf uiterst ongefundeerd. En denk niet dat er geen toezicht over jou wordt gehouden. Immers, wanneer jij dit aardse gastenverblijf met een blik van wijsheid aanschouwt, dan zal je zien dat niets ongeordend of doelloos is. Hoe zou jij dan ongeordend en doelloos kunnen zijn? Universele verschijnselen zoals aardbevingen zijn geen gebeurtenissen die zich als speeltjes van toevalligheden voordoen.
Bijvoorbeeld, je ziet dat het aardoppervlak met het uiterst geordende en uitgewerkte kledij van planten en dieren is bekleed, en van top tot teen met doelen en wijsheden is uitgerust, en je weet dat de aarde omwille van verheven doeleinden met uiterste precisie als een derwisj in extase voortgaat en roteert. Hoe kan er dan desondanks over aardbevingen1, waarbij het aardoppervlak als het ware de geestelijke stress van zich afschudt wanneer hij zich aan bepaalde onachtzame handelingen van Adamskinderen – en vooral van gelovigen – ergert, en over soortgelijke dodelijke levensgebeurtenissen op aarde gedacht worden dat ze doelloze en toevallige verschijnselen zijn zoals een aantal atheïsten propageren? Door de pijnlijke verliezen van alle slachtoffers als vergeefse aangelegenheden zonder tegenprestatie af te beelden, leveren ze de mensen over aan de klauwen der wanhoop. Zodoende begaan ze een grote fout en plegen ze een groot onrecht.
1 In verband met de aardbeving in Izmir is dit gedeelte zo geschreven.
#73
Zulke gebeurtenissen manifesteren zich veeleer op Bevel van Een Alwijze Genadige om de vergankelijke bezittingen van gelovigen om te zetten in aalmoezen en te vereeuwigen, en om de zonden die ontstaan door de onderwaardering van gunsten te vergeven. Evenzo zal er een dag komen waarop deze onderhevige aarde de menselijke voortbrengselen waarmee haar oppervlak versierd wordt uiteindelijk als bronnen van afgoderij en ondankbaarheid zal aantreffen en daarvan zal walgen, waarna zij op Bevel van haar Schepper haar hele gezicht zal schoonvegen; op Bevel van ALLAH zal zij de afgodendienaren in de hel dumpen en de dankbare gelovigen voor het paradijs afzetten.
#74
Het Zeventiende Woord
اِنَّا جَعَلْنَا مَا عَلَى الْاَرْضِ زٖينَةً لَهَا لِنَبْلُوَهُمْ اَيُّهُمْ اَحْسَنُ عَمَلًا ۞ وَاِنَّا لَجَاعِلُونَ مَا عَلَيْهَا صَعٖيدًا جُرُزًا ۞ وَمَا الْحَيٰوةُ الدُّنْيَٓا اِلَّا لَعِبٌ وَلَهْوٌ ۞2
[Dit Woord bestaat uit Twee Verheven Thema’s en een Stralende Toevoeging]
De Genadige Schepper, De Genereuze Onderhouder, De Alwijze Kunstenaar heeft deze wereld ten aanzien van de zielenwereld en de bezielde wezens in de gedaante van een festijn en een parade geschapen, en met de buitengewone schoonschriften van al Zijn Namen versierd. Zonder onderscheid te maken tussen groot of klein, verheven of laagwaardig, bekleedt Hij elke ziel met een passend lichaam, uitgerust met toepasselijke zintuigen waarmee ze zich van de ontelbare schoonheden en gunsten gedurende dat festijn kan bedienen.
En het festijn dat binnen een uiterst ruime tijdspanne en ruimte plaatsvindt, heeft Hij over eeuwen, jaren, seizoenen en zelfs dagen verdeeld, en over continenten uitgespreid. En elke eeuw, elk jaar, elk seizoen en vanuit een gezichtspunt zelfs elke dag viert Hij in elk continent voor een groep bezielde schepselen en floristische kunstwerken een verheven feest in de vorm van een parade.
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “Voorzeker, ter beproeving hebben wij alles wat zich op de aarde begeeft als haar siersels geschapen om te bepalen wie de allermooiste daden verricht. En voorzeker, alles wat zich op haar bevindt, zullen Wij in droge stof veranderen.” - De Heilige Qur’an, 18:7-8
“En het wereldse leven impliceert niets meer dan vermaak en tijdverdrijf.” - De Heilige Qur’an, 6:32
#75
En vooral gedurende het lente- en zomerseizoen organiseert Hij voor de kleine kunstwerken op het aardoppervlak groepsgewijs achtereenvolgens zulke sensationele feesten, dat de innemendheid de aandacht van de zielen, de engelen en de hemelbewoners uit verheven dimensies trekt. En voor de bezinnende mensen wordt het een dusdanig adembenemende bezinningsruimte, dat het verstand niet bij machte is om het te beschrijven.
Echter, gedurende dit Goddelijk festijn en dit feest des Heren, worden de Namen “De Barmhartige” en “De Schenker des levens” via scheidingen en sterftes geconfronteerd met de Namen “De Overweldiger” en “De Brenger des doods”. Dit lijkt echter niet te stroken met de omvangrijkheid van de Genade die als volgt wordt omschreven: 1وَسِعَتْ رَحْمَتٖى كُلَّ شَىْءٍ Feitelijk zijn er echter wel een aantal opzichten die met de desbetreffende Genade samengaan. Eén opzicht luidt als volgt:
Nadat alle groepen hun parademars hebben afgerond en de beoogde resultaten van die parade zijn behaald, schenkt De Genereuze Kunstenaar en Genadige Voortbrenger op een genadevolle wijze vaak een gevoel van afkeer jegens de wereld; Hij ontwaakt een neiging tot rust en een emigratiewens naar een andere wereld. Wanneer ze van hun levenstaak worden vrijgesteld, wekt Hij in hun zielen een hartstochtelijke wens op om naar hun land van oorsprong te vertrekken. En de vervulling van die wens is niet ondenkbaar als het aankomt op de Eindeloze Genade van Die Barmhartige.
Immers, een soldaat die tijdens Jihad sneuvelt, begunstigt Hij met de rang van een martelaar. Een schaap die als offer wordt geslacht, begunstigt Hij in het hiernamaals met een onvergankelijk fysiek bestaan en met de rang van een rijdier dat zijn eigenaar als Burâq over de brug van Sirât zal dragen. Evenzo is het niet ondenkbaar dat Die Genadige Bezitter van een Eindeloze Weelde specifiek een toepasselijke beloning en een geestelijke vergoeding weglegt voor de overige bezielde wezens en diersoorten die hun gegeven opdracht des Heren uitvoeren en gedurende de opvolging van de Bevelen der Feilloze intense moeite ervaren en sneuvelen. Aldus zouden zij niet moeten treuren om hun vertrek van deze wereld; ze behoren tevreden te zijn.
1 “Mijn Genade heeft alles omvangen.”
#76
لَا يَعْلَمُ الْغَيْبَ اِلَّا اللّٰهُ 1
Echter, de mens die als geëerdste genodigde onder de bezitters van zielen zowel kwantitatief als kwalitatief het meest van deze festijnen profiteert, is zeer gehecht en gebonden aan de aarde. Desondanks creëert God bij Zijn Gratie een sfeer waarin er een afkeer jegens de aarde en een passie jegens de eeuwige wereld bij de mens ontwaakt. Een mens wiens menselijkheid niet in dwaling is verdronken, zal deze sfeer benutten en met een gerust hart vertrekken. Ter illustratie van de opzichten die deze sfeer tot stand brengen, zullen wij nu vijf opzichten behandelen.
Het eerste opzicht
Door middel van het seizoen der ouderdom laat Hij op de mooie en aantrekkelijke creaturen van de wereld de stempel van vergankelijkheid en de betekenis van pijn zien. Zodoende zorgt Hij ervoor dat de mens huivert voor de wereld en zich niet vastklampt aan het vergankelijke, maar op zoek gaat naar een Eeuwige Existentie waarnaar hij kan streven.
Het tweede opzicht
Omdat negenennegentig procent van de geliefden waar de mens een band mee heeft de wereld hebben verlaten en naar een andere wereld zijn verhuist, schenkt Hij op basis van die innige liefde een verlangen naar de wereld waar zijn geliefden naartoe zijn vertrokken. Zodoende doet Hij de dood en het doodsuur met vreugde verwelkomen.
Het derde opzicht
Aan de hand van bepaalde oorzaken brengt Hij de mens op de hoogte van zijn oneindige zwakte en onmacht, en Hij maakt hem duidelijk hoe bezwarend de levenslasten en de overlevingsomstandigheden zijn. Zodoende wekt Hij een diep verlangen naar rust en een vurige emigratiewens naar een ander oord in hem op.
Het vierde opzicht
Via het geloofslicht laat Hij aan de gelovige mens zien dat de dood geen verdoemenis, maar een migratie naar een ander oord is. Het graf is geen monding van een duistere put, maar een poort tot een stralende wereld.
1 “Niemand kent het verborgene, behalve ALLAH.”
#77
De aarde met al haar praal is ten opzichte van het hiernamaals slechts een gevangenis. De elevatie van de aardse gevangenis naar de paradijselijke tuinen, de overstap van het bezwarende fysieke leven naar de vredige wereld waar zielen vrijelijk rondvliegen, en de verlossing van de rumoerige drukte tussen schepselen om verder voort te gaan richting de rust in de Alomtegenwoordigheid van De Barmhartige, belichamen een reis en zelfs een gelukzaligheid waar met duizend levens naar gesmacht dient te worden.
Het vijfde opzicht
Aan de mens die gehoor aan De Qur’an geeft, maakt De Qur’an met Zijn Waarachtige Kennis en Zijn Waarheidslicht de hoedanigheid van de aarde bekend, opdat de mens inziet dat liefde en belangstelling voor de aarde uiterst zinloos is. Met andere woorden, De Qur’an vertelt en bewijst het volgende aan de mens:
“De aarde is een boek van De Onafhankelijke. Haar letters en woorden zijn niet op henzelf, maar op het Wezen, de Eigenschappen en de Namen van een Ander gericht. Doorzie dus haar betekenis, aanvaard het, laat haar versierselen achterwege en vertrek.
Bovendien is ze een akker; bezaai haar, haal de oogst binnen, behoed die oogst, gooi het overschot weg en hecht er geen waarde aan.
Bovendien is ze een verzamelplaats voor spiegels die continu achtereenvolgens komen en gaan. Weet dus Wie op die spiegels wordt gereflecteerd en aanschouw Zijn Lichten. En doorgrond de manifestaties van de Namen Die Zich op hen manifesteren, heb de Naamdrager lief en verbreek je band met die stukken glas die tot teloorgang en fragmentatie zijn gedoemd.
Bovendien is ze een reizende handelsplaats. Drijf dus je handel en vertrek. En vermoei jezelf niet door de karavanen die van jou vluchten en jou geen aandacht geven na te jagen.
Bovendien is ze een tijdelijk excursie-oord. Kijk dus met een leergierige blik, negeer haar lelijke kant en wend je tot haar mooie, verborgen gezicht dat op de Eeuwige Schoonheid is gericht. Maak een mooie en gunstige tocht, keer terug en huil niet als een onnozel kind om de teloorgang van de sluiers waarop mooie bezienswaardigheden en schoonheden worden weergegeven; maak je niet druk...
#78
Bovendien is ze een gastenverblijf. Aldus dien je volgens de regels van De Genereuze Gastheer te eten, te drinken en dank te betuigen. Werk en handel binnen de kring van Zijn Wetten. Vertrek vervolgens zonder achterom te kijken. Meng je niet in Zijn zaken met onnozele praatjes. Hou je niet voor niets bezig met zaken die van jou scheiden en jou niet toebehoren, en verdrink niet door je vast te klampen aan je tijdelijke zaken.”
Met zulke zichtbare waarheden laat Hij de geheimen op het innerlijke gezicht van de aarde zien. Zodoende maakt Hij het heel wat zachter om afscheid van de aarde te nemen, en voor degenen met een ontwaakt hart maakt Hij die scheiding zelfs geliefd door in alle opzichten sporen van Zijn Genade bij alles te laten zien.
Voorwaar, zoals de Qur’an op deze vijf opzichten duidt, doelen De Qur’anische Aya’s evenzeer op bepaalde andere opzichten.
Wee degene die geen enkel aandeel in deze vijf opzichten heeft...
#79
Een Smeekbede Die Mijn Hart
Perzisch Is Ingegeven
هٰذِهِ الْمُنَاجَاةُ تَخَطَّرَتْ فِى الْقَلْبِ هٰكَذَا بِالْبَيَانِ الْفَارِسٖى
Oftewel, omdat deze smeekbede mijn hart Perzisch is ingegeven, zal ze in het Perzisch worden geschreven. Dit gedeelte komt ook in het eerder gedrukte Traktaat “Hubâb” voor.
يَارَبْ! بَشَشْ جِهَتْ نَظَرْ مٖيكَرْدَمْ، دَرْدِ خُودْرَا دَرْمَانْ نَمٖى دٖيدَمْ
O Heer! Ongelaten en onachtzaam heb ik mij op mijn kunnen en mijn wil berust, en mijn blik over zes kijkrichtingen laten ronddwalen om een genezing voor mijn zorgen te vinden. Helaas heb ik geen genezing voor mijn zorgen kunnen vinden. Impliciet werd mij gezegd: “Zijn jouw zorgen geen toereikende genezingen voor jou?”
دَرْرَاسْتْ مٖى دٖيدَمْ كِه: دٖى رُوزْ مَزَارِ پَدَرِ مَنَسْتْ
Waarlijk, onachtzaam heb ik naar het verleden aan mijn rechterzijde gekeken om troost te vinden. Echter, ik zag dat de dag van gisteren als mijn vaders graf, en het verdere verleden als de immense grafakker van al mijn voorvaderen oogde. In plaats van troost ondervond ik vrees.
Voetnoot: Het geloof weergeeft die enge immense grafakker als een vertrouwde en stralende ontmoetingsruimte, en als een verzamelplaats van geliefden.
وَ دَرْ چَپْ دٖيدَمْ كِه: فَرْدَا قَبْرِ مَنَسْتْ
Vervolgens heb ik naar de toekomst aan mijn linkerzijde gekeken, maar ik vond geen genezing. De dag van morgen oogde als mijn graf, terwijl de verdere toekomst als een gruwelijke grafakker van mijn leeftijdsgenoten evenals de latere generaties oogde. Dit gaf mij geen vertrouwd maar een huiverig gevoel.
Voetnoot: Het geloof en het geloofsbesef weergeven die grote gruwelijke grafakker als een uitnodiging naar adembenemende paleizen van gelukzaligheid.
#80
وَ اٖيمْرُوزْ: تَابُوتِ جِسْمِ پُرْ اِضْطِرَابِ مَنَسْتْ
Omdat ik ook geen heil aan mijn linkerzijde had gezien, keek ik naar de huidige dag. Ik zag de huidige dag als een doodskist die het lijk van mijn worstelende lichaam droeg.
Voetnoot: Het geloof weergeeft die doodskist als een handelsplaats en een bezienswaardig gastenverblijf.
بَرْ سَرِ عُمْرْ جَنَازَۀِ مَنْ اٖيسْتَادَه اَسْتْ
Ook vanuit deze richting had ik geen genezing kunnen vinden. Vervolgens had ik mijn hoofd omhoog geheven en naar de top van mijn levensboom gekeken. Ik zag dat mijn lijk de enige vrucht van die boom was; hij hing aan de top van die boom en staarde mij aan.
Voetnoot: Het geloof weergeeft de vrucht van die boom niet als een lijk, maar als een ziel die als ontvanger van een eeuwig leven en eeuwige gelukzaligheid uit zijn oude schulp is gevlogen om door de sterren te reizen.
دَرْ قَدَمْ: اٰبِ خَاكِ خِلْقَتِ مَنْ وَ خَاكِسْتَرِ عِظَامِ مَنَسْتْ
Ook vanuit deze richting verloor ik mijn hoop en liet ik mijn hoofd zakken. Ik keek omlaag en ik zag dat de stof van mijn botten onder de grond zich mengde met de aardse stof van mijn herkomst. Dit bezorgde mij geen genezing maar meer zorgen boven mijn zorgen.
Voetnoot: Het geloof weergeeft die grond als een poort tot Genade en als een sluier voor de salon van het paradijs.
چُونْ دَرْ پَسْ مٖينِگَرَمْ، بٖينَمْ: اٖينْ دُنْيَاءِ بٖى بُنْيَادْ هٖيچْ دَرْ هٖيچَسْتْ
Ik wendde mijn blik ook van die richting af en keek naar achteren. Ik zag dat een instabiele en vergankelijke wereld in de rivieren van nietigheid en in de duisternissen van non-existentie rollend voortraasde. Dit werd geen zalf voor mijn zorgen, maar een extra kwelling die mij met gruwel en angst vergiftigde.
Voetnoot: Het geloof weergeeft de aarde die in duisternissen voortrolt als een locatie waar wezens als brieven van de Onafhankelijke en als bladzijden van de geschriften der Feilloze hun taak volbrengen, hun betekenis uitdrukken en hun voortbrengselen in hun plaats achterlaten.
#81
وَ دَرْ پٖيشْ: اَنْدَازَۀِ نَظَرْ مٖيكُنَمْ، دَرِ قَبِرْ كُشَادَه اَسْتْ
وَ رَاهِ اَبَدْ بَدُورِ دِرَازْ بَدٖيدَارَسْتْ
Omdat ik ook daar niets heilzaams had gezien, keek ik naar voren; ik keek vooruit. Ik zag dat het graf met geopende poorten op mijn weg stond, terwijl daarachter een straat richting de verre oneindigheid te zien was.
Voetnoot: Het geloof weergeeft die poort van het graf als de poort tot de verlichte wereld en die weg als de weg naar eeuwige gelukzaligheid. Zodoende wordt het zowel een genezing als een zalf voor mijn zorgen.
مَرَا جُزْ جُزْءِ اِخْتِيَارٖى چٖيزٖى نٖيسْتْ دَرْ دَسْتْ
Voorwaar, deze zes richtingen hebben mij geen warmte en troost, maar angst en vrees bezorgd. Daartegenover heb ik niets anders dan een beperkte wil waarop ik mij kan berusten en waarmee ik weerstand kan bieden.
Voetnoot: Het geloof verschaft ter vervanging van die minieme wil een vergunning om beroep te mogen doen op een Grenzeloze Macht; het geloof is in feite een vergunning.
كِه اُو جُزْءْ هَمْ عَاجِزْ، هَمْ كُوتَاهُ، و هَمْ كَمْ عَيَارَسْتْ
Echter, dat menselijk wapen genaamd beperkte wil is zowel machteloos als ontoereikend. Daarnaast is hij gebrekkig afgesteld; hij kan niet scheppen. Buiten vergaren om is hij tot niets in staat.
Voetnoot: Het geloof laat die vrije wil namens ALLAH werken, waardoor het voor alles toereikend is; zoals een soldaat die zijn beperkte kracht namens het land laat werken en zodoende in staat is om taken te verrichten die duizenden malen zijn kracht te boven gaan…
نَه دَرْ مَاضٖى مَجَالِ حُلُولْ، نَه دَرْ مُسْتَقْبَلْ مَدَارِ نُفُوذْ اَسْتْ
Noch kan hij het verleden doordringen, noch kan hij de toekomst bereiken. Hij kan mijn vroegere en toekomstige wensen en angsten niet bevoordelen.
Voetnoot: Het geloof pakt de teugels uit de handen van het dierlijke lichaam en staat ze af aan het hart en de ziel. Zodoende kan hij het verleden bereiken en de toekomst doordringen. De levenskring van het hart en de ziel is immers omvangrijk.
#82
مَيْدَانِ اُو اٖينْ زَمَانِ حَالْ، وَ يَكْ اٰنِ سَيَّالَسْتْ
De reikwijdte van die vrije wil is beperkt tot dit huidige tijdstip en tot een voorbijvliegend moment.
بَا اٖينْ هَمَه فَقْرْهَا وَ ضَعْفْهَا، قَلَمِ قُدْرَتِ تُو اٰشِكَارَه نُوِشْتَه اَسْتْ،
دَرْ فِطْرَتِ مَا: مَيْلِ اَبَدْ وَ اَمَلِ سَرْمَدْ
Voorwaar, ondanks dat ik totaal terneergeslagen ben door al mijn benodigdheden, mijn zwaktes, mijn behoeftigheid en mijn onmacht, evenals mijn angsten en vrezen die vanuit zes richtingen verhevigd worden, zijn er met de Machtspen op de bladzijde van mijn aard op een klaarblijkelijke wijze wensen geschreven die zich tot aan de eeuwigheid uitstrekken, evenals verlangens die zich tot aan de oneindigheid uitbreiden; ze zijn in mijn wezen gevestigd.
بَلْكِه هَرْ چِه هَسْتْ، هَسْتْ
Voorbeelden van alles wat zich op aarde bevindt, zijn aanwezig in mijn aard. Ik heb een band met ze allemaal; ik coördineer en ik werk voor ze.
دَائِرَۀِ اِحْتِيَاجْ مَانَنْدِ دَائِرَۀِ مَدِّ نَظَرْ بُزُرْگٖى دَارَسْتْ
De kring van behoeften is zo wijd als de reikwijdte van het oog.
خَيَالْ كُدَامْ رَسَدْ، اِحْتِيَاجْ نٖيزْ رَسَدْ
دَرْ دَسْتْ ۞ هَرْچِه نٖيسْتْ دَرْ اِحْتِيَاجْ هَسْتْ
De kring van behoeften reikt zelfs zo ver als de fantasie; ook daar schuilen behoeften. De mens heeft behoefte aan alles wat hij niet bij de hand heeft. Hij heeft behoefte aan datgene waar zijn hand niet bij kan, terwijl de behoeften buiten zijn handbereik ontelbaar zijn.
دَائِرَۀِ اِقْتِدَارْ هَمْچُو دَائِرَۀِ دَسْتِ كُوتَاهْ كُوتَاهَسْتْ
De kring van mijn kunnen is echter zo krap en beperkt als de reikwijdte van mijn hand.
پَسْ فَقْرُ و حَاجَاتِ مَا بَقَدْرِ جِهَانَسْتْ
Aldus heb ik een wereld van behoeften en benodigdheden.
وَ سَرْمَايَۀِ مَاهَمْچُو: جُزْءِ «لَا يَتَجَزّٰا» اَسْتْ
#83
Mijn vermogen bestaat echter slechts uit een minieme wil.
اٖينْ جُزْءِ كُدَامْ، وَ اٖينْ كَائِنَاتِ حَاجَاتِ كُدَامَسْتْ
Voorwaar, hoe kunnen deze wereldgrote behoeften, die pas na miljarden onkosten tot stand kunnen komen, met deze goedkope beperkte wil verworven worden? Hiermee kunnen ze niet aangeschaft worden; hiermee kunnen ze niet verworven worden. Aldus dient er naar een andere oplossing gezocht te worden.
پَسْ دَرْ رَاهِ تُو، اَزْ اٖينْ جُزْءِ نٖيزْ بَازْ مٖى گُذَشْتَنْ، چَارَۀِ مَنْ اَسْتْ
Die oplossing bestaat uit het volgende: afzien van je vrije wil, je taken overlaten aan De Goddelijke Wil, afstand nemen van je eigen vermogen en kracht, beroep doen op Het Vermogen en De Kracht van de Hoogste Gerechtigde en je vastklampen aan de waarheid achter Godgelatenheid. O Heer, aangezien dit het middel tot bevrijding is, zie ik op Uw weg af van mijn beperkte wil en neem ik afstand van mijn eigenheid.
تَا عِنَايَتِ تُو دَسْتْگٖيرِ مَنْ شَوَدْ، رَحْمَتِ بٖى نِهَايَتِ تُو پَنَاهِ مَنْ اَسْتْ
Opdat Uw Bijstand uit erbarmen voor mijn onmacht en zwakte mijn hand vastpakt, en opdat Uw Genade uit mededogen voor mijn behoeftigheid en armoedigheid mijn toevlucht kan zijn en Haar Poort voor mij opent.
اٰنْ كَسْ كِه بَحْرِ بٖى نِهَايَتِ رَحْمَتْ يَافْتْ اَسْتْ،
تَكْيَه نَه كُنَدْ بَرْ اٖينْ جُزْءِ اِخْتِيَارٖى كِه يَكْ قَطْرَه سَرَابَسْتْ
Waarlijk, wie de eindeloze oceaan van Genade ontmoet, zal uiteraard nimmer de illusionaire druppel van zijn beperkte wil vertrouwen en Die Genade verlaten om die wil te raadplegen.
اَيْوَاهْ! اٖينْ زِنْدِگَانٖى هَمْ چُو خَابَسْتْ
وٖينْ عُمْرِ بٖى بُنْيَادْ هَمْ چُو بَادَسْتْ
Wee ons, wij zijn misleid! Wij dachten dat dit aardse leven stabiel was. Door die gedachte hebben wij het volledig verkwist. Waarlijk, deze levensloop is een slaap; hij is als een droom verlopen. Ook de rest van dit instabiele leven zal als een bries voorbijvliegen en verdwijnen.
اِنْسَانْ بَزَوَالْ دُنْيَا بَفَنَا اَسْتْ، اٰمَالْ بٖى بَقَا اٰلَامْ بَبَقَا اَسْتْ
#84
De hoogmoedige mens die op zichzelf vertrouwt en zich onsterfelijk waant, is tot teloorgang gedoemd; hij raast richting zijn ondergang. Het mensenverblijf genaamd aarde zal in de nietige duisternis eindigen. Ambities houden niet aan, kwellingen blijven in de ziel voortbestaan.
بِيا اَىْ نَفْسِ نَ فَرْجَامْ! وُجُودِ فَانٖى خُودْرَا فَدَا كُنْ
خَالِقِ خُودْرَا كِه اٖينْ هَسْتٖى وَدٖيعَه هَسْتْ
Aangezien dit de waarheid is, ontwaak! O mijn ego dat enorme passie koestert voor dit leven, enorme zorgen koestert voor zijn voortbestaan, enorm verliefd is op de wereld, terwijl hij blootstaat aan talloze verlangens en kwellingen, word wakker! Omdat een vuurvlieg op zijn eigen licht vertrouwt, blijft hij in de grenzeloze duisternis van de nacht ronddwalen. Omdat een honingbij niet op zichzelf vertrouwt, ontmoet hij de zon gedurende de dag; hij komt al zijn bloemige vrienden in het bloemenrijk tegen wanneer ze verguld zijn met zonnestralen. Ook jij zult zoals een vuurvlieg worden als jij je op jezelf, je bestaan en je eigenheid berust. Als jij je vergankelijke bestaan opoffert aan de weg van De Schepper Die jou dat bestaan heeft gegeven, dan zal je zoals de honingbij worden en een eindeloos bestaanslicht ontmoeten. Offer het dus op, want dit bestaan is jou geleend en toevertrouwd.
وَ مُلْكِ اُو وَ اُو دَادَه فَنَا كُنْ تَا بَقَا يَابَدْ،
اَزْ اٰنْ سِرّٖى كِه: «نَفْىِ نَفْىْ» اِثْبَاتْ اَسْتْ
En het is Zijn eigendom; Hij heeft het gegeven. Offer het dus op zonder je aan te stellen en te aarzelen; offer het op, opdat het vereeuwigd wordt. Immers, een ontkenning van een ontkenning is een erkenning. Oftewel, wanneer iets niet afwezig is, dan is het er. Als non-existentie non-existent wordt, dan krijgt ze een bestaan.
خُدَاىِ پُرْ كَرَمْ خُودْ مُلْكِ خُودْرَا مٖى خَرَدْ اَزْ تُو
بَهَاىِ بٖى گِرَانْ دَادَه بَرَاىِ تُو نِگَاهْ دَارَسْتْ
De Genereuze Schepper koopt Zijn Eigen bezit van jou en geeft jou als prijs het paradijs. Bovendien behoedt Hij dat bezit zorgvuldig en verhoogt Hij zijn waarde. Hij zal het jou in een eeuwige en voortreffelijke vorm teruggeven. O mijn ego, aarzel dus niet en drijf deze handel die in vijf opzichten winst boven winst oplevert, opdat je van vijf nadelen wordt gered en vijf verdiensten verwerft!
#85
فَلَمَّا اَفَلَ قَالَ لَا اُحِبُّ الْاٰفِلٖينَ 2
لَقَدْ اَبْكَانٖى نَعْىُ { لَا اُحِبُّ الْاٰفِلٖينَ } مِنْ خَلٖيلِ اللّٰهِ
De uitspraak van Ibrahîm عليه السلام over de dood, luidende: لَٓا اُحِبُّ الْاٰفِلٖينَ, waarin de teloorgang en de ondergang van het universum wordt aangekondigd, heeft mij laten huilen.
فَصَبَّتْ عَيْنُ قَلْبٖى قَطَرَاتٍ بَاكِيَاتٍ مِنْ شُؤُنِ اللّٰهِ
Het oog van het hart huilde en liet tranen waaruit tranen welden. Terwijl het oog van het hart huilde, was elke druppel die hij liet zo bedroevend, dat die ook tranen teweegbracht en zelf nagenoeg ook huilde. Die druppels zijn de aankomende Perzische passages.
لِتَفْسٖيرِ كَلَامٍ مِنْ حَكٖيمٍ اَىْ نَبِىٍّ فٖى كَلَامِ اللّٰهِ
Voorwaar, die druppels vertolken een profetische uitspraak die via een Goddelijke Wijsheid bij Het Woord van ALLAH is inbegrepen.
نَمٖى زٖيبَاسْتْ «اُفُولْدَه» گُمْ شُدَنْ مَحْبُوبْ
Een geliefde die tijdens haar ondergang verdwijnt, kan niet mooi worden genoemd. Want een geliefde die tot teloorgang is gedoemd, kan in essentie niet mooi zijn. Zoiets kan niet en behoort niet geliefd te worden met een hart dat als spiegel van de Onafhankelijke voor een eeuwige geliefde is geschapen.
نَمٖى اَرْزَدْ «غُرُوبْدَه» غَيْبْ شُدَنْ مَطْلُوبْ
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “Toen zij (de ster) ten onder ging, zei hij: ‘Ik hou niet van hetgeen ten onder gaat’” - De Heilige Qur’an, 6:76
#86
Een streven dat tijdens zijn ondergang tot verdwijning is gedoemd, is de belangstelling van het hart en de interesse van het verstand onwaardig; zoiets kan geen bron van verlangens zijn. Het is het niet waard om met smart en verdriet te treuren om zijn vertrek. Vooral het hart mag zich niet daaraan binden en vastklampen.
نَمٖى خٰواهَمْ «فَنَادَه» مَحْوْ شُدَنْ مَقْصُودْ
Een streven dat vernietigd wordt wanneer het vergaat, is een streven dat onwenselijk is voor mij. Ik ben vergankelijk. Ik verlang niet naar het vergankelijke! Wat kan ik doen?
نَمٖى خٰوانَمْ «زَوالْدَه» دَفْنْ شُدَنْ مَعْبُودْ
Een aanbedene die in vergankelijkheid wordt begraven... die zal ik niet aanroepen, die zal ik niet tot mijn toeverlaat maken. Want ik ben uitermate behoeftig en machteloos. Hij die machteloos is, kan mijn gigantische zorgen niet verdrijven, noch zalf over mijn eeuwige wonden strijken. Hoe kan iemand een aanbedene zijn, wanneer hij zichzelf niet van teloorgang kan bevrijden?
عَقْلْ فَرْيَادْ مٖى دَارَدْ، نِدَاءِ ﴿ لا اُحِبُّ الْاٰفِلٖينَ ﴾ مٖى زَنَدْ رُوحَمْ
Waarlijk, het verstand dat zich door het zichtbare laat meeslepen, zal huiveren wanneer hij de teloorgang ziet van alles wat hij in dit hectische universum liefheeft. En de ziel die op zoek is naar een eeuwige geliefde, verkondigt de kreet:
لا اُحِبُّ الْاٰفِلٖينَ1
.
نَمٖى خٰواهَمْ، نَمٖى خٰوانَمْ، نَمٖى تَابَمْ فِرَاقٖى!
Ik weiger, ik wil het niet, scheiding kan ik niet verdragen!
نَمٖى اَرْزَدْ « مَرَاقَه » اٖينْ زَوَالْ دَرْ پَسْ تَلَاقٖى
Samenkomsten die door teloorgang meteen verzuren, verdienen geen verdriet en aandacht; ze zijn helemaal geen interesse waard. Want zoals de teloorgang van genot kwellend is, is de gedachte aan de teloorgang van genot evenzeer kwellend. Alle literatuur van valse geliefden, oftewel hun poëtische liefdesbetuigingen, zijn kreten van verdriet die ze door deze gedachte aan teloorgang slaken. Als je de ziel van al hun poëzie zou persen, dan zouden daar druppels van treurige kreten uit druipen.
1“Ik hou niet van hetgeen tenondergaat” - De Heilige Qur’an, 6:76
#87
اَزْ اٰنْ دَرْدٖى گِرٖينِ ﴿ لا اُحِبُّ الْاٰفِلٖينَ ﴾ مٖى زَنَدْ قَلْبَمْ
Voorwaar, die vergankelijke samenkomsten en die ellendige valse liefdes wekten zoveel zorgen en onheil in mij op, dat mijn hart in het voetspoor van Ibrahîm:
لا اُحِبُّ الْاٰفِلٖينَ1 uitte en uitschreeuwde.
دَرْ اٖينْ فَانٖى بَقَاخَازٖى بَقَاخٖيزَدْ فَنَادَنْ
Als je in deze vergankelijke wereld eeuwigheid wenst, weet dan dat eeuwigheid aan ondergang ontspruit. Laat je kwaadgezinde ego ondergang ondergaan, opdat je eeuwigheid ondervindt.
فَنَا شُدْ، هَمْ فَدَا كُنْ، هَمْ عَدَمْ بٖينْ، كِه اَزْ دُنْيا «بَقَايَه» رَاهْ فَنَادَنْ
Verlos jezelf van kwade zeden die de kern van aardsgezindheid vormen en verga; offer je bezittingen en je eigendom op aan de weg van de Ware Geliefde. Doorzie de eindbestemming van wezens die nietigheid uitdrukken, want de weg die van deze wereld naar eeuwigheid leidt, loopt langs vergankelijkheid.
فِكِرْ فٖيزَارْ مٖى دَارَدْ، اَنٖينِ ﴿ لا اُحِبُّ الْاٰفِلٖينَ ﴾ مٖى زَنَدْ وِجْدَانْ
De menselijke denkwijze die de oorzaken induikt, raakt verbijsterd door deze dramatische teloorgang op aarde, waardoor ze terneergeslagen treurt. Het geweten dat naar een waar bestaan verlangt, dient in het voetspoor van Ibrahîm: لا اُحِبُّ الْاٰفِلٖينَ1 te reciteren, en de band met valse geliefden en vergankelijke wezens te verbreken, om een band met De Ware Existentie en De Onvergankelijke Geliefde op te bouwen.
بِدَانْ اَىْ نَفْسِ نَدَانَمْ ! كِه: دَرْ هَرْ فَرْدْ اَزْ فَانٖى
دُو رَاهْ هَسْتْ بَا بَاقٖى، دُو سِرِّ جَانِ جَانَانٖى
O mijn onwetende ego! Ondanks dat de aarde en de wezens vergankelijk zijn, dien je te weten dat je bij elk vergankelijk wezen twee wegen kunt vinden die naar eeuwigheid leiden. Daarnaast kun je twee flitsen en twee geheimen waarnemen die aan de Adembenemende Manifestaties van de Onvergankelijke Geliefde ontspruiten; mits jij tijdelijke materie en je eigenheid kunt ontstijgen.
كِه دَرْ نِعْمَتْهَا اِنْعَامْ هَسْتْ وَپَسْ اٰثَارْهَا
اَسْمَا بِگٖيرْ مَغْزٖى، وَمٖيزَنْ دَرْ فَنَا اٰنْ قِشْرِ بٖى مَعْنَا
1 “Ik hou niet van hetgeen tenondergaat” - De Heilige Qur’an, 6:76
#88
Waarlijk, een gunst geeft een begunstiging weer en doet een Barmhartige Aandacht waarnemen. Als je vanuit de gunst de begunstiging kunt bereiken, dan zal je De Begunstiger vinden. Bovendien is een kunstwerk van De Onafhankelijke als een brief die kennis over de Namen van De Ontzaglijke Kunstenaar verschaft. Als je vanuit de schrijfkunst de achterliggende betekenis kunt bereiken, dan zal je langs de weg van Namen De Naamdrager vinden. Aangezien je in staat bent om de essentie en de kern van deze vergankelijke kunstwerken te vinden, probeer die dan te bemachtigen; de betekenisloze schelp en schil kun je zonder mededogen in de stroming der vergankelijkheid achterlaten.
بَلٖى اٰثَارْهَا گُويَنْدْ: زِاَسْمَا لَفْظِ پُرْ مَعْنَا بِخَانْ مَعْنَا، وَمٖيزَنْ دَرْ هَوَا اٰنْ لَفْظِ بٖى سَوْدَا
Waarlijk, er is niet één kunstwerk onder de kunstwerken, of het is een betekenisvolle belichaming van een woord waarvan je verscheidene Namen van de Ontzaglijke Kunstenaar kunt aflezen. Aangezien kunstwerken uitingen en woorden van Macht zijn, dien je de betekenissen van ze af te lezen, ze ter harte te nemen en de overige betekenisloze uitspraken zonder aarzeling in de orkaan van teloorgang te lozen. Laat jouw betrokkenheid er niet toe leiden dat jij je druk om ze blijft maken.
عَقْلْ فَرْيَدْ مٖى دَارَدْ، غِيَاثِ ﴿ لا اُحِبُّ الْاٰفِلٖينَ ﴾ مٖيزَنْ اَىْ نَفْسَمْ
Voorwaar, het aardse verstand dat een zwak heeft voor het zichtbare en gevoed is door materiële wetenschappen, zal uit verbijstering en frustraties wanhopig huiveren omdat al zijn opgedane meningen in nietigheid zullen verdwijnen. Het zoekt een weg die naar de waarheid leidt. Aangezien de ziel haar handen van al het ondergaande en voorbijgaande heeft teruggetrokken, heeft ook het hart afstand van valse geliefden genomen. Tevens heeft ook het geweten zijn gezicht van vergankelijke wezens afgewend. O mijn arme ego, bevrijd jezelf ook met behulp van de Ibrahimitische uitspraak: لا اُحِبُّ الْاٰفِلٖينَ
چِه خُوشْ گُويَدْ اُو شَيْدَا «جَامٖى» عَشْقِ خُوىْ
Kijk naar Mewlana Djamî, wiens aard wegens zijn liefde voor ALLAH vrijwel uit liefde is gekneed, en zie hoe hij met zijn prachtige formulering de gezichten van verscheidenheid naar eenheid wendt:
يَكٖى خٰواهْ ، يَكٖى خٰوانْ ، يَكٖى جُوىْ ، يَكٖى بٖينْ ، يَكٖى دَانْ ، يَكٖى گُوىْ1
1Alleen deze regel behoort Mewlana toe.
#89
Oftewel,
1. Verlang alleen naar De Ene; anderen verdienen je verlangen niet.
2. Roep enkel De Ene aan; anderen komen je niet redden.
3. Streef alleen naar De Ene; anderen zijn je streven onwaardig.
4. Wend je blik op De Ene; anderen zijn niet elk moment zichtbaar, ze verschuilen zich achter de sluier van teloorgang.
5. Doe kennis op over De Ene, andere vormen van kennis die jouw Godskennis niet versterken zijn nutteloos.
6. Vertel over De Ene, woorden die Hem niet aanbelangen kunnen nutteloos worden geacht.
نَعَمْ صَدَقْتَ اَىْ جَامٖى ۞ هُوَ الْمَطْلُوبُ هُوَ الْمَحْبُوبُ هُوَ الْمَقْصُودُ هُوَ الْمَعْبُودُ
Waarlijk, Djamî, u hebt uiterst waarachtig gesproken! De Ware Geliefde, Het Ware Streven, Het Ware Doel, De Ware Aanbedene is niemand anders dan Hij.
كِه « لَا اِلٰهَ اِلَّا هُوَ » بَرَابَرْ مٖيزَنَدْ عَالَمْ
Want deze wereld zegt tezamen met al haar wezens via uiteenlopende talen en verscheidene melodieën in de ultieme gebedskring van Godsverering: لا اِلٰهَ اِلَّا هُو. Zodoende betuigt ze de Goddelijke Eenheid. Dit strijkt een zalf over de wond die de uitspraak: لا اُحِبُّ الْاٰفِلٖينَ heeft toegebracht, en in plaats van valse geliefden waarmee de band vroeg of laat verbroken wordt, toont het een Onvergankelijke Geliefde.
#90
Circa vijfentwintig jaar geleden, toen ik op de heuvel van Yûshâ aan de zeestraat van Istanbul had besloten om afstand van de wereld te nemen, waren er een aantal aanzienlijke vrienden van mij langsgekomen om mij terug naar de wereld te roepen met het verzoek om mijn oude positie weer te bekleden. Ik zei: “Geef mij tot morgen bedenktijd, opdat ik istikhara kan doen.” In de ochtend werden mijn hart de aankomende twee tableaus ingegeven. Ze lijken op gedichten, maar dat zijn ze niet. De herinnering aan die gezegende tijd heeft mij verhinderd om ze aan te passen; ze zijn opgeslagen zoals ze zijn ingegeven. Ze waren aan het eind van Het Drieëntwintigste Woord toegevoegd, maar zijn vanwege hun betrekking op dit thema hier geplaatst.
Het Eerste Tableau
[Een Tableau dat de realiteit van het aardsgezinde volk afbeeldt]
Roep mij niet naar de aarde…
Ik ben naar haar gekomen en heb vergankelijkheid gezien
Aanhoudende onachtzaamheid is een sluier geworden…
Ik heb het waarheidslicht bedekt gezien
Alle aanwezige wezens…
Heb ik als vergankelijke kwalen gezien
Wat existentie betreft, ik heb haar bekleed…
Ze was non-existent, ik heb zoveel onheil gezien
Wat het leven betreft, ik heb het geproefd…
Ik heb kwelling boven kwelling gezien
Het verstand is de foltering zelve geworden…
Voortbestaan heb ik als een vloek gezien
De levensloop is de loze lust zelve geworden…
Ontwikkeling heb ik als pure futiliteit gezien
Handelingen zijn de huichelarij zelve geworden…
Ambities heb ik als pure leed gezien
Samenkomsten zijn de definitie van teloorgang geworden…
Genezing heb ik als pure gif gezien
Lichten zijn duisternissen geworden…
Vrienden heb ik als wezen gezien
Stemmen zijn doodskreten geworden…
Levenden heb ik als overledenen gezien
Wetenschap is de kern van waan geworden…
Ik heb duizenden kwalen binnen wijsheden gezien
Genot is het leed zelve geworden…
Ik heb duizend nietigheden in existentie gezien
Wat liefde betreft, ik heb haar ontmoet…
Ik heb ondraaglijk leed in scheiding gezien
Roep mij niet naar de aarde…
Ik ben naar haar gekomen en heb vergankelijkheid gezien
Aanhoudende onachtzaamheid is
een sluier geworden…
Ik heb het waarheidslicht bedekt gezien
Alle aanwezige wezens…
Heb ik als vergankelijke kwalen gezien
Wat existentie betreft, ik heb haar bekleed…
Ze was non-existent,
ik heb zoveel onheil gezien
Wat het leven betreft, ik heb het geproefd…
Ik heb kwelling boven kwelling gezien
Het verstand is de foltering zelve geworden…
Voortbestaan heb ik als een vloek gezien
De levensloop is de loze
lust zelve geworden…
Ontwikkeling heb ik als pure futiliteit gezien
Handelingen zijn de
huichelarij zelve geworden…
Ambities heb ik als pure leed gezien
Samenkomsten zijn de definitie van teloorgang geworden…
Genezing heb ik als pure gif gezien
Lichten zijn duisternissen geworden…
Vrienden heb ik als wezen gezien
Stemmen zijn doodskreten geworden…
Levenden heb ik als overledenen gezien
Wetenschap is de kern van waan geworden…
Ik heb duizenden kwalen
binnen wijsheden gezien
Genot is het leed zelve geworden…
Ik heb duizend nietigheden
in existentie gezien
Wat liefde betreft, ik heb haar ontmoet…
Ik heb ondraaglijk leed in scheiding gezien
#91
Het Tweede Tableau
[Een tableau dat de wereld van de geleide mensen en de bezitters van Godsbesef afbeeldt]
De voortdurende onachtzaamheid is voorbij...
En ik zag het waarheidslicht schitteren
Existentie is een evidentie voor De Goddelijke Entiteit geworden...
Het leven is een spiegel van De Ware, doorzie het
Het verstand is een sleutel tot een schat geworden...
Vergankelijkheid is een poort tot de eeuwigheid, doorzie het
De Flits van ontwikkeling is gedoofd...
Maar een Zon van Schoonheid blijft doorschijnen, doorzie het
Teloorgang is de essentie van samenkomst geworden...
Leed is het genot zelve, doorzie het
Het leven is pure bedrijvigheid geworden...
Eeuwigheid is de essentie van het leven, doorzie het
Duisternissen zijn een enveloppe voor licht geworden...
Achter de dood schuilt in feite het leven, doorzie het
Alle creaturen zijn vriendelijk geworden...
Alle stemmen zijn Godsvereringen, doorzie het
Alle atomen in het bestaan...
Vereren en verheerlijken God, doorzie het
Behoeftigheid heb ik als een weelderige schat ontmoet...
In onmacht schuilt pure macht, doorzie het
Wanneer je ALLAH hebt gevonden...
Dan is alles van jou, doorzie het
Als jij het eigendom van de Eigenaar des Rijks wordt...
Dan is Zijn Rijk van jou, doorzie het
Als jij hoogmoedig bezitter van je eigenheid bent...
Dan is dat een ondoorgrondelijke vloek, doorzie het
Het is een grenzeloze kwelling, proef het...
Het is ondraaglijk, doorzie het
Als jij een ware geleide dienaar bent...
Dan is dat een grenzeloos genoegen, doorzie het
Daarin schuilt een ondenkbare zegen, proef het...
Een eindeloze gelukzaligheid, doorzie het.
De voortdurende onachtzaamheid
is voorbij...
En ik zag het waarheidslicht schitteren
Existentie is een evidentie
voor De Goddelijke Entiteit geworden...
Het leven is een spiegel van
De Ware, doorzie het
Het verstand is een sleutel
tot een schat geworden...
Vergankelijkheid is een poort
tot de eeuwigheid, doorzie het
De Flits van ontwikkeling
is gedoofd...
Maar een Zon van Schoonheid blijft
doorschijnen, doorzie het
Teloorgang is de essentie
van samenkomst geworden...
Leed is het genot zelve, doorzie het
Het leven is pure bedrijvigheid geworden...
Eeuwigheid is de essentie
van het leven, doorzie het
Duisternissen zijn een enveloppe
voor licht geworden...
Achter de dood schuilt in feite
het leven, doorzie het
Alle creaturen zijn vriendelijk geworden...
Alle stemmen zijn Godsvereringen,
doorzie het
Alle atomen in het bestaan...
Vereren en verheerlijken God,
doorzie het
Behoeftigheid heb ik als een
weelderige schat ontmoet...
In onmacht schuilt pure macht,
doorzie het
Wanneer je ALLAH hebt gevonden...
Dan is alles van jou, doorzie het
Als jij het eigendom van de
Eigenaar des Rijks wordt...
Dan is Zijn Rijk van jou, doorzie het
Als jij hoogmoedig bezitter
van je eigenheid bent...
Dan is dat een ondoorgrondelijke
vloek, doorzie het
Het is een grenzeloze kwelling,
proef het...
Het is ondraaglijk, doorzie het
Als jij een ware geleide
dienaar bent...
Dan is dat een grenzeloos
genoegen, doorzie het
Daarin schuilt een ondenkbare
zegen, proef het...
Een eindeloze gelukzaligheid,
doorzie het.
#92
Het Drieëntwintigste Woord
لَقَدْ خَلَقْنَا الْاِنْسَانَ فٖٓى اَحْسَنِ تَقْوٖيمٍ ۞ ثُمَّ رَدَدْنَاهُ اَسْفَلَ سَافِلٖينَ ۞ اِلَّا الَّذٖينَ اٰمَنُوا وَ عَمِلُوا الصَّالِحَاتِ2 ۞
Het Eerste Thema
Uit de duizenden bekoorlijkheden des geloofs zullen wij er aan de hand
van “Vijf Punten” vijf uiteenzetten
Het Eerste Punt
De mens stijgt dankzij het geloofslicht naar de allerhoogste hoogtes en bereikt een waarde die bij het paradijs past. En door de duisternissen des ongeloofs vervalt hij tot de allerlaagste laagtes en krijgt hij een gestalte die bij een helbewoner past. Immers, het geloof bindt de mens met zijn Ontzaglijke Kunstenaar; het geloof is een binding. Aldus krijgt de mens ten aanzien van de Goddelijke kunstwerken en de Schoonschriften van de Namen des Heren die zich bij de mens vertonen een waarde. Ongeloof verbreekt die band. Door die verbreking raken de kunstwerken des Heren verborgen. Zijn waarde wordt dan slechts door materie bepaald. Omdat materie echter vergankelijk en voorbijgaand is, en een tijdelijk dierlijk leven dient, is haar waarde vrijwel nietig.
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “Voorzeker, Wij hebben de mens volgens de allermooiste compositie geschapen. Vervolgens hebben Wij hem tot de allerlaagste laagtes laten dalen. Behalve degenen die geloven en vrome daden verrichten.” - De Heilige Qur’an, 95:4-5-6
#93
Dit geheim zullen wij aan de hand van een voorbeeld verhelderen. Bijvoorbeeld, de materiële waarde en de kunstwaarde van menselijke kunstwerken zijn uiteenlopend. Soms zijn ze gelijkwaardig, soms is de materie waardevoller en soms heeft een metalen object van vijf cent een kunstwaarde van vijf euro. Soms kan een antiek kunstwerk zelfs een miljoen waard zijn, terwijl de materie waaruit het is samengesteld geen stuiver waard is. Voorwaar, wanneer een dergelijk antiek kunstwerk naar een antiekveiling wordt gebracht, de relatie met zijn historische, buitengewoon bekwame en getalenteerde kunstenaar wordt aangetoond, dan zal dat kunstwerk met de bekendmaking van zijn kunstenaar en de achterliggende kunst voor een miljoen kunnen worden verkocht. De materie daarentegen kan bij een oudijzerhandelaar misschien voor vijf cent worden ingekocht.
Voorwaar, de mens is een dergelijk antiek kunstwerk van de Hoogste Gerechtigde en een uiterst delicaat en subtiel machtsmirakel. Want God heeft de mens aan alle manifestaties van Zijn Namen gekoppeld en bij al Zijn Schoonschriften betrokken; Hij heeft de mens als miniatuur van het universum geschapen.
Als het geloofslicht hem bereikt, dan zullen alle betekenisvolle schoonschriften op hem via dat licht kunnen worden afgelezen. Die gelovige is dan in staat om ze begrijpend te lezen en via die binding maakt hij ze ook leesbaar. Met andere woorden, de kunstvaardigheid des Heren vertoont zich bij de mens wanneer hij betekenissen uitdrukt als:
“Ik ben het kunstwerk van de Ontzaglijke Kunstenaar; ik ben Zijn schepsel. Zijn Genade en Generositeit hebben mij bereikt.”
Aldus maakt geloof via de binding met De Kunstenaar alle kunstwerken bij de mens zichtbaar. De waarde van de mens wordt dan door de Kunstvaardigheid des Heren bepaald zolang de mens als spiegel van De Onafhankelijke fungeert. In die toestand wordt deze waardeloze mens dankzij die binding een gesprekspartner van God en een gast des Heren die het paradijs waardig is.
Wanneer het ongeloof als het breekpunt van die binding de mens bereikt, dan vervallen al Die Betekenisvolle Schoonschriften Die aan De Goddelijke Namen ontspruiten in duisternis, waardoor Ze onleesbaar worden. Immers, wanneer De Kunstenaar wordt vergeten, dan worden de geestelijke aspecten die betrekking op Hem hebben onbegrijpelijk, waardoor ze zo goed als verloren gaan. Het merendeel van die betekenisvolle verheven kunstwerken en verheven geestelijke schoonschriften zal verborgen raken.
#94
De overige aspecten en zichtbare elementen zullen aan simpele oorzaken, aan de natuur en aan toeval worden toegedicht en volledig worden ontwaard. Ondanks dat ze allemaal stuk voor stuk een schitterende diamant zijn, verworden ze tot een dof stuk glas. De waarde van ze zal dan alleen betrekking op dierlijke materie hebben. Het doel en de vrucht van materie hebben slechts betrekking op een beperkt leven, terwijl de mens gedurende een kortstondig leven – zoals wij eerder hadden aangegeven – de onmachtigste, behoeftigste en ellendigste onder de diersoorten is. Vroeg of laat zal hij ontbinden en verdwijnen. Voorwaar, zodoende zal ongeloof de essentie van het mens-zijn verwoesten en diamant in kool omzetten.
Het Tweede Punt
Het geloof is een licht; het verlicht de mens en maakt alle op hem geschreven brieven van de Onafhankelijke leesbaar. Evenzo verlicht het geloof het universum. Het bevrijdt het verleden en de toekomst van duisternissen. Dit geheim zullen wij toelichten middels een voorbeeld uit een belevenis waarbij ik een geheim van de volgende Edele Aya had waargenomen:
اَللّٰهُ وَلِىُّ الَّذٖينَ اٰمَنُوا يُخْرِجُهُمْ مِنَ الظُّلُمَاتِ اِلَى النُّورِ1
In een visioen had ik twee hoge bergen gezien die tegenover elkaar stonden. Tussen die bergen was er een verbijsterende brug gelegd. Onder de brug was er een hele diepe kloof. Ik bevond mij op die brug. De hele wereld was omgeven door een diepe en ondoordringbare duisternis.
Ik keek aan mijn rechterzijde en zag een oneindige duisternis waarin een gigantische grafakker schemerde, oftewel, dit beeldde ik mij in. Ik keek aan mijn linkerzijde en het leek alsof mij allerlei dreigende stormen, rampen en onheil binnen huiveringwekkende golven van duisternissen te wachten stonden. Ik keek onder de brug en veronderstelde dat ik een bodemloze afgrond zag. Tegenover deze vreselijke duisternissen had ik slechts een zwakke zaklantaarn die ik kon toepassen. Ik zette haar aan en keek met haar gebrekkige licht, waarop er een gruwelijk scenario voor mij verscheen.
1 “ALLAH is de vriend van zij die geloven; Hij leidt ze van de duisternissen naar het licht.” - De Heilige Qur’an, 2:257
#95
Aan het einde van de brug en eromheen waren er zulke angstaanjagende draken, leeuwen en monsters te zien, dat ik het volgende uitriep: “Had ik deze zaklantaarn maar niet, dan hoefde ik tenminste deze nachtmerrie niet te zien!” Waar ik die lantaarn ook naartoe wendde, alle richtingen lieten mij huiveren. Ik zei: “Deze lantaarn brengt mij onheil.”
Uiteindelijk raakte ik van streek en sloeg ik de zaklantaarn op de grond kapot. Op het moment dat ze brak, leek het alsof ik de knop van een geweldige elektrische lamp had ingedrukt die de hele wereld had verlicht; plotseling waren alle duisternissen verdwenen. Alles werd met het licht van die lamp verguld en de waarheid achter alles werd zichtbaar. Ik zag dat die brug in feite een laan was die door het veld van een zeer verzorgd landschap liep. En ik ontdekte dat de gigantische grafakker die ik aan mijn rechterzijde had gezien, in feite prachtige groene tuinen waren waar bijeenkomsten voor Godsdienstoefeningen, dienstverrichtingen, beraad en Godsvereringen onder voorzitterschap van verlichte mensen werden gehouden. En aan mijn linkerzijde waar ik vreselijke verderfelijke ravijnen en gebergtes meende te zien, zag ik versierde, bekoorlijke en innemende heuvels waarachter een glorieus feestoord, een schitterend excursie-oord en een verheven lustoord schuilden. En ik zag dat de wezens die voor mij als gruwelijke monsters en draken overkwamen, tamme kamelen, stieren, schapen, geiten en dergelijke vriendelijke dieren bleken te zijn. Hierop zei ik: اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ عَلٰى نُورِ الْاٖيمَانِ1 en reciteerde ik de Edele Aya: 2اَللّٰهُ وَلِىُّ الَّذٖينَ اٰمَنُوا يُخْرِجُهُمْ مِنَ الظُّلُمَاتِ اِلَى النُّورِ Vervolgens ontwaakte ik uit dit visioen.
Voorwaar, die twee bergen symboliseren de begin- en eindfase van het leven, oftewel de aardse wereld en de tussenwereld. Die brug symboliseert de levensweg. De rechterzijde is het verleden, de linkerzijde is de toekomst. Die zaklantaarn vertegenwoordigt het zelfingenomen ego der mensheid dat zich op zijn eigen kennis berust en geen gehoor aan de Hemelse Openbaringen geeft. De wezens die als monsters werden gewaand, zijn de wereldse gebeurtenissen en de opzienbarende schepselen.
1 De lof zij ALLAH voor het geloofslicht.
2 “ALLAH is de vriend van zij die geloven; Hij leidt ze van de duisternissen naar het licht.” - De Heilige Qur’an, 2:257
#96
Voorwaar, hij die zich op zijn ego berust, in de duisternissen der dwaling is beland en door de donkerte van dwaling is geobsedeerd, lijkt op mijn eerste staat uit mijn visioen. Met zijn gebrekkige kennis vol dwaling die als een zaklantaarn geldt, ziet hij het verleden als een gigantische grafakker binnen de duisternissen van non-existentie. De toekomst ziet hij als een uiterst stormachtige woestenij die aan toeval is gebonden. En alle gebeurtenissen en wezens die allemaal gehoorzame functionarissen van De Alwijze Genadige zijn, beschouwt hij als monsters, waardoor hij zichzelf slachtoffer maakt van het oordeel:
وَالَّذٖينَ كَفَرُٓوا اَوْلِيَٓاؤُهُمُ الطَّاغُوتُ يُخْرِجُونَهُمْ مِنَ النُّورِ اِلَى الظُّلُمَاتِ1
Als de Goddelijke Leiding te hulp schiet, geloof het hart intreedt, de faraonische gezindheid van het ego afbreekt en Het Boek van ALLAH wordt aangehoord, dan zal de mens op mijn tweede staat uit mijn visioen lijken. Op dat moment zal het universum opeens de kleur van de dageraad krijgen en met Het Goddelijke Licht worden verguld. De wereld vertolkt dan de Aya: 2اَللّٰهُ نُورُ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ. Bijgevolg zal het verleden voor de mens niet als een gigantische grafakker ogen. Met het oog van het hart zal hij zien dat zuivere zielen groepsgewijs elke eeuw onder het voorzitterschap van een Godsgezant of een heilige hun dienaarschap betrachten, hun levenstaak volbrengen, waarna ze: 3اَللّٰهُ اَكْبَرُ zeggen, naar hun verheven rangen vliegen en de geschiedenis intreden. Wanneer hij aan zijn linkerzijde kijkt, dan zal hij vanuit de verte via het geloofslicht achter de bergen van zekere revoluties in de tussenwereld en in het hiernamaals paradijselijke tuinen opmerken, waar een feestmaal van De Barmhartige in de paleizen van welzaligheid wordt gegeven. En verschijnselen als stormen, aardbevingen en orkanen ziet hij als onderhevige functionarissen. Hij ziet dat gebeurtenissen zoals stormen en neerslag gedurende de lente vanbuiten woest ogen, maar impliciet vele subtiele wijsheden herbergen. Bovendien ziet hij de dood als zijn intrede in het eeuwige leven en het graf als de poort tot eeuwige gelukzaligheid. De overige aspecten kun jij invullen. Weeg de waarheid volgens het voorbeeld af.
1 En de vrienden van de ongelovigen zijn de afgoden; zij leiden hen van het licht naar de duisternissen - De Heilige Qur’an, 2:257
2 ALLAH is Het Licht van de hemelen en de aarde - De Heilige Qur’an, 24:35
3 ALLAH is het grootst.
#97
Het Derde Punt
Het geloof impliceert zowel licht als kracht. Waarlijk, hij die het ware geloof verwerft, kan het heelal uitdagen en zich evenredig aan zijn geloofsovertuiging bevrijden van de druk die belevenissen met zich meebrengen. Hij zal: 1تَوَكَّلْتُ عَلَى اللّٰهِ zeggen en in volstrekte zekerheid op het schip des levens over de geweldige golven van gebeurtenissen varen. Al zijn lasten zal hij aan de Machtshand van de Absolute Almacht toevertrouwen. Hij zal de aarde vredig verlaten en in de tussenwereld rusten. Vervolgens kan hij naar het paradijs vliegen om eeuwige gelukzaligheid te ontmoeten. Anders, als hij niet gelaten is, dan zullen de aardse lasten hem niet laten vliegen, maar naar de laagste laagtes sleuren. Dit komt dus op het volgende neer: geloof vereist Tauhied, Tauhied vereist overgave, overgave vereist gelatenheid en gelatenheid baart gelukzaligheid in beide oorden.
Begrijp dit echter niet verkeerd. Gelaten zijn houdt niet in dat je oorzaken volledig de rug moet toekeren. Gelatenheid impliceert veeleer dat je oorzaken als een sluier voor Gods Machtshand erkent en daar naar handelt. Beroep doen op oorzaken behoor je als een fysieke bede te achten, waarbij je de gevolgen alleen van de Hoogste Gerechtigde wenst, inziet dat resultaten van Hem afkomen en zodoende afhankelijkheid jegens Hem betuigt.
De toestand van een gelaten persoon en een ongelaten persoon kun je aan de hand van het volgende verhaal afwegen:
Eens waren er twee personen die hun rug en hun hoofd met zware lading hadden belast. Ze hadden tickets gehaald voor een scheepsreis op een groot schip. De ene persoon stapte op het schip, zette meteen zijn lading neer, ging erop zitten en genoot van het uitzicht. De andere persoon stapte ook op het schip, maar zette zijn lading niet neer omdat hij dwaas en arrogant was. Daarop werd hij als volgt aangesproken:
“Leg je lading neer en kom tot rust.”
Hij zei:
“Nee, ik leg mijn lading niet neer; straks raak ik haar kwijt. Ik ben sterk genoeg om mijn bezit op mijn rug en op mijn hoofd te dragen.”
1 “Ik heb mijn vertrouwen in ALLAH gesteld.”
#98
Vervolgens werd hem het volgende gezegd:
“Dit veilige schip van de sultan is veel sterker dan jij; het kan jouw bezit veel beter bewaren. Straks word jij duizelig en val je met jouw lading overboord. Naarmate de tijd verstrijkt, zal jouw kracht afnemen. Je kromme rug en je verstandeloze hoofd zullen de aldoor toenemende lasten op den duur niet meer kunnen dragen. En als de kapitein jou in deze toestand ziet, zal hij jou krankzinnig noemen en je overboord gooien, of het volgende opdragen: ‘Hij is verraderlijk! Hij trekt ons schip in twijfel en drijft de spot met ons. Neem hem gevangen!’ Bovendien zal iedereen jou als een zielenpoot zien. Immers, met je grootdoenerij waar je zwakte van afdruipt, je arrogantie waar je onmacht van afstraalt en je gemaaktheid waarmee je blijk van huichelarij en laaghartigheid geeft, heb jij jezelf in de ogen van opmerkzame mensen tegenover het volk voor schut gezet; iedereen lacht je uit.”
Nadat die arme man deze woorden had aangehoord, kwam hij tot inkeer. Hij legde zijn lading neer, ging erop zitten en zei:
“Godzijdank. Moge ALLAH tevreden over jou zijn. Jij hebt mij van moeite, van gevangenschap en van vernedering gered.”
Voorwaar, o ongelaten mens! Kom ook zoals deze persoon tot inkeer en wees gelaten, opdat je van bedelarij tegenover het hele bestaan, van angst tegenover elke beleving, van hoogmoed, van vernedering, van wanhoop in het hiernamaals en van gevangenschap onder de aardse lasten wordt bevrijd.
Het Vierde Punt
Het geloof maakt een mens daadwerkelijk een mens; het kan zelfs een sultan van hem maken. Aldus bestaat de oorspronkelijke taak van de mens uit geloof en uit beden. Ongeloof maakt van de mens een machteloos en beestachtig dier. Uit de duizenden bewijzen voor dit standpunt vormt alleen het verschil in de wijze waarop een dier en een mens op aarde komen een helder bewijs en een onbetwistbare evidentie voor dit standpunt.
Waarlijk, het verschil in de wijze waarop de mens en een dier op aarde komen, laat zien dat menselijkheid door het geloof wordt bepaald. Want wanneer een dier op aarde komt, dan lijkt het alsof hij in een andere wereld is opgeleid omdat hij zijn volle potentie bereikt zodra hij komt (of in feite wordt gezonden). In twee uur, twee dagen of twee maanden tijd is hij op de hoogte van al zijn levensvoorwaarden, zijn band met het universum en zijn overlevingsstrategieën; hij wordt een specialist in zijn vakgebied.
#99
De overlevingstactieken en de kundigheid die een mens in twintig jaar opdoet, leert een dier zoals een mus of een bij in twintig dagen; het wordt ze in feite ingegeven. Aldus bestaat de oorspronkelijke taak van een dier niet uit onderwijs en ontwikkeling, noch uit ontplooiing via het opdoen van Godskennis, noch uit het betuigen van onmacht via het vragen om bijstand en het verrichten van smeekbeden. Zijn taak bestaat veeleer uit arbeid, werk en fysieke dienaarschap conform zijn potentie.
De mens daarentegen heeft de behoefte om alles te leren en is wat betreft de voorwaarden van het leven onwetend wanneer hij op aarde komt. Zelfs na twintig jaar kan hij de levensvoorwaarden niet volledig doorgronden. Tot aan het einde van zijn leven heeft hij de behoefte om te leren. Daarnaast wordt hij op een uiterst machteloze en zwakke wijze naar de aarde gezonden; pas na één à twee jaar kan hij op zijn benen staan. Pas na vijftien jaar kan hij goed van kwaad onderscheiden, en dankzij de samenwerking in de samenleving zijn voordelen opdoen en zich voor gevaren hoeden. Aldus bestaat de natuurlijke taak van de mens uit ontplooiing via onderwijs en uit dienaarschap via beden. Met andere woorden, hij dient zichzelf bewust het volgende af te vragen:
“Dankzij Wiens Genade word ik met zoveel wijsheid beheerd? Dankzij Wiens Generositeit word ik zo meedogend opgevoed? Dankzij Wiens Gunsten word ik zo zorgvuldig verzorgd en onderhouden?”
En ten opzichte van zijn benodigdheden waar zijn vermogen hem in geen duizendste kan voorzien, dient hij in de taal van onmacht en behoeftigheid de Voorziener in behoeften aan te roepen, te smeken en te aanbidden. Met andere woorden, met de vleugels van onmacht en behoeftigheid dient hij naar het allerhoogste niveau van dienaarschap te vliegen.
Aldus is de mens naar deze wereld gekomen om zich door middel van kennis en beden te ontwikkelen. Gezien zijn hoedanigheid en zijn potentie is alles aan kennis gebonden. En de kern, de bron, het licht en de ziel van alle ware kennis zijn gelegen in de kennis over ALLAH, en de kern daarvan is gevestigd in het geloof in ALLAH.
#100
En omdat de mens naast zijn grenzeloze onmacht met grenzeloze tegenslagen te kampen krijgt en bloot aan de aanvallen van ontelbare vijanden staat, en omdat hij naast zijn behoeftigheid ontelbare benodigdheden heeft en grenzeloze verlangens koestert, bestaat de oorspronkelijke ingeschapen taak van de mens – na het geloof – uit het verrichten van beden. En beden vormen de kern van dienaarschap.
Wanneer een kind iets wil waar hij niet bij kan, dan zal hij daar ofwel om huilen ofwel om vragen. Met andere woorden, in een ofwel fysieke ofwel verbale taal van machteloosheid zal hij een bede verrichten om zijn doel te bereiken. Evenzo geldt de mens als het aller tederste, fragielste en gevoeligste kind in de wereld der levenden. Voor Het Hof van de Genadige Barmhartige dient hij ofwel met zijn zwakte en onmacht te huilen, ofwel met zijn behoeftigheid en armoedigheid te bidden, opdat hij zijn doel kan bereiken of dank voor zijn bereikte doel kan betuigen.
Anders, als hij als een onnozel kind dat om een mug al begint te gillen een uitspraak doet als: “Op eigen kracht bedwing ik deze buitengewone zaken – die onbedwingbaar zijn en duizendmaal zijn kracht overschrijden – en met mijn kennis en mijn regelingen onderwerp ik ze” en als hij op basis van die gedachtegang Gods begunstiging verloochent, dan handelt hij in strijd met het wezen van het mens-zijn. Daarnaast maakt hij zichzelf waardig om een gruwelijke bestraffing te ondergaan.
Het Vijfde Punt
Zoals het geloof beden als een onmisbare bemiddeling vereist en de menselijke aard ze vurig behoeft, worden ze ook door de Hoogste Gerechtigde beduid in de Aya: قُلْ مَا يَعْبَؤُا بِكُمْ رَبّٖى لَوْلَا دُعَٓاؤُكُمْ. Oftewel, “Wat voor waarde hebben jullie zonder jullie beden?” Daarnaast draagt Hij beden op in de Aya: اُدْعُونٖٓى اَسْتَجِبْ لَكُمْ1
Stelling
Wij verrichten vaak beden, maar ze worden niet aanvaard. De Aya spreekt echter universeel en zegt dat elke bede wordt beantwoord.
1 “Roep Mij aan en Ik zal antwoord geven.” - De Heilige Qur’an, 40:60
#101
Het antwoord
Er is een verschil tussen antwoord geven en aanvaarden. Er wordt op elke bede antwoord gegeven. Echter, een bede aanvaarden en exact datgene geven wat gewenst wordt, zijn omstandigheden die gebonden zijn aan De Wijsheid van de Hoogste Gerechtigde.
Bijvoorbeeld, een ziek kind roept: “O dokter, kunt u kijken!”
De dokter antwoordt: “Hier ben ik, zeg het eens...”
Het kind zegt: “Mag ik dat medicijn?”
Daarop zal de dokter ofwel geven wat het kind wil, ofwel voor de bestwil van het kind iets beters geven, ofwel niets geven wanneer hij ziet dat een ingreep schadelijk voor de ziekte van het kind zal zijn.
Voorwaar, omdat de Hoogste Gerechtigde en De Absoluut Alwijze alomtegenwoordig en toeziend is, zal Hij antwoord op de bede van Zijn onderdaan geven. De beangstigende sfeer die door vervreemding en eenzaamheid kan ontstaan, zet Hij via Zijn Tegenwoordigheid en Zijn Beantwoording om in een vertrouwde sfeer. Echter, Hij zal wensen niet op aandrang van de egoïstische lusten en begeerten van de mens verhoren, maar naar aanleiding van de Wijsheid des Heren zal Hij ofwel datgene wat de mens wenst, ofwel iets beters, ofwel niets geven.
Bovendien impliceren beden een vorm van dienaarschap. De vruchten van dienaarschap worden in het hiernamaals afgeworpen. Aardse doelen geven de tijden van de gerelateerde beden en dienaarschappen aan. Die doelen zijn echter niet het uiteindelijke streven.
Bijvoorbeeld, het regengebed is een Godsdienstoefening. Droogte geeft de tijd voor die Godsdienstoefening aan. Aldus worden die dienst en bede niet verricht om regen teweeg te brengen. Als dat alleen het streven is, dan is die bede het niet waard om verhoord te worden aangezien die dienst dan niet zuiver is. De ondergang van de zon geeft de tijd voor het avondgebed aan, evenals zons- en maansverduisteringen aangeven dat de tijden voor de specifieke gebeden genaamd “Koesoef en Goesoef” zijn aangebroken. Omdat De Goddelijke Majesteit wordt aangekondigd wanneer de stralende Aya’s van de nacht en de dag worden versluierd, nodigt de Hoogste Gerechtigde zijn onderdanen op die tijdstippen uit om een specifieke Godsdienstoefening te verrichten.
#102
Aldus is dat gebed niet bedoeld om een einde te brengen aan de verduisteringen waarvan de duur volgens astronomische berekeningen reeds bekend is. Evenzo geeft droogte de tijd voor het regengebed aan. Ook wanneer onheil overheerst en rampspoed plaatsvindt, breekt de tijd voor bepaalde beden aan. Want op zulke momenten doorziet de mens zijn onmacht, waarna hij met beden en supplicaties toevlucht tot Het Hof van de Absolute Almacht neemt. Indien onheil na vele beden niet eindigt, dient men niet “Mijn beden worden niet verhoord” maar “Het gebedsuur is nog niet voorbij” te zeggen. Als de Hoogste Gerechtigde bij Zijn Gratie en Zijn Generositeit het onheil verdrijft, dan manifesteert er licht boven lichternis; op dat moment komt er een einde aan de bede en wordt Gods Vonnis geveld.
Beden vormen dus een geheim achter dienaarschap. En dienaarschap dient op een zuivere wijze enkel en alleen op ALLAH te worden afgestemd. De mens behoort slechts zijn onmacht te betuigen, met beden toevlucht tot God te nemen en zich niet met Zijn Heerschappij te bemoeien. Hij dient beslissingen aan Hem over te laten, Zijn Wijsheid te vertrouwen en Zijn Genade niet in twijfel te trekken.
Waarlijk, in de werkelijkheid die volgens de openbaringen van expliciete Aya's vaststaat, verrichten alle wezens een specifieke verheerlijking, een specifieke Godsdienstoefening en een specifieke onderwerping. Evenzo bestaat alles wat vanuit het universum naar Het Goddelijk Hof stijgt, uit een bede. Deze bede wordt:
Óf in de taal van potenties verricht – dit zijn onder andere de beden die alle planten en dieren verrichten; in de taal van hun potentie verlangen ze van De Ultieme Zegenaar naar een gedaante en wensen ze Zijn Namen uitgebreid te manifesteren.
Óf ze wordt in de taal van natuurlijke behoeften verricht – dit zijn de beden die alle levenden voor hun basisbehoeften buiten het bereik van hun vermogen verrichten; in die taal van natuurlijke behoeften vragen ze van de Ultieme Vrijgevige om onderhoud, opdat ze hun leven kunnen voortzetten.
Óf ze wordt in de taal van hoogdringendheid verricht – elke bezitter van een ziel die totaal ten einde raad is, verricht noodzakelijkerwijs hoogdringend een bede en doet beroep op een Verborgen Beschermer; hij wendt zich tot zijn Genadige Heer.
#103
Deze drie soorten beden worden zolang er geen strijdigheid is altijd verhoord.
De vierde soort is de bekendste en bestaat uit onze beden. Deze soort kent twee vormen. De ene vorm wordt actief en met de houding verricht, de andere vorm wordt verbaal en met het hart verricht.
Bijvoorbeeld, beroep doen op oorzaken is een actieve bede. De samenkomst van oorzaken is niet om gevolgen tot stand te brengen, maar om de gevolgen van de Hoogste Gerechtigde te wensen door in de taal van gebaren een Godgevallige houding aan te nemen. Wanneer iemand bijvoorbeeld een akker beploegt, dan klopt hij aan op de poort tot de Schat van Genade. Omdat deze actieve vorm van beden op de Naam en Titel van de Ultiem Vrijgevige is gericht, wordt hij in de meeste gevallen verhoord.
De tweede vorm bestaat uit beden die verbaal en met het hart worden verricht. Dit impliceert: vragen om de vervulling van wensen die buiten handbereik zijn. Het belangrijkste aspect, het mooiste doel en de zoetste vrucht hiervan is het volgende: degene die bidt, is ervan bewust dat er Iemand is Die de wensen in zijn hart verneemt, alles binnen handbereik heeft, al zijn wensen kan vervullen, genadig jegens zijn onmacht is en voorzienig ten opzichte van zijn behoeftigheid heerst.
Voorwaar, o machteloze mens en behoeftige sterveling! De sleutel tot de schat van Genade en het middel tot de bron van een onuitputtelijke kracht bestaande uit beden dien je niet uit je handen te laten glippen; klamp je eraan vast, stijg tot de allerhoogste hoogtes van het mens-zijn, fuseer als een sultan alle beden in het hele universum met jouw bede, reciteer als universele vertegenwoordiger: 1اِيَّاكَ نَسْتَعٖينُ en word een schitterende compositie van het universum.
1 “Alleen U vragen wij om hulp.” - De Heilige Qur’an, 1:5
#104
Het Tweede Thema
[Bestaande uit Vijf Punten aangaande de gelukzaligheid en
de ongelukkigheid van de mens]
De mens is volgens de allermooiste compositie geschapen. Hem is een uiterst omvattende potentie gegeven. Deswege is hij blootgesteld aan een beproeving waarbij hij kan stijgen en zinken tot niveaus, rangen, pieken en dalen die vanaf de aller laagste laagtes tot aan de allerhoogste hoogtes, vanaf de diepste bodem tot aan de oppertroon, vanaf een atoom tot aan de zon uiteenlopend zijn opgesteld. Hij is als een machtsmirakel, als het eindgevolg van de schepping en als een buitengewoon kunstwerk naar deze aarde gezonden waar twee wegen voor hem zijn geopend die hem naar een grenzeloze ofwel neergang ofwel elevatie leiden.
Voorwaar, het geheim achter deze verbijsterende progressie en regressie van de mens zullen wij aan de hand van vijf punten uiteenzetten.
Het Eerste Punt
De mens is behoeftig aan en betrokken bij de meeste bestaansvormen in het universum. Zijn benodigdheden zijn over de hele wereld uitgespreid; zijn wensen reiken tot aan de eeuwigheid. Zoals hij verlangt naar een bloem, verlangt hij evenzeer naar een geweldige lente. Zoals hij een zwak heeft voor een tuin, heeft hij evenzeer een zwak voor het eeuwige paradijs. Zoals hij de drang voelt om een vriend te ontmoeten, voelt hij evenzeer de drang om De Schone Ontzaglijke te ontmoeten. Zoals hij de behoefte heeft om tijdens een familiebezoek de deur te openen waarachter zijn familie hem opwacht, heeft hij evenzeer de behoefte om toevlucht te nemen tot Het Hof van de Absolute Almacht Die de gigantische deur van de aarde kan sluiten, de deur naar de opzienbarende wederopstanding in het hiernamaals kan openen, en de aarde met het hiernamaals kan vervangen, opdat hij zijn vrienden – waarvan negenennegentig procent naar de tussenwereld zijn geëmigreerd – kan bezoeken en van eeuwige scheiding gered kan worden.
#105
Voorwaar, De Ware Aanbedene van een mens in een dusdanige positie kan alleen Een Ontzaglijke Almachtige, Een Schone Genadige en Een Volmaakte Alwijze zijn Die de teugels van alles in Zijn Hand heeft, de schatten van alles bezit, overal Toeziend en overal Aanwezig is, en vrij is van plaatsgebondenheid, verwijderd is van onmacht, rein is van gebreken en verheven is boven tekortkomingen. Immers, Hij Die de mens in zijn grenzeloze behoeften voorziet, kan alleen Een Bezitter van een Eindeloze Macht en een Alomvattende Kennis zijn. Aldus is alleen Hij Degene Die het waard is om aanbeden te worden.
Voorwaar, o mens! Als jij uitsluitend Zijn dienaar wordt, dan zal jij een rang boven alle schepselen behalen. Indien jij dienaarschap afwijst, dan zal jij een laaghartige dienaar van machteloze schepselen worden. Als jij je op je eigenheid en je vermogen berust, Godgelatenheid en beden verlaat, en je arrogant en betweterig opstelt, dan zal jij in positief en constructief opzicht onbekwamer dan bijen en mieren, en zwakker dan spinnen en muggen worden, terwijl je in negatief en destructief opzicht zwaarder dan bergen en verderfelijker dan orkanen zult uitvallen.
Waarlijk, o mens, jij hebt twee kanten. De ene is je constructieve, existentiële, heilzame, positieve en actieve kant, de andere is je destructieve, inexistentiële, heilloze, negatieve en inactieve kant. Gezien je eerste kant doe je onder voor bijen en mussen, en ben je zwakker dan muggen en spinnen. Gezien je tweede kant streef je gebergtes, de aarde en de hemelen voorbij. Een last waartegenover zij terugdeinsden en hun onmacht betuigden, kun jij dragen. Jij begeeft je in dat opzicht in een veel ruimere kring dan zij. Want wanneer jij positief en constructief wilt zijn, dan kun jij alleen in evenredigheid met je actieradius, je handbereik en je kracht positief en constructief zijn. Als jij kwaadaardig en destructief wil zijn, dan zal jouw kwaadaardigheid grenzen overschrijden en jouw destructiviteit uitbreiden.
Bijvoorbeeld, ongeloof is een kwaadaardigheid en een afbraak; het impliceert een gemis van een bevestiging. Echter, die ene overtreding brengt het beledigen van het hele bestaan, het onderwaarderen van Alle Goddelijke Namen en het bespotten van de gehele mensheid met zich mee. Wezens bekleden immers een verheven rang en een aanzienlijke functie. Zij zijn de brieven van de Heer, de spiegels van de Feilloze en de ambtenaren van God. Ongeloof daarentegen verstoot ze van hun rang van weerspiegeling, ambtenaarschap en beduidenis, verlaagt ze tot het niveau van onbeduidende speeltjes van toeval, en degradeert ze tot een waardeloze, zinloze en nietige rang van vergankelijke substanties die door de afbraak van teloorgang en scheiding snel bezwijken en vergaan.
#106
Daarnaast onderwaardeert het ongeloof via verloochening De Goddelijke Namen waarvan de schoonschriften, de reflecties en de schoonheden in het hele universum en op de spiegels van alle wezens te zien zijn. En wat wij menselijkheid noemen, impliceert in feite een ordelijke ode van Wijsheid die alle manifestaties van Gods Heilige Namen stralend openbaart, een evident mirakel van macht dat als een zaad de elementen van een eeuwige boom omvat, een drager van de titel: “Khalief op aarde” die met zijn aanvaarding van het ultieme rentmeesterschap de aarde, de hemelen en de gebergtes voorbijstreeft en de engelen ontstijgt. Ongeloof daarentegen stort die menselijkheid in een kloof waar ze lager, zwakker, machtelozer en behoeftiger is dan de ellendigste diersoort, en het maakt van haar een betekenisloze, warrige en simplistische weergave die snel verdwijnt.
Tot slot
Het kwaadgezinde ego kan gezien zijn destructieve en heilloze kant grenzeloze overtredingen begaan. Gezien zijn constructieve en heilzame kant is zijn invloed echter uiterst gering en beperkt. Waarlijk, hij kan een huis in een dag verwoesten, terwijl hij het in geen honderd dagen kan opbouwen. Indien hij desondanks zijn ego achterwege laat, heil en existentie van Gods Gratie wenst, afstand van onheil, afbraak en zelfvertrouwen neemt, berouw betoont en een zuivere dienaar wordt, dan zal hij het volgende geheim ondervinden: 1يُبَدِّلُ اللّٰهُ سَيِّئَاتِهِمْ حَسَنَاتٍ. Zijn onbeperkte potentie tot onheil slaat dan om in een onbeperkte potentie tot heil. Hij zal dan de waarde van de allermooiste compositie krijgen en naar de allerhoogste hoogtes stijgen.
Voorwaar, o onachtzame mens! Aanschouw de Gratie en Generositeit van de Hoogste Gerechtigde! Ondanks dat het rechtvaardig is om één wandaad als duizend en één weldaad als één of helemaal niet te registreren, slaat Hij één wandaad op als één, terwijl Hij één weldaad soms als tien, soms als zeventig, soms als zevenhonderd en soms als zevenduizend registreert. En doorzie aan de hand van dit punt dat een mens door toedoen van zijn daden in de vreselijke hel belandt, terwijl hij bij Gods Pure Gratie in het paradijs wordt toegelaten.
1 “ALLAH zet hun wandaden om in weldaden.” - De Heilige Qur’an, 25:70
#107
Het Tweede Punt
De mens heeft twee kanten. Enerzijds is hij uit het oogpunt van zijn ego tot dit aardse leven gewend. Anderzijds is hij uit het oogpunt van zijn dienaarschap op het eeuwige leven gericht.
Gezien zijn eerste kant is hij een dusdanig arm schepsel, dat zijn kapitaal slechts bestaat uit een beperkte wil waarmee hij nauwelijks invloed uitoefent, een vermogen waarmee hij amper iets voor elkaar krijgt, een levensvonk die snel uitdooft en een bestaan in een klein lichaam dat snel bederft. In die toestand is hij daarenboven één fragiel en zwak individu onder de ontelbare individuen uit de ontelbare bestaansvormen die over de dimensies van het universum zijn uitgespreid.
Gezien zijn tweede kant – en vooral uit het oogpunt van zijn onmacht en behoeftigheid die betrekking hebben op dienaarschap – bezit hij een geweldige omvattendheid en een geweldige waarde. Want De Alwijze Voortbrenger heeft binnen de geestelijke aard van de mens een uiterst opzienbarende onmacht en een uiterst verreikende behoeftigheid gevestigd, opdat hij een omvattende en uitgebreide spiegel kan zijn voor Een Almachtige Genadige met een Grenzeloze Macht en Een Alrijke Genereuze met een Onuitputtelijke Weelde.
Waarlijk, de mens lijkt op een zaad. Immers, een zaad krijgt van De Goddelijke Macht geestelijke en waardevolle instrumenten, en van Het Goddelijke Lot een subtiel en belangrijk programma aangereikt, opdat hij onder de grond ijvert om uit die krappe wereld te ontsnappen, de ruime wereld van het luchtruim te bereiken, in de taal van zijn potentie zijn wens om tot boom uit te bloeien aan zijn Schepper voor te dragen en een volmaaktheid te ondervinden die hem siert. Als dat zaad naar aanleiding van zijn verkeerde instelling de geestelijke instrumenten die hem gegeven zijn onder de grond toepast om kwalijke stoffen aan te trekken, dan zal hij spoedig in die krappe plek vergeefs bederven en rotten. Als dat zaad zijn geestelijke instrumenten aan de totstandkomingswet: 1فَالِقُ الْحَبِّ وَالنَّوٰى onderwerpt en ze juist hanteert, dan zal hij uit die krappe wereld treden en tot een grote vruchtdragende boom uitgroeien. Zodoende zullen zijn verborgen minuscule en beperkte waarheid en ziel een grote omvattende waarheid belichamen.
1 “(ALLAH) laat het zaad ontspruiten.” - De Heilige Qur’an, 6:95
#108
Voorwaar, evenzo heeft De Goddelijke Macht waardevolle instrumenten en Het Goddelijke Lot belangrijke programma’s in de aard van de mens gevestigd. Wanneer de mens in deze krappe aardse wereld onder de grond van het aardse leven zijn geestelijke instrumenten voor de lusten van zijn ego hanteert, dan zal hij zoals een rottend zaad omwille van een simpele genieting gedurende een kortstondig leven in een krappe ruimte en een benauwende sfeer rotten en bederven. Zijn verdorven ziel zal met een geestelijke verantwoordelijkheid worden beladen, waarna hij deze wereld zal verlaten en zal verdwijnen.
Als hij dat zaad van potentie met het levenswater der Islam en het licht des geloofs onder de grond van dienaarschap fatsoeneert, de Qur’anische Verordeningen in acht neemt en zijn geestelijke instrumenten tot hun ware doelen wendt, dan zal dat zaad uiteraard in de figuratieve wereld en in de tussenwereld ontkiemen en floreren, en in het hiernamaals en in het paradijs als bron van eindeloze volmaaktheden en gunsten tot een eeuwige boom uitgroeien en instrumenten ontwikkelen die een aanhoudende waarheid omvatten. Zodoende wordt het een waardevol zaad, een schitterende machine, en een gezegende en stralende vrucht van deze scheppingsboom.
Waarlijk, ware progressie kan ondervonden worden wanneer de mens zijn hart, zijn mystiek1, zijn ziel, zijn verstand, zijn inbeelding en zijn overige vermogens die hem gegeven zijn tot het eeuwige leven wendt en elk ervan met een waardige en specifieke Godsdienstoefening bezighoudt. Anders, als hij zich houdt aan het richtsnoer dat volgens het dwaalvolk progressief is door alle zintuigen, het hart en het verstand aan het kwaadgezinde ego te onderwerpen en zijn hulpje te maken om het aardse leven tot in de kleinste detail te analyseren, en allerlei genietingen van zelfs de laagste soort te proeven, dan is dat geen progressie maar een regressie. Een voorbeeld van deze waarheid had ik in een visioen als volgt aanschouwd:
Ik liep een grote stad in waar ik grote paleizen had opgemerkt. Ik keek naar de portalen van sommige paleizen en zag dat ze als spectaculaire theatervoorstellingen op een zeer amuserende en vermakelijke wijze bij iedereen de interesse opwekten en veel aandacht trokken. Eén van die paleizen observeerde ik aandachtig, waarop ik zag dat de paleisheer voor het portaal met een hond speelde en hem vermaakte.
1 Noot van de vertalers: (سِرْ) met de mystiek wordt er een geestelijk zintuig bedoeld waarmee ALLAH kan worden waargenomen.
#109
Daarnaast waren er dames die gesprekken met vreemde jongemannen hielden. Er waren volwassen vrouwen die spelletjes voor kinderen organiseerden. De poortwachter acteerde als een commandant die iedereen allerlei opdrachten gaf. Op dat moment besefte ik dat de binnenkant van dat enorme paleis helemaal leeg was. Alle subtiele taken werden nagelaten. De lieden van het paleis hadden hun morele waarden volledig verloren, waardoor ze zich voor het portaal zo gedroegen.
Vervolgens liep ik door en zag ik verderop een ander groot paleis. Voor het portaal van dat paleis zag ik een trouwe waakhond liggen. Daarnaast stond een strenge, serieuze en kalme poortwachter. Er heerste een stille sfeer. Ik vroeg mij af waarom de twee paleizen zo van elkaar verschilden, waarop ik naar binnenliep. Tot mijn grote verbazing zag ik dat het paleis vanbinnen uiterst levendig was. Op elke verdieping waren er paleislieden die druk bezig waren met verscheidene delicate taken. Op de eerste verdieping hielden mannen zich bezig met het onderhoud en het beheer van het paleis. Op de tweede verdieping waren meisjes en jongens les aan het volgen. Op de derde verdieping waren vrouwen bezig met hele subtiele kunstoefeningen en fraaie borduurwerken. Op de bovenste verdieping onderhield de paleisheer contact met de koning en vervulde persoonlijk en verheven taken om de vrede onder zijn volk te bewaren en zichzelf te ontplooien. Omdat ik onzichtbaar voor hen was, kon ik ongehinderd door het paleis wandelen.
Tenslotte liep ik naar buiten. Ik keek om mij heen en zag dat de hele stad gevuld was met deze twee soorten paleizen. Toen ik vroeg wat dit inhield, werd het volgende gezegd:
“De paleizen waarvan de ingangen sensationeel ogen maar vanbinnen leeg zijn, behoren de vooraanstaande ongelovigen en de dwalers toe. De andere paleizen zijn van de prominente moslims.”
Daarna had ik in een hoek een paleis opgemerkt waarop de naam: “Said” stond geschreven. Hierdoor raakte ik verrast en begon ik aandachtig te kijken, waarop ik opeens mijn gedaante op dat paleis zag. Uit verbijstering werd ik schreeuwend wakker en kwam ik tot mezelf.
Voorwaar, ik zal dit visioen nu voor jou interpreteren. Moge ALLAH het zegenen.
#110
Die stad symboliseert het gemeenschapsleven en de menselijke beschaving. Die paleizen symboliseren mensen. De paleislieden zijn de menselijke zintuigen zoals de ogen, de oren, het hart, de mystiek, de ziel en het verstand, evenals het ego, de begeerten, en de wellustige en agressieve aandriften. Alle zintuigen van ieder mens hebben verscheidene specifieke taken met betrekking tot dienaarschap; ze bezitten een eigen manier van genieten en lijden. Het ego, de begeerten, en de wellustige en agressieve aandriften fungeren als een portier en als een hond. Voorwaar, die verheven zintuigen aan het ego en de lusten onderwerpen, en hun ware taken doen laten vergeten, is uiteraard een regressie en geen progressie. De overgebleven aspecten kun je zelf interpreteren.
Het Derde Punt
De mens is wat betreft daden, handelingen en fysieke inspanningen een zwak dier en een machteloos schepsel. De reikwijdte van zijn invloed en zeggenschap zijn uit dat oogpunt zo beperkt als zijn handbereik. Zelfs tamme dieren die hun teugels aan de mens hebben gegeven, hebben een aandeel in de menselijke zwakte, onmacht en luiheid gekregen, waardoor er een groot verschil tussen hen en hun wilde soortgenoten kan worden geconstateerd (zoals tamme geiten en stieren ten opzichte van wilde geiten en stieren).
Echter, in het kader van emoties, waardering, beden en supplicaties is die mens een eerbiedwaardige reiziger in dit aardse verblijf. En Degene bij wie hij te gast is, is zo Genereus, dat Die Gastheer oneindige schatten van Genade voor hem heeft opengesteld en talloze onvergelijkelijke kunstwerken tot zijn beschikking heeft gesteld. En voor zijn vermaak, zijn observatie en zijn bevordering heeft Die Gastheer een dusdanig omvangrijke kring geopend en verlevendigd, dat de reikwijdte van die kring de diameter van de aarde, het oogbereik en zelfs het verbeeldingsvermogen omvat.
Voorwaar, als de mens zich op zijn ego berust, zijn streven op het aardse leven baseert en gebukt onder geldzorgen werkt voor bepaalde vergankelijke pleziertjes, dan zal hij in een zeer krappe kring verdrinken en vergaan. Alle middelen, instrumenten en zintuigen die hem zijn gegeven, zullen zich over hem beklagen en tijdens de wederopstanding zullen ze als aanklagers tegen hem getuigen. Als hij zichzelf als gast ziet, zijn levenskapitaal binnen de toegestane kring van zijn Genereuze Gastheer besteedt, dan zal hij binnen die wijde kring vreedzaam werken voor een eeuwig leven, ontspannen, tot rust komen en vervolgens richting de hoogste hoogtes verder reizen.
#111
Daarnaast zullen alle middelen en instrumenten die aan deze mens gegeven zijn in het hiernamaals op een tevreden wijze voor hem getuigen.
Waarlijk, alle buitengewone instrumenten die aan de mens zijn gegeven, zijn niet voor dit waardeloze aardse leven, maar voor een uiterst waardevol en eeuwig leven gegeven. Immers, wanneer wij de mens met een dier vergelijken, dan zien we dat de mens wat instrumenten en middelen betreft zeer rijk is; hij bezit honderdmaal meer dan een dier. Als het aankomt op aardse genietingen en dierlijke levenshandelingen doet hij echter honderdmaal onder voor een dier. Want bij elke genieting die hij ondervindt, vangt hij een glimp van kwelling op. Kwellingen uit het verleden, angsten voor de toekomst en de pijn van teloorgang achter elk genot bederven zijn genietingen en laten geen spoor van genot meer achter. Voor een dier geldt dat echter niet; hij ervaart genot zonder leed en plezier zonder verdriet. Noch wordt hij door leed uit het verleden gekweld, noch wordt hij met toekomstige angsten belast. In volle vrede leeft hij, ontspant hij en betuigt hij zijn Schepper dank.
Kortom, de mens is volgens de allermooiste compositie geschapen. Ondanks dat hij qua kapitaal een dier honderdmaal overstijgt, zal hij tot een honderdmaal lager niveau dan een dier als een mus vervallen wanneer hij zich volledig op het aardse leven werpt. Deze waarheid had ik elders aan de hand van een voorbeeld verhelderd. Omdat het betrekking op dit punt heeft, zal ik dat voorbeeld hier herhalen.
Eens gaf een heer aan één van zijn bedienden tien goudstukken en beval hem: “Koop hiermee een kostuum van een speciale stof.”
Aan een andere bediende gaf hij duizend goudstukken, stopte een briefje met bepaalde notities in zijn zak en zond hem naar de markt.
De eerste bediende had met die tien goudstukken een voortreffelijk kostuum van de beste stof gekocht. De tweede bediende beging een grote dwaasheid; hij bespiedde de vorige bediende, keek niet naar het briefje in zijn zak, gaf een winkelier duizend goudstukken en vroeg om een eendelig kostuum. Daarop gaf de gewetenloze winkelier een eendelig kostuum van de slechtste stof. Daarmee keerde die ellendige bediende terug naar zijn heer, waarop hij ernstig werd berispt en hard werd bestraft.
#112
Voorwaar, zelfs iemand met een miniem besef kan wel begrijpen dat de tweede dienaar die duizend goudstukken niet had gekregen om er een eendelig kostuum mee te halen. Die goudstukken waren veeleer bedoeld voor een belangrijke handel.
Evenzo zijn de spirituele instrumenten en zintuigen van de mens ten opzichte van dieren honderdmaal verder ontwikkeld. Bijvoorbeeld, het mensenoog dat schoonheid in al haar niveaus kan opmerken, het menselijke smaakvermogen dat de smaken van alle voedselsoorten kan onderscheiden, het mensenverstand dat de details achter alle waarheden kan doordringen, het mensenhart dat naar volmaaktheid in al haar vormen verlangt, en dergelijke instrumenten en zintuigen kunnen uiteraard niet vergeleken worden met de simpele instrumenten van dieren die beperkt zijn ontwikkeld. Er moet echter wel opgemerkt worden dat een specifiek zintuig van een dier dat benodigd is voor zijn gegeven taak wel sterk is ontwikkeld. Maar die ontwikkeling is specifiek.
De rijkheid van de mens wat zijn instrumenten betreft, is op het volgende geheim gebaseerd: het verstand en het denkvermogen van de mens hebben ertoe geleid dat zijn gevoelens en emoties sterk zijn ontwikkeld en ontplooid. En de verscheidenheid van zijn benodigdheden hebben vele uiteenlopende gevoelens in hem ontwaakt. En zijn gevoeligheid heeft zich in vele vormen opgesplitst. En door de omvattendheid van zijn aard koestert hij verlangens die op vele verschillende doelen zijn gericht. En omdat hij vele natuurlijke taken bezit, hebben zijn zintuigen en instrumenten zich ver ontwikkeld. En omdat hem een aard is gegeven met een aanleg om alle soorten Godsdienstoefeningen te verrichten, is hem een potentie gegeven die de zaden van alle volmaaktheden omvat.
Voorwaar, een dusdanige rijkheid aan instrumenten en verscheidenheid aan vermogens zijn uiteraard niet voor dit waardeloze en kortstondige leven op aarde gegeven. De ware opdracht van een dusdanig mens bestaat veeleer uit het doorgronden van zijn taken die op oneindige doelen zijn gericht, waarna hij zijn machteloosheid, behoeftigheid en gebrekkigheid in de vorm van dienaarschap aankondigt, de verheerlijking van wezens via zijn universele blik ziet en beaamt, de Barmhartige Bijstand achter gunsten opmerkt en dank betuigt, de mirakelen van de Macht des Heren aanschouwt en met een leergierige blik bezint.
#113
O aardsgezinde mens die verliefd op het aardse leven en onachtzaam wat betreft het geheim achter de allermooiste compositie is! De waarheid achter dit aardse leven had de Oude Said in een visioen gezien. Luister naar deze illustratieve gebeurtenis die de Oude Said in de Nieuwe Said heeft veranderd:
Ik zag dat ik als reiziger werd gezonden om een lange weg af te leggen. De persoon die mijn meester was, schoot mij telkens een klein beetje geld toe van de zestig goudstukken die hij voor mij had weggelegd. Ik besteedde dat geld en stapte in een feestelijke herberg. In die herberg had ik in één nacht tien goudstukken aan gokken en amusementen, en aan de bevrediging van mijn pronkzucht verspild. In de ochtend had ik helemaal geen geld meer over. Ik was niet meer in staat om handel te drijven en spullen voor mijn bestemming te kopen. Het enige wat van dat geld voor mij was overgebleven, waren kwellingen en zonden, en de wonden, trauma’s en letsels die ik door die amusementen was opgelopen.
Terwijl ik mij in die betreurenswaardige toestand begaf, verscheen er opeens een man. Hij zei:
“Jij hebt je hele kapitaal verkwist; je hebt een klap verdiend. Jij zult met lege handen failliet naar jouw bestemming gaan. Als jij een verstand bezit, dan zal je berouw tonen. De poort tot vergiffenis is open. Bewaar vanaf nu uit voorzorg telkens de helft van het geld dat jou nog van de overgebleven vijftien goudstukken gegeven gaat worden. Met andere woorden, koop er spullen mee die jij nodig hebt voor je bestemming.”
Ik zag dat mijn ego hier ontevreden over was. Die man zei toen:
“Bewaar dan één derde.”
Weer nam mijn ego daar geen genoegen mee. Daarop zei die man:
“Eén vierde!”
Ik zag dat mijn ego zijn gewoonten waar hij verslaafd aan was niet kon verlaten. Vervolgens keerde die man mij boos de rug toe en vertrok.
Plotseling kwam ik in een hele andere toestand terecht. Ik zag dat ik mij in een trein bevond die met een valsnelheid door een tunnel raasde. Ik raakte in paniek, maar ik kon helaas nergens heen vluchten. Vanuit de vensters aan de twee zijden van de trein waren er allerlei zeldzame, fascinerende bloemen en lekkere vruchten te zien.
#114
Daarop begon ik als een onbezonnen onwetende naar ze te kijken en mijn handen naar ze uit te steken om een aantal te plukken. Omdat die bloemen en vruchten echter doornig en stekelig waren, staken ze mijn hand wanneer ik ze aanraakte en lieten ze mij bloeden. Door de vaart van de trein reten ze mijn hand open en kwamen ze mij erg duur te staan. Opeens werd ik door een werker in de trein als volgt benaderd:
“Geef mij vijf euro, dan zal ik jou zoveel van die bloemen en vruchten geven als je wil. In plaats van die vijf euro loop je door de verwondingen aan je handen honderd euro schade op. Bovendien ben je strafbaar bezig; je mag niet zonder toestemming van ze plukken.”
Ik begon mij zorgen te maken, waarop ik mijn hoofd naar buiten stak om te kijken wanneer de tunnel zou aflopen. Ik keek vooruit en in plaats van een tunneluitgang zag ik allemaal gaten. Er werden mensen vanuit die lange trein in die gaten gegooid. In de verte zag ik een gat met twee grafstenen aan beide uiteinden mijn richting op komen. Uit nieuwsgierigheid keek ik aandachtig; ik zag dat er op die grafsteen met grote letters “Said” stond geschreven. Uit schrik slaakte ik een kreet van verdriet. Plotseling vernam ik de stem van de man die mij voor de herberg advies had gegeven. Hij vroeg:
“Ben je tot bezinning gekomen?”
Ik zei:
“Ja, maar het is te laat... ik heb geen kracht meer over; ik ben verloren.”
Hij zei:
“Vraag om vergeving en wees gelaten!”
Ik zei:
“Dat zal ik doen!”
Ik kwam tot mezelf... de Oude Said was verdwenen... en ik zag mezelf terug als de Nieuwe Said.
Voorwaar, ik zal een deel van dit visioen uitleggen, het overige deel kunnen jullie zelf invullen; moge ALLAH het zegenen.
Die reis symboliseert de reis die vanaf de zielenwereld, langs de baarmoeder, de jeugd, de ouderdom, het graf, de tussenwereld, de wederopstanding en de brug richting de oneindige eeuwigheid loopt.
#115
Die zestig goudstukken symboliseren een zestigjarige levenstijd. Ik schat dat ik vijfenveertig jaar was toen ik dit visioen had gezien. Ik kan uiteraard niet zeker zijn, maar een zuivere student van De Leerrijke Qur’an had mij overgehaald om de helft van mijn overgebleven vijftien jaar ten voordele van mijn hiernamaals te besteden. Die herberg bleek voor mij Istanbul te zijn. Die trein symboliseert tijd; elke wagon is een jaar. Die tunnel vertegenwoordigt het aardse leven. Die doornige bloemen en vruchten zijn de verboden genietingen en zondige pleziertjes; wanneer ze beleefd worden, doet het leed achter het besef van hun teloorgang het hart bloeden en wanneer ze voorgoed vergaan, rijten ze het hart uiteen. Zodoende bezorgen ze bestraffing. De werker in de trein zei:
“Geef mij vijf euro, dan zal ik je er zoveel van geven als je wil.”
De uitleg daarvan luidt als volgt: de genietingen en de voldoeningen die een mens binnen de geoorloofde kring via halal activiteiten ervaart, is voldoende voor de bevrediging van zijn begeerten; ze laten geen reden na om te zondigen. De overige aspecten kun jij zelf invullen.
Het Vierde Punt
De mens lijkt in dit universum op een fragiel en gevoelig kind. Er schuilt een grote kracht in zijn zwakte en een grote macht in zijn onmacht. Want dankzij de kracht in zijn zwakte en de macht in zijn onmacht zijn deze wezens in het bestaan dienstbaar aan hem gesteld. Als de mens zijn zwakte inziet, verbaal, non-verbaal en expressief beden verricht, zijn onmacht erkent en toevlucht zoekt, dan zal hij de dank voor die dienstbaarheid betuigen. Daarnaast zal hij wat zijn doelen betreft zo succesvol zijn en zoveel bereiken, dat hij met zijn persoonlijke vermogen niet in staat zou zijn om een honderdste daarvan te bereiken. Alleen soms schrijft hij het succes dat hij dankzij zijn bede in de taal van zijn houding heeft behaald onterecht aan zijn eigen vermogen toe.
Bijvoorbeeld, de kracht achter de zwakte van een kippenkuiken drijft een kip om een leeuw aan te vallen. Een pasgeboren leeuwenwelp maakt een woeste en hongerige leeuwin dienstbaar aan zichzelf en laat haar honger lijden terwijl hij zichzelf door haar laat voeden. Voorwaar, aanschouw deze opmerkelijke kracht binnen zwakte en deze merkwaardige manifestatie van Genade…
#116
Evenzo leiden de tranen, de vragen of de meelijwekkende hoedanigheid van een fragiel kind ertoe dat zijn doelen zodanig worden bereikt en dat zulke sterke schepselen zich dienstbaar aan hem opstellen, dat hij geen duizendste van die doelen op eigen kracht zou kunnen bereiken. Omdat zijn zwakte en zijn onmacht een gevoel van mededogen en bescherming jegens hem opwekken, windt hij als het ware grote helden om zijn kleine vinger. Als een kind in deze toestand dat mededogen en die bescherming ontkent, en met een dwaze arrogantie “Ik onderwerp ze met mijn kracht” zegt, dan zal hij uiteraard een klap krijgen.
Ook als de mens indirect de Genade van zijn Schepper ontkent en Zijn Wijsheid beledigt door een uitspraak te doen als Qâroen:اِنَّمَٓا اُوتٖيتُهُ عَلٰى عِلْمٍ, met andere woorden, als hij zich als volgt over zijn behaalde successen uitlaat: “Ik heb alles met mijn eigen kennis en mijn eigen kunnen bereikt”, dan zal hij uiteraard een pijnlijke afstraffing verdienen.
Aldus zijn deze zichtbare heerschappijen, bevorderende ontwikkelingen en moderne beschavingen binnen de mensheid niet door haar regularisaties, haar overmacht en haar gevechten tot stand gekomen. Alles is veeleer op basis van haar zwakte dienstbaar aan haar gesteld; het benodigde wordt haar vanwege haar onmacht aangereikt, vanwege haar behoeftigheid gegund, vanwege haar onwetendheid ingegeven en vanwege haar armoedigheid geschonken. En de oorzaak van haar heerschappij bestaat niet uit haar kracht en haar kennis omtrent bewindvoering; mededogen en het Erbarmen des Heren, Genade en de Goddelijke Wijsheid hebben ertoe geleid dat alles ten dienste van haar is gesteld.
Waarlijk, een mens die door oogloze schorpioenen, pootloze slangen en dergelijk ongedierte wordt overwonnen, wordt uiteraard niet op basis van zijn gezag met de zijde van een rups bekleed en met de honing van een giftig insect gevoed; dit heeft hij veeleer te danken aan het Gezag des Heren en de Begunstiging van De Barmhartige Die Zich als vrucht van zijn menselijke onmacht manifesteren.
O mens, dit is de werkelijkheid! Neem dus afstand van je arrogantie en je hoogmoed.
#117
Betoon in het Domein der Goddelijkheid jouw onmacht en jouw zwakte in de taal van aanroepingen, verkondig jouw behoeftigheid en jouw benodigdheden in de taal van supplicaties en beden, en laat zien dat jij een dienaar bent; zeg: 1حَسْبُنَا اللّٰهُ وَنِعْمَ الْوَكٖيلُ en eleveer. En doe geen uitspraken als:
“Ik ben nietig. Waarom zou een Absoluut Alwijze aan een onbeduidend schepsel als ik dit universum doelbewust dienstbaar stellen en als tegenprestatie een universele dank van mij verwachten?”
Want ook al ben jij gezien je ego en je verschijning inderdaad vrijwel nietig, alsnog fungeer jij gezien je taak en je rang als:
• een aandachtige observeerder van dit geweldige universum;
• een eloquente tong van dit diepzinnige bestaan;
• een begrijpende lezer van dit kosmische boek;
• een verwonderde waarnemer van deze Godverheerlijkende schepselen;
• een geëerde leidsman van deze Godsdienstige creaties.
Waarlijk, o mens! Uit het oogpunt van je vegetatieve fysiek en je dierlijke ego ben jij een onvermogend element, een onbeduidend individu, een behoeftig schepsel en een zwak dier dat door de kolkende golven van voortvloeiende wezens wordt meegesleept. Echter, als jij jezelf ontwikkelt aan de hand van de discipline der Islam – die met het geloofslicht is verlicht en de Lichternis van Godsliefde omvat – dan zal jij uit het oogpunt van jouw mens-zijn een sultan binnen jouw dienaarschap belichamen, een universaliteit binnen jouw individualiteit omvatten en een wereld binnen jouw miniformaat herbergen; binnen je nietige hoedanigheid word jij een observeerder met een dusdanig hoge rang en een dusdanig ruime observatiekring, dat jij het volgende kunt zeggen:
“Mijn Genadige Heer heeft de aarde voor mij als woning gecreëerd. De maan en de zon laat Hij als de lampen van mijn woning fungeren. De lente is een rozenboeket, de zomer is een tafel van gunsten en de dieren heeft Hij als mijn dienaren aangesteld. En de planten heeft Hij als de sierlijke benodigdheden van mijn woning laten ontkiemen.”
Tot slot, als jij gehoor aan je ego en aan satan geeft, dan zal je in de laagste laagtes belanden. Als je gehoor aan de waarheid en aan De Qur’an geeft, dan zal je naar de hoogste hoogtes stijgen en een schitterende compositie van het universum worden.
1 “ALLAH is toereikend voor ons, en Hij is De Ultieme Beschermheer.” - De Heilige Qur’an, 3:173
#118
Het Vijfde Punt
De mens is als een ambtenaar en als gast naar deze wereld gezonden. Hem zijn uiterst waardevolle potenties gegeven. En in evenredigheid met die potenties zijn hem waardevolle taken toevertrouwd. En om de mens in het kader van zijn bestaansreden en die taken te laten werken, wordt hij regelmatig bemoedigd en streng vermaand. De kernpunten van de menselijke taak en dienaarschap waarop wij elders licht hebben geworpen, gaan wij hier samenvatten, opdat het geheim achter “de allermooiste compositie” helder wordt.
Voorwaar, nadat de mens dit universum intreedt, krijgt hij in twee opzichten te maken met dienaarschap. Enerzijds bekleedt hij een indirecte vorm van dienaarschap via bezinning. Anderzijds bekleedt hij een directe, een aansprekende vorm van dienaarschap via smeekbeden.
De indirecte vorm impliceert: de zichtbare Heerschappij des Heren in het universum deemoedig erkennen, en de daarin heersende volmaaktheden en schoonheden verwonderd bezichtigen.
Vervolgens de schoonschriften van Gods Heilige Namen die zich als onvergelijkelijke kunstwerken voordoen onderling leerzuchtig aan elkaar laten zien, openbaren en bekendmaken.
Vervolgens de juwelen van de Namen des Heren – Die respectievelijk als een verborgen spirituele schat gelden – met de weger van het besef afwegen en met de waardemeter van het hart een eerbiedige waarde geven.
Vervolgens de bladzijden der wezens en de pagina’s der hemelen en aarde, die als de door de Machtspen geschreven geschriften gelden, bestuderen en verwonderd daarop bezinnen.
Vervolgens de sierlijke en subtiele kunstwerken bij deze wezens met bewondering aanschouwen, in liefde voor de kennis die ze over hun Schone Voortbrenger verschaffen ontvlammen, en met passie naar de ontmoeting en de Aandacht van hun Volmaakte Kunstenaar verlangen.
De directe vorm impliceert: het besef van Gods Alomtegenwoordigheid en aanspreekbaarheid. Hierbij gaat de mens van de creatie over naar De Creator, waardoor hij ziet dat er Een Ontzaglijke Kunstenaar is Die middels de mirakelen in Zijn kunstwerken Zichzelf wil voorstellen en bekend wil maken. Daarop reageert hij dan met geloof en Godskennis.
#119
Vervolgens ziet hij dat er Een Genadige Heer is Die via de schone vruchten van Zijn Genade Zichzelf geliefd wil maken. Daarop maakt hij met een uitsluitende liefde en een exclusieve aanbidding zichzelf bij Hem geliefd.
Vervolgens ziet hij dat er Een Genereuze Begunstiger is Die hem met prachtige materiële en immateriële gunsten omringt. Daarop betuigt hij met zijn daden, zijn houding, zijn uitspraken en – als hij zou kunnen – met al zijn zintuigen en organen dank, lof en waardering.
Vervolgens ziet hij dat er Een Ontzaglijke Bezitter van Schoonheid is Die via de weerspiegelingen in dit bestaan Zijn Grootheid, Zijn Perfectie, Zijn Glorie en Zijn Schoonheid wil tonen en de aandacht Daarop wil trekken. Daarop zegt hij: 1اَللّٰهُ اَكْبَرُ، سُبْحَانَ اللّٰهِ en knielt nederig met verwondering en liefde neer.
Vervolgens ziet hij dat er een Alzijdig Alrijke is Die met een Grenzeloze Vrijgevigheid Zijn Onuitputtelijke Weelde en schatten laat zien. Daarop draagt hij met glorificatie en lof zijn verzoeken en wensen in volstrekte behoeftigheid voor.
Vervolgens ziet hij dat Die Ontzaglijke Voortbrenger het aardoppervlak als een expositieruimte heeft ingericht waarin Hij al Zijn antieke kunstwerken tentoonstelt. Daarop zegt hij: 2مَا شَاءَ اللّٰهُ uit waardering, 3بَارَكَ اللّٰهُ uit bewondering, 4سُبْحَانَ اللّٰهِ uit verwondering en 5اَللّٰهُ اَكْبَرُ uit admiratie.
Vervolgens ziet hij dat er Een Ene Enigheid is Die met Zijn Onvervalsbare Signaturen, Zijn Specifieke Zegels, Zijn Persoonlijke Waarmerken en Zijn Soevereine Verordeningen op alle wezens in dit kosmische paleis een stempel van Eenheid heeft gedrukt en de Aya’s van Tauhied heeft geschreven. En aan alle horizonnen van dit bestaan laat Hij het vaandel van Eenheid wapperen en openbaart Hij Zijn Heerschappij. Daarop reageert hij met beaming, geloof, Tauhied, overtuiging, erkenning en dienaarschap.
1 “ALLAH is het grootst, ALLAH is Feilloos.”
2 “ALLAH heeft het gewild.”
3 “ALLAH heeft het gezegend.”
4 “ALLAH is Feilloos.”
5 “ALLAH is het Grootst.”
#120
Voorwaar, aan de hand van zulke Godsdienstoefeningen en bezinningen kan hij een waar mens worden en aantonen dat hij volgens de allermooiste compositie is geschapen. Dankzij de zegen des geloofs wordt hij een vertrouwde khalief op aarde die het toevertrouwde waardig is.
O onachtzame mens die volgens de allermooiste compositie is geschapen maar desondanks zichzelf door zijn kwade wil richting de laagste laagtes laat slepen, luister naar mij! Tijdens de dronkenschap van mijn jeugd kwam de wereld ook voor mij leuk en aantrekkelijk over zoals ze nu voor jou overkomt. Echter, op het moment dat ik uit de dronkenschap der jeugdigheid bij de dageraad van mijn ouderdom ontwaakte, zag ik dat het mooi ogende gezicht van de wereld dat niet op het hiernamaals is gericht in feite afgrijselijk is, terwijl haar gezicht dat gericht is op het hiernamaals prachtig is.
Kijk naar de twee waarachtige tableaus in Het Tweede Thema van Het Zeventiende Woord en aanschouw het ook.
Het eerste tableau beschrijft de waarheid achter de wereld van de dwalers die ik vroeger zoals het dwaalvolk – maar dan zonder dronkenschap – door de sluier van onachtzaamheid had aanschouwd.
Het tweede tableau duidt op de waarheid achter de wereld van de geleide en Godsbewuste mensen. Ik heb het gelaten zoals het in eerste instantie is geschreven. De twee tableaus lijken op gedichten, maar dat zijn ze niet.
سُبْحَانَكَ لَا عِلْمَ لَنَا اِلَّا مَا عَلَّمْتَنَا اِنَّكَ اَنْتَ الْعَلٖيمُ الْحَكٖيمُ1
رَبِّ اشْرَحْ لٖى صَدْرٖى ۞ وَيَسِّرْ لٖٓى اَمْرٖى ۞ وَاحْلُلْ عُقْدَةً مِنْ لِسَانٖى ۞ يَفْقَهُوا قَوْلٖى ۞2
1 “U bent Feilloos. Buiten hetgeen U ons hebt onderwezen, beschikken wij over geen kennis. Voorzeker, U bent de Alwetende, de Alwijze.” - De Heilige Qur’an, 2:32
2 “O Heer, verruim mijn borst. Verlicht mijn taak. Ontbind de knoop in mijn tong, opdat ze mijn formulering begrijpen.” - De Heilige Qur’an, 20:25-28
#121
اَللّٰهُمَّ صَلِّ وَ سَلِّمْ عَلَى الذَّاتِ الْمُحَمَّدِيَّةِ اللَّطٖيفَةِ الْاَحَدِيَّةِ شَمْسِ سَمَاءِ الْاَسْرَارِ وَ مَظْهَرِ الْاَنْوَارِ وَ مَرْكَزِ مَدَارِ الْجَلَالِ وَ قُطْبِ فَلَكِ الْجَمَالِ ۞ اَللّٰهُمَّ بِسِرِّهٖ لَدَيْكَ وَ بِسَيْرِهٖ اِلَيْكَ اٰمِنْ خَوْفٖى وَ اَقِلْ عُثْرَتٖى وَ اَذْهِبْ حُزْنٖى وَ حِرْصٖى وَ كُنْ لٖى وَ خُذْنٖى اِلَيْكَ مِنّٖى وَ ارْزُقْنِى الْفَنَاءَ عَنّٖى وَ لَا تَجْعَلْنٖى مَفْتُونًا بِنَفْسٖى مَحْجُوبًا بِحِسّٖى وَاكْشِفْ لٖى عَنْ كُلِّ سِرٍّ مَكْتُومٍ ۞ يَا حَىُّ ۞ يَا قَيُّومُ ۞ يَا حَىُّ ۞ يَا قَيُّومُ ۞ يَا حَىُّ ۞ يَا قَيُّومُ ۞ وَ ارْحَمْنٖى وَارْحَمْ رُفَقَائٖى وَ ارْحَمْ اَهْلِ الْاٖيمَانِ وَ الْقُرْاٰنِ ۞ اٰمٖينَ يَا اَرْحَمَ الرَّاحِمٖينَ وَ يَا اَكْرَمَ الْاَكْرَمٖينَ1۞
وَ اٰخِرُ دَعْوٰيهُمْ اَنِ الْحَمْدُ لِلّٰهِ رَبِّ الْعَالَمٖينَ2
1 O ALLAH, laat zegeningen neerdalen op de enige en prachtige essentie van Mohammed, de Zon aan de hemel der mysteries, de Manifestant der Lichternissen, de Kern van de Ontzaglijke kring, de Piek van de kosmische schoonheid. O ALLAH, omwille van zijn geheim met betrekking tot U en zijn reis naar U, vraag ik U om mij veilig te stellen van mijn angsten, te verlossen van mijn gebreken, en te bevrijden van mijn leed en mijn hebzucht. Wees er voor mij, red mij van mezelf en neem mij tot U. Begunstig mij door mij de kans te geven om mijn eigenheid omwille van U te mogen opofferen. Hoed mij voor de onderwerping aan mijn ego en voor de blindheid van mijn emoties. Onthul voor mij alle verholen geheimen... o Allevende, o Consistente... o Allevende, o Consistente... o Allevende, o Consistente... wees mij genadig, wees mijn vrienden genadig, wees de gelovigen en de dienaren van De Qur’an genadig, o Genadigste der Genadigen, o Gulste der Gulhartigen.
2 “En hun slotgebed luidt: de lof zij ALLAH; Heer der werelden.” - De Heilige Qur’an, 10:10
#122
De Vijfde Tak Van
Het Vierentwintigste Woord
[De Vijfde Tak heeft Vijf Vruchten]
De Eerste Vrucht
O mijn egocentrische ego en o mijn aardsgezinde vriend! Liefde is een bestaansreden van dit universum. Bovendien is ze zowel het bindmiddel als het licht als het leven van dit universum. Omdat de mens de omvattendste vrucht van het universum is, zetelt er in het zaad van die vrucht, oftewel zijn hart, een liefde die het hele universum kan omvatten.
Voorwaar, alleen Een Bezitter van Een Grenzeloze Volmaaktheid verdient een dergelijke grenzeloze liefde.
Voorwaar, o mijn ego en o mijn vriend! In de aard van de mens zijn er twee apparaten gevestigd die als zintuig voor vrees en liefde fungeren. Die liefde en die vrees zullen hoe dan ook ofwel tot het volk ofwel tot de Schepper worden gewend. Hierbij is vrees voor het volk een ellendige vloek. Ook is liefde voor het volk een vervloekte plaag. Immers, degenen die jij vreest zullen geen mededogen voor jou voelen, of ze zullen jouw verzoek om mededogen afwijzen. In deze toestand is vrees een ellendige vloek.
Als het aankomt op liefde, dan zal datgene wat jij liefhebt óf niet op de hoogte van jou zijn en jou de rug toekeren zonder afscheid van je te nemen (zoals je jeugd en je bezittingen), óf het zal naar aanleiding van jouw liefde jou te schande maken. Zie je dan niet dat negenennegentig procent van de mensen die verzeild raken in valse liefdes zich beklagen over hun geliefde? De kern van het hart is immers een spiegel van de Onafhankelijke. Wanneer aardse geliefden uit die kern van het hart op een afgodische wijze bemind worden, dan zal dat in de ogen van die geliefden ondraaglijk en afstotend zijn, waardoor ze die liefde zullen verwerpen. Want de aard zal iets wat onnatuurlijk en onwaardig is, afwijzen en verwerpen. (Liefdes die op lusten zijn gebaseerd laten we buiten beschouwing.)
#123
Wat jij dus liefhebt, zal óf niet op de hoogte van jou zijn, óf jou te schande maken, óf niet bij jou blijven; in weerwil van jou zal het zich van jou distantiëren. Dit is de realiteit…dus wend jouw vrees en jouw liefde tot een entiteit die jouw vrees in een zoete nederigheid en jouw liefde in een onaantastbare gelukzaligheid kan omzetten.
Waarlijk, vrees voor jouw Ontzaglijke Schepper koesteren, impliceert dat jij een weg naar De Meedogendheid van Zijn Genade baant en toevlucht tot Hem neemt. Vrees is een zweep die jou in De Schoot van Zijn Genade jaagt. Het is bekend dat een moeder haar kind via vreesaanjaging naar haar schoot lokt. Die vrees is zeer zoet voor dat kind, want ze leidt hem naar de schoot van mededogen. Echter, het totale mededogen van alle moeders is in zijn geheel slechts een flits van De Goddelijke Genade. Aldus schuilt er in de vrees voor ALLAH een geweldig genot. Aangezien de vrees voor ALLAH al een dusdanig genot bevat, kun je wel nagaan wat voor eindeloos genot er binnen de liefde voor ALLAH schuilgaat. Bovendien wordt degene die ALLAH vreest van de bezwarende en vervloekte vrees voor anderen gered. Daarnaast zal ook zijn liefde voor schepselen niet met een pijnlijke scheiding eindigen, want zijn liefde is immers op ALLAH gebaseerd.
Waarlijk, de mens heeft in eerste instantie zijn ego lief. Daarna heeft hij in afnemende volgorde zijn verwanten, zijn volk, de levende schepselen, de wereld en het universum lief. Hij is respectievelijk betrokken bij al deze kringen. De genietingen binnen die kringen kunnen hem plezieren en de kwellingen die zich daar voordoen kunnen hem kwetsen. Echter, omdat niets gedurende de periodieke stormen in deze instabiele wereld intact blijft, loopt het arme mensenhart aldoor wonden op. Wat hij ook vastgrijpt zal vroeg of laat uit zijn hand ontsnappen en zijn palm openrijten; soms kan het zelfs zijn hand eraf rukken. Hij zal voortdurend kwelling ondergaan. Of hij zal zichzelf in onachtzaamheid dronken voeren.
Aldus, o ego, als jij over een verstand beschikt, fuseer dan al die liefdes en geef ze aan hun Ware Eigenaar, opdat je van deze vloeken wordt bevrijd. Deze grenzeloze liefdes zijn voor Een Bezitter van een Grenzeloze Volmaaktheid en Schoonheid bestemd. Pas op het moment dat jij ze aan hun Ware Eigenaar afstaat, kun jij alle creaties namens Hem en gezien hun hoedanigheid waarmee ze Hem weerspiegelen liefhebben zonder leed te verduren.
#124
Aldus dient liefde niet rechtstreeks aan het universum te worden besteed. Anders zal liefde – ondanks dat ze een uiterst zoete gunst is – tot een uiterst kwellende plaag verworden.
Bovendien is er nog een aspect dat in feite het allerbelangrijkst is. O ego, jij besteedt je liefde aan jezelf. Jij maakt jezelf een aanbedene en een geliefde voor jezelf. Je offert alles aan je ego op. Je kent nagenoeg een vorm van heerschappij aan hem toe. Echter, de redenen om lief te hebben bestaan: ofwel uit volmaaktheid – volmaaktheid wordt immers van nature geliefd – ofwel uit profijt, ofwel uit genot, ofwel uit heil, ofwel uit soortgelijke redenen die het waard zijn om geliefd te worden.
O ego! In een aantal Woorden hebben wij onbetwistbaar bewezen dat jouw ware hoedanigheid uit gebrekkigheid, onvolmaaktheid, behoeftigheid en machteloosheid is gekneed. Zoals duisternis naar de mate van haar donkerte de helderheid van licht weergeeft, weerspiegel jij omgekeerd evenredig met jouw eigenschappen de Volmaaktheid, de Schoonheid, de Macht en de Genade van De Ontzaglijke Voortbrenger.
O ego, jij behoort dus geen liefde maar vijandschap of medelijden voor jezelf te koesteren. Of je behoort meedogend voor je ego te zijn nadat jij hem hebt ingetoomd. Mocht jij jouw ego liefhebben – aangezien je ego de ontvanger van genot en profijt is, en jij een zwak voor genot en profijt hebt – geef dan je nietige egoïstische genietingen en profijten niet de voorkeur boven grenzeloze genietingen en profijten. Wees niet zoals een vuurvlieg, want hij dompelt al zijn vrienden en geliefden in de woestenij der duisternis, en neemt genoegen met het sprankje van zijn ego.
Immers, naast je persoonlijke genot en profijt, zijn alle profijten en gelukzaligheden van je medewezens in het hele universum waar jij ook van profiteert en gelukkig van wordt, gebonden aan de Aandacht van Een Onbegonnen Geliefde. Aldus behoor jij Hem lief te hebben, opdat jij uit zowel je persoonlijke gelukzaligheid als al hun gelukzaligheden plezier kunt halen en uit de Liefde van De Absolute Volmaaktheid een grenzeloos genot kunt ervaren.
De vurige liefde die jij aan je ego besteedt, is een wezenlijke liefde die voor Zijn Wezen is bedoeld; jij maakt misbruik van die liefde en besteedt haar aan je eigen wezen. Verscheur dus het ik-complex van je ego en laat Hem zien.
#125
En al jouw liefdes die jij over het bestaan hebt uitgestrooid, ontkiemen uit een liefde die voor Zijn Namen en Eigenschappen is gegeven. Jij hebt daar misbruik van gemaakt, waardoor je de straf ervan ondervindt. Immers, de straf van een misplaatste liefde die ongeoorloofd is, bestaat uit een meedogenloze kwelling.
Hij Die via Zijn Genadige en Barmhartige Naam een hemels oord, versierd met paradijselijke vrouwen waar al je wensen worden verhoord, voor jouw fysieke verlangens heeft klaargemaakt, en met Zijn overige Namen eeuwige giften voor alle verlangens van je ziel, je hart, je mystiek, je verstand en al je overige zintuigen in dat paradijs voor jou heeft opgeslagen, waarnaast Hij Namen bezit waarvan Elk vele geestelijke schatten aan gaven en gunsten herbergt, is een Onbegonnen Geliefde Wiens geringste Liefde uiteraard het heelal kan overschitteren; het universum kan één minieme manifestatie van Zijn Liefde niet vervangen. Geef dus gehoor en wees gehoorzaam aan de volgende Onbegonnen Verordening die De Onbegonnen Geliefde door Zijn lieveling heeft laten uitspreken:
اِنْ كُنْتُمْ تُحِبُّونَ اللّٰهَ فَاتَّبِعُونٖى يُحْبِبْكُمُ اللّٰهُ1
De Tweede Vrucht
O ego! Dienaarschap is niet de beginfase van een toekomstige vergoeding, maar de conclusie van reeds ontvangen gunsten. Waarlijk, wij hebben onze vergoeding reeds ontvangen, daarom zijn wij met diensten en met dienaarschap belast.
Immers, o ego, De Ontzaglijke Schepper Die jou met pure heil, oftewel met een bestaan heeft bekleed, heeft jou een hongerige maag gegeven. Daarom heeft Hij met Zijn Naam “De Onderhouder” alle voedselsoorten over een tafel van gunsten voor jou uitgespreid.
Daarnaast heeft Hij jou een delicaat leven gegeven dat evenals de maag naar onderhoud verlangt. Hierbij fungeren je ogen, je oren en al je andere zintuigen als handen. Daarom heeft Hij een tafel van gunsten ter grootte van het aardoppervlak voor die handen klaargezet.
1 “Als jullie ALLAH liefhebben, volg mij dan na, opdat ALLAH jullie zal liefhebben.” - De Heilige Qur'an, 10:58
#126
Daarnaast heeft Hij jou een menselijkheid gegeven die naar vele spirituele vormen van onderhoud en gunsten verlangt. Daarom heeft Hij een tafel van gunsten ter grootte van de inwendige en uitwendige wereld voor die maag der menselijkheid naar het handbereik van het verstand voor jou uitgespreid.
Daarnaast heeft Hij jou de Islam en het geloof gegeven. Zij richten zich op eindeloze gunsten, voeden zich met de oneindige vruchten van Genade en vertegenwoordigen de ultieme menselijkheid. Daarom heeft Hij een tafel van gunsten, gelukzaligheden en genietingen voor jou ter beschikking gesteld, die – naast de kring der mogelijkheden – de kring van Gods Schone Namen en Heilige Eigenschappen omvat.
Daarnaast heeft Hij jou een geloofslicht in de vorm van liefde gegeven. Daarmee heeft Hij jou met een onuitputtelijke tafel van gunsten, gelukzaligheden en genietingen begunstigd.
Al bij al ben jij gezien je fysiek een klein, zwak, machteloos, zielig, beperkt en begrensd individu. Bij Zijn Gratie belichaam jij als nietig individu een universele en verlichte omvattendheid. Immers, door jou een leven te schenken heeft Hij jou vanuit beperktheid tot een variant van omvattendheid, door jou een menselijkheid te geven tot een ware omvattendheid, door jou de Islam te geven tot een verheven en lumineuze omvattendheid, en door jou Godskennis en liefde te geven tot een omvattende lichternis laten stijgen.
Voorwaar, o ego, deze vergoeding heb jij reeds ontvangen. Als tegenprestatie ben jij met een zoete, gunstige, vredige en lichte Godsdienstigheid in het kader van dienaarschap belast. Maar zelfs daartegenover stel jij je laks op. Al voer jij jouw taak lamlendig uit, alsnog gedraag jij je alsof de voornoemde vergoedingen niet voldoende zijn door opdringerig allerlei grote gunsten te wensen. Vervolgens stel jij je ook nog eens aan met uitspraken als: “Waarom worden mijn beden niet verhoord?”
Waarlijk, jij hebt geen recht om te klagen maar om te smeken. De Hoogste Gerechtigde schenkt het paradijs en de eeuwige gelukzaligheid puur op basis van Zijn Gratie en Gulheid. Doe altijd beroep op Zijn Genade en Gratie, vertrouw Hem en geef gehoor aan deze verordening:
قُلْ بِفَضْلِ اللّٰهِ وَبِرَحْمَتِهٖ فَبِذٰلِكَ فَلْيَفْرَحُوا هُوَ خَيْرٌ مِمَّا يَجْمَعُونَ1
1 “Zeg: met de Begunstiging van ALLAH en Zijn Genade kunnen zij verademen; dat is heilzamer dan wat zij vergaren.” - De Heilige Qur'an, 10:58
#127
Stelling
Hoe kan ik voor deze universele en grenzeloze gunsten met mijn begrensde en individuele capaciteiten dank betuigen?
Het antwoord
Met een universele intentie en een onbegrensde overtuiging. Bijvoorbeeld, stel dat iemand met een geschenk ter waarde van vijf euro bij een koning op bezoek gaat. Onderweg ziet hij dat er allerlei geschenken van aanzienlijke individuen ter waarde van miljoenen voor de koning in rijen zijn opgesteld. Daarop koestert de bezoeker de volgende gedachte in zijn hart:
“Mijn geschenk stelt niets voor, wat kan ik doen?”
Plotseling zegt hij:
“O mijn heerser! Al deze kostbare geschenken wijd ik namens mijzelf aan u, want u bent ze waard. Als mijn vermogen toereikend zou zijn, dan zou ik u ook met al deze geschenken begiftigen.”
Voorwaar, de koning die nergens behoefte aan heeft en de geschenken van zijn volk als teken van hun trouwheid en eerbied aanvaardt, zal van die arme man deze grote en omvattende intentie en wens, en deze mooie en verheven waardigheid van zijn overtuiging als het allergrootste geschenk aanvaarden.
Evenzo zegt een machteloze dienaar tijdens zijn salât:1اَلتَّحِيَّاتُ لِلّٰهِ. Met andere woorden:
“De dienaarschapsgeschenken die alle wezens met hun leven aan U wijden, wijd ik allemaal namens mezelf aan U. Als ik bij machte zou zijn, dan zou ik zoveel levensgeschenken als hun totale aantal aan U schenken. U bent ze immers waard en in feite verdient U veel meer.”
Voorwaar, deze intentie en overtuiging impliceren een uiterst omvattende dankbetuiging.
De zaden en pitten van planten zijn hun intenties. Bijvoorbeeld, een meloen koestert in zijn hart duizenden intenties in de gedaante van pitten, zeggende:
1 “De levensgeschenken behoren ALLAH toe.”
#128
“O mijn Schepper! Ik wil de geschriften van Uw Schone Namen over vele locaties van de aarde uitgebreid openbaren.” Omdat de Hoogste Gerechtigde op de hoogte is van de wijze waarop het aankomende zich zal manifesteren, aanvaardt Hij die intenties als een vervulde Godsdienstoefening. “De intentie van een gelovige is heilzamer dan zijn daden” duidt op dit geheim. En dankzij dit geheim wordt het duidelijk waarom er eindeloze verheerlijkingen worden betuigd tijdens Godsvereringen als:
سُبْحَانَكَ وَ بِحَمْدِكَ عَدَدَ خَلْقِكَ وَ رِضَاءَ نَفْسِكَ وَ زِنَةِ عَرْشِكَ وَ مِدَادِ كَلِمَاتِكَ وَ نُسَبِّحُكَ بِجَمٖيعِ تَسْبٖيحَاتِ اَنْبِيَائِكَ وَ اَوْلِيَائِكَ وَ مَلٰئِكَتِكَ1
En zoals een generaal de gezamenlijke diensten van alle soldaten namens zichzelf aan de koning voordraagt, fungeert de mens als generaal van alle wezens, en als commandant van de dieren en planten, en hij bezit de potentie om khalief van alle aardse wezens te worden die in zijn eigen specifieke wereld als hun vertegenwoordiger: 2اِيَّاكَ نَعْبُدُ وَاِيَّاكَ نَسْتَعٖينُ kan zeggen, en de Godsdienstoefeningen en hulpverzoeken van alle volkeren namens zichzelf aan de Ontzaglijke Aanbedene kan voordragen. Bovendien zegt hij:
سُبْحَانَكَ بِجَمٖيعِ تَسْبٖيحَاتِ جَمٖيعِ مَخْلُوقَاتِكَ وَ بِاَلْسِنَةِ جَمٖيعِ مَصْنُوعَاتِكَ3
Zodoende laat hij alle wezens namens zichzelf spreken. Bovendien zegt hij:
اَللّٰهُمَّ صَلِّ عَلٰى مُحَمَّدٍ بِعَدَدِ ذَرَّاتِ الْكَائِنَاتِ وَ مُرَكَّبَاتِهَا4
Zodoende spreekt hij namens alles heilwensen over de profeet uit. Want alles is betrokken bij Het Licht van Ahmed صلى الله عليه وسلم. Voorwaar, doorzie de wijsheid achter de eindeloze hoeveelheden verheerlijkingen en heilwensen.
1 Feilloos zij U en de lof zij U, naar het aantal van Uw schepselen, naar het behagen van Uw Wezen, naar de omvang van Uw Oppertroon, naar de inkt van Uw Woorden, Wij verheerlijken U met alle verheerlijkingen van Uw Godsgezanten, Uw vrienden en Uw engelen.
2 “Alleen U dienen wij en alleen U vragen wij om hulp.” - De Heilige Qur'an, 1:5
3 Feilloos zij U, bij alle verheerlijkingen van al Uw schepselen en bij alle uitdrukkingen van al Uw kunstwerken.
4 O ALLAH, laat in evenredigheid met het aantal atomen en deeltjes in het universum zegeningen neerdalen op Mohammed.
#129
De Derde Vrucht
O ego! Indien jij gedurende een kortstondig leven grenzeloze taken voor het hiernamaals wil verrichten, elke levensminuut zo waardevol als een hele levensduur wil maken, je gewoonten in Godsdienstoefeningen wil omzetten en je onachtzaamheid in Godsbesef wil veranderen, neem dan de achtenswaardige Soenna in acht. Want wanneer jij je tijdens een handeling aan de Shariaanse gedragslijn houdt, dan zal dat Godsbesef verschaffen. Je handeling zal dan als een Godsdienstoefening gelden en in het hiernamaals vele vruchten afwerpen.
Bijvoorbeeld, wanneer jij tijdens een inkoop rekening houdt met wat de Sharia verbiedt en toelaat, dan zal jouw gewoonlijke inkoop als een Godsdienstoefening gelden. Die herinnering aan de Shariaanse wet doet denken aan de Goddelijke Revelaties, waardoor De Eigenaar van de Sharia in je gedachte opkomt en jij je tot God richt. Zodoende verschaft het Godsbesef.
Wanneer de achtbare Soenna dus wordt betracht, dan zal dit vergankelijke leven eeuwige vruchten afwerpen en als de bron van opbrengsten voor een eeuwig leven dienen.
فَاٰمِنُوا بِاللّٰهِ وَرَسُولِهِ النَّبِىِّ الْاُمِّىِّ الَّذٖى يُؤْمِنُ بِاللّٰهِ وَكَلِمَاتِهٖ وَاتَّبِعُوهُ لَعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ1
Geef gehoor aan deze verordening. IJver om een omvattende ontvanger te worden van de manifesterende zegeningen uit een ieder onder Gods Schone Namen, Waarvan de Reflecties Zich binnen de wetten van de Sharia en de achtenswaardige Soenna voordoen.
De Vierde Vrucht
O ego! Kijk niet naar de aardsgezinde, de zedeloze en vooral niet naar de ongelovige mensen. Laat je niet meeslepen door hun schone schijn en hun misleidende verboden genietingen, en doe ze niet na! Want ook al doe je ze na, jij zult nooit zoals zij kunnen worden; jij zult uitermate diep zinken en zelfs niet als een dier kunnen leven. Want het verstand in je hoofd zal als een heilloos instrument fungeren en continu naar je hoofd uithalen.
1 “En geloof in ALLAH en in Zijn profeet; de ongeletterde gezant die in ALLAH en in Zijn Woorden gelooft. En volg hem na, opdat jullie leiding mogen ontvangen.” - De Heilige Qur'an, 7:158
#130
Bijvoorbeeld, er is een paleis met een geweldige verdieping. Op die verdieping is er een grote elektrische lamp aangesloten waaraan de lampen van allerlei kleine kamers zijn verbonden. Als iemand de knop van die grote elektrische lamp omdraait en het licht uitdoet, dan zullen alle kamers in een diepe duisternis en in verlatenheid verkeren. Ook is er een ander paleis waarin alle kamers voorzien zijn van kleine elektrische lampjes die niet aan de grote elektrische lamp zijn verbonden. Als de eigenaar van het paleis de knop van de grote elektrische lamp omdraait en de lamp uitzet, dan kunnen de lampjes van de overige kamers alsnog werken en de kamers verlichten. Daarmee kan de eigenaar zich redden. Inbrekers kunnen hier niet van profiteren.
Voorwaar, o mijn ego! Het eerste paleis symboliseert een moslim. De eminente profeet صلى الله عليه وسلم is de grote elektrische lamp in zijn hart. Als die moslim hem vergeet en hem – moge ALLAH ons voor zoiets hoeden – uit zijn hart verwijdert, dan kan hij geen enkele profeet meer aanvaarden. In zijn ziel zal er geen één plek voor ontwikkeling meer achterblijven. Hij kan zijn Heer dan niet eens meer erkennen. Alle kamers en zintuigen in zijn aard zullen in duisternis vervallen. En in zijn hart zal er een vreselijke verwoesting en vervreemding plaatsvinden. Wat zou jij tegenover deze verwoesting en vervreemding kunnen aanwinnen om je gemoed gerust te stellen? Wat voor profijt zou jij kunnen behalen om de schade van die verwoesting te herstellen?
De westerlingen lijken daarentegen op het tweede paleis. Als zij het licht van de eminente profeet صلى الله عليه وسلم uit hun hart verwijderen, dan kunnen er volgens hen alsnog enige lichten achterblijven – althans, dat veronderstellen zij. Zij kunnen alsnog iets vinden voor de spirituele ontwikkeling van hun karakter door in zekere zin in Mûsâ en Îsâ عليهم السلام te geloven, en enigermate overtuigd van hun Schepper te blijven.
O kwaadgezinde ego! Ook als jij het volgende zegt: “Ik wil niet als een westerling maar als een dier mijn leven leiden”, dan zeg ik zoals ik al zo vaak heb gezegd dat jij ook niet als een dier kunt leven. Je hebt immers een verstand in je hoofd dat met de klappen van vroegere kwellingen en toekomstige angsten naar je gezicht, je ogen en je hoofd uithaalt. Aan één genieting voegt hij duizend kwellingen toe. Een dier daarentegen ervaart een onvermengd genot en geniet met volle teugen. Aldus behoor je eerst jouw verstand uit je hoofd te verwijderen en weg te gooien om een dier te kunnen zijn. Doorzie dus de disciplinerende klap achter de Aya: 1كَالْاَنْعَامِ بَلْ هُمْ اَضَلُّ
1 “Zij zijn als dieren en zelfs nog lager.” - De Heilige Qur’an, 7:179
#131
De Vijfde Vrucht
O ego! Zoals wij vaker hebben gezegd, is de mens de vrucht van de scheppingsboom. Net als een vrucht is hij het uiteindelijke en omvattendste schepsel. Zijn zaad is een hart dat op iedereen is gericht en het universele eenheidsverband van alles omvat, terwijl zijn gezicht op multipliciteit, teloorgang en de aarde is gericht. Dienaarschap daarentegen is een verbindingsdraad waarmee zijn gezicht van teloorgang op eeuwigheid, van het volk op De Ware, van multipliciteit op eenheid, van het eindstadium op de oorsprong wordt gericht. Of het is een verbindingspunt tussen de oorsprong en het eindstadium.
Bijvoorbeeld, stel dat een waardevolle vrucht met een bewustzijn een zaad zou kunnen worden. Wanneer zij naar de bezielde wezens onder de boom zou kijken, op haar schoonheid zou vertrouwen, haarzelf in hun handen zou werpen of vanwege onachtzaamheid van haar tak zou vallen, dan zou ze in hun handen belanden, verscheurd worden en als een simpele individuele vrucht verloren gaan. Als die vrucht haar steunpunt zou vinden, en als ze zou inzien dat het zaad in haar het eenheidsverband van de hele boom draagt, en het voortbestaan van de boom en de voortgang van zijn ware betekenis kan verwezenlijken, dan zal dat ene zaad in die ene vrucht een aanhoudende universele waarheid inclusief een aanhoudend leven omvatten.
Ook als de mens de multipliciteit induikt, in het universum verzuipt, door liefde voor de aarde bedwelmd raakt, zich door de glimlach van vergankelijke schepselen laat meeslepen en zich in hun schoot werpt, dan zal hij uiteraard een eindeloos verlies ondervinden. Hij zal dan zowel in teloorgang als in vergankelijkheid als in nietigheid vervallen. Bovendien zal hij zichzelf geestelijk executeren. Als hij de geloofsleer uit de Qur’anische Taal met het oor van zijn hart beluistert, zijn hoofd heft en zich tot eenheid wendt, dan kan hij via de hemelvaart van dienaarschap naar de troon van volmaaktheid stijgen en een eeuwig mens worden.
O mijn ego! Aangezien de werkelijkheid zo is en aangezien jij tot het volk van Ibrahîm عليه السلام behoort, zeg dan evenals Ibrahîm: 1لَٓا اُحِبُّ الْاٰفِلٖينَ, wend je gezicht tot de Eeuwige Geliefde en huil zoals ik.2
1 “Ik hou niet van hetgeen tenondergaat” - De Heilige Qur’an, 6:76
2 Omdat de Perzische passages van hier naar Het Tweede Thema van Het Zeventiende Woord zijn verplaatst, zijn ze hier niet geschreven.
#132
Uit Het Vijfentwintigste Woord
De Tweede Radiatie
[Aangaande de jeugdigheid van De Qur’an]
Elke eeuw behoudt Hij Zijn frisheid en Zijn jeugdigheid, alsof Hij vers is neergedaald. Waarlijk, omdat De Qur’an als Onbegonnen Preek alle menselijke klassen uit alle tijdperken tegelijk aanspreekt, is een dergelijk aanhoudende jeugdigheid ook nodig. Tevens werd en wordt het ook zo ondervonden. Ten opzichte van alle eeuwen waarin telkens veranderende opvattingen en variërende vaardigheden op de voorgrond staan, is Hij elke eeuw zo bijdetijds, dat het lijkt alsof Hij Zich specifiek op die eeuw richt, de aandacht trekt en lering biedt. De werken en wetten van mensen zijn net als mensen; ze verouderen, ze veranderen en ze worden vervangen. De Standpunten en de Wetten van De Qur’an daarentegen zijn zo stabiel en onwrikbaar, dat ze Zijn Kracht slechts duidelijker laten zien naarmate eeuwen verstrijken.
Waarlijk, deze huidige eeuw en de hedendaagse mensen van Het Boek die
last van overmatig zelfvertrouwen hebben en hun oren zoals nooit te voren
voor De Qur’an sluiten, hebben zoveel behoefte aan de disciplinaire Aanspreking:
1يَٓا اَهْلَ الْكِتَابِ ۞ يَٓا اَهْلَ الْكِتَابِ, dat die Qur’anische Aanspreking
nagenoeg rechtstreeks op deze eeuw is gericht. De uitspraak:
يَٓا اَهْلَ الْكِتَابِ
omvat de betekenis: “mensen van studie”; met al Zijn Kracht, Zijn Frisheid
en Zijn Jeugdigheid laat Hij over alle uiteinden van de wereld Zijn Oproep
nagalmen: 2يَٓا اَهْلَ الْكِتَابِ تَعَالَوْا اِلٰى كَلِمَةٍ سَوَٓاءٍ بَيْنَنَا وَبَيْنَكُمْ.
Ondanks dat de mensen en groeperingen machteloos in hun verzet tegenover De Qur’an staan, is de huidige beschaving met al haar verzamelde verzinsels van mensen en djinns een verzetsbeweging tegen De Qur’an begonnen; met haar begoochelingen verzet ze zich tegen de Qur’anische Mirakelen.
1 “O mensen van Het Boek, o mensen van Het Boek.” - De Heilige Qur’an, 3:64
2 “O mensen van Het Boek, komt tot een woord dat voor ons en voor jullie overeenstemmend is.” - De Heilige Qur’an, 3:64
#133
Om het standpunt van de Aya: 1قُلْ لَئِنِ اجْتَمَعَتِ الْاِنْسُ وَالْجِنُّ tegenover deze akelige moderne verzetsbeweging te bewijzen, gaan wij de fundamenten en de principes waarmee ze zich verzet, tegenover de Qur’anische Fundamenten plaatsen.
De eerste graad
De afwegingen en de vergelijkingen vanaf Het Eerste Woord tot en met Het Vijfentwintigste Woord, evenals de Aya’s aan hun begin Die de waarheden van die Woorden dragen, tonen het Miraculeuze Wezen van De Qur’an en Zijn overwinning over de huidige beschaving zo zeker als tweemaal twee vier is aan.
De tweede graad
Een aantal principes die in Het Twaalfde Woord zijn beduid, zullen hier worden samengevat.
Voorwaar, de huidige beschaving beschouwt op basis van haar filosofie kracht als het steunpunt van het menselijke gemeenschapsleven. Haar streven is op winst gericht. Haar levensprincipe is op strijd gebaseerd. Het middel om mensen bijeen te brengen, bestaat volgens haar uit racisme en een negatieve vorm van nationalisme. Haar doel is gericht op bepaalde zonden die de egoïstische lusten bevredigen en de menselijke behoeften intensiveren. Echter, het kenmerk van kracht is agressie. Het kenmerk van winstbejag is vechten om winst te behalen aangezien de te behalen winst niet voor eenieders wens toereikend is. Het kenmerk van strijd is rivaliteit. Het kenmerk van racisme is rechtsschending aangezien het zich met het verslinden van anderen voedt.
Voorwaar, uitgaande van deze principes heeft de huidige beschaving met al haar bekoorlijkheden slechts twintig procent van de mensheid een ogenschijnlijke vorm van geluk kunnen verschaffen, terwijl ze tachtig procent van de mensen in het verderf heeft gestort.
De Qur’anische Wijsheid daarentegen heeft geen kracht maar rechtvaardigheid als steunpunt genomen. Haar streven is niet op winst maar op deugd en Gods Welbehagen gericht. Haar levensbeschouwing is niet op strijd maar op het samenwerkingsprincipe gebaseerd.
1 “Zeg: al zouden de mensen en de djinns samenkomen....” - De Heilige Qur’an, 17:88
#134
Haar middel om mensen samen te brengen, bestaat niet uit racisme en nationalisme, maar uit religieuze gemeenzaamheden, beroepsmatige betrekkingen en landelijke belangen. Haar doelen zijn: de verboden begeerten van egoïstische lusten tegengaan, de ziel tot heilige kennisnemingen inspireren, verheven gevoelens bevredigen en de mens daadwerkelijk mens maken door hem naar menselijke volmaaktheden te dirigeren.
Het kenmerk van rechtvaardigheid is eendracht. Het kenmerk van deugd is saamhorigheid. Het kenmerk van het samenwerkingsprincipe is onderlinge bijstand. Het kenmerk van religie is broederschap en binding. En het ego beteugelen en vastketenen, de ziel naar volmaaktheid dirigeren en vrijlaten, vormen het kenmerk van gelukzaligheid in beide oorden.
Voorwaar, de huidige beschaving is door de schoonheden van de voorgaande hemelse religies en vooral van De Qur’an uit een waarachtig oogpunt overwonnen.
De derde graad
Deze graad bevat duizenden kwesties waar wij ter illustratie slechts drie á vier van zullen laten zien.
Waarlijk, omdat de Principes en de Wetten van De Qur’an uit de onbegonnenheid zijn opgekomen, gaan Ze richting de eeuwigheid voort. In tegenstelling tot de wetten van de beschaving worden Ze niet ouder en zijn Ze niet gedoemd tot afsterving; Zij blijven immer jeugdig en sterk.
Bijvoorbeeld, ondanks alle welzijnsinstanties, alle strenge regulaties en wetten, en alle normen en waarden van de huidige beschaving, heeft ze twee punten uit de aankomende twee Aya’s van De Leerrijke Qur’an niet kunnen tegenspreken en is ze overwonnen.
وَاَقٖيمُوا الصَّلٰوةَ وَاٰتُوا الزَّكٰوةَ1 ۞ وَاَحَلَّ اللّٰهُ الْبَيْعَ وَحَرَّمَ الرِّبٰوا2
Deze miraculeuze overwinning van De Qur’an gaan wij aan de hand van een inleiding verklaren.
1 “En verricht de Salât en geef de Zakaat.” - De Heilige Qur’an, 2:43
2 “En ALLAH heeft de handel halal en de rente haram verklaard.” - De Heilige Qur’an, 2:275
#135
Zoals bewezen in “İşârâtü’l-İ’câz” kan de oorsprong van alle oproeren binnen de mensheid in één zin worden samengevat, evenals de bron van alle zondige karaktereigenschappen in één zin kan worden samengevat.
De eerste zin: “Zolang mijn maag gevuld is, kan het mij niets schelen dat anderen sterven van de honger.”
De tweede zin: “Jij werkt, ik eet.”
Waarlijk, dankzij de balans tussen de elites en de burgers, oftewel de rijken en de armen, kan de vrede in het menselijke gemeenschapsleven worden gehandhaafd. De essentie van die balans bestaat enerzijds uit de genadigheid en het mededogen van de elites, anderzijds uit de eerbied en de volgzaamheid van de burgers. De eerste zin heeft de elites tot onrecht, onzedelijkheid en meedogenloosheid aangespoord. De tweede zin heeft gevoelens van wrok, jaloezie en opstand bij de burgers ontwaakt. Hierdoor is de vrede binnen de mensheid inmiddels al een aantal eeuwen verloren gegaan. Daarnaast is in deze eeuw via de bekende catastrofes in Europa duidelijk geworden wat voor gevolgen de strijd tussen arbeid en kapitaal met zich meebrengt.
Voorwaar, de beschaving met al haar welzijnsinstanties, haar zedenleer, en haar strenge regulaties en wetten heeft geen vrede tussen die twee klassen binnen de mensheid kunnen brengen, noch heeft ze de twee diepe wonden van het mensenleven kunnen genezen. De Qur’an pakt de eerste zin via de verplichting van de Zakaat bij de wortel aan en verschaft genezing. Het fundament van de tweede zin vernietigt Hij via het verbod op rente en verschaft wederom genezing.
Waarlijk, De Qur’anische Aya’s staan voor de poort van de wereld en zeggen tegen de rente: “Jij mag niet binnentreden!” Ze vermanen mensen en zeggen: “Om de deur naar ruzie te sluiten, dienen jullie de deur van de bank (rente) te sluiten.” En tegen de studenten van De Qur’an zeggen Ze: “Loop niet door die deur!”
De tweede essentie
De huidige beschaving vindt polygamie onaanvaardbaar; zij vindt het Qur’anische Standpunt daaromtrent niet stroken met wijsheid en ze acht het strijdig met de menselijke vooruitgang.
#136
Als de wijsheid achter een huwelijk slechts uit lustbevrediging zou bestaan, dan zou polygamie juist moeten worden gehandhaafd. Echter, zoals zelfs alle dieren bevestigen en de bevruchtingen van planten beamen, bestaat de wijsheid en het doel van een huwelijk uit voortplanting. Het genot achter lustbevrediging is een kleine vergoeding van de Genadige om die taak te doen laten vervullen.
Aangezien een huwelijk volgens wijsheid in feite omwille van het voortbestaan van het geslacht wordt gesloten, kan een vrouw, die hoogstens eenmaal per jaar een kind kan baren, slechts de helft van de maand vruchtbaar is en op haar vijftigste in de overgang belandt, uiteraard niet genoegzaam zijn voor een man die van nature tot zijn honderdste gedurende de meeste periodes vruchtbaar is. Om deze reden is de beschaving genoodzaakt om de aanwezigheid van vele bordelen te aanvaarden.
De derde essentie
De onoordeelkundige beschaving bekritiseert De Qur’an om Zijn Aya waarin Hij de vrouw een derde van het erfrecht toekent. Echter, de wetten met betrekking tot de menselijke samenleving worden op basis van de meerderheid bepaald. In de meeste gevallen vindt een vrouw wel een man die haar onder zijn hoede neemt, terwijl een man verplicht is om de lasten van zijn vrouw op zich te nemen en haar in haar levensbehoeften te voorzien.
Voorwaar, als een vrouw in dit geval de helft van wat haar toekomt van haar vader erft, dan zal haar man de andere helft aanvullen. Als een man het dubbele van zijn vader erft, dan zal hij de helft ervan aan het onderhoud van zijn vrouw moeten besteden, waardoor hem in feite hetzelfde als zijn zus ten deel valt. Voorwaar, de Qur’anische Rechtvaardigheid heeft dit erfrecht vereist, daarom heeft De Qur’an zo geoordeeld.1
1 Een gedeelte uit de verdediging in het verzoekschrift tegen de rechtszaak dat de rechtbank tot zwijgen heeft gebracht. Het is een voetnoot voor dit thema geworden. “Het gebod in kwestie wordt inmiddels dertienhonderdvijftig jaar lang elke eeuw door driehonderdvijftig miljoen mensen als een uiterst heilige en wezenlijke Goddelijke Norm voor het gemeenschapsleven geacht. Gesteund door de bevestigingen en overeenstemmingen van driehonderdduizend exegeses en in navolging van de ruim dertienhonderdvijftigjarige overtuiging van onze voorvaderen heeft iemand een exegese geschreven. Als er op het aardoppervlak enige rechtvaardigheid heerst, dan zal het onterechte besluit dat hem hierom veroordeelt uiteraard worden ingetrokken en het vonnis zou moeten worden opgeheven.”
#137
De vierde essentie
Zoals De Qur’an beeldendienst onverbiddelijk verbiedt, verbiedt Hij evenzeer een zekere imitatie daarvan, bestaande uit de verafgoding van uiterlijkheden. Omdat de beschaving daarentegen uiterlijkheden als zelfbezit beschouwt, tracht ze zich tegen De Qur’an te verzetten. Echter, zowel directe als indirecte vormen van uiterlijk vertoon impliceren een incarnatie van tirannie, een personificatie van pronkerij of een belichaming van lusten waarmee de mensheid tot onrecht, pronkerij en lustbevrediging wordt aangespoord.
Bovendien draagt De Qur’an uit Genade de vrouwen op om zich met de sluier van kuisheid te bedekken om hun eer te beschermen, opdat die bronnen van mededogen niet onder de voeten van zedeloze lusten worden geschandaliseerd en niet als waardeloze lustobjecten worden beschouwd1. De beschaving daarentegen heeft de vrouwen uit hun nesten gelokt, hun sluiers verscheurd en de mensheid losbandig gemaakt. Het gezinsleven kan echter dankzij onderlinge liefde en eerbied standhouden. Desondanks heeft ontbloting de innige liefde en eerbied aangetast en het gezinsleven vergiftigd.
Zoals het aankomende voorbeeld zal aantonen, heeft vooral de verafgoding van uiterlijkheden de menselijke normen en waarden aangetast en de zielen bedorven. Je kunt wel nagaan hoezeer de zeden bederven wanneer het lijk van een mooie, overleden en medelijdenswaardige vrouw met een wellustige blik wordt bekeken. Evenzo zal de kern van verheven mensenwaarden bederven en verloren gaan wanneer er wellustig gekeken wordt naar de uiterlijkheden van overleden vrouwen of naar de levende vrouwen wier uiterlijkheden als kleine lijken gelden.
Voorwaar, zoals deze drie voorbeelden zijn er duizenden Qur’anische Thema’s die respectievelijk ten dienste staan om de mensheid zowel op aarde als in het hiernamaals gelukzaligheid te verschaffen. Andere thema’s kun je met de behandelde thema’s vergelijken.
Zoals de huidige beschaving niet op kan tegen de Qur’anische Principes met betrekking tot het menselijke gemeenschapsleven en uit een waarachtig oogpunt failliet is tegenover de spirituele mirakelen van De Qur’an, is evenzeer in vijfentwintig Woorden aan de hand van afwegingen onbetwistbaar aangetoond dat de ziel van de huidige beschaving, bestaande uit Europese filosofieën en menselijke ideologieën, machteloos is, terwijl de Qur’anische Wijsheid miraculeus is.
1 De Vierentwintigste Flits uit De Eenendertigste Brief heeft op een uiterst doorslaggevende wijze bewezen dat de versluiering natuurlijk is voor een vrouw en de ontsluiering in strijd is met haar natuur.
#138
In onder andere Het Elfde en Het Twaalfde Woord wordt de onmacht en het faillissement van de filosofische wijsheid, evenals de miraculeusheid en de rijkheid van de Qur’anische Wijsheid aangetoond.
En zoals de huidige beschaving tegenover de wetenschappelijke en praktijkgerichte mirakelen binnen de Qur’anische Wijsheid bezwijkt, zijn de literatuur en de eloquentie van de beschaving ten aanzien van de Literatuur en de Eloquentie van De Qur’an te vergelijken met: het moedeloze gehuil van een getroffen wees en het belachelijke gezang van een bezopen dronkaard ten aanzien van een passievolle en bemoedigende zang die door een verheven geliefde wegens een tijdelijke scheiding droevig wordt gezongen, en een zegezang of een bemoedigend volkslied om tot strijd en tot verheven opofferingsgezindheden aan te sporen. Literatuur en eloquentie wekken namelijk van nature ofwel verdriet ofwel vreugde op.
Verdriet kent twee vormen. De ene vorm komt voort uit het gemis van geliefden. Dit is een duister verdriet dat door de afwezigheid van geliefden en door verlatenheid voortkomt. Deze vorm van verdriet wordt door de literatuur van de afgedwaalde, naturalistische en onachtzame beschaving opgewekt. De tweede vorm komt voort uit de scheiding van geliefden. Hierbij zijn er geliefden waarbij scheiding een smachtende vorm van verdriet veroorzaakt. Voorwaar, dit is een verdriet dat De Leiding Biedende en Licht Verschaffende Qur’an opwekt.
Vreugde kent ook twee vormen. De ene motiveert het ego om zijn lusten te bevredigen. Dit is een karakteristiek van de modernistische literatuur voor wie theaters, bioscopen en romans centraal staan. De tweede vorm laat het ego zwijgen en wekt in de ziel, het hart, het verstand en de mystiek een schone, deugdelijke en onschuldige passie op waarmee de mens wordt aangemoedigd om heilige kennis op te doen, opdat hij zijn oorspronkelijke land in het eeuwige oord en zijn geliefden in het hiernamaals kan bereiken. Deze vreugde die De Qur’an via Zijn Miraculeuze Revelatie opwekt, dirigeert de mensheid smachtend naar het paradijs en naar de eeuwige gelukzaligheid waar zij De Pracht van ALLAH mag aanschouwen.
#139
قُلْ لَئِنِ اجْتَمَعَتِ الْاِنْسُ وَالْجِنُّ عَلٰٓى اَنْ يَاْتُوا بِمِثْلِ هٰذَا الْقُرْاٰنِ لَا يَاْتُونَ بِمِثْلِهٖ وَلَوْ كَانَ بَعْضُهُمْ لِبَعْضٍ ظَهٖيرًا1
Voorwaar, volgens sommige kortzichtige en onoplettende mensen worden de opzienbarende boodschap en de grandioze waarheid in Deze Aya overdreven overgebracht om eloquent over te komen, terwijl ze volgens hen irreëel zijn. God verhoede! Ze zijn niet overdreven, noch zijn ze onwerkelijk; ze belichamen een uiterst waarachtige eloquentie, ze zijn haalbaar en ze zijn reëel!
Een variant hiervan doet zich als volgt voor: als de allermooiste bewoordingen van de mensen en de djinns – die niet geïnspireerd zijn door of afkomstig zijn van De Qur’an – allemaal als één geheel bijeen worden gebracht, dan kunnen ze alsnog niet tippen aan De Qur’an. Dit is immers ook nimmer gelukt; nergens is zoiets waargenomen.
Een tweede variant hiervan schuilt in het volgende: het ultieme eindproduct uit de gedachten en de werken van de djinns, de mensen en zelfs de duivels, bestaande uit de huidige beschaving, de filosofische wijsheid en de westerse literatuur, is machteloos tegenover de Standpunten, de Wijsheid en de Eloquentie van De Qur’an. Voorbeelden hieromtrent hebben wij reeds laten zien.
1 “Zeg: al zouden de mensen en de djinns samenkomen om een gelijke van deze Qur’an te produceren, dan zouden ze er alsnog niet in slagen om een gelijke samen te stellen, al zouden ze elkaars helpers zijn.” - De Heilige Qur’an, 17:88
#140
Uit De Vruchten
[Twee voetnoten ter afsluiting van De Tiende Kwestie]
De eerste voetnoot
Twaalf jaar geleden1 had ik vernomen dat één van de extreemste en koppigste Godloochenaars zich had voorgenomen om De Qur’an via Zijn vertaling te ontkrachten. Hij zei:
“Laat De Qur’an vertaald worden, opdat het volk inziet wat Hij inhoudt.”
Met andere woorden, hij had een sluw plan beraamd om aan het volk de volgens hem onnodige herhalingen te laten zien en in plaats van De Qur’an de vertaling ervan te laten lezen.
Echter, de onbetwistbare aanwijzingen in de Risale-i Nur hebben deugdelijk bewezen dat een getrouwe vertaling van De Qur’an onbestaanbaar is. De bijzonderheden en subtiliteiten in De Qur’an die volgens de grammatica van de Arabische taal worden uitgedrukt, kunnen in een andere taal niet worden gehandhaafd. En de miraculeuze en omvattende termen binnen de Qur’anische Woorden, waarvan elke letter vanaf tien tot aan duizend zegeningen verschaft, kunnen uiteraard niet door de simpele en beperkte vertalingen van mensen worden vervangen, noch kan er in moskeeën in Hun plaats iets anders worden gereciteerd. De verspreiding van de Risale-i Nur heeft met deze verheldering een bom onder dat sluwe plan gelegd.
Echter, de huichelaars die door die Godloochenaar zijn opgeleid, trachten namens satan de Qur’anische Zon als onnozele kinderen uit te doven door er vergeefs naar te blazen. Ik ben van mening dat deze wijsheid mij ertoe heeft gedreven om deze Tiende Kwestie met enorme tegenzin te schrijven. Omdat ik geen contact met de buitenwereld heb, weet ik niet precies hoe de ware stand van zaken is.
1 Twaalf jaar voordat dit traktaat werd geschreven.
#141
De Tweede Voetnoot
Na onze vrijlating van de gevangenis in Denizli, zat ik op een hoge verdieping van het bekende Şehir hotel. Tegenover mij waren er mooie tuinen met veel populierbomen die als het ware in een gebedskring met hun takken en bladeren op een uiterst fraaie en bevallige wijze via de aanraking van de wind met extatische en bekoorlijke bewegingen dansten. Mijn sombere hart, dat door de scheiding van mijn vrienden en mijn eenzaamheid bedroefd was, raakte hierdoor ontroerd. Plotseling dacht ik aan de herfst en de winter seizoenen, waarna er een onachtzaamheid in mij ontwaakte. Ik kreeg zoveel medelijden met die sierlijke populieren en de levende schepselen die in een uiterst vreugdevolle sfeer onschuldig genoten, dat ik tranen in mijn ogen kreeg. Doordat ik de vernietigingen en scheidingen onder de versierde sluier van het universum gedacht en ontwaarde, hadden scheidingen en vernietigingen naar de schaal van het universum zich in mijn hoofd verzameld.
Opeens schoot het Licht van de Mohammedaanse Waarheid صلى الله عليه وسلم mij te hulp. Dat Licht zette die ontelbare smarten en droefenissen om in vreugdes. Uit de miljoenen zegeningen van dat Licht waarmee iedereen en elke gelovige gezegend wordt, was ik alleen voor het deel dat mij op dat moment bereikte, bevrijdde en geruststelde, de persoonlijkheid van Mohammed صلى الله عليه وسلم eeuwig dankbaar. Immers:
Door mijn onachtzame blik oogden die gezegende schepselen als inactieve wezens die gedurende een vruchteloos seizoen niet uit vreugde bewogen, maar uit angst voor non-existentie en scheiding trilden en in nietigheid eindigden. Bijgevolg werden mijn gevoelens die iedereen koestert, zoals liefde voor eeuwigheid, passie voor schoonheid, zwakte voor existentie, mededogen voor medeschepselen en hartstocht voor het leven zodanig in ontroering gebracht, dat de wereld in een geestelijke hel en het verstand in een marteltuig veranderden. Op dat moment werd de sluier opgeheven door het Licht dat Mohammed صلى الله عليه وسلم als geschenk naar de mensheid had gebracht. In plaats van verdoemenis, non-existentie, nietigheid, inactiviteit, nutteloosheid, scheiding en vergankelijkheid, toonde dat Licht dat elke populierboom zoveel wijsheden en betekenissen als het aantal van zijn bladeren droeg. En zoals in de Risale-i Nur is bewezen, toonde dat Licht dat wezens doelen en taken bezitten die in drie categorieën worden opgesplitst.
#142
De eerste categorie is op de Namen van De Ontzaglijke Kunstenaar gericht. Bijvoorbeeld, wanneer een constructeur een buitengewone machine samenstelt, dan zal iedereen die zijn werk waardeert: “Mâshâ’ALLAH, moge ALLAH het zegenen” zeggen en hem applaudisseren. Evenzo zal die machine door exact haar gegeven taak uit te voeren in de taal van haar houding haar samensteller prijzen en applaudisseren. Elke levende en elk wezen is een dergelijke machine; ze prijst en applaudisseert haar Samensteller.
De tweede categorie bestaat uit de wijsheden die op de blikken van de levenden en de bewuste wezens zijn gericht. Voor hen is deze wereld een bezinningsruimte; elk wezen is een boek dat Godskennis verschaft. Schepselen laten hun betekenissen in het verstand van bewuste wezens achter, hun gedaantes worden in de bestaanskring van de geheugens, op de tableaus der gelijkenissen en in de schriften van de verborgen wereld opgeslagen, waarna ze de zichtbare wereld verlaten en zich naar de verborgen wereld terugtrekken. Aldus laten zij één zichtbare bestaansvorm achter, terwijl ze vele spirituele, verborgen en wetenschappelijke bestaansvormen verwerven.
Waarlijk, aangezien ALLAH bestaat en Zijn Kennis alles omvat, bestaat er vanuit een waarachtig perspectief uiteraard geen non-existentie, verdoemenis, nietigheid, ondergang en vergankelijkheid in de wereld van een gelovige. En de wereld van een ongelovige is gevuld met non-existenties, scheidingen, nietigheden en vergankelijkheden. Voorwaar, het aankomende gezegde dat vaak wordt uitgesproken, onderwijst deze waarheid:
“Voor hem die op de hoogte is van ALLAH's bestaan, bestaat alles. Voor hem die onbekend is met ALLAH's bestaan, bestaat niets; alles is nietig voor hem.”
Conclusie
Zoals het geloof de mens tijdens zijn sterfuur van eeuwige verdoemenis redt, bevrijdt het evenzeer iedereens persoonlijke wereld van verdoemenis en van de duisternissen der nietigheid. Ongeloof daarentegen – vooral als het absolute ongeloof aangaat – verdoemt de mens evenals zijn persoonlijke wereld tijdens zijn sterfuur; het werpt hem in de duisternissen van een geestelijke hel en zet de geneugten van het leven om in zure giffen. Mogen de oren suizen van zij die hun aardse leven boven hun leven in het hiernamaals verkiezen! Laat ze ofwel een oplossing hiervoor vinden, ofwel het geloof intreden opdat ze van deze angstaanjagende ondergang gered worden!
#143
Uit Het Zesentwintigste Woord
[Het laatste gedeelte van Het Derde Thema en Het Vierde Thema]
Stelling
Het lot heeft ons vastgeketend en ons de vrijheid ontnomen. Het hart en de ziel verlangen naar verruiming en naar bewegingsvrijheid. Levert het geloof in het lot ze geen last en druk op?
Het antwoord
Absoluut niet! Naast dat het geen last oplevert, bezorgt het een vreugde; het levert een licht dat een grenzeloze verzachting, een rust, een troost en een verademing met zich meebrengt, en vrede en zekerheid verschaft. Immers, als de mens niet in het lot gelooft, dan is hij verplicht om binnen een kleine kring en een beperkte speelruimte met een tijdelijke vrijheid een wereldgrote last op de schouders van zijn arme ziel te dragen. Want de mens is betrokken bij het hele universum. Hij heeft grenzeloze doelen en wensen. Omdat zijn macht, zijn wil en zijn vrijheid daarentegen geen miljoenste daarvan kunnen realiseren, kun je wel nagaan wat voor zware en geweldige geestelijke druk hij ondervindt.
Voorwaar, het geloof in het lot gooit alle lasten op het schip der beschikking, en het biedt de ziel en het hart een bewegingsruimte waarin ze zich in alle rust met een ideale vrijheid kunnen ontwikkelen. Het zal alleen de beperkte vrijheid van het kwaadgezinde ego verdrijven, en zijn faraoniteit, zijn heerschappij en zijn lustgerichte invloed ondermijnen.
Het geloof in het lot is zo zoet en behaaglijk, dat het niet te beschrijven is. Aan de hand van het aankomende voorbeeld zullen wij slechts een glimp van die zoetheid en behaaglijkheid laten zien.
Twee personen stapten in het rijk van een koning. Ze kwamen in een buitengewone streek terecht waar ze een speciaal paleis van de koning betraden. De ene persoon wist niets over de koning en wilde daar als een plunderaar een plek voor zichzelf veroveren.
#144
Echter, het benodigde beheer, het onderhoud en de onkosten van de paleistuin en het paleis, de bediening van de beschikbare machines, de verzorging van de aanwezige dieren en soortgelijke bezwarende lasten had hij op zichzelf genomen, waardoor hij continu werd gekweld. De tuin die paradijselijk mooi was, kreeg voor hem een helse gedaante. Hij koesterde voor alles medelijden, maar kon niets beheren. Hij bracht zijn tijd in pijn door. Ten slotte werd die schaamteloze plunderaar ter vergelding van zijn misdadigheid in de gevangenis gegooid.
De tweede persoon kende de koning en achtte zichzelf als zijn gast. Hij was ervan overtuigd dat alle activiteiten in dat paleis volgens nauwkeurige wetten plaatsvonden en dat alles volgens een programma uiterst soepel te werk ging. Alle moeiten en lasten liet hij aan de wetten van de koning over, terwijl hij vredig van alle genietingen in die paradijselijke tuin genoot. Hij vertrouwde op de genade en de regeerkunst van de koning, interpreteerde alles positief, en leidde een uiterst plezierig en voorspoedig leven. Voorwaar, doorzie het geheim achter: 1مَنْ اٰمَنَ بِالْقَدَرِ اَمِنَ مِنَ الْكَدَرِ
Het Vierde Thema
Stelling
In Het Eerste Thema had u bewezen dat alles van het lot mooi en heilzaam is. Ook het onheil dat afkomstig is van het lot is heilzaam; ook de lelijkheden die daaraan ontspruiten zijn mooi. Echter, de calamiteiten en rampen die zich in dit aardse oord voordoen, ontkrachten die stelling.
Het antwoord
O mijn ego en mijn vriend die door hun bovenmatige mededogen een ernstige kwelling ondergaan! Het feit dat alle schoonheden en volmaaktheden zich tot existentie keren, terwijl de essentie van alle zonden, calamiteiten en gebreken uit non-existentie bestaat, bewijzen dat existentie pure heil en non-existentie pure onheil is.
Aangezien non-existentie pure onheil is, bestaan alle toestanden die in non-existentie uitmonden of van non-existentie getuigen evenzeer uit onheil. Daarom ondervindt het stralendste licht van existentie bestaande uit het leven kracht door in verscheidene toestanden te vorderen. Hij raakt verzeild in verschillende situaties en wordt zuiverder, hij ervaart uiteenlopende gesteldheden en werpt de gewenste vruchten af, en hij belandt in verscheidene posities en geeft de Schoonschriften der Namen van De Schenker des levens schitterend weer.
1 “Hij die in het lot gelooft, stelt zichzelf veilig van verdriet.”
#145
Voorwaar, op basis van deze waarheid belanden levenden in toestanden waarin ze kwellingen, calamiteiten en moeilijkheden ervaren. Want dankzij die kwellingen worden de lichten van existentie in hun leven ververst en de duisternissen van non-existentie weggedreven, waardoor hun leven zich zuivert. Immers, stilte, rust, nietsdoenerij, verveling en monotonie zijn in het kader van betekenis en waarde non-existent. Zelfs het allergrootste genot zal onder monotonie verdwijnen.
Conclusie
Aangezien het leven de geschriften van Gods Schone Namen laat zien, is alles wat het leven overkomt aangenaam.
Bijvoorbeeld, stel dat er een zeer rijke en bekwame kunstenaar is die op allerlei gebieden kunstvaardig is. Om zijn kunstwerken en zijn kostbare rijkdommen te laten zien, laat hij een arme man tegen een vergoeding als model voor hem werken. Hij laat de man een uur lang één van zijn sierlijke gewaden vol juwelen dragen, waarna hij aanpassingen aanbrengt en dat gewaad in verschillende stijlen demonstreert. Om al zijn vaardigheden te demonstreren, knipt, verkort, verlengt en verandert hij het gewaad. Kan de man die tegen een vergoeding als model werkt zich hierover als volgt uitlaten:
“U bezorgt mij veel moeite. U laat me zitten, staan en poseren. Dit gewaad dat mij zo goed staat, knipt u en verkort u, waardoor ik er minder goed uit kom te zien. U behandelt mij meedogenloos en gewetenloos.”
Voorwaar, De Ontzaglijke Kunstenaar, De Onvergelijkelijke Voortbrenger heeft de levenden met een lichamelijk gewaad bekleed dat met ogen, oren, een verstand, een hart en met dergelijke juwelen gevoelens en zintuigen is versierd. Om geschriften van Zijn Schone Namen te demonstreren, laat hij levenden in vele toestanden verkeren en in verscheidene situaties verandering ondervinden. Hoedanigheden die onder kwellingen en calamiteiten vallen, laten de uitgangspunten van bepaalde Namen van Hem zien; binnen flitsen van Wijsheid schitteren bepaalde stralen van Genade, en binnen die stralen van Genade schuilen subtiele schoonheden.
#146
Slot
[Bestaande uit Vijf Fragmenten die het opstandige, trotse, arrogante, hoogmoedige en pronkzuchtige ego van de Oude Said lieten zwijgen en zwichten.]
Het Eerste Fragment
Aangezien creaturen bestaan en kunstig zijn, bestaat hun Maker evenzeer. Zoals in Het Tweeëntwintigste Woord onbetwistbaar is aangetoond, wordt de totstandkoming van elk creatuur zo problematisch en zwaar als de totstandkoming van alle creaturen wanneer alle creaturen niet aan één Creator worden toegekend. Wanneer de totstandkoming van alle creaturen aan één Creator worden toegekend, dan worden alle creaturen zo soepel en eenvoudig tot stand gebracht als de totstandkoming van één creatuur.
Aangezien Iemand het oppervlak en de horizon samengesteld en geschapen heeft, zal Die zeer Wijze en Kunstvaardige Entiteit de vruchten, de opbrengsten en de doelen achter de schepping van het oppervlak en de horizon – bestaande uit de levenden – uiteraard niet aan anderen overlaten en alles verpesten. Hij zal nimmer al Zijn betekenisvolle creaties aan andere handen afstaan, alles ontwaarden, en tolereren dat anderen de dankbetuigingen en Godsdienstoefeningen van die creaties gaan opeisen.
Het Tweede Fragment
O mijn arrogante ego! Jij lijkt op een druivenboom. Wees niet trots! De druivenboom heeft zijn trossen druiven niet zelf opgehangen; een Ander heeft ze aan hem gehangen!
Het Derde Fragment
O mijn pronkzuchtige ego! Zorg ervoor dat jouw religieuze dienstverrichtingen jou niet met hoogmoed vervullen. Aangezien jij niet gezuiverd bent, dien jij volgens het geheim achter: 1اِنَّ اللّٰهَ لَيُؤَيِّدُ هٰذَا الدّٖينَ بِالرَّجُلِ الْفَاجِرِ jezelf als die zondige man te zien. Beschouw je dienst en je dienaarschap als een dankbetuiging voor verkregen gunsten, een natuurlijke opdracht, een ingeschapen plicht en een antwoord op Gods scheppingskunst, en bevrijd jezelf van hoogmoed en pronkerij.
1 “Voorzeker, ALLAH kan deze religie ook via een zondige man laten floreren.”
#147
Het Vierde Fragment
Als jij over waarheidskennis en ware wijsheid wil beschikken, verwerf dan kennis over de Hoogste Gerechtigde. Want alle waarheden in het bestaan zijn Stralen van De Naam: “El'Haq” (De Ware), en verschijnselen van Zijn Namen, en manifestaties van Zijn Eigenschappen. Alle materiële en immateriële oorzaken en gevolgen van alle wezens, elke waarheid achter ieder mens, zijn gefundeerd op een Licht en gebaseerd op een Waarheid van Een Goddelijke Naam. Anders zijn ze niets meer dan waardeloze gedaantes. (Aan het eind van Het Twintigste Woord is er meer over dit geheim geschreven.)
O ego! Indien jij een passie voor dit aardse leven hebt en van de dood vlucht, besef je dan goed dat de toestanden die jij als leven waant slechts bestaan uit de minuut waarin jij leeft. Alle momenten en aardse bezittingen voor die minuut zijn tijdens die minuut dood; ze zijn vergaan. Alle momenten na die minuut en alles wat ze omvatten, zijn tijdens die minuut non-existent en nietig. Aldus bestaat het materiële leven waar jij je op berust slechts uit een minuut; nauwlettende analisten concludeerden zelfs dat het uit een seconde, uit een voorbijvliegend ogenblik bestaat. Voorwaar, vanwege dit geheim hebben sommige heiligen de aarde vanuit een aards perspectief als non-existent bestempeld.
Aangezien het zo is, laat het materialistische leven van het ego los; stijg naar de levensniveaus van het hart, de ziel en de mystiek, en kijk wat voor wijde levenskring zij bezitten! Het verleden en de toekomst die voor jou dood zijn, zijn voor hen levend, levendig en existent. O mijn ego! Aangezien de situatie zo is, huil zoals mijn hart, roep uit en zeg:
Ik ben vergankelijk, ik verlang niet naar het vergankelijke.
Ik ben machteloos, ik verlang niet naar het machteloze.
Ik heb mijn ziel aan De Barmhartige overgegeven;
ik verlang naar geen ander.
Ik koester verlangens, waar ik naar verlang is een eeuwige vriend.
Ik ben een atoom, maar ik verlang naar een Oneindige Zon.
Ik ben nietig, maar ik verlang naar heel dit bestaan, met alles erop en eraan.
#148
Het Dertigste Woord
Het Eerste Doel
[Hier wordt het mysterie van het universum ontrafeld en
een belangrijk raadsel van De Qur’an opgelost]
اِنَّا عَرَضْنَا الْاَمَانَةَ عَلَى السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ وَالْجِبَالِ فَاَبَيْنَ اَنْ يَحْمِلْنَهَا وَاَشْفَقْنَ مِنْهَا وَحَمَلَهَا الْاِنْسَانُ اِنَّهُ كَانَ ظَلُومًا جَهُولًا 2
Uit de grote schat van Deze Aya zullen wij alleen op één juweel duiden.
Eén factor, één van de verscheidene aspecten die ertoe leidden dat de hemel, de aarde en de bergen voor het door God aangeboden rentmeesterschap terugdeinsden, bestaat uit het ego. Waarlijk, het ego is het zaad van een stralende Toebâ-boom en een gruwelijke Zaqqoem-boom waarvan de takken en twijgen zich vanaf de tijd van Adam tot aan het heden alom de wereld van de mensheid hebben uitgespreid. Voordat wij in deze opzienbarende waarheid gaan duiken, zullen wij eerst een voorwoord schrijven om die waarheid begrijpelijker te maken.
Het ego is de sleutel tot de verborgen schatten der Goddelijke Namen. Daarnaast is het een lastige puzzel, een verbazingwekkend mysterie dat als de sleutel tot het mysterie van het universum dient. Door het wezen van het ego te doorgronden, kan die eigenaardige puzzel, dat buitengewone mysterie alias het ego zich ontvouwen, waarna hij het mysterie van het universum en de schatten uit de Onmisbare Wereld kan ontrafelen.
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “Voorzeker, Wij hadden de hemelen, de aarde en de bergen een rentmeesterschap aangeboden, maar zij waren te bang om die last te dragen en deinsden ervoor terug. De mens daarentegen heeft die last op zich genomen; voorzeker, de mens is onrechtvaardig en onwetend.” - De Heilige Qur’an, 33:72
#149
In een Arabisch traktaat van mij genaamd “Sjemme” hadden wij hierover het volgende verteld:
De sleutel van de wereld bevindt zich in de hand van de mens; hij is in zijn ego gevestigd. Alhoewel de poorten in het universum open ogen, zijn ze in feite gesloten. De Hoogste Gerechtigde heeft de mens een dusdanige sleutel genaamd “ego” toevertrouwd, dat alle poorten in de wereld daarmee kunnen worden geopend. En Hij heeft hem een dusdanig mysterieuze identiteit gegeven, dat de mens de verborgen schatten van de Schepper der kosmos daarmee kan ontdekken. Echter, het ego zelf is ook een uiterst complexe puzzel en een moeilijk oplosbaar mysterie. Als zijn ware wezen en het geheim achter zijn schepping worden doorgrond, dan zal zowel hijzelf als het universum zich ontvouwen. Dit gebeurt als volgt:
De Alwijze Kunstenaar heeft de mens een ego in bewaring gegeven waarin tekenen en voorbeelden schuilen die de waarheden achter Zijn Heerschappij, Zijn Eigenschappen en Zijn Gezindheden tonen en kenbaar maken, opdat dat ego als meeteenheid kan dienen om de Hoedanigheden in Gods Heerschappij en de Gezindheden der Goddelijkheid te doorgronden. Echter, een meeteenheid hoeft geen daadwerkelijk bestaan te hebben. Zoals de hypothetische lijnen van geometrie kan er hypothetisch en denkbeeldig een meeteenheid worden gevormd; er is geen behoefte aan een daadwerkelijke bestaansvorm die wetenschappelijk en concreet zou moeten worden vastgesteld.
Vraag
Waarom is de kennis over de Eigenschappen en de Namen van de Hoogste Gerechtigde aan het ego gebonden?
Het antwoord
Omdat iets dat absoluut en alomvattend is geen grenzen en limiet heeft, kan er geen vorm aan worden gegeven, noch kan het via een gedaante en een specificatie worden beoordeeld, noch kan het wezen ervan worden doorgrond. Bijvoorbeeld, een absolute lichternis zonder donkerte kan niet onderkend noch aangevoeld worden. Pas wanneer er met een werkelijke of denkbeeldige donkerte een lijn wordt getrokken, kan ze worden onderkend.
#150
Voorwaar, omdat de Eigenschappen van de Hoogste Gerechtigde zoals Kennis en Macht, evenals Zijn Namen zoals De Alwijze en De Genadige Alomvattend, Onbegrensd en Onverdeeld zijn, kunnen Ze niet worden beoordeeld, noch kunnen Ze worden onderkend, noch kunnen Ze worden aangevoeld. Omdat Ze geen ware limiet en geen grenzen hebben, dient er een hypothetische en denkbeeldige grens te worden getrokken. Deze taak vervult het ego. Het ego beeldt zich in dat hij over een heerschappij, een eigenaarschap, een macht en een kennis beschikt, waarna hij een grens trekt en zich daarmee een onderscheidende grens voor Gods Alomvattende Eigenschappen inbeeldt, zeggende: “Tot hiertoe behoort mij toe, wat erna komt behoort Hem toe.” Zodoende doet hij via zijn kleine metingen geleidelijk kennis over het wezen van die Eigenschappen op.
Bijvoorbeeld, met een ingebeelde heerschappij binnen de kring van zijn domein bemerkt hij binnen de kring der mogelijkheden de Heerschappij van zijn Schepper. En met zijn ogenschijnlijke eigenaarschap doorziet hij het ware Eigenaarschap van zijn Schepper en zegt: “Zoals ik eigenaar van dit huis ben, is De Schepper De Eigenaar van dit universum.” En met zijn beperkte kennis doorziet hij Zijn Kennis. En met zijn geconstrueerde kunstwerken onderkent hij de onvergelijkelijke kunstwerken van De Ontzaglijke Kunstenaar. Hij zegt bijvoorbeeld: “Zoals ik dit huis gebouwd en geordend heb, heeft Iemand ook deze aarde als huis gebouwd en geordend.” Enzovoort… zo zijn er duizenden geheime hoedanigheden, eigenschappen en gevoelens in het ego gevestigd waarmee alle Goddelijke Eigenschappen en Gezindheden onderkend en waargenomen kunnen worden.
Aldus fungeert het ego als een spiegel, als een meeteenheid en als een middel tot ontwikkeling met een extrinsieke waarde dat uit zichzelf geen betekenis heeft en de betekenis van Een Ander weergeeft; hij is een bewuste draad uit het dikke koord van het mensenbestaan, hij is een fijne draad uit het paradijselijke gewaad van de menselijke aard en hij is een Elif1 uit het boek van de Adamitische identiteit. Die Elif heeft twee gezichten.
1 Noot van de vertalers: Elif (Alef in het Hebreeuws, geschreven als: ا ) is de eerste letter van het Qur'anische alfabet. Ze heeft een getalwaarde van 1. Daarnaast is ze de bron van alle andere letters. Volgens de kalligrafische leer van Ibn Moeqla dienen alle overige letters naar de vorm van “Elif” te worden geschreven. Volgens dit systeem komen alle overige letters tot stand door een bepaalde kronkeling in de Elif aan te brengen. Aldus ontspruiten alle letters aan de letter Elif. Zo zijn er nog vele geheimen die betrekking hebben op de letter Elif.
#151
Zijn ene gezicht is op heil en existentie gericht. Dat gezicht is alleen in staat om zegeningen in ontvangst te nemen. Datgene wat hem wordt aangereikt, kan hij aannemen; zelf kan hij niet creëren. Bij dit gezicht is hij niet de uitvoerder; hij is niet in staat om te scheppen.
Het andere gezicht is op onheil gericht en mondt in non-existentie uit. Bij dit gezicht is hij de uitvoerder en de dader.
Bovendien is zijn aard extrinsiek; hij weergeeft de betekenis van Een Ander. Zijn heerschappij is fictief. Zijn bestaan is zo zwak en fragiel, dat hij op zichzelf niets kan dulden en dragen. Zoals thermometers en luchtmeters die de waarde en de hoeveelheid van bepaalde zaken aanduiden, is hij een soort meter die de Absolute, Alomvattende en Onbegrensde Eigenschappen van de Onmisbare Existentie aanduidt.
Voorwaar, hij die zijn aard als zodanig erkent en aanvaardt, en dienovereenkomstig handelt, zal behoren tot degenen die beduidt worden in de Aya: 1قَدْ اَفْلَحَ مَنْ زَكّٰيهَا. Hij zal zijn rentmeesterschap waardig betrachten. Door de verrekijker van dat ego zal hij zien wat het universum inhoudt en wat voor taak het vervult. En wanneer informatie vanuit de buitenwereld de ziel bereikt, dan zal ze in het ego een bevestiger ontmoeten; wetenschappen zullen als licht en wijsheid voort blijven bestaan, en niet in duisternis en nietigheid eindigen.
Nadat het ego zijn taak op deze wijze vervult, zal hij zijn taak als meeteenheid afronden en afstand van zijn ingebeelde heerschappij en zijn hypothetische hoedanigheid nemen. Hij zal: 2لَهُ الْمُلْكُ وَ لَهُ الْحَمْدُ وَ لَهُ الْحُكْمُ وَ اِلَيْهِ تُرْجَعُونَ zeggen, ware Godsdienstigheid betrachten en tot het niveau van de allermooiste compositie stijgen.
Als dat ego de wijsheid achter zijn schepping negeert, zijn natuurlijke taak achterwege laat, zijn eigenheid naar zijn intrinsieke waarde waardeert en zichzelf eigenaar acht, dan zal hij ontrouw ten aanzien van zijn rentmeesterschap zijn. Zodoende zal hij behoren tot degenen die beschreven worden in de Aya: 3وَ قَدْ خَابَ مَنْ دَسّٰيهَا.
1 “Verlost zij hij die haar (de ziel) zuivert.”- De Heilige Qur’an, 91:9
2 “Tot Hem behoort het rijk, tot Hem behoort de lof, tot Hem behoort het oordeel en tot Hem is de wederkeer.”
3 “Verdoemd zij hij die haar (de ziel) bederft.”- De Heilige Qur’an, 91:10
#152
Voorwaar, dit gezicht van het ego waaraan alle afgoderijen, onheilen en dwalingen ontspruiten, heeft de hemelen, de aarde en de bergen doen terugdeinzen; zij vreesden voor een afgodische aanname van deelgenootschap.
Waarlijk, het ego is een dunne Elif, een draad, een symbolische grens. Echter, als zijn wezen niet wordt doorzien, dan zal hij onder de grond van verborgenheid ontkiemen en mettertijd opzwellen. Hij zal zich over het hele lichaam van de mens uitspreiden en als een enorme draak de hele existentie van de mens opslokken. Die mens zal dan met al zijn zintuigen vrijwel geheel en al een ego worden.
Vervolgens zal ook het ego van soortgenoten middels een raciale en nationalistische ondersteuning dat ego kracht geven, waarna dat ego zich op het ego van zijn soortgenoten steunt en zich als satan tegen de geboden van De Ontzaglijke Kunstenaar verzet.
Vervolgens zal hij zichzelf als maatstaf nemen, alles en iedereen met zichzelf vergelijken en Het Rijk van de Hoogste Gerechtigde over hen en over oorzaken onderverdelen. Zodoende zal hij in een immense afgoderij belanden en de volgende Aya vertolken: 1اِنَّ الشِّرْكَ لَظُلْمٌ عَظٖيمٌ.
Waarlijk, een man die van het staatsbezit steelt, kan zijn daad pas verteren nadat hij ermee akkoord gaat dat al zijn aanwezige vrienden er ook een deel van voor henzelf innemen. Evenzo is degene die: “Ik ben eigenaar van mezelf” zegt, genoodzaakt om te zeggen en te geloven dat alles eigenaar van zichzelf is.
Voorwaar, zolang het ego in deze verraderlijke staat verkeert, ligt hij bedolven in volstrekte onwetendheid. Ook al is hij in duizenden wetenschappen doorkneed, alsnog belichaamt hij pure onwetendheid. Immers, wanneer zijn gevoelens en gedachtes hem lichten van Godskennis uit het universum brengen, vindt hij niets in zijn ego om ze te bevestigen, te verhelderen en te bestendigen, waardoor ze uitdoven. Alles wat komt, wordt met de kleuren van zijn ego beschilderd. Wanneer pure wijsheid hem bereikt, dan zal ze in zijn ego een geheel onzinnige gestalte krijgen. Want in deze staat bestaan de kleuren van het ego uit afgoderij, uit ontbinding en uit het verloochenen van ALLAH. Al zou het hele universum overladen worden met stralende Aya’s, alsnog zou de ene donkere stip in dat ego Ze uit het zicht halen en niet laten zien.
1 “Voorzeker, veelgodendom is een immens onrecht.”- De Heilige Qur’an, 31:13
#153
In Het Elfde Woord is er op een uiterst heldere wijze gedetailleerd verteld over hoezeer de menselijke aard en het ego binnen de menselijke aard – gezien hun extrinsieke waarde – als een nauwkeurige balans, een accuraat vergelijkingsinstrument, een bondige samenvatting, een voortreffelijke schets, een omvattende spiegel, en een mooie compositie en dagboek van het universum fungeren. Dat Woord behoort geraadpleegd te worden. Wij achten de details in dat Woord genoegzaam en ronden het voorwoord hier af. Als jij het voorwoord hebt begrepen, gaan wij nu over naar de werkelijkheid.
Voorwaar, observeer: vanaf Adam tot aan het heden bestaan er in de mensenwereld twee grote stromingen en twee gedachtegangen die als twee gigantische bomen overal en in alle menselijke klassen hun takken en twijgen hebben uitgespreid. De ene bestaat uit de keten der profeetschap en religie, de andere uit de keten der filosofie en wijsbegeerte. Telkens wanneer die twee ketenen eendrachtig samenkwamen, oftewel, telkens wanneer de keten van filosofie zich bij de keten van religie aansloot, gehoorzaam was en dienst leverde, had de mensenwereld een stralende welvarendheid in de samenleving ervaren. Steeds wanneer ze afzonderlijk voortgingen, kwamen alle heil en licht bij de keten van profeetschap bijeen, terwijl alle onheil en dwaling zich rondom de keten van filosofie verzamelden. Wij behoren nu de bron en essentie van deze twee ketenen te achterhalen.
Voorwaar, de keten van filosofie die de keten van religie niet gehoorzaamt, krijgt de gedaante van een Zaqqoem-boom en verspreidt in zijn omgeving duisternissen van afgoderij en dwaling. Immers, via zijn tak van het denkvermogen heeft hij het mensenverstand de vruchten van atheïsme, materialisme en naturalisme aangereikt. Via zijn tak van de agressieve aandrift heeft hij Nimrods, farao’s en Sjeddad’s1 op het hoofd van de mensheid gestort. Aan zijn tak van het dierlijk vermogen heeft hij idolen, afgodsbeelden en mensen die goden beweren te zijn als vrucht afgeworpen en opgevoed.
1 Waarlijk, de oude filosofieën van het Oude Egypte en Babylon, die als een zoogmoeder Nimrods en farao’s hebben grootgebracht, werden als magie toegepast, of ze werden in die streken als magie opgevat omdat ze buitengewoon overkwamen. Daarnaast heeft het moeras van de materialistische filosofie afgoden in de hoofden van de Oude Grieken gevestigd en afgodsbeelden gebaard. Waarlijk, een mens die door de sluier der natuur Het Licht van ALLAH niet ziet, kent aan alles een Goddelijkheid toe en compliceert alles voor zichzelf.
#154
Tegenover deze Zaqqoem-boom heeft de keten van profeetschap als een Toebâ-boom van dienaarschap zijn gezegende takken binnen de tuinen van de aardbol uitgespreid. Aan zijn tak van het denkvermogen heeft hij Godsgezanten, profeten, heiligen en vromen als vruchten grootgebracht. Aan zijn tak van het afweervermogen heeft hij rechtvaardige gezaghebbers en engelachtige koningen als vrucht gegeven. Aan zijn tak van het aantrekkingsvermogen heeft hij mensen die bekend stonden om hun voorbeeldige karakter, hun onschuldige aard, hun schone verschijning, hun weldadigheid en hun vrijgevigheid als vruchten grootgebracht. Zodoende heeft hij aangetoond in welk opzicht de mens de voortreffelijkste vrucht van het universum is. De wortel van de Zaqqoem-boom en de wortel van deze boom bevinden zich aan de twee zijden van het ego. Wij zullen nu verder ingaan op de twee zijden van het ego als zijnde een fundamenteel zaad waaraan de kiem en de wortel van de twee bomen zijn ontsproten.
De ene zijde heeft het gezantschap vastgegrepen en is voortgegaan, de andere zijde heeft de filosofie gegrepen en is nader gekomen.
De eerste zijde alias de zijde van gezantschap is de wortel van pure dienaarschap. Dit houdt in dat het ego zichzelf als dienaar ziet, een ander dient en hiervan bewust is. Zijn wezen is extrinsiek. Dit wil zeggen dat hij de betekenis van Een Ander draagt en dat inziet. Zijn bestaan is onzelfstandig. Met andere woorden, dankzij het Bestaan van Een Ander bestaat hij en dankzij Diens Samenstelling is hij stabiel; hij erkent dit. Zijn eigenaarschap is fictief. Oftewel, dankzij de verleende toestemming van zijn Eigenaar bekleedt hij tijdelijk een ogenschijnlijk eigenaarschap; hij beseft dit. Zijn werkelijkheid is schaduwachtig. Met andere woorden, hij is een misbare en zielige schaduw die een reflectie van Een Wezenlijke en Onmisbare Waarheid draagt. Zijn taak bestaat uit een bewuste dienst waarbij hij de Eigenschappen en de Gezindheden van zijn Schepper waardeert en afweegt.
Voorwaar, de Godsgezanten evenals de zuivere vromen en heiligen uit de keten van gezantschap hebben het ego vanuit deze zijde bekeken en gewaardeerd, waarna ze de waarheid hebben onderkend. Ze hebben het hele rijk aan De Eigenaar des rijks afgestaan en ze hebben geconcludeerd dat Die Ontzaglijke Eigenaar noch in Zijn Eigenaarschap, noch in Zijn Heerschappij, noch in Zijn Goddelijkheid een deelgenoot of gelijke heeft; noch heeft Hij behoefte aan hulp en bijstand.
#155
De sleutel tot alles bevindt zich in Zijn Hand, Hij bezit volstrekte Macht over alles. Oorzaken zijn visuele sluiers, de natuur is een natuurlijke Sharia, een verzameling van Zijn Wetten en een sjabloon voor Zijn Machtsvertoon.
Voorwaar, dit stralende, lumineuze en schitterende gezicht heeft als een levend en betekenisvol zaad gediend; daaruit heeft De Ontzaglijke Schepper een Toebâ-boom van dienaarschap geschapen, waarvan de takken de gehele mensenwereld met verlichte vruchten volledig hebben versierd. Hij heeft alle duisternissen uit het verleden weggedreven en aangetoond dat het verreikende verleden geen gigantische grafakker en een oord van nietigheid is – zoals de filosofie het ziet – maar voor vertrokken zielen een bron van licht is vanwaaruit ze naar de toekomst en de eeuwige gelukzaligheid overstappen en via verscheidene treden een stralende hemelvaart beleven; voor de zielen die hun zware lasten hebben achtergelaten, vrij zijn gelaten en de aarde hebben verlaten, is het een stralend land en een tuin van lichternis.
De tweede zijde heeft de filosofie gegrepen. Zij heeft het ego naar zijn intrinsieke waarde beoordeeld. Met andere woorden, zij beweert dat het ego zelfstandig is. Zij veronderstelt dat hij op zichzelf een betekenis draagt en namens zichzelf werkt. Zij meent dat zijn bestaan ongebonden en opzichzelfstaand is. Met andere woorden, zij beweert dat hij van zichzelf wezenlijk een bestaan heeft. Zij waant dat hij over een zelfbestaansrecht beschikt en dat hij zijn actieradius daadwerkelijk meester is. Zij gelooft dat hij een stabiele waarheid belichaamt. Zij denkt dat zijn taak bestaat uit zelfontplooiing uit zelfliefde, enzovoort. Op deze wijze hebben zij hun weg op vele verderfelijke fundamenten gebaseerd.
In andere Traktaten, met name in De Woorden en vooral in Het Twaalfde en Het Vijfentwintigste Woord, hebben wij deugdelijk bewezen hoe ongefundeerd en verrot die fundamenten zijn.
Bovendien hebben zelfs de voortreffelijkste individuen en de grootste genieën uit de keten der filosofie, zoals Plato, Aristoteles, Ibn Sinâ en Farabî, een faraonisch standpunt ingenomen door het volgende te concluderen:
“Een onmisbare existentie nabootsen, oftewel, lijken op De Onmisbare Existentie, is het allerhoogste doel van de mensheid.”
#156
Door het ego van de mens op te zwepen en door de valleien der dwaling vrij te laten rennen, hebben zij de aanbidders van oorzaken, de beeldendienaren, de naturalisten, de vereerders van sterren en vele soortgelijke afgodendienaren in de gelegenheid gesteld om te groeien. De poorten tot de hoedanigheden die in het wezen van de mens zijn gevestigd, zoals onmacht en zwakte, behoeftigheid en armoedigheid, gebrekkigheid en feilbaarheid, hebben ze afgesloten. Zodoende hebben zij de weg naar dienaarschap versperd. Zij hebben zich aan de natuur vastgeklemd, waardoor zij zich niet volledig van veelgodendom hebben weten te bevrijden en de wijde poort van dankbetuiging niet hebben kunnen vinden.
Gezantschap daarentegen heeft het doel en de taak van de mens op Gods scheppingskarakter en op deugdelijke normen en waarden afgestemd, waarbij hij zijn onmacht erkent en toevlucht tot Gods Macht neemt, zijn zwakte doorziet en zich op Gods Kracht steunt, zijn behoeftigheid doorziet en zich op Gods Genade berust, zijn armoedigheid doorziet en zich op Gods Weelde verlaat, zijn fouten doorziet en berouwvol naar Gods Vergeving verlangt, zijn gebrekkigheid doorziet en Gods Volmaaktheid verheerlijkt. Zodoende heeft hij een Godsdienstig standpunt ingenomen.
Voorwaar, omdat de areligieuze filosofie van deze weg is afgeweken, heeft het ego de teugels in handen genomen en is hij elke vorm van dwaling in gaan rennen. Voorwaar, uit deze zijde van het ego is er een Zaqqoem-boom ontkiemd die meer dan de helft van de mensheid heeft bevangen.
Voorwaar, die boom heeft aan zijn tak van het dierlijk vermogen idolen en afgoden als vruchten voor de ogen van de mensen gepresenteerd. Want volgens de kerngedachte van filosofie is kracht begerenswaardig. Bovendien maakt de stelling: “Het oordeel behoort de overweldiger toe” deel uit van haar grondbeginselen. Ze zegt: “De overweldiger bezit kracht en in kracht schuilt de waarheid.1” Zodoende heeft ze indirect onrecht toegejuicht, onrechtplegers aangemoedigd en tirannen gemotiveerd om zich als goden voor te doen.
Bovendien heeft ze de pracht bij kunstwerken en de schoonheid bij schoonschriften aan de kunstwerken en de schoonschriften toegedicht, zonder ze aan de reflectie van de Soevereine en Heilige Schoonheid der Kunstenaar en Schoonschrijver te relateren.
1 Het grondbeginsel van gezantschap luidt: “Kracht schuilt in de waarheid; de waarheid schuilt niet in kracht.” Zodoende wordt onrecht verhinderd en rechtvaardigheid verschaft.
#157
In plaats van “Wat zijn ze mooi geschapen” zegt ze: “Wat zijn ze mooi.” Zodoende maakt zij aanbiddelijke afgoden van ze.
Omdat zij daarenboven een gemaakt, opschepperig, pralend en pronkerig vertoon waardeert, heeft ze pralers toegejuicht en idolen slaven van hun eigen aanbidders gemaakt1.
Die boom heeft aan zijn tak van de agressieve aandrang kleine en grote Nimrods, farao’s en Sjeddad’s als vruchten boven het hoofd van de arme mensheid opgevoed. Aan zijn tak van het denkvermogen heeft hij vruchten als atheïsme, materialisme en naturalisme afgeworpen en het mensenbrein in duizend stukken gereten.
Om licht op deze waarheid te werpen, zullen wij uit de duizenden afwegingen tussen de voortbrengselen die de verderfelijke fundamenten van filosofie opleveren en de voortbrengselen die de waarachtige fundamenten van gezantschap baren een aantal voorbeelden behandelen.
Bijvoorbeeld, in verband met de principiële voortbrengselen van gezantschap die betrekking hebben op het persoonlijke leven, is er volgens de norm: 2تَخَلَّقُوا بِاَخْلَاقِ اللّٰهِ het volgende principe tot stand gebracht:
“Stem jullie karakter af op het Goddelijke scheppingskarakter, wend jullie nederig tot de Hoogste Gerechtigde, onderken jullie onmacht, behoeftigheid en gebrekkigheid, en wees een dienaar in Zijn Hof.”
Daartegenover oordeelt de filosofie volgens de norm: “De Onmisbare Goddelijkheid nabootsen, impliceert het ultieme mensheidsideaal.” Dientengevolge heeft ze het volgende principe tot stand gebracht: “IJver om op De Onmisbare Existentie te lijken.”3
Waarlijk, hoe kan het menselijk wezen, dat uit eindeloze onmacht, zwakte, behoeftigheid en armoedigheid is gekneed, vergeleken worden met het Wezen van De Onmisbare Existentie Die Grenzeloos Machtig, Krachtig, Vermogend en Zelfgenoegzaam is?
1 Oftewel, doordat idolen voor hun aanbidders leuk willen overkomen en hun aandacht willen trekken, nemen ze met hun schone schijn een slaafse houding aan.
2 “Zij hebben hun karakter op het scheppingskarakter van ALLAH afgestemd.”
3 Noot van de vertalers: ze streeft naar Godgelijkheid.
#158
Het tweede voorbeeld
Onder de principiële voortbrengselen van gezantschap met betrekking tot het sociale leven is er een samenwerkingsprincipe, een weldadige wet, een begunstigend proces waarvan de invloed zich voordoet vanaf de zon en de maan tot aan de planten die de dieren tegemoetkomen, de dieren die de mensen dienen, en de voedseldeeltjes die de lichaamscellen te hulp schieten en bijstaan.
Daartegenover is het sociale leven volgens de filosofie afhankelijk van het strijdprincipe, dat alleen geldig is voor enkele tirannieke en bloeddorstige mensen en woeste beesten die hun geaardheid misbruiken. Waarlijk, dat strijdprincipe heeft ze dusdanig fundamenteel en universeel geacht, dat ze op een krankzinnige wijze heeft geconcludeerd dat het leven een strijd is.
Het derde voorbeeld
Eén van de verheven voortbrengselen en waardevolle principes van gezantschap met betrekking tot De Goddelijke Tauhied luidt:
اَلْوَاحِدُ لَا يَصْدُرُ اِلَّا عَنِ الْوَاحِدِ
Oftewel, “Als er eenheid bij iets heerst, dan is dat uit één bron voortgekomen. Aangezien er bij alles eenheid heerst, is alles de creatie van Eén Entiteit.”
Tegenover dit monotheïstische principe staat het volgende geloofsprincipe van de oude filosofie:
اَلْوَاحِدُ لَا يَصْدُرُ عَنْهُ اِلَّا الْوَاحِدُ
“Uit één komt één voort.” Oftewel, “Uit één entiteit kan slechts één wezen voortkomen. Daarna komt al het andere middels intermedia tot stand.”
Door zodoende het idee te geven dat de Absoluut Zelfgenoegzame en Almachtige behoeftig is aan machteloze middelen, heeft ze aan alle oorzaken en intermedia in Zijn Heerschappij een vorm van deelgenootschap toegedicht. Aan de Ontzaglijke Schepper kent ze een schepsel genaamd “Het Eerste Intellect” toe, waarna ze nagenoeg Zijn overige eigendommen over oorzaken en intermedia onderverdeelt. Op basis van dit afgodische en ontspoorde principe der filosofie is er een weg naar een immense afgoderij geopend. Als de filosofen uit de hogere lagen genaamd de illuminaten al zo bazelen, kun je wel nagaan wat voor onzin de filosofen uit de lagere lagen zoals de materialisten en naturalisten kunnen uitkramen.
#159
Het vierde voorbeeld
Op basis van het geheim achter: 1وَ اِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلَّا يُسَبِّحُ بِحَمْدِهٖ onderwijst een diepzinnig principe van gezantschap het volgende:
“Voor elk voortbrengsel en elke wijsheid die op een creatuur en een levend wezen zijn gericht, zijn er duizenden voortbrengselen op hun Kunstenaar en duizenden wijsheden op hun Voortbrenger gericht. Elke vrucht omvat zelfs zoveel wijsheden en voortbrengselen als het aantal vruchten van haar boom.”
Tegenover dit diepzinnige principe dat pure waarheid uitdrukt, zegt de filosofie het volgende:
“Het voortbrengsel van elk levend wezen is ofwel voor zichzelf ofwel voor de bevordering van de mens bedoeld.”
Zodoende heeft ze als het ware aan een reusachtige boom een vrucht of een voortbrengsel ter grootte van een mosterdzaadje gehangen door onder het mom van wijsheid uiterst betekenisloze onzinnigheden via haar zogenaamd diepzinnige principes uit te kramen. Omdat deze werkelijkheid in De Tiende Waarheid van Het Tiende Woord enigszins is aangetoond, ronden wij dit onderwerp hier af.
Voorwaar, met deze vier voorbeelden kun je wel duizenden voorbeelden vergelijken. In een Traktaat genaamd “Lemeât” hebben wij er een aantal van beduid.
Voorwaar, ondanks deze verderfelijke fundamenten en vreselijke voortbrengselen van de filosofie, hebben Ibn Sinâ, Farabî en dergelijke geniën onder de Islamitische filosofen zich door haar schone schijn laten meeslepen en misleiden, waarna ze die weg zijn ingeslagen. Bijgevolg hebben ze slechts de rang van een simplistische gelovige kunnen behalen. Bovendien heeft El'Hoeddjetoe-l'Islâm imam Ghazalî ze zelfs die rang niet gegeven.
Ook raakten de grote geleerde dialectici onder de imams van de Moetazila gefascineerd door haar verlokkelijke voorkomen, waardoor ze zich innig in die weg hebben verdiept en het intellect als de maatstaf hebben aangesteld. Bijgevolg zijn ze slechts tot de rang van een onderontwikkelde en ontspoorde gelovige kunnen stijgen.
1 “En er is niets of het verheerlijkt Hem met lof.”- De Heilige Qur’an, 17:44
#160
Ook Aboe-l'Ala El'Ma'arri – die bekend staat om zijn pessimisme – Omar Khayyám – die berucht is om zijn huilerige weeklachten – en dergelijke beroemde Islamitische literatoren hebben hun kwaadgezinde ego door de egostrelende geneugten van die weg laten strelen, waardoor ze van waarheidsbewuste en hoogontwikkelde gelovigen een klap van vernedering en berisping hebben gekregen, zeggende: “Jullie overschrijden de fatsoensgrenzen! Jullie worden afvallig en voeden afvalligen op!” Zodoende hebben ze verstotende en corrigerende klappen ontvangen.
Bovendien brengen de verderfelijke fundamenten van de filosofie de volgende gevolgen tot stand: ondanks dat het wezen van het ego zelf zo zwak als lucht is, zal het ego zichzelf door de heilloze optiek der filosofie naar zijn intrinsieke waarde beoordelen, waardoor dat ego bij wijze van spreken evenals mist een vloeistoffase ondergaat en mettertijd middels materiële bezigheden naar een vaste fase overgaat. Vervolgens zal dat ego via onachtzaamheid en ontkenning bevriezen. Daarna zal hij op basis van opstandigheid dof worden en zijn transparantie verliezen. Gaandeweg zal hij uitzetten en zijn eigenaar opslokken. Menselijke theorieën zullen hem laten opzwellen. Uiteindelijk zal hij andere mensen en zelfs oorzaken met zichzelf vergelijken, waarna hij aan ze allemaal – ondanks dat zij hem tegenspreken en verwerpen – een faraonisch gezag zal toekennen. Voorwaar, op dat moment neemt hij jegens de verordeningen van De Ontzaglijke Schepper een opstandige houding aan. Hij zal uitspraken doen als:
1مَنْ يُحْيِى الْعِظَامَ وَ هِىَ رَمٖيمٌ en op een nagenoeg uitdagende wijze de Absolute Almacht van onmacht betichten. Hij zal zich zelfs in de Eigenschappen van De Ontzaglijke Schepper mengen; de Eigenschappen Die hem niet bevoordelen en de faraonische gezindheid van zijn ego niet aanstaan, zal hij ofwel afwijzen ofwel verloochenen ofwel misinterpreteren.
Tot slot
Een bepaalde groep filosofen heeft over de Hoogste Gerechtigde: “Zijn Wezen is onwillekeurig” gezegd en zodoende Zijn Wil ontkend; de eindeloze getuigenissen van Zijn Wil in het hele universum heeft zij verloochend. فَيَا سُبْحَانَ اللّٰهِ, alle wezens in dit universum – vanaf atomen tot aan de zon – laten via hun indelingen, hun structureringen, hun wijsheden en hun verhoudingen de Wil van De Kunstenaar zien. Desondanks kan het blinde oog van de vervloekte filosofie dit niet zien!
1 “Wie gaat de ontbonden botten verwekken?”- De Heilige Qur’an, 36:78
#161
Daarnaast heeft een bepaalde groep filosofen het volgende beweerd: “De Goddelijke Kennis houdt Zich niet bezig met kleine zaken.” Zodoende heeft ze de opzienbarende omvattendheid van Gods Kennis ontkent en alle bevestigende getuigenissen van alle wezens genegeerd.
Daarnaast heeft de filosofie invloed aan oorzaken en scheppingskracht aan de natuur toegedicht. Zoals in Het Tweeëntwintigste Woord deugdelijk is bewezen, heeft ze de specifieke en stralende Signatuur van De Alschepper niet kunnen zien, waardoor ze de machteloze, levenloze, onbewuste en blinde natuur met haar twee blinde handen genaamd toeval en kracht als de oerbron van alles heeft geprofileerd. Zodoende heeft ze bepaalde wezens, die duizenden verheven wijsheden uitdrukken en respectievelijk als brieven van De Onafhankelijke fungeren, als producten van de natuur geportretteerd.
Daarnaast is er in Het Tiende Woord het volgende bewezen: ondanks dat Alle Namen van de Hoogste Gerechtigde, alle waarheden in het universum, alle waarheidsvindingen uit de keten van gezantschap en alle Aya’s uit De Hemelse Boeken de poort tot de wederopstanding en het hiernamaals laten zien, heeft ze die niet kunnen vinden. Bijgevolg heeft ze de wederopstanding ontkent en aan zielen een onbegonnenheid toegedicht.
Voorwaar, hun overige kwesties kun je met deze verzinsels vergelijken. Waarlijk, duivels hebben als het ware met de snavel en de klauwen van het ego het verstand van ongelovige filosofen tot de hemel geheven en in de valleien der dwaling gestort en geruïneerd. Het ego in de microwereld is als een afgod zoals de natuur is in de macrowereld.
فَمَنْ يَكْفُرْ بِالطَّاغُوتِ وَيُؤْمِنْ
بِاللّٰهِ فَقَدِ اسْتَمْسَكَ بِالْعُرْوَةِ الْوُثْقٰى لَا انْفِصَامَ لَهَا وَاللّٰهُ سَمٖيعٌ عَلٖيمٌ 1
Om licht op de voornoemde waarheid te werpen, zal ik hier een verklaring geven van een parabel die ik eerder in een semi-poëtische stijl als een denkbeeldige reis in “Lemeât” had geschreven.
1 “Waarlijk, hij die de afgoden verwerpt en in ALLAH gelooft, heeft zich aan een stevig en onwrikbaar houvast vastgeklampt; en ALLAH is Alhorend en Alwijs.”- De Heilige Qur’an, 2:256
#162
Acht jaar voordat dit traktaat was geschreven, tijdens de Ramadan in Istanbul, toen de filosofisch beïnvloede Oude Said op het punt stond om in de Nieuwe Said te veranderen, dacht ik aan de drie wegen die in de volgende Aya aan het eind van De Edele Soera Fatiha worden benoemd:
صِرَاطَ الَّذٖينَ اَنْعَمْتَ عَلَيْهِمْ غَيْرِ الْمَغْضُوبِ عَلَيْهِمْ
وَ لَا الضَّٓالّٖينَ 1
Op dat moment zag ik een visioen, een illustratieve gebeurtenis die op een droom leek. Ik zag mezelf in een geweldige woestijn. Een donkere, benauwende en verstikkende wolk had het hele aardoppervlak bedekt. Er was geen bries, noch licht, noch levenswater. Ik verbeeldde mij dat er overal gevaarlijke monsters en woeste schepselen rondwaarden. Mijn hart werd het volgende ingegeven: “Aan de andere kant van deze vlakte is er licht, lucht en levenswater; daar moet je heengaan.” Ik zag dat ik onvrijwillig naar een ondergrondse, tunnellachtige grot werd geleid. Onder de grond reisde ik voort. Ik bemerkte dat velen voor mij die ondergrondse weg waren ingegaan. Op allerlei locaties zag ik dat ze gestikt waren en niet verder waren kunnen komen. Ik zag hun voetsporen. Soms vernam ik bepaalde stemmen, waarna die stemmen op den duur ook verdwenen.
O vriend die via zijn verbeelding mij in mijn denkbeeldige reis vergezelt! Die vlakte symboliseert de natuur en de naturalistische filosofie. Die tunnel symboliseert de weg die filosofen met hun theorieën hebben gebaand om de waarheid te bereiken. De voetsporen die ik zag waren van beroemde filosofen zoals Plato en Aristoteles2. De stemmen die ik vernam waren van genieën zoals Ibn Sinâ en Farabî. Waarlijk, op bepaalde locaties vernam ik de uitspraken en standpunten van Ibn Sinâ, waarna die naarmate ik vorderde ook op den duur volledig uitdoofden.
1 “De weg van degenen op wie Uw Gunsten neerdaalden; niet die van hen op wie Uw Toorn neerdaalt, noch die van hen die zijn afgedwaald.” – De Heilige Qur’an, 1:7
2 Mocht jij het volgende opmerken: “Wie denk jij dat jij bent, dat jij zulke beroemde denkers tegenspreekt? Jij bent net een mug die opmerkingen over de vleugten van adelaars maakt.”
Dan zeg ik: zolang ik een Onbegonnen Leermeester zoals De Qur’an heb, ben ik op het pad van de waarheid en Godskennis niet verplicht om die adelaars, oftewel de studenten van een buitensporige filosofie en een fantasierijk intellect, ook maar de waarde van een vliegenvleugje te geven. Hoe inferieur ik ook aan ze ben, hun leermeester blijft eindeloos inferieur aan mijn Leermeester. Dankzij de hulp van mijn Leermeester hebben de zaken waarin zij zijn verdronken mij hiel en niet eens nat kunnen maken. Waarlijk, een simpele soldaat onder het gezag en bevel van een grote koning kan meer dan de grote maarschalk van een kleine heerser voor elkaar krijgen.
#163
Hij was niet verder kunnen komen, aldus was hij verdronken. Maar goed, om je nieuwsgierigheid te stillen heb ik de waarheid achter het visioen gedeeltelijk getoond. Nu keer ik terug naar mijn reis.
Terwijl ik voortging, werden mij op een gegeven moment twee dingen aangereikt. De ene was een elektrische lamp die de duisternissen van die ondergrondse natuur verdreef. De andere was een apparaat dat grote stenen en bergachtige rotsen verpulverde en uit de weg ruimde. Mij werd het volgende ingefluisterd:
“Deze elektrische lamp en dat apparaat zijn u vanuit de Qur'anische schatten aangereikt.”
Ik bleef een geruime poos voortgaan, totdat ik merkte dat ik de overkant had bereikt. Op een prachtige lentedag met geen wolk in zicht, aanschouwde ik de zon aan de hemel, voelde ik een zielstrelende bries, dronk ik van een zalig levenswater en bezichtigde ik een levendige wereld waar overal vreugde heerste. Ik zei: 1اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ
Vervolgens voelde ik dat ik niet mijn eigen eigenaar was. Iemand was mij aan het beproeven. Ik zag mezelf terug in mijn oude staat … in de geweldige woestijn … onder de verstikkende wolk. Daar werd ik door een stuwkracht naar een andere weg geleid. Deze keer werd ik niet ondergronds vervoerd, maar moest ik via een reis boven het oppervlak de plaats van bestemming bereiken. Tijdens die reis kwam ik met zulke vreemde en verbijsterende omstandigheden in aanraking, dat ze niet te beschrijven zijn. Zeeën waren woest op mij, stormen bedreigden mij en alles leverde mij moeilijkheden op. Echter, weer kon ik dankzij een vervoermiddel van De Qur’an verder reizen en alles te boven komen. Terwijl ik vorderde, zag ik dat er overal lijken van reizigers lagen. Slechts één op de duizend reizigers had de reis kunnen afronden. Nadat ik enige tijd voortging, werd ik uiteindelijk van die wolk verlost en had ik de andere kant van het oppervlak bereikt. Daar kwam ik oog in oog met de schitterende zon te staan. Ik ademde een zielstrelende lucht in; ik zei: 1اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ en begon die paradijselijk mooie wereld te bewonderen.
1 “De lof zij ALLAH.”
#164
Vervolgens zag ik dat iemand mij niet toestond om daar langer te blijven. Hij bracht mij opeens weer terug naar die geweldige woestijn om mij een andere weg te laten zien. Daar zag ik vervoermiddelen die als liften van boven naar beneden kwamen. Daarvan leken sommige op vliegtuigen, sommige op auto’s en sommige op passagiersmanden. Naargelang van iemands kracht en potentie konden ze betreden worden, waarna ze omhoog werden gehesen. Ik stapte in één van die vervoermiddelen. Binnen een minuut had het mij boven de wolken gebracht. Ik eleveerde naar prachtige, sierlijke en groene bergtoppen. De verstikkende wolk kon niet eens tot de helft van die gebergten reiken. Het was daar met de zoetste lucht, het lekkerste levenswater en het schitterendste licht omringd.
Ik keek om mij heen en merkte op dat die liftachtige vervoermiddelen overal aanwezig waren. Ik had ze tijdens mijn vorige twee reizen en aan de overkant van het oppervlak al opgemerkt, maar ik kon er toen geen betekenis aan geven. Nu begrijp ik dat ze manifestaties van Aya’s uit De Leerrijke Qur’an zijn.
Voorwaar, de eerste weg waarop gewezen wordt in: 1وَلَا الضَّٓالّٖينَ is de weg van degenen die in de natuur zijn blijven haken en de naturalistische denkwijze aanhouden. Jullie hebben wel gemerkt hoe problematisch het is om via die weg de waarheid en het licht te bereiken.
De tweede weg waarop gewezen wordt in: 2غَيْرِ الْمَغْضُوبِ is de weg van de vereerders van oorzaken en degenen die aan intermedia scheppingskracht en invloed toekennen. Met andere woorden, dit zijn degenen die zoals de aristotelianen slechts met het verstand en het intellect een weg naar de ultieme waarheid en naar kennis over De Onmisbare Existentie banen.
De derde weg waarop gewezen wordt in: 3اَلَّذٖينَ اَنْعَمْتَ عَلَيْهِمْ is de stralende laan van hen die de rechte weg aanhouden, alias de studenten van De Qur’an. Deze hemelse en stralende weg van Barmhartigheid is de kortste, kalmste en vredigste weg die voor iedereen toegankelijk is.
1 “En niet van degenen die dwalen.” - De Heilige Qur’an, 1:7
2 “Niet van zij op wie Uw Toorn rust.” - De Heilige Qur’an, 1:7
3 “Degenen op wie Uw Gunsten neerdalen.” - De Heilige Qur’an, 1:7
#165
Uit Het Tweeëndertigste Woord
[Het Tweede Thema van Het Tweede Punt]
Op het moment dat de vertegenwoordiger van het dwaalvolk geen enkele houvast meer had waarop hij zijn dwaling kon baseren en monddood was gemaakt, zei hij:
“Persoonlijk zie ik dat er pas sprake kan zijn van aards geluk, levensvreugde, maatschappelijke vooruitgang en artistieke ontplooiing wanneer de mens niet aan het hiernamaals denkt, ALLAH niet kent, liefde voor de aarde koestert, vrijheid nastreeft en op zichzelf vertrouwt. Daarom heb ik de meeste mensen met behulp van satan naar deze weg geleid en dat zal ik ook blijven doen.”
Het antwoord
Namens de Qur’an zeggen wij: o mens, kom tot inkeer! Luister niet naar de vertegenwoordiger van het dwaalvolk! Als jij naar hem luistert, dan zal jouw verlies zo immens zijn, dat de ziel, het verstand en het hart bij de gedachte eraan al huiveren. Voor jou zijn er twee wegen.
De ene is de ellendige weg die de vertegenwoordiger van het dwaalvolk laat zien. De andere is de voorspoedige weg die De Leerrijke Qur’an beschrijft.
Voorwaar, vele afwegingen van die twee wegen heb je in veel Woorden en vooral in De Kleine Woorden ontwaard en doorgrond. Omdat ze betrekking hebben op dit thema zal jij hier weer één van de duizenden afwegingen ontwaren en doorgronden.
De weg van veelgodendom en dwaling, zondigheid en onzedelijkheid doet de mens mateloos diep zinken. Binnen talloze kwellingen belast hij de zwakke en machteloze rug van de mens met een gigantisch zware last. Want wanneer de mens de Hoogste Gerechtigde niet kent en zich niet op Hem verlaat, dan verwordt de mens tot een uiterst machteloos, zwak, behoeftig, armzalig, akelig en ellendig dier dat blootstaat aan grenzeloze calamiteiten.
#166
Doordat hij alles waar hij liefde voor koestert en betrokken bij is geleidelijk verliest, ondergaat hij continu kwelling, waarna hij uiteindelijk al zijn overgebleven geliefden met een pijnlijke scheiding achterlaat en eenzaam het graf ingaat. En met een uiterst beperkte wil, een nietig gezag, een kortstondig leven, een vluchtige levensgang en een bekrompen denkvermogen is hij zijn hele leven met eindeloze tegenslagen en ambities vergeefs en vruchteloos aan het zwoegen en strijden om zijn eindeloze verlangens en doelen te realiseren. En ondanks dat hij zijn eigen lichaam niet eens kan dragen, heeft hij zijn arme rug en hoofd met de lasten van de enorme wereld belast. Voordat hij in de hel belandt, ondergaat hij al de bestraffing van de hel.
Waarlijk, om te ontkomen aan deze schrijnende ellende en vreselijke geestelijke kwelling, verdooft het dwaalvolk zichzelf met een tijdelijke dronkenschap van onachtzaamheid. Echter, wanneer de verdoving uitwerkt, oftewel, wanneer het graf nadert, zal hij eensklaps alles vernemen. Immers, als hij zichzelf niet als een ware dienaar van de Hoogste Gerechtigde acht, dan zal hij veronderstellen dat hij eigenaar van zichzelf is. Desondanks kan hij met zijn beperkte wil en zijn minieme gezag in deze stormachtige wereld zijn eigen lichaam niet eens beheren. Vanaf een levensbedreigende bacterie tot aan aardbevingen zijn er vanuit zijn optiek duizenden soorten vijanden die het allemaal op zijn leven hebben gemunt. Hij verkeert in hevige angst, terwijl zijn blik voortdurend is gericht op de poort van het graf dat vreselijk voor hem oogt.
Daarnaast is hij in deze toestand op basis van zijn menselijkheid betrokken bij de gehele mensheid en de hele wereld, terwijl hij weigert te geloven dat de wereld en de mensheid door Een Alwijze, Alwetende, Almachtige, Genadige en Genereuze Entiteit worden beheerd. Hij laat ze aan het toeval en aan de natuur over, waardoor de wereldse angsten en de menselijke toestanden hem continu kwellen. Naast zijn eigen leed draagt hij ook het leed van de mensheid. Alle aardbevingen, plagen, tsunami’s en dergelijke rampen die zich in de tijdelijke en vergankelijke wereld voordoen, zullen hem stuk voor stuk op een uiterst ellendige en duistere wijze kwellen.
Daarnaast verdient een mens in een dusdanige staat geen genade en mededogen. Want hij brengt zichzelf in die vreselijke positie. Zoals in Het Achtste Woord is verteld bij de afweging van de situaties waarin de twee broers in de put verkeerden, zullen wij hier weer het volgende aankaarten:
#167
wanneer iemand geen genoegen neemt met een zuiver, zoet, zedig, prettig en geoorloofd genot en plezier dat hij tijdens een gezellig feestmaal in een mooie tuin onder vrome vrienden beleeft, en vervolgens omwille van een ongeoorloofde en misselijke genieting een nare en onreine drank drinkt, dronken wordt en waant dat hij zich midwinter in een vieze locatie tussen woeste monsters bevindt, en daardoor begint te trillen, schreeuwen en gillen, dan verdient diegene geen genade. Hij ziet zijn zedige en gezegende vrienden immers als monsters en beledigt ze. Daarnaast ziet hij de lekkere gerechten en de schone kommen bij dat feestmaal als besmette en oneetbare objecten, waarna hij ze begint rond te slingeren. Daarnaast ziet hij de waardevolle boeken en de betekenisvolle brieven bij die bijeenkomst als samenstellingen van een betekenisloze en simpele woordenbrij, waarna hij ze verscheurt en onder zijn voeten vertrapt, enzovoort… een dergelijk individu verdient geen genade maar een klap.
Evenzo, wanneer iemand met zijn kwade wil de dronkenschap van ongeloof en de dwaasheid van dwaling aanvaardt, en daardoor dit aardse gastenverblijf van De Alwijze Kunstenaar als een speeltje van toeval en de natuur beschouwt, de creaties – die de manifestaties van Goddelijke Namen verversen en na hun taakvervulling naar de verborgen wereld vertrekken – als gedoemde slachtoffers van non-existentie ziet, de Godverheerlijkende uitingen als gehuil om eeuwige teloorgang en scheiding waant, de brieven van De Onafhankelijke die geschreven zijn op de pagina's der wezens betekenisloos en warrig acht, de poort van het graf – die naar de wereld van Genade leidt – als de monding van een duistere vernietiging beschouwt, het doodsuur – dat een uitnodiging tot een reünie met ware geliefden is – als een beurtelingse oproep tot een eeuwige scheiding van alle geliefden ziet, dan roept hij een angstaanjagende foltering over zichzelf af, waarnaast hij alle wezens, de Namen van de Hoogste Gerechtigde en de Goddelijke Brieven verloochent, onderwaardeert en beledigt. Daarom verdient zo iemand geen genade en mededogen. Sterker nog, zonder enige vorm van genade verdient hij een felle bestraffing.
Voorwaar, o ellendige dwaalgeesten en zedeloze zondaars! Met welke ontwikkeling, wetenschap, vaardigheid, moderniteit of progressie van jullie kunnen jullie dit vreselijke verval en deze verpletterende ontmoediging tegengaan? Waar kunnen jullie de ware troost waar de mensenziel zo behoeftig aan is vinden?
#168
En welke natuur, welke oorzaak, welke afgod, welke uitvinding, welke nationaliteit, welke valse aanbedene van jullie waar jullie zo op vertrouwen, waar jullie je op berusten en waar jullie de Goddelijke kunstwerken en de gunsten des Heren aan toedichten, kan jullie van de door jullie als eeuwige verdoemenis gewaande duisternissen des doods redden, en jullie de grenzen van het graf, de grenzen van de tussenwereld, de grenzen van de wederopstanding en de brug van Sirât gezagsmatig laten passeren, en jullie eeuwige gelukzaligheid verschaffen? Jullie hebben de poort van het graf niet kunnen sluiten, waardoor jullie hoe dan ook reizigers op deze weg zijn. Een dergelijke reiziger dient zich te steunen op Iemand Die heel deze opzienbarende kring en deze ruime grenzen onder Zijn Gezag beheert.
Overigens, o ellendige dwaalgeesten en onachtzame zielen! Het vermogen tot liefhebben en kennis verschaffen, evenals de zintuigen voor dankbetuiging en Godsdienstoefeningen, zijn voor het Wezen, de Eigenschappen en de Namen van de Hoogste Gerechtigde bedoeld. Desondanks hebben jullie ze op een ongeoorloofde wijze voor jullie ego en voor de aarde gehanteerd, waardoor jullie volgens het geheim achter het principe: “Het gevolg van een ongeoorloofde liefde is een genadeloze kwelling” terecht de straf ervan ondergaan. Want de liefde die de Hoogste Gerechtigde toekomt, hebben jullie aan jullie ego gegeven. Nu ervaren jullie de eindeloze vloek van jullie geliefde ego. Immers, die geliefde van jullie schenkt jullie geen ware rust. Daarnaast leveren jullie hem niet gelaten over aan de Ware Geliefde alias de Absolute Almacht, waardoor jullie voortdurend leed verduren.
Daarnaast hebben jullie de liefde die bedoeld is voor de Namen en de Eigenschappen van de Hoogste Gerechtigde aan de aarde gegeven, en Zijn kunstwerken hebben jullie over aardse oorzaken onderverdeeld; nu ervaren jullie de vloek daarvan. Want een deel van jullie talloze geliefden keert jullie zonder afscheid te nemen de rug toe en verdwijnt. Een ander deel kent jullie niet, als het jullie kent, dan houdt het niet van jullie, en als het van jullie houdt, dan levert het alsnog niets op. Ontelbare scheidingen en ontmoedigende, onomkeerbare verdwijningen bezorgen jullie constant kwelling.
Voorwaar, dit is het ware gezicht en de aard van datgene wat het dwaalvolk levensgeluk, menselijke vooruitgang, positieve modernisme en zoete vrijheid noemt. Onzedelijkheden en dronkenschap fungeren als een sluier, waardoor ze tijdelijk niets vernemen. Zeg: “Wee hun verstand!”
#169
De stralende laan van De Qur’an daarentegen heelt aan de hand van geloofswaarheden alle wonden waaraan het dwaalvolk lijdt. Hij verdrijft alle duisternissen van de voornoemde weg. Hij sluit alle poorten tot dwaling en verdoemenis. Dit doet Hij als volgt:
De zwakte, de onmacht, de behoeftigheid en de armoedigheid van de mens heelt Hij door middel van overgave aan De Genadige Almachtige. De lasten van het leven en het lichaam levert Hij over aan Gods Macht en Genade, zonder de mens daarmee te belasten, waardoor de mens een geruststellende positie inneemt waarbij hijzelf bij wijze van spreken zijn leven en zijn ego bestijgt. Hij laat de mens weten dat hij geen sprekend dier, maar een waar mens en een gewaardeerde gast van De Barmhartige is. Door de aarde als een gastenverblijf van De Barmhartige weer te geven, de wezens op aarde als spiegels van Goddelijke Namen te definiëren, en de creaties als voortdurend verversende brieven van De Onafhankelijke te beschrijven, heelt Hij de wonden die de mens door de vergankelijkheid van de aarde, de teloorgang van creaturen en de liefde voor vergankelijke schepselen oploopt; Hij bevrijdt de mens van de duisternissen der argwaan.
Daarnaast schetst Hij de dood en het doodsuur als de beginfase van een samenkomst en een reünie met geliefden die naar de tussenwereld zijn vertrokken en zich in de eeuwige wereld begeven. Zodoende heelt Hij de wonden van de dood die voor het dwaalvolk als een eeuwige scheiding van geliefden oogt. En Hij bewijst dat scheiding in feite de basis van een reünie is.
Daarnaast bewijst Hij dat het graf een poort tot de wereld van Genade, het oord van gelukzaligheid, de paradijselijke tuinen en het schitterende land van De Barmhartige is. Zodoende verdrijft Hij de grootste angst van de sterveling en toont Hij aan dat de uiterst ellendige, deprimerende en benauwende reis naar de tussenwereld eigenlijk een meest plezierige, vertrouwde en verademende reis is. Hij sluit het graf en de muil van de draak, en opent de deur naar een prachtige tuin. Met andere woorden, Hij laat zien dat het graf geen muil van een draak, maar een poort tot de tuinen van Genade is.
Daarnaast zegt Hij tegen een gelovige: als je wil beperkt is, laat je taak dan over aan de Universele Wil van jouw Eigenaar. Als je vermogen ontoereikend is, berust je dan op de Macht van de Absolute Almacht. Als je leven onbevredigend is, denk dan aan het eeuwige leven.
#170
Als je levenstijd kort is, maak je dan geen zorgen; er staat jou een oneindig leven te wachten. Als je inzicht wazig is, verplaats jezelf dan onder De Zon van De Qur’an en kijk met het licht des geloofs, opdat elke Aya jou ter vervanging van je vuurvliegachtige inzicht licht als eens ster verschaft. Als jij met grenzeloze doelen en tegenslagen worstelt, weet dan dat jou een oneindige zegen en een grenzeloze genade staan te wachten. Als jij eindeloze wensen en ambities hebt, blijf dan niet om ze piekeren en stressen. Zij zijn immers te groot voor deze wereld; hun bestemming is elders en Degene Die ze waarmaakt is niet werelds.
Daarnaast zegt Hij: o mens, jij bezit jezelf niet! Jij bent de onderdaan van Een Ontzaglijke Entiteit Die een Oneindige Macht en een Grenzeloze Genade bezit. Maak het jezelf dus niet moeilijk door je levenslasten op je te nemen. Want Hij is Degene Die het leven schenkt, Hij is ook Degene Die het beheert. Tevens is de aarde geen wereld zonder eigenaar. Zadel de lasten van de wereld dus niet op je hoofd, hou je niet bezig met haar beangstigende toestanden en maak je niet druk. Haar Eigenaar is immers Alwijs en Alwetend. En jij bent een gast, dus hou je gedeisd; wees geen bemoeial en geen oproermaker.
Daarnaast zijn mensen, dieren en dergelijke wezens niet bandeloos; ze zijn dienstdoende ambtenaren onder Toezicht van Een Alwijze Genadige. Berokken je ziel dus geen leed door hun doorleefde moeilijkheden en moeiten in gedachte te brengen; plaats jouw mededogen niet verder dan de Genade van De Genadige Schepper. En de teugels van alles wat zich vijandig tegen jou opstelt, vanaf een bacterie tot aan plagen, tsunami’s, schaarstes en aardbevingen, bevinden zich in De Hand van De Genadige Alwijze. Hij is Alwijs; niets wat Hij doet is zinloos. Hij is Genadig; Zijn Genade is verreikend. Ieder werk van Hem bevat een vorm van weldadigheid.
Daarnaast zegt Hij: alhoewel deze wereld vergankelijk is, kweekt ze de benodigdheden voor een eeuwige wereld. Hoewel ze tijdelijk en voorbijgaand is, werpt ze eeuwige vruchten af en laat ze De Eeuwige Namen van Een Eeuwige Entiteit zien. En hoewel haar geneugten gering en haar smarten talrijk zijn, baren de Belangstellingen van De Barmhartige Genadige ware en onvergankelijke genietingen. En uit het oogpunt van zegeningen leveren zelfs kwellingen genietingen op.
#171
Aangezien de geoorloofde kring voor alle genietingen, geneugten en voldoeningen van de ziel, het hart en het ego toereikend is, behoor je de ongeoorloofde kring te mijden. Want één genieting binnen die kring bevat soms duizend kwellingen. Tevens kan het ertoe leiden dat jij het ware en aanhoudende genot achter de Aandacht van De Barmhartige verliest.
Daarnaast doet de dwaalweg – zoals voorheen beschreven – de mens zo diep richting de allerlaagste laagtes zinken, dat geen enkele beschaving en geen enkele filosofie daar een oplossing voor kan vinden, en geen enkele menselijke ontwikkeling en geen enkele wetenschapstheorie hem uit die diepe put der duisternissen kan bevrijden, terwijl De Leerrijke Qur’an de mens middels geloof en vrome daden vanaf de allerlaagste laagtes naar de allerhoogste hoogtes eleveert, waarnaast Hij die elevatie ook met onbetwistbare bewijzen aantoont. En die diepe put vult Hij met treden voor een spirituele verheffing en met middelen voor de ontwikkeling van de ziel.
Daarnaast maakt Hij de lange, stormachtige en lastige reis der mensheid richting de eeuwigheid heel wat lichter en begaanbaarder. Hij toont vervoermiddelen waarmee een afstand van duizend en misschien zelfs vijftigduizend jaar in één dag kan worden afgelegd.
Daarnaast verschaft Hij kennis over De Ontzaglijke Entiteit en geeft Hij de mens ten aanzien van Die Onbegonnen en Oneindige Sultan de positie van een toegewezen dienaar en een taak-georiënteerde gast. Daarnaast zorgt Hij ervoor dat de mens zijn reis in volle vrede door dit aardse gastenverblijf, langs de stopplaatsen in de tussenwereld en in het hiernamaals kan afleggen. Zoals een rechtzinnige functionaris van een koning vrij in het koninkrijk kan bewegen en de grenzen van alle streken moeiteloos met een vliegtuig, een boot, een trein of dergelijke vervoermiddelen snel kan passeren, kan een mens die zich geloofsmatig met De Onbegonnen Sultan bindt en Hem met vrome daden gehoorzaamt, de tussenstations in dit aardse gastenverblijf, de kringen van de tussenwereld, de wereld van de wederopstanding en de wijde grenzen van alle werelden na het graf bliksemsnel als Burâq passeren en eeuwige gelukzaligheid ontmoeten. Naast dat Hij deze waarheid op een onbetwistbare wijze bewijst, maakt Hij haar voor zuivere vromen en heiligen zichtbaar.
#172
Daarnaast zegt De Waarheid van De Qur’an: o gelovige! Wijd jouw onbegrensde liefdesvermogen niet aan je lelijke, gebrekkige, onheilzame en kwaadaardige ego dat giftig voor jou is. Beschouw hem niet als jouw geliefde, noch zijn lusten als jouw aanbedene. Wijd jouw onbeperkte liefdesvermogen aan Degene Die onbeperkte liefde waard is, Die jou grenzeloze gunsten kan schenken, Die jou in de toekomst voor altijd gelukkig kan maken, Die alle individuen waar jij een band mee hebt en wier voorspoed jou gelukkig maakt met Zijn gunsten gelukzaligheid kan verschaffen, Die Eindeloze Volmaaktheden bezit, Die alzijdig een oneindig Heilige, Verheven, Zuivere, Feilloze, Onberispelijke en Onvergankelijke Schoonheid bezit, Wiens Namen eindeloos prachtig zijn en talloze Lichten van Pracht en Schoonheid herbergen, Wiens Schone Genade en Genadige Schoonheid via alle schoonheden en gunsten in het paradijs worden gedemonstreerd, Wiens Schoonheid en Volmaaktheid door alle beminnelijke en beminde bekoorlijkheden, schoonheden, aantrekkelijkheden en volmaaktheden in het universum worden beduid, bevestigd en bewezen; maak Hem jouw Geliefde en jouw Aanbedene.
Bovendien zegt Hij: o mens! Wijd je liefdesvermogen dat voor Zijn Namen en Eigenschappen zijn bedoeld, niet aan andere voorbijgaande wezens; verkwist het niet zinloos aan hulpeloze schepselen. Creaties en schepselen zijn immers vergankelijk. Echter, De Schone Namen waarvan de schoonschriften en manifestaties op die creaties en kunstwerken verschijnen, zijn daarentegen Eeuwig en Onveranderlijk. En al Zijn Namen en Eigenschappen omvatten respectievelijk duizenden niveaus van gunsten en schoonheden, evenals duizenden graden van volmaaktheden en liefdevormen. Observeer alleen De Naam “Barmhartige”, waar het paradijs één manifestatie, de eeuwige gelukzaligheid één flits en alle onderhoud en gunsten op aarde één druppel van zijn.
Voorwaar, kijk naar de Aya Die de hoedanigheid van de leef- en taakomstandigheden van dwaalgeesten en gelovigen beduidt:
لَقَدْ خَلَقْنَا الْاِنْسَانَ فٖٓى اَحْسَنِ تَقْوٖيمٍ ۞
ثُمَّ رَدَدْنَاهُ اَسْفَلَ سَافِلٖينَ ۞
اِلَّا الَّذٖينَ اٰمَنُوا وَ عَمِلُوا الصَّالِحَاتِ 1
1 “Voorzeker, Wij hebben de mens volgens de allermooiste compositie geschapen. Vervolgens hebben Wij hem tot de allerlaagste laagtes laten dalen. Behalve degenen die geloven en vrome daden verrichten.” - De Heilige Qur’an, 95:4-5-6
#173
En kijk naar de Aya Die hun afloop en eindbestemming beduidt:
فَمَا بَكَتْ عَلَيْهِمُ السَّمَٓاءُ وَ الْاَرْضُ1
Kijk hoe verheven en miraculeus Deze Aya's onze voornoemde afweging verwoorden.
De eerste Aya drukt op een miraculeuze en eloquente wijze een waarheid uit die in Het Elfde Woord gedetailleerd is behandeld. Daarom verwijzen wij door naar dat Woord.
De tweede Aya zullen wij met een kleine aanwijzing in behandeling nemen om te laten zien wat voor verheven waarheid Hij uitdrukt.
Op een expliciete wijze verkondigt Deze Aya het volgende:
“Wanneer dwalers sterven, huilen de hemelen en de aarde niet om hen.”
Aldus verkondigt Hij op een impliciete wijze het volgende:
“Wanneer gelovigen sterven, huilen de hemelen en de aarde om hen.”
Kortom, aangezien de dwaalgeesten de taken van de hemelen en de aarde verloochenen, hun betekenissen niet begrijpen, hun waarde nullificeren en hun Kunstenaar niet erkennen, nemen zij een denigrerende en vijandige houding jegens hen aan. Daarop zullen de hemelen en de aarde uiteraard geen traan om ze laten, maar een afkeer van ze krijgen en opgetogen over hun afsterving raken.
En het tegenstellend verband van de Aya zegt: “De hemelen en de aarde huilen wanneer gelovigen sterven.” Immers, gelovigen erkennen de taken van de hemelen en de aarde. Zij bevestigen de wezenlijke waarheid die zij dragen. En dankzij het geloof begrijpen zij de betekenissen die zij uitdrukken. Zij zeggen: “Wat zijn zij schitterend samengesteld, wat vervullen zij voortreffelijke diensten.” Zij waarderen hen naar de waarde die zij verdienen en stellen zich respectvol op. Namens de Hoogste Gerechtigde hebben zij die creaties evenals de Namen die zij weerspiegelen lief.
Voorwaar, vanwege dit geheim treuren de hemelen en de aarde zozeer, dat ze nagenoeg moeten huilen om het vertrek van de gelovigen.
1 “De hemelen en de aarde huilen niet om hen.” - De Heilige Qur’an, 44:29
#174
فَنَادٰى فِى الظُّلُمَاتِ اَنْ لَٓا اِلٰهَ اِلَّٓا اَنْتَ سُبْحَانَكَ اِنّٖى كُنْتُ مِنَ الظَّالِمٖينَ 2 ۞ اِذْ نَادٰى رَبَّهُٓ اَنّٖى مَسَّنِىَ الضُّرُّ وَاَنْتَ اَرْحَمُ الرَّاحِمٖينَ 3 ۞ فَاِنْ تَوَلَّوْا فَقُلْ حَسْبِىَ اللّٰهُ لَٓا اِلٰهَ اِلَّا هُوَ عَلَيْهِ تَوَكَّلْتُ وَهُوَ رَبُّ الْعَرْشِ الْعَظٖيمِ 4 ۞ حَسْبُنَا اللّٰهُ وَنِعْمَ الْوَكٖيلُ 5 ۞ لَا حَوْلَ وَلَا قُوَّةَ اِلَّا بِاللّٰهِ الْعَلِىِّ الْعَظٖيمِ 6 ۞ يَا بَاقٖى اَنْتَ الْبَاقٖى 7 ۞ يَا بَاقٖى اَنْتَ الْبَاقٖى 7 ۞ لِلَّذٖينَ اٰمَنُوا هُدًى وَ شِفَٓاءٌ 8
De Eerste Flits
De smeekbede van Younus ibn Mettâ – mogen vrede en zegeningen neerdalen op onze profeet en op hem – is een ultieme smeekbede en een uiterst effectief middel ter verhoring van een bede.
Het bekende verhaal van Younus عليه السلام in het kort:
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “In de duisternissen riep hij uit: 'Er is geen God behalve U, U bent Feilloos; voorzeker, ik behoor tot de onrechtplegers.'” - De Heilige Qur’an, 21:87
3 “Hij riep zijn Heer aan, zeggende: 'Waarlijk, ellende heeft mij terneergeslagen en U bent de Genadigste der genadigen.'” - De Heilige Qur’an, 21:83
4 “Indien zij zich alsnog afwenden, zeg dan: ALLAH is mij voldoende; ik vertrouw op Hem en Hij is de Heer van de Geweldige Troon.” - De Heilige Qur’an, 9:129
5 “ALLAH is ons voldoende en Hij is de Beste Beschermheer.” - De Heilige Qur’an, 3:173
6 “Er is geen vermogen en er is geen kracht, behalve bij ALLAH, de Verhevene, de Majestueuze.”
7 “O Eeuwige, U bent de Eeuwige; O Eeuwige, U bent de Eeuwige.”
8 “Een Leiding en Genezing voor gelovigen.” - De Heilige Qur’an, 41:44
#175
Hij werd de zee ingegooid en door een grote vis opgeslokt. De zee was woelig, de nacht was stormachtig en duister, en in een toestand waarin alle hoop vanuit alle kanten vervlogen was, werd opeens de smeekbede: 1لَٓا اِلٰهَ اِلَّٓا اَنْتَ سُبْحَانَكَ اِنّٖى كُنْتُ مِنَ الظَّالِمٖينَ zijn reddingsmiddel.
Het opzienbarende geheim achter deze smeekbede is het volgende:
In die toestand waren alle oorzaken machteloos. Want in die staat is er behoefte aan Een Entiteit Wiens Gezag zowel de vis als de zee als de nacht als het hemelruim moet omvatten. Immers, de nacht, de zee en de vis hadden zich unaniem tegen hem gekeerd. Alleen Een Entiteit Die ze alle drie gelijktijdig aan Zijn Bevel kon onderwerpen, zou hem naar de vredige kust kunnen voeren. Al zou het hele volk zijn dienaar en zijn helper zijn geweest, dan had het alsnog niets voor hem kunnen betekenen. Aldus oefenen oorzaken geen invloed uit. Omdat hij met een visuele zekerheid inzag dat niets buiten De Veroorzaker van oorzaken om een toeverlaat kon zijn, en omdat het geheim van Enigheid zich binnen het Licht van Tauhied openbaarde, had deze smeekbede opeens de nacht, de zee en de walvis tot bedaren gebracht. Dankzij dat Licht van Tauhied liet ze de maag van de walvis als een onderzeeër dienen. De woelige zee met haar onstuime en reusachtige golven veranderde ze via dat Licht van Tauhied in een stille Sahara, een ontspanningsoord en een bezienswaardigheid. En aan de hand van dat Licht had ze de wolken aan het hemelgewelf weggeveegd en de maan als een nachtlamp boven zijn hoofd laten schijnen. De schepselen die hem van alle kanten dreigden en tergden, lieten in alle opzichten hun vriendelijke kant aan hem zien. Uiteindelijk bereikte hij de vredige kust en aanschouwde hij die gunst des Heren onder een bladplant.
Voorwaar, de toestand waarin wij verkeren is duizendmaal ernstiger dan de eerste toestand van Younus عليه السلام. Onze nacht is de toekomst. Onze onachtzame blik maakt onze toekomst honderdmaal duisterder en enger dan zijn nacht. Onze zee is ons instabiele aardoppervlak. Op elke golf van deze zee drijven duizenden lijken; ze is duizendmaal angstaanjagender dan zijn zee. Ons genotzuchtige ego is onze walvis; hij beklemt ons eeuwige leven en probeert het te verwoesten. Deze walvis is duizendmaal kwaadaardiger dan zijn walvis.
1 “Er is geen God behalve U, U bent Feilloos; voorzeker, ik behoor tot de onrechtplegers.” - De Heilige Qur’an, 21:87
#176
Immers, zijn walvis kan hoogstens een leven van honderd jaar verwoesten. Onze walvis daarentegen zet zich in om een leven van honderden miljoenen jaren te verwoesten.
Aangezien dit onze ware toestand is, dienen wij in het voetspoor van Younus عليه السلام ons gezicht van alle oorzaken af te wenden en rechtstreeks beroep op De Veroorzaker van oorzaken alias onze Heer te doen. Wij behoren: 1لَا اِلٰهَ اِلَّا اَنْتَ سُبْحَانَكَ اِنّٖى كُنْتُ مِنَ الظَّالِمٖينَ te zeggen en met een visuele overtuiging in te zien dat de toekomst, de aarde en het genotzuchtige ego zich door onze onachtzaamheid en onze dwaling unaniem tegen ons hebben gekeerd, en dat hun verderf alleen verdreven kan worden door Een Entiteit Die de toekomst onder Zijn Bevel, de aarde onder Zijn Gezag en ons ego onder Zijn Bewind beheert. Welke oorzaak buiten De Schepper der hemelen en aarde om zou op de hoogte van onze diepste hartsgeheimen kunnen zijn, de toekomst voor ons middels de creatie van het hiernamaals kunnen verlichten en ons van de honderdduizend verstikkende golven op aarde kunnen redden? Godverhoede! Buiten De Onmisbare Existentie om kan niets zonder Zijn Toestemming en Wil op geen enkele wijze hulp bieden en als redder dienen.
Aangezien de ware toestand zo is, en aangezien die smeekbede voor Younus عليه السلام ertoe leidde dat de walvis als vervoermiddel, als onderzeeër diende, de zee als een oogstrelende Sahara oogde en de nacht met de maanschittering een beeldschone verschijning kreeg, dienen wij op basis van het geheim achter die smeekbede ook:
1لَا اِلٰهَ اِلَّا اَنْتَ سُبْحَانَكَ اِنّٖى كُنْتُ مِنَ الظَّالِمٖينَ uit te spreken.
Wij behoren Zijn Genadige Blik met de zin: 2لَا اِلٰهَ اِلَّا اَنْتَ tot onze toekomst, met het woord: 3سُبْحَانَكَ tot onze wereld en met de formulering: 4اِنّٖى كُنْتُ مِنَ الظَّالِمٖينَ tot ons ego aan te trekken, opdat onze toekomst met het geloofslicht en de Qur’anische Schittering wordt verlicht, en onze angstaanjagende en woeste nacht gemoedelijk en vriendelijk wordt.
1 “Er is geen God behalve U, U bent Feilloos; voorzeker, ik behoor tot de onrechtplegers.” - De Heilige Qur’an, 21:87
2 “Er is geen God behalve U”
3 “U bent Feilloos”
4 “Waarlijk, ik behoor tot de onrechtplegers.” - De Heilige Qur’an, 21:87
#177
En in onze wereld en op ons aardoppervlak, waar talloze lijken met de cyclus van leven en dood de golven van jaren en eeuwen bestijgen en in het niets worden gesmeten, dienen wij plaats te nemen op een spiritueel schip dat uit de waarheden der Islam in het bouwdok van De Leerrijke Qur’an is samengesteld, opdat wij die zee vreedzaam kunnen bevaren en de veilige kust kunnen bereiken wanneer onze levenstaak is volbracht. De stormen en onstuimigheden op die zee zullen als beelden op een bioscoopdoek het uitzicht tijdens de levenstocht verversen en in plaats van paniek en angst aan te jagen, zullen ze de leergierige en bezinnende blik plezierend strelen en verlichten. En dat Qur’anische geheim, Die Furqânische opvoeding, zal ervoor zorgen dat ons ego niet ons bestijgt, maar dat wij hem als voertuig bestijgen opdat hij als een sterk middel kan dienen om ons in het hiernamaals te laten zegevieren.
Tot slot
De omvattende aard van de mens leidt ertoe dat lichamelijke rillingen hem aangrijpen, evenals aardse bevingen en trillingen, en de ultieme schokken in het universum tijdens de oordeelsdag hem aangrijpen. En zoals hij bang is voor een microscopische bacterie, is hij evenzeer bang voor een meteoor die aan de sterrenhemel verschijnt. En zoals hij houdt van zijn huis, houdt hij evenzeer van de enorme aarde. En zoals hij liefde koestert voor zijn kleine tuin, koestert hij evenzeer een smachtende liefde voor het eindeloze paradijs.
Uiteraard kan De Aanbedene, De Heer, De Toeverlaat, De Bevrijder en Het Streven van een dergelijk mens slechts Een Entiteit zijn Die het hele universum onder Zijn Gezag beheert; zowel de atomen als de sterren zijn onderhevig aan Zijn Bevel.
Uiteraard heeft een dergelijk mens altijd de behoefte om in het voetspoor van Younus عليه السلام 1لَا اِلٰهَ اِلَّا اَنْتَ سُبْحَانَكَ اِنّٖى كُنْتُ مِنَ الظَّالِمٖينَ uit te spreken.
سُبْحَانَكَ لَا عِلْمَ لَنَٓا اِلَّا مَا عَلَّمْتَنَٓا اِنَّكَ اَنْتَ الْعَلٖيمُ الْحَكٖيمُ 2
1 “Er is geen God behalve U, U bent Feilloos; voorzeker, ik behoor tot de onrechtplegers.” - De Heilige Qur’an, 21:87
2 “U bent Feilloos. Buiten hetgeen U ons hebt onderwezen, beschikken wij over geen kennis. Voorzeker, U bent de Alwetende, de Alwijze.” - De Heilige Qur’an, 2:32
#178
De Vijfde Nota
[Uit De Zeventiende Flits]
Omdat de Europese wetenschappen en ideologieën de gedachtegang van De Oude Said enigszins hadden beïnvloed, hadden ze tijdens een gedachtestroom van De Nieuwe Said veel problemen veroorzaakt en tijdens een spirituele reis in mijn hart ziektes teweeggebracht. Toen de Nieuwe Said de misleidende filosofieën en de zedeloze ideologieën van zijn bevattingsvermogen wilde afschudden, en de egoïstische en pro-Europese gevoelens in zijn ziel het zwijgen wilde opleggen, werd hij gedwongen om de aankomende enerzijds lange en anderzijds korte dialoog met de geestelijke persoonlijkheid van Europa aan te gaan.
Laat dit niet verkeerd begrepen worden. Er zijn twee Europa’s. Het Eerste Europa, dat op basis van de inspiratie uit het ware Christendom het menselijke gemeenschapsleven met gunstige vindingen bevordert en de wetenschappen ten dienste van rechtvaardigheid en de waarheid volgt, spreek ik hier niet aan. Ik spreek het tweede, verdorven Europa aan, dat in de duisternissen van naturalistische filosofieën de zonden van moderne ideologieën welkom heet, en de mensheid naar zedeloosheid en dwaling dirigeert.
De geestelijke persoonlijkheid van het Tweede Europa, dat zich in plaats van moderne nuttigheden en gunstige wetenschappen aan zinloze en giftige filosofieën evenals kwaadaardige en zedeloze moderniteiten vastklampt, heb ik destijds tijdens mijn spirituele reis als volgt aangesproken:
Weet, o tweede Europa! Met een verdorven en ontspoorde filosofie in je rechterhand, en een zedeloze en kwaadaardige modernisering in je linkerhand, beweer jij het volgende: “Het geluk van de mensheid schuilt in mijn twee handen.” Mogen je beide handen breken en mogen je twee walgelijke geschenken je hoofd verslinden, wat vroeg of laat ook zal gebeuren.
O verdorven ziel die ongeloof en godverloochening propageert en verspreidt! Kan een gefolterde man, wiens ziel, geweten, verstand en hart slachtoffers van angstaanjagende calamiteiten zijn, ooit geluk ondervinden door zich fysiek op schone schijn en weelde te werpen? Kan zo iemand gelukkig worden genoemd?
#179
Zie je dan niet dat een mens door een simpele beleving van streek kan raken, door een onvervulbare wens zijn hoop kan verliezen en door een onbeduidende zaak bitter teleurgesteld kan worden, waardoor zijn zoete dromen verzuren, mooie toestanden hem kwellen, en de wereld voor hem te krap wordt en in een gevangenis verandert? Wat voor geluk heb jij te bieden aan een arme mens die door jouw onheil in de grond van zijn hart en in de kern van zijn ziel de klap van dwaling heeft opgelopen, en vanwege die dwaling al zijn verlangens vergeefs ziet bezwijken en al zijn leed aan die dwaling heeft te danken? Kan een mens, die fysiek in een vals en vergankelijk paradijs leeft, terwijl zijn hart en zijn ziel in een hel verkeren, gelukkig worden genoemd? Voorwaar, jij hebt de arme mensheid op deze wijze misleid; in een vals paradijs laat je haar een helse kwelling ondergaan.
O kwaadgezinde ego van de mens! Kijk naar het aankomende voorbeeld en zie in waar jij de mensheid naartoe drijft. Voor ons bevinden zich twee wegen. Wij slaan één van die wegen in en treffen onderweg bij elke stap die wij zetten een arme, machteloze man aan. Kwaaddoeners vallen hem aan, nemen zijn bezittingen in beslag en verwoesten zijn woning. Soms verwonden ze hem zodanig dat zelfs de hemel om zijn hartverscheurende toestand moet huilen. Overal waar wij kijken zien wij dit soort scenario's. Geluiden die op die weg vernomen worden, ontstaan door ofwel de oproer van de kwaaddoeners, ofwel het gehuil van de slachtoffers. Aldus is dat hele land in rouw gedompeld. Omdat een mens vanwege zijn menselijkheid gekweld wordt door andermans leed, ondergaat hij een grenzeloze kwelling. Het geweten kan een dergelijke kwelling echter niet verdragen, waardoor de volger van die weg gedwongen is om een keuze uit twee opties te maken. Of hij moet afstand van zijn menselijkheid nemen, grenzeloze gruweldaden nodig achten en een hart dragen dat – zolang hijzelf in veiligheid verkeert – de ondergang van de rest hem niet deert. Of hij moet de invloeden van het hart en het verstand uitschakelen.
O Europa dat zich door onzedelijkheden en dwaling heeft laten bederven en afstand van het Christendom heeft genomen! Met je blinde sluwheid heb je zoals de eenogige Dedjâl de mensenziel deze helse hoedanigheid cadeau gegeven. Vervolgens is het tot je doorgedrongen dat dit een dusdanig ongeneeslijke kwaal is, dat ze de mens van de allerhoogste hoogtes in de allerlaagste laagtes stort, en hem met de rang van de allerlaagste diersoort bekleedt.
#180
Het medicijn dat je tegen deze kwaal hebt gevonden, bestaat uit verleidelijke speeltjes, bedwelmende pleziertjes en fantasieën die als tijdelijke verdovingsmiddelen dienen. Moge dit medicijn van jou je hoofd verslinden; en hij zal het verslinden!
De tweede weg heeft De Leerrijke Qur’an met Zijn Leiding aan de mensheid geschonken. Wanneer wij deze weg inslaan, zien wij dat bij elke halte, elke locatie en elke stad die wij passeren rechtzinnige soldaten van een rechtvaardige sultan overal aanwezig zijn en patrouilleren. Zo nu en dan stellen ze op bevel van de koning bepaalde soldaten van hun dienst vrij. Ze nemen dan hun wapens, hun paarden en al het rijksbezit in beslag. Vervolgens reiken ze hen een vrijstellingsdocument aan. De soldaten die van hun dienst worden vrijgesteld, raken ogenschijnlijk bedroefd wanneer hen de paarden en de wapens waaraan ze gehecht zijn ontnomen worden. Echter, in feite lucht hun vrijstelling ze op, waarnaast het bezoek aan de koning en de terugkeer naar het centrum van het koninkrijk hen vervuld van genoegen. Soms stuiten de vrijstellingsambtenaren op een rekruut die ze niet herkent. Wanneer ze hem bevelen om zijn wapens af te staan, zegt de rekruut:
“Ik ben de soldaat van de koning; ik dien hem! Vroeg of laat zal ik naar hem terugkeren. Wie zijn jullie? Als jullie op basis van zijn toestemming en zijn wil zijn gekomen, dan zijn jullie van harte welkom. Toon mij zijn bevelschrift. Zo niet, versper mij de weg dan niet en blijf uit mijn buurt. Al zou ik tegenover duizenden van jullie op mijzelf zijn aangewezen, dan zal ik jullie alsnog bestrijden! Dit doe ik niet namens mijn ego, want mijn ego behoort niet mij maar mijn koning toe. Het ego en het wapen in mijn bezit zijn mij door mijn eigenaar toevertrouwd. Om mijn rentmeesterschap te handhaven, de eer van mijn koning te verdedigen en zijn trots te beschermen, zal ik het hoofd nimmer voor jullie neerbuigen!”
Voorwaar, deze toestand is slechts één voorbeeld van de duizenden toestanden op de tweede weg die voorspoed en gelukzaligheid genereren. De overige hoedanigheden kun je zelf wel nagaan. Tijdens de hele reis op die tweede weg konden er vrolijke en feestelijke aanmeldingen en dienstnemingen onder de naam “geboortes”, evenals vreugdevolle en bevallige melodieën gedurende voorspoedige dienstontheffingen onder de naam “sterftes” worden waargenomen.
#181
Voorwaar, De Leerrijke Qur’an heeft de mensheid deze weg geschonken. Wie dit geschenk volledig aanvaardt, zal voortgaan op deze tweede weg die naar gelukzaligheid in beide werelden leidt. Noch zullen vroegere belevenissen hem bedroeven, noch zullen aankomende omstandigheden hem beangstigen.
O tweede, verdorven Europa! Een aantal van je rotte en ongefundeerde uitgangspunten breng je als volgt onder woorden:
“Of het nou gaat om de grootste engel of de kleinste vis, ieder levend wezen is eigenaar van zichzelf, werkt voor zijn eigenheid en ijvert voor zijn eigen voldoening. Hij heeft het recht om te leven. Zijn bereidwilligheid en zijn levensdoel zijn op zijn eigen overleving en zijn voortbestaan gericht.”
Het samenwerkingsprincipe behoort tot De Edele Principes van De Genereuze Schepper waaraan de basiselementen van het bestaan volstrekt onderhevig zijn. Genadige en genereuze manifestaties van deze universele wet waarbij planten de dieren, en dieren de mensen te hulp schieten, acht jij als een strijd. Zodoende ben jij tot de volgende belachelijke conclusie gekomen: “Het leven is een strijd.”
In welk opzicht is de manifestatie van dat samenwerkingsprincipe wanneer voedingsstoffen zich met volle passie inzetten om lichaamscellen te voeden een strijd? Uit welk oogpunt is dit een gevecht? Die hulp en inspanning belichamen veeleer een samenwerking op bevel van Een Genereuze Heer.
Daarnaast breng jij één van je rotte uitgangspunten als volgt onder woorden: “Alles is eigenaar van zichzelf.” Het volgende toont echter duidelijk aan dat in feite helemaal niets eigenaar van zichzelf is. Binnen alle oorzaken geniet de mens het hoogste aanzien en de ruimste keuzevrijheid. Echter, zelfs bij de opvallendste handelingen die deze mens via zijn wil uitvoert, zoals denken, spreken en eten, worden er uit de honderd aspecten slechts één betwijfelbaar aspect aan zijn wil en zijn vermogen overgelaten. Hoe kan er over iemand, die niet eens één honderdste aspect van zijn opvallendste handeling kan opeisen, gezegd worden dat hij eigenaar van zichzelf is? Als de handen van het schepsel met het hoogste aanzien en de ruimste wil dusdanig gebonden zijn wat betreft ware beleid en eigenaarschap, bewijst de voorstander van de uitspraak: “Overige dieren en levenloze wezens zijn eigenaar van zichzelf” slechts dat hij dierlijker dan dieren, en levenlozer en onbewuster dan levenloze wezens is.
#182
Wat jou naar deze fout heeft geleid en in deze afgrond heeft gestort, is jouw eenogige sluwheid. Oftewel, jouw buitengewone en heilloze listigheid. Door je blinde sluwheid ben jij De Alschepper alias jouw Heer vergeten, jij hebt alles aan een hypothetische natuur toegedicht, jij hebt Zijn kunstwerken aan oorzaken overgelaten en jij hebt het eigendom van Die Schepper over valse aanbedenen, oftewel over afgoden onderverdeeld. Vanuit deze optiek en uit het oogpunt van jouw sluwheid dient elke levende en ieder mens op zichzelf ontelbare vijanden te bevechten en te ploeteren om zichzelf in zijn eindeloze behoeften te voorzien. Met een minuscuul vermogen, een flinterdunne wil, een voorbijflitsend besef, een snel uitdovend leven en een vluchtig bestaan is hij gedwongen om zich tegenover die talloze vijanden en behoeften staande te houden. Echter, het kapitaal van die arme levende is niet eens voldoende om ook maar één van zijn duizenden verlangens te realiseren. Wanneer een ramp hem treft, verwacht hij alleen hulp van blinde oorzaken. Zodoende ondervindt hij het geheim achter de Aya:
وَمَا دُعَٓاءُ الْكَافِرٖينَ اِلَّا فٖى ضَلَالٍ1
Jouw donkere sluwheid heeft de dag van de mens in een nacht veranderd. Alleen om die benauwde, duistere en verduisterende nacht te verwarmen, heb jij hem met tijdelijke misleidende lichtjes verlicht. Die lichtjes lachen het gezicht van de mensheid niet hoopgevend toe. Integendeel, die lichtjes lachen de mensheid spottend uit omdat ze in haar deerniswekkende staat dwaas giechelt.
Elke levende is in de ogen van jouw studenten een zielig slachtoffer van kwaaddoeners. De wereld is een gemeenschappelijke rouwplaats. De stemmen die op aarde worden vernomen zijn pijnlijke kreten die door sterftes en kwellingen worden geslaakt.
Jouw student die volledig door jou is geïndoctrineerd, wordt een farao. Hij wordt echter een laaghartige farao die zich aan de nietigste zaken onderwerpt; alles wat hem baat acht hij als zijn heer.
Bovendien is jouw student een stijfkop. Hij is echter een zielige stijfkop die voor één genieting de ogen voor eindeloze schandelijkheden sluit. Voor een nietig profijt zal hij zo laag gaan dat hij zelfs de voeten van satan zal kussen.
1 “En de beden van ongelovigen zijn vergeefs.” - De Heilige Qur’an, 13:14
#183
Bovendien is hij een geweldenaar. Omdat hij echter een steunpunt in zijn hart mist, is hij in wezen een uiterst machteloze geweldenaar vol grootspraak.
Bovendien is hij een listeling die onder het mom van toewijding en opofferingsgezindheid zijn eigen profijt beoogt; hij ijvert om zijn hebzucht en zijn roemzucht te lessen. Buiten zijn ego om heeft hij niets oprecht lief. Alles offert hij op aan zijn ego.
Een oprechte en pure student van De Qur’an daarentegen is een dienaar. Hij is echter een eerbiedwaardige dienaar die zich zelfs niet aan de opzienbarendste schepselen onderwerpt; zelfs een ultieme aanwinst als het paradijs stelt hij niet tot doel van zijn dienaarschap.
Bovendien is hij zachtaardig en vreedzaam. Echter, al is hij zachtaardig en bereidwillig, zonder Toestemming en Bevel zal hij zich tegenover niemand anders dan zijn Ontzaglijke Schepper ondergeschikt opstellen.
Bovendien is hij behoeftig. Hij is echter een rijke behoeftige gezien de toekomstige beloning die zijn Genereuze Eigenaar voor hem heeft opgeslagen.
Bovendien is hij zwak. Hij is echter een sterke zwakke die zich berust op De Kracht van zijn Meester Wiens Macht Oneindig is. De Qur’an richt het streven van Zijn ware student niet eens op het eeuwige paradijs. Zou Zijn student dan ooit zijn streven op deze vergankelijke en voorbijgaande aarde richten?
Voorwaar, doorzie hoezeer de twee studenten qua toewijding van elkaar verschillen. Tevens kun je ook met het aankomende afwegen over wat voor toewijding en opofferingsgezindheid de studenten van de verdorven filosofie en de studenten van De Leerrijke Qur’an beschikken.
Een student van filosofie zal omwille van zijn ego van zijn bloedeigen broeder vluchten en een proces tegen hem aanspannen. Een student van De Qur’an daarentegen ziet alle vrome dienaren in de hemelen en op de aarde als zijn broeders en hij verricht innig beden voor ze; hun voorspoed maakt hem gelukkig en in zijn ziel verneemt hij een uiterst innige band met ze. Bijgevolg zegt hij in zijn bede: 1اَللّٰهُمَّ اغْفِرْ لِلْمُؤْمِنٖينَ وَ الْمُؤْمِنَاتِ. Bovendien ziet hij de opzienbarendste creaties zoals De Oppertroon en de zon als onderhevige functionarissen, en als dienaren en als schepselen zoals hijzelf.
1 “O ALLAH, vergeef de gelovige mannen en de gelovige vrouwen.”
#184
En vergelijk het verschil tussen de verhevenheid en de zielsverheffing die de twee studenten genieten met het volgende:
De Qur’an verschaft de ziel van Zijn studenten een dusdanige verheffing, dat Hij in plaats van een bidsnoer met negenennegentig kraaltjes, de atomen van negenennegentig werelden die negenennegentig Goddelijke Namen manifesteren als kraaltjes in de handen van Zijn studenten plaatst en: “Reciteer hiermee jullie litanieën” zegt. Voorwaar, kijk en luister naar sjeikh Geylânî, Rufâî, Sjazelî رضي الله عنهما en naar dergelijke studenten van De Qur’an wanneer zij hun litanieën reciteren! Impliciet houden zij in hun handen de keten van alle atomen, alle waterdruppels en alle ademhalingen van schepselen in hun bidsnoer vast, waarna ze daarmee hun litanieën reciteren, en de Hoogste Gerechtigde gedenken en verheerlijken.
Voorwaar, aanschouw de miraculeuze opvoeding van de Miraculeuze Qur’anrevelaties! Kijk hoezeer deze miezerige mens, die door een minieme tegenslag en een minuscule teleurstelling van streek raakt, en door een microscopische bacterie overwonnen wordt, dankzij de Qur’anische discipline een verheven waarde krijgt. En doorzie hoezeer zijn zintuigen zodanig worden verheft, dat hij de opsomming van alle wezens in de enorme wereld niet voldoende acht voor de verheerlijking in zijn litanie. En ondanks dat hij het paradijs te min voor het doel van zijn verheerlijking en litanie acht, plaatst hij zijn eigen ego niet boven het laagste schepsel van de Hoogste Gerechtigde. Hij smelt een eindeloze trots samen met een eindeloze bescheidenheid. Verhoudingsgewijs kun je wel inschatten hoe minderwaardig en laag een student van filosofie is.
Voorwaar, de waarheden die de giftige filosofie uit Europa met zijn eenogige sluwheid foutief beziet, worden helder aanschouwd door De Qur’an Die met Zijn Twee Fonkelende en Helderziende Ogen op beide werelden is gericht. De Leiding van De Qur’an, Die met Zijn Twee Handen naar de twee gelukzaligheden van de mens wijst, zegt:
O mens! Het ego en de goederen die jou ter beschikking zijn gesteld, behoren niet tot jouw eigendom; ze zijn jou toevertrouwd. De Eigenaar van wat jou is toevertrouwd, bezit een Macht Die voor alles toereikend is; Hij is Een Genadige Genereuze Die op de hoogte van alles is. Hij wil Zijn eigendom in jouw handen van jou kopen – opdat Hij het voor jou kan bewaren en het niet verloren gaat.
#185
Later zal Hij jou er een hoge prijs voor geven. Jij bent een soldaat met toegewezen plichten. Werk namens Hem en handel omwille van Hem. Hij is Degene Die jou met onderhoud in je behoeften voorziet en jou beschermt tegen alles waar jouw macht ontoereikend voor is. Het doel en de vrucht van dit leven bestaan uit de ondervinding van de Namen en de Gesteldheden van Die Eigenaar. Wanneer een calamiteit jou treft, zeg dan: 1اِنَّا لِلّٰهِ وَاِنَّٓا اِلَيْهِ رَاجِعُونَ. Met andere woorden, zeg:
“Ik sta in dienst van mijn Eigenaar. O calamiteit! Als jij met Zijn Toestemming en Zijn Wil bent gekomen, dan ben je van harte welkom. Wij zullen immers vroeg of laat tot Hem wederkeren en ons in Zijn Tegenwoordigheid begeven. En wij verlangen naar Hem. Hij zal ons hoe dan ook van de levenslasten verlossen. Aldus, o calamiteit, die vrijstelling en die verlossing mogen via jouw handen geschieden; ik heb er vrede mee. Als Hij jou dit bevel heeft gegeven omdat Hij wil nagaan of ik mijn rentmeesterschap zal handhaven en omdat Hij mijn plichtsgetrouwheid wil beproeven, maar niet wil en niet toestaat dat ik mij aan jou overgeef, dan zal ik – zolang mijn macht toereikend is – het toevertrouwde van mijn Eigenaar niet afstaan aan iemand die niet vertrouwd is.”
Voorwaar, ondanks de duizenden voorbeelden hieromtrent kun je alleen met dit ene voorbeeld het niveauverschil tussen het leersysteem van de sluwe filosofie en de Qur’anische Leiding wel inschatten.
Waarlijk, het ware belevingsproces van beide partijen vindt volgens de beschreven wijze plaats. Echter, wat leiding en dwaling betreft lopen de rangen van mensen uiteen. De niveaus van dwaling zijn verschillend. Niet iedereen zal op elk niveau deze waarheid volwaardig aanvoelen. Want onachtzaamheid schakelt bepaalde gevoelens uit. En tegenwoordig worden de desbetreffende gevoelens dusdanig uitgeschakeld, dat de moderne mensen de pijn van deze vreselijke kwelling niet vernemen. Echter, door de toename van de wetenschappelijke precisie en de waarschuwingen van de dood die dagelijks dertigduizend lijken laat zien, wordt die sluier van onachtzaamheid verscheurd.
Wee degenen die door de afgoden van westerlingen en hun naturalistische ideologieën dwaling inslaan, hen blindelings imiteren en navolgen!
1 “Voorzeker, wij komen van ALLAH en voorzeker, tot Hem is de wederkeer.” - De Heilige Qur’an, 2:156
#186
O jongeren van dit land!1 Probeer westerlingen niet te imiteren. Na alle grenzeloze onrecht en vijandschap wat jullie van Europa hebben ondervonden, vraag ik jullie met welke logica jullie hun zedeloze en valse ideologieën kunnen volgen en vertrouwen. Dit is onacceptabel! Zij die hen schaamteloos imiteren, volgen hen niet na, maar sluiten zich misschien onbewust bij hen aan, waardoor jullie zowel julliezelf als jullie broeders verdoemen. Wees nuchter en besef dat jullie patriottische voordoen gelogen is zolang jullie hen schaamteloos imiteren. Want met een dergelijke imitatie drijven jullie de spot met jullie nationaliteit en maken jullie je volk te schande!
هَدٰينَا اللّٰهُ وَ اِيَّاكُمْ اِلَى الصِّرَاطِ الْمُسْتَقٖيمِ2
1 Noot van de vertalers: de schrijver doelt hier op de jongeren van Anatolië.
2 “Moge ALLAH ons en jullie leiden op de rechte weg.”
#187
De Vierentwintigste Flits
Aangaande De Versluiering
يَا اَيُّهَا النَّبِىُّ قُلْ لِاَزْوَاجِكَ وَبَنَاتِكَ وَنِسَٓاءِ الْمُؤْمِنٖينَ يُدْنٖينَ عَلَيْهِنَّ مِنْ جَلَابٖيبِهِنَّ2 (اِلٰى اٰخِرِ)
Deze Aya verordent de versluiering. De zedeloze beschaving daarentegen verzet zich tegen deze verordening van De Qur’an. Zij ziet de versluiering als iets onnatuurlijks en noemt het een gevangenschap.3
Het antwoord
Wij zullen slechts vier van de vele wijsheden behandelen die aantonen dat deze verordening van De Leerrijke Qur’an volkomen natuurlijk is en dat juist het tegengestelde ervan onnatuurlijk is.
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “O Godsgezant, zeg tegen jouw echtgenotes, jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij zich met hun overkleding behoren te bedekken.” - De Heilige Qur’an, 33:59
3 Een gedeelte uit de verdediging in het verzoekschrift tegen de rechtszaak dat de rechtbank tot zwijgen heeft gebracht.
“En tegen de rechtbank heb ik het volgende te zeggen: het gebod in kwestie wordt inmiddels dertienhonderdvijftig jaar lang elke eeuw door driehonderdvijftig miljoen mensen als een uiterst heilige en wezenlijke Goddelijke Norm voor het gemeenschapsleven geacht. Gesteund door de bevestigingen en overeenstemmingen van driehonderdduizend exegeses en in navolging van de ruim dertienhonderdvijftig jarige overtuiging van onze voorvaderen heeft iemand een exegese geschreven. Als er op het aardoppervlak enige rechtvaardigheid heerst, dan zal het onterechte besluit dat hem hierom veroordeelt uiteraard worden ingetrokken en het vonnis zou moeten worden opgeheven.”
#188
De Eerste Wijsheid
Versluiering voor vrouwen is natuurlijk en hun aard vereist het. Immers, omdat vrouwen zwak en teder zijn geschapen, hebben ze behoefte aan een man die hen evenals hun kinderen – die ze liever dan hun eigen leven hebben – onder zijn vleugels neemt. Hierdoor heeft de vrouw van nature een drang om haarzelf te laten believen, zonder afkeer en ergernis op te wekken.
Daarnaast zijn zes à zeven van de tien vrouwen ofwel oud ofwel onaantrekkelijk, waardoor ze hun oudheid of onaantrekkelijkheid niet aan iedereen willen tonen. Of ze zijn jaloers, waardoor ze tegenover mooiere vrouwen niet lelijker willen uitvallen. Of ze zijn bang voor aanranding en kritiek, waardoor ze geen doelwit van verkrachters willen zijn, noch door hun echtgenoten van ontrouw willen worden beticht. Deze redenen leiden ertoe dat zij zich van nature willen versluieren. Als er oplettend wordt gekeken, dan zal het opvallen dat vooral de oudere vrouwen zichzelf willen verbergen. Bovendien zullen slechts twee à drie van de tien vrouwen zowel jong als mooi zijn, en het daarnaast niet erg vinden om bekeken te worden.
Het is bekend dat een mens zich ergert en stoort aan de blikken van personen die hij niet liefheeft en verafschuwt. Al zou een mooie vrouw in gewaagde kledij het leuk vinden om door twee à drie van de tien niet-verwante mannen bekeken te worden, alsnog zou zij zich aan de overige zeven à acht blikken ergeren.
Daarnaast zal een mooie vrouw die niet zedeloos en ontaard is, zich op basis van haar tederheid en gevoeligheid uiteraard ergeren aan de vieze vergiftigende blikken waarvan de kwade gevolgen in de praktijk worden ondervonden. Tevens vernemen wij dat veel vrouwen in het blote continent van Europa geërgerd raken aan wellustige blikken en zich bij de politie beklagen met uitingen als:
“Deze schoften ontnemen ons de vrijheid en ze onderdrukken ons met hun vieze blikken!”
Aldus is het sluierverbod in een beschaving onnatuurlijk. Naast dat het Qur’anische sluiergebod natuurlijk is, worden die waardevolle bronnen van genade en die potentiële eeuwige gezellinnen van afgang, vernedering, geestelijke gevangenschap en kwelling dankzij de versluiering gered.
#189
Daarnaast zijn vrouwen van nature angstig en schuw voor vreemde mannen. Schuwheid vereist van nature de versluiering. Want een plezier van acht à negen minuten zal door de zware acht- à negenmaandige zwangerschapslast enorm verbitteren. Daarnaast bestaat het risico dat het kind acht à negen jaar lang als vloek van een acht à negen minuten durend verboden genot vaderloos zal moeten worden grootgebracht. Omdat dit ook regelmatig voorkomt, zijn vrouwen van nature ook wezenlijk schuw voor vreemde mannen; hun aard wil ze mijden. Hun zwakke bouw verplicht en vermaant ze tot de versluiering om te voorkomen dat ze geen lustgevoelens van niet-verwante mannen opwekken en vreemden geen gelegenheid geven om ze aan te randen. Hun bouw geeft aan dat hun burcht en hun schild hun abaja is.
Zoals ik heb vernomen werd de vrouw van een man met een hoge wereldse status vanwege haar blote benen overdag midden in het centrum van de hoofdstad door een simpele schoenenpoetser handtastelijk vernederd. Dit incident is een klap in het schaamteloze gezicht van degenen die tegen de versluiering zijn!
De Tweede Wijsheid
De uiterst gefundeerde en intense verhouding, liefde en band tussen man en vrouw zijn niet alleen op de behoeften van het aardse leven gebaseerd. Waarlijk, een vrouw is niet slechts voor dit aardse leven de levensgezellin van haar man. Ook in het eeuwige leven zal ze zijn levensgezellin zijn. Aangezien zij ook ten opzichte van het eeuwige leven de levensgezellin van haar man is, behoort zij uiteraard niet de aandacht van anderen op haar schoonheid te trekken, haar echtgenoot te krenken en jaloers te maken.
Aangezien de band met haar gelovige man volgens het geloofsgeheim niet alleen tot het aardse leven is beperkt, en niet alleen voor een tijdelijke dierlijke liefde gedurende de periode van schoonheid is bestemd, maar uit het oogpunt van hun eeuwige levenspartnerschap op een gefundeerde en innige liefde en eerbied is gebaseerd, en aangezien die band hun innige eerbied en liefde niet alleen tot de tijd van jeugdigheid en schoonheid beperkt, maar ook de tijd van ouderdom en onaantrekkelijkheid includeert, dient de vrouw als een menselijk vereiste uiteraard haar schoonheden alleen voor de blik van haar man te hanteren en haar liefde enkel aan hem te geven. Anders zal ze zeer weinig verwerven, maar heel veel verliezen.
#190
Volgens de Sharia dienen de man en de vrouw gelijkwaardig aan elkaar te zijn. Dit wil zeggen dat ze bij elkaar moeten passen. Hierbij is de gelijkwaardigheid en de harmonie op het gebied van Godsdienstigheid het allerbelangrijkst.
Gelukzalig zij de man die de Godsdienstigheid van zijn vrouw opmerkt, haar navolgt en Godsdienstig wordt, opdat hij zijn gezellin in het eeuwige leven niet kwijtraakt.
Gelukzalig zij de vrouw die de Godsdienstigheid van haar man opmerkt en met de gedachte: “Ik wil mijn eeuwige levensgezel niet verliezen” Godvrezend wordt.
Wee de man die zijn vrome vrouw voor eeuwig verliest door in onzede te duiken. Ellendig zij de vrouw die haar Godvrezende man niet navolgt en zodoende die gezegende gezel voor eeuwig verliest.
Wee de twee partners die elkaar in hun ondeugd en onzede navolgen en elkaar helpen om in het vuur te belanden.
De Derde Wijsheid
Een gelukkig gezinsleven kan via een wederzijds vertrouwen, met een innige eerbied en liefde tussen man en vrouw standhouden. Ontsluiering en blotigheid daarentegen schaden het wederzijdse vertrouwen en tasten de onderlinge eerbied en liefde aan. Want van de tien vrouwen die zich gewaagd kleden, zal er slechts één geen aantrekkelijkere man dan haar echtgenoot aantreffen en aldus niet de moeite nemen om haarzelf bij vreemden geliefd te maken. De overige negen vrouwen zullen wél knappere mannen dan hun echtgenoten tegenkomen. En van de twintig mannen zal slechts één man geen mooiere vrouw dan zijn echtgenote aantreffen. Hierdoor zullen ontsluiering en blotigheid ertoe leiden dat de innige liefde en het wederzijdse vertrouwen verloren gaan. Daarnaast kunnen ze als volgt een uiterst walgelijk en laaghartig gevoel opwekken:
Een mens koestert van nature geen lustgevoelens voor een naaste verwante zoals zijn zus. Immers, omdat de gezichten van naaste verwanten een gevoel van mededogen en een geoorloofde liefde in het kader van verwantschap opwekken, blokkeren ze egoïstische en wellustige impulsen.
#191
Echter, lichaamsdelen zoals de benen die volgens de Sharia ook aan verwanten niet getoond mogen worden, kunnen bij verdorven zielen een uiterst walgelijk gevoel ontwaken wanneer ze worden ontbloot. Want het gezicht van een naaste verwante geeft een signaal van verwantschap af en lijkt niet op het gezicht van een niet-verwante. Echter, een lichaamsdeel zoals bijvoorbeeld een been lijkt op dat van een niet-verwante. Omdat er geen onderscheidingsteken is dat een signaal van verwantschap afgeeft, kan het ertoe leiden dat een aantal verdorven verwanten er met een wellustige dierenblik naar gaan kijken. Een dergelijke blik is echter een onmenselijkheid waarvan de nekharen overeind gaan staan!
De Vierde Wijsheid
Het is bekend dat een groot nageslacht door iedereen wordt gewenst. Geen volk of regering is tegen de groei van zijn volk. Zelfs de Nobelste Profeet صلى الله عليه وسلم heeft hierover het volgende verkondigd:
تَنَاكَحُوا تَكَاثَرُوا فَاِنّٖى اُبَاهٖى بِكُمُ الْاُمَمَ (اَوْ كَمَا قَالَ)
Oftewel, “Trouw en vermenigvuldig jullie. Op de dag des oordeels zal jullie talrijkheid mij met trots vervullen.”
Echter, door het sluierverbod zal het aantal huwelijken niet toe- maar juist enorm afnemen. Want zelfs de losbandigste en modernste jongeman verlangt naar een kuise levensgezellin. Hij zal niet wensen dat zij zo modern, oftewel zo open en bloot is als cchijzelf, waardoor hij vrijgezel blijft en misschien zelfs in ontucht belandt.
Een vrouw is anders; zij kan haar echtgenoot niet dermate beperken. Immers, omdat een vrouw gezien haar huishoudelijke functie binnen het gezinsleven als beheerster van alle goederen, kinderen en bezittingen van haar man fungeert, bestaan haar fundamenteelste karakteristieken uit loyaliteit en betrouwbaarheid. Open- en blotigheid daarentegen richten die loyaliteit te gronde, doen haar betrouwbaarheid in de ogen van haar man in rook opgaan en leveren haar gewetenskwelling op. Daarenboven zijn lef en vrijgevigheid twee eigenschappen die bij mannen prijzenswaardig zijn, terwijl ze bij vrouwen als zondige karakteristieken en kwade eigenschappen gelden omdat ze haar betrouwbaarheid en haar loyaliteit aantasten. De taak van haar man daarentegen bestaat niet uit penningmeesterschap en loyaliteit, maar uit bescherming, mededogen en eerbied. Daarom kan die man niet worden beperkt en mag hij met andere vrouwen huwen.
#192
Ons land (Anatolië) kan niet met Europa vergeleken worden. Want ondanks de heersende open- en blotigheid wordt de eer daar alsnog op bepaalde gewelddadige manieren zoals duellen enigszins opgehouden. Degene die het waagt om de vrouw van een man van eer wellustig te bekijken, zal eerst de dood voor ogen moeten zien voordat hij kijkt. Bovendien zijn de mensen in koude gebieden zoals Europa van nature koelbloedig en koud zoals die gebieden. Deze Aziatische gebieden, oftewel de streken van de Islamitische wereld, zijn verhoudingsgewijs warm. Het is bekend dat de leefomgeving invloed op het karakter van de mens uitoefent. De open- en blotigheden die plaatsvinden om dierlijke lusten op te wekken en de sensualiteit te prikkelen, zullen bij die koude mensen in die koude streken misschien geen extreme uitbuitingen en verspillingen veroorzaken.
Echter, bij de warmbloedige en gevoelige mensen uit warme landen zullen de open- en blotigheden waarmee de egoïstische lusten continu aangewakkerd worden uiteraard leiden tot veel uitbuitingen en verspillingen. Dit zal het geslacht zwakker maken en krachtverlies veroorzaken. Ten opzichte van een natuurlijke behoefte die normaliter eens in de twintig à dertig dagen terugkeert, zal de man zich om de paar dagen gedwongen voelen tot verspilling. Omdat hij maandelijks ongeveer vijftien dagen zijn vrouw wegens verhinderingen zoals de menstruatie niet kan benaderen, zal hij in dit geval neigen tot ontucht als zijn ego hem de baas is.
Stedelingen kunnen dorpelingen en bedoeïenen niet als maatstaf nemen om de versluiering te verbieden. Want de onschuldige werksters en forsgebouwde vrouwen in dorpen en in de streken van bedoeïenen waar bezigheden voor de kost, fysieke inspanningen en moeiten ertoe leiden dat ze soms minder bedekt zijn, en waar ze in vergelijking met stedelingen minder aandacht trekken, wekken geen egoïstische lusten op. Daarnaast zijn er in dorpen weinig vervelende en werkeloze mannen, waardoor daar geen tiende van de stedelijke onzedelijkheden plaatsvinden. Aldus kunnen zij niet met elkaar vergeleken worden.
#193
De Vierde Vraag Uit De Eerste Brief
Een valse verliefdheid op geliefden kan in een ware verliefdheid veranderen. Kan de valse verliefdheid op de wereld – waaraan de meeste mensen toegeven – ook in een ware verliefdheid veranderen?
Het antwoord
Ja, dat is mogelijk. De valse verliefdheid in kwestie is op het vergankelijke gezicht van de wereld gericht. Wanneer een verliefde persoon in dit kader de lelijkheden van teloorgang en vergankelijkheid op dat gezicht ziet, zijn gezicht daarvan afwendt, een zoektocht naar een eeuwige geliefde begint en erin slaagt om te kijken naar de prachtige twee andere gezichten van de wereld die zich als een spiegel van Goddelijke Namen en als een akker voor het hiernamaals voordoen, dan zal die ongeoorloofde valse verliefdheid de gelegenheid krijgen om in een ware verliefdheid te veranderen. Er is echter één voorwaarde: de mens behoort zijn vergankelijke en instabiele binnenwereld die aan zijn leven is gebonden niet met de buitenwereld te verwarren. Als hij zoals de dwaalgeesten en de achtelozen zijn eigenheid vergeet, de buitenwereld induikt, de gemeenschappelijke wereld als zijn zelfwereld ziet en daarop verliefd wordt, dan zal hij verstrikt raken in het moeras van de natuur en daarin wegzinken – tenzij Gods Helpende Hand hem op een uitzonderlijke wijze daaruit bevrijdt. Wij zullen deze waarheid met het aankomende voorbeeld nader belichten.
Als er aan de vier wanden van deze versierde kamer vier grote spiegels voor ons vier hangen, dan zijn er in totaal vijf kamers; de ene is de ware kamer, de andere vier zijn figuurlijk en persoonlijk. Een ieder van ons kan op zijn spiegel de vorm, de verschijning en de kleur van zijn persoonlijke kamer aanpassen. Als we de spiegel een rode kleur geven, dan zal de kamer rood worden weergegeven, als we hem groen verven, dan zal de kamer groen ogen, enzovoort. Door de spiegel te bewerken, kunnen wij de kamer in verscheidene toestanden brengen. We kunnen haar verlelijken, verfraaien en er velerlei gedaantes aan geven.
#194
Echter, de externe kamer die gemeenschappelijk wordt gebruikt, kunnen wij niet zo eenvoudig bewerken en aanpassen. Ondanks dat de persoonlijke en de algemene kamer eigenlijk gelijk aan elkaar zijn, is hun beïnvloedbaarheid anders. Jij kunt je eigen kamer met een vinger verwoesten, terwijl je van de andere kamer geen steen kunt verroeren.
Voorwaar, de wereld is een sierlijke verblijfplaats. Eenieders leven van ons is een grote spiegel. Binnen deze wereld bezitten wij allemaal een persoonlijke wereld. Echter, de steunpilaar, het centrum en de poort van die wereld is ons leven. Die zelfwereld van ons is een bladzijde en ons leven is een pen waarmee vele gegevens worden geschreven die op de pagina van onze daden zullen verschijnen.
Stel je nu voor dat wij onze wereld liefhebben. Vervolgens realiseren wij ons dat onze wereld op ons leven is gefundeerd, waardoor wij aanvoelen en inzien dat ze zo fragiel, vergankelijk en instabiel als ons leven is. Bijgevolg wenden wij onze liefde voor haar tot de schitterende schoonschriften van Goddelijke Namen Die in onze persoonlijke wereld worden weerspiegeld en vertegenwoordigd. Zodoende zal onze liefde tot de manifestaties van Gods Namen overgaan. Als wij daarenboven inzien dat die persoonlijke wereld van ons een tijdelijke kwekerij voor het hiernamaals en het paradijs is, en vervolgens onze gretigheid, verlangens, liefde en dergelijke intense gevoelens wenden tot haar voortbrengselen, vruchten en bloemen die als verdiensten in het hiernamaals worden geoogst, dan zal die valse verliefdheid in een ware verliefdheid veranderen.
Anders, als het geheim achter: 1نَسُوا اللّٰهَ فَاَنْسٰيهُمْ اَنْفُسَهُمْ اُولٰٓئِكَ هُمُ الْفَاسِقُونَ de mens bevangt, als hij zijn eigenheid vergeet, de teloorgang van het leven niet gedenkt, zijn instabiele binnenwereld zo stabiel als de buitenwereld acht, zichzelf onsterfelijk waant, gehecht aan de wereld raakt en zich met vurige gevoelens aan haar vastklampt, dan zal hij in haar verdrinken en vergaan. Die liefde is voor hem dan een immense vloek en een kwelling. Want die liefde brengt een troosteloos mededogen en een hopeloos medeleven voort. Hij heeft het met alle levenden te doen; alle oogstrelende en vergankelijke schepselen wekken een medelijden en een scheidingsverdriet in hem op. Desondanks kan hij slechts machteloos toekijken, waardoor hij in absolute wanhoop kwelling ondergaat.
1 “Zij vergaten ALLAH, waarna Hij ze henzelf heeft doen laten vergeten; voorzeker, zij zijn de overtreders.” - De Heilige Qur’an, 59:19
#195
Echter, de eerste persoon die zich van onachtzaamheid had bevrijd, zal tegen de pijn van dat hevige mededogen een verheven triakel vinden. Immers, bij de dood en de teloorgang van alle schepselen waar hij medelijden mee heeft, ziet hij eeuwigheid in hun spiegelende zielen die de constante reflecties van De Eeuwige Namen van Een Eeuwige Entiteit vertegenwoordigen. Zodoende zal zijn mededogen in een vreugde omslaan.
En bij alle schone schepselen die onderhevig aan teloorgang en vergankelijkheid zijn, ziet hij een schoonschrift, een opmaak, een kunst, een versiering, een gunst en een constante lichternis waarachter een Zuivere Schoonheid en een Heilige Pracht kan worden waargenomen. Die teloorgang en die vergankelijkheid ziet hij als een verversing om meer pracht te manifesteren, nieuwe genietingen te laten proeven en andere kunsten tentoon te stellen. Dientengevolge zal zijn genot, zijn passie en zijn verwondering alleen maar toenemen.
اَلْبَاقٖى هُوَ الْبَاقٖى1
Said Nursî
1 “De Eeuwige; Hij is De Eeuwige.”
#196
Uit De Negende Brief
Ten derde: ik zie dat het gelukkigste leven op aarde wordt ervaren door degene die de aarde als een militair gastenverblijf beschouwt, zich daaraan overgeeft en dienovereenkomstig handelt. En dankzij die beschouwing kan hij snel stijgen tot het allerhoogste niveau, wat het niveau van voldoening is. Aan breekbare stukken glas zal hij geen duurzame diamant prijsgeven; hij zal op een rechtzinnige wijze genietend leven.
Waarlijk, wereldse zaken zijn als stukken glas die tot fragmentatie zijn gedoemd. Zaken met betrekking tot het eeuwige hiernamaals daarentegen hebben de waarde van een massieve diamant. De intense gevoelens binnen de aard van de mens, zoals innige belangstellingen, vurige liefdes, hevige begerigheden en heftige verlangens, zijn gegeven voor zaken die betrekking op het hiernamaals hebben. Die gevoelens hartstochtelijk tot vergankelijke wereldse zaken wenden, staat gelijk aan vergankelijke en breekbare stukken glas inkopen voor de prijs van eeuwige diamanten. In dit verband schiet mij een punt te binnen dat ik met jullie zal delen.
Verliefdheid is een hevige liefdevorm. Wanneer ze tot vergankelijke geliefden wordt gewend, dan zal die verliefdheid haar drager continu in pijn en ellende doen laten verkeren, óf die valse geliefde zal een zoektocht naar een eeuwige geliefde afdwingen, omdat ze zelf die hevige liefde onwaardig is. Zodoende zal een valse verliefdheid in een ware verliefdheid veranderen.
Voorwaar, de mens bezit duizenden gevoelens. Elk gevoel heeft evenals verliefdheid twee kanten; de ene is vals, de andere is waarachtig.
Bijvoorbeeld, ieder mens koestert bezorgde gevoelens voor de toekomst. Wanneer zijn zorgen extreem worden, realiseert hij zich dat de toekomst waarover hij zich zoveel zorgen maakt hem niet beloofd is. Daarnaast is een kortstondige toekomst die wat onderhoud betreft in zekerheid verkeert een dusdanige bezorgdheid niet waard. Hierop wendt hij zijn gezicht daarvan af en richt hij zich op een ware en duurzame toekomst die na het graf voor onachtzame mensen onzeker is.
#197
Bovendien toont de mens een extreme begeerte naar rijkdom en status. Vervolgens bemerkt hij dat die vergankelijke goederen waarover hij tijdelijk toezicht houdt, die heilloze roem en die onheilspellende status waaraan pronkerij ontspruit een dusdanig intense begeerte helemaal niet waard zijn. Vervolgens richt hij zich op: de ware status die in spirituele rangen schuilt; de niveaus die hem dichterbij ALLAH brengen; de middelen die in het hiernamaals benodigd zijn en de vrome daden die ware rijkdom verschaffen. Zodoende zal de kwaadaardige hoedanigheid van een valse begeerte in een verheven hoedanigheid van een waarachtige begeerte veranderen.
Bovendien hanteert de mens met een standvastige volharding zijn gevoelens voor waardeloze, voorbijgaande en vergankelijke zaken. Vervolgens bemerkt hij dat hij een jaar lang volhardt in iets wat geen minuut volharding waard is. En aan iets wat kwaadaardig en giftig is, blijft hij op aandrang van zijn volharding vastkleven. Vervolgens bemerkt hij dat dit krachtige gevoel niet voor zulke zaken is bestemd. Dit gevoel voor zulke zaken hanteren, is in strijd met wijsheid en waarachtigheid. Bijgevolg zal hij die standvastige volharding niet hanteren voor waardeloze en voorbijgaande zaken, maar voor verheven geloofswaarheden, Islamitische fundamenten en diensten die betrekking hebben op het eeuwige hiernamaals. Zodoende zal die beschamende hoedanigheid van een valse volharding in een bevallige en verheven hoedanigheid van een waarachtige volharding veranderen. Die hoedanigheid impliceert: vastberadenheid in het kader van de waarheid.
Voorwaar, indien mensen de geestelijke instrumenten die aan de mensheid gegeven zijn omwille van het ego en de wereld hanteren, en zich onachtzaam gaan gedragen alsof ze eeuwig op aarde zullen verblijven, dan zullen die instrumenten – zoals de voornoemde drie voorbeelden aangaven – beschamende karaktereigenschappen, verspillingen en onzinnigheden baren. Als ze in lichte mate voor de wereld en voornamelijk voor de taken met betrekking tot het hiernamaals en de spiritualiteit worden gehanteerd, dan zullen ze loffelijke karaktereigenschappen voortbrengen, en conform wijsheid en waarachtigheid als bron van gelukzaligheid in beide oorden fungeren.
Voorwaar, ik ben van mening dat de adviezen van adviseurs tegenwoordig onder andere ineffectief zijn omdat ze immorele mensen als volgt aanspreken: “Wees niet jaloers, noch hebzuchtig, noch vijandig, noch koppig en heb de wereld niet lief!”
#198
Met andere woorden, door nagenoeg: “Verander je aard” te zeggen, suggereren ze iets wat voor mensen onhaalbaar oogt. Als ze het volgende zouden voorstellen: “Richt deze eigenschappen op heilzame doelen en verander hun bestemming”, dan zou hun advies effectief zijn. Daarnaast zou hun voorstel de tolerantiegrens van hun wilskracht niet overschrijden.
Ten vierde: onder de Islamgeleerden is het verschil tussen “Islam” en “geloof” vaak een discussieonderwerp geworden. Een groep onder hen zei: “Ze zijn één.” Een andere groep zei: “Ze zijn niet één, alleen kan het één niet zonder het ander.” Zodoende hebben ze in dit kader vele verscheidene meningen meegedeeld. Persoonlijk heb ik het volgende verschil opgemerkt:
Islam is een voorkeur, geloof is een overtuiging.
Met andere woorden, Islam impliceert: steunbetuiging, overgave en onderwerping aan de waarheid; geloof impliceert: aanvaarding en erkenning van de waarheid.
Vroeger zag ik weleens bepaalde ongelovigen die Qur’anische Standpunten fanatiek steunden. Aldus waren zulke ongelovigen uit het oogpunt van hun terechte steun enigszins betrokken bij de Islam, waardoor zij “ongelovige moslims” werden genoemd. Daarnaast heb ik bepaalde gelovigen gezien die noch voorvechters noch voorstanders van Qur’anische Standpunten waren, waardoor zij als “gelovige niet-moslims” werden bestempeld.
Kan een niet-Islamitisch geloof wel redding bieden?
Het antwoord
Zoals Islam zonder geloof geen redding kan bieden, kan ook een geloof zonder Islam geen redding bieden. 1فَلِلّٰهِ الْحَمْدُ وَالْمِنَّةُ, dankzij de zegen uit de spirituele mirakelen van De Qur’an hebben de afwegingen in de Risale-i Nur de vruchten en de voortbrengselen van de Islamitische religie en de Qur’anische Waarheden dermate weergegeven, dat zelfs de ongelovigen zich er niet tegen zouden verzetten als zij ze zouden begrijpen. Daarnaast hebben ze de bewijzen en de evidenties van het geloof en de Islam zo krachtig gedemonstreerd, dat zelfs een niet-moslim ze zou beamen als hij ze zou begrijpen. Al zou hij een niet-moslim blijven, alsnog zou hij geloven.
1 “ALLAH komen alle lof- en afhankelijkheidsbetuigingen toe.”
#199
Waarlijk, de vruchten van het geloof en de Islam - die zo zoet en zo bekoorlijk zijn als de vruchten van de paradijselijke Toebâ-boom - en hun voortbrengselen - die zo fraai en zo bevallig zijn als de schoonheden binnen de gelukzaligheid in beide oorden - zijn in “De Woorden” dermate gedemonstreerd, dat Die Woorden bij de waarnemers en de kenners ervan een grenzeloos gevoel van steun, waardering en overgave doen ontwaken. En de evidenties van het geloof en de Islam, die zo krachtig als de verbindende ketenen in de kosmos en zo talrijk als het aantal atomen in het bestaan zijn, hebben Die Woorden zo evident aangetoond, dat Ze een grenzeloze overtuiging en geloofskracht verschaffen.
En wanneer ik op bepaalde momenten de getuigenis uit de litanie van Sjeikh Naqsjîbend afleg en: عَلٰى ذٰلِكَ نَحْيٰى وَ عَلَيْهِ نَمُوتُ وَ عَلَيْهِ نُبْعَثُ غَدًا reciteer, verneem ik bij mezelf een absolute instemming. Al zou de hele wereld aan mij worden gegeven, dan nog zou ik niet één geloofswaarheid kunnen opofferen. De contradictie van één waarheid ook maar een moment waarachtig achten, is enorm kwellend voor mij. Al zou de hele wereld van mij zijn, dan nog stemt zelfs mijn ego in om alles voor de verwezenlijking van één enkele geloofswaarheid zonder enige aarzeling af te staan. Ik neem een grenzeloze geloofskracht waar wanneer ik het volgende reciteer: وَ اٰمَنَّا بِمَا اَرْسَلْتَ مِنْ رَسُولٍ وَ اٰمَنَّا بِمَا اَنْزَلْتَ مِنْ كِتَابٍ وَ صَدَّقْنَا. Elke contradictie van een geloofswaarheid acht ik uit een verstandelijk oogpunt onmogelijk. Het dwaalvolk komt voor mij buitengewoon dwaas en krankzinnig over.
Ik wens jouw ouders heel veel selâm toe en ik betuig ze mijn eerbied. Vraag of ze voor mij willen bidden. Omdat ik jou als mijn broertje zie, beschouw ik hen als mijn ouders. Ook aan jullie dorpsgenoten en vooral aan degenen die “De Woorden” van jou hebben vernomen wens ik allemaal selâm toe.
اَلْبَاقٖى هُوَ الْبَاقٖى
Said Nursî
1 “Wij leven, sterven en herrijzen met deze overtuiging.”
2 “En wij geloven in alle profeten die U hebt gezonden en wij geloven in alle boeken die U hebt laten neerdalen, en wij beamen ze.”
3 “De Eeuwige; Hij is De Eeuwige.”
#200
Het Vijfde Traktaat
[Uit De Negenentwintigste Brief]
اَللّٰهُ نُورُ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ
In een zielstoestand tijdens de edele maand Ramadan heb ik één van de vele geheime lichten uit deze Stralende Aya waargenomen en op een denkbeeldige wijze aanschouwd. Dit gebeurde als volgt:
اِلٰهٖى، اَنْتَ رَبّٖى وَاَنَا الْعَبْدُ ۞ وَاَنْتَ الْخَالِقُ، وَاَنَا الْمَخْلُوقُ ۞ وَاَنْتَ الرَّزَّاقُ، وَاَنَا الْمَرْزُوقُ... ۞ الخ
Een denkbeeldige belevenis die ik in mijn hart heb waargenomen, heeft mij duidelijk gemaakt dat alle levende wezens deze bekende smeekbede van Oeweys el-Qarnî aan de Hoogste Gerechtigde voordragen, en dat het licht van elke wereld uit de achttienduizend werelden in feite Een Goddelijke Naam is. Ik zag dit als volgt:
Zoals een grote rozenknop met vele om elkaar gewikkelde bladeren, zag ik dat er in deze wereld duizenden verborgen werelden elkaar achtereenvolgens omsluierden. Telkens wanneer er een sluier openging, zag ik weer een andere wereld. De wereld die verscheen, oogde voor mij als een wereld die omgeven was door een duisternis, een woestenij en een huiveringwekkende donkerte zoals omschreven in de Aya na “Ayatoe’n-Nûr”:
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “ALLAH is Het Licht der hemelen en de aarde.” - De Heilige Qur’an, 24:35
3 “O mijn God, U bent mijn Heer en ik ben Uw onderdaan. En U bent mijn Schepper en ik ben Uw Schepsel. En U bent mijn Onderhouder en ik ben Uw onderhoudene, enzovoort...”
#201
اَوْ كَظُلُمَاتٍ فٖى بَحْرٍ لُجِّىٍّ يَغْشٰيهُ مَوْجٌ مِنْ فَوْقِهٖ مَوْجٌ مِنْ فَوْقِهٖ سَحَابٌ ظُلُمَاتٌ بَعْضُهَا فَوْقَ بَعْضٍ اِذَٓا اَخْرَجَ يَدَهُ لَمْ يَكَدْ يَرٰيهَا وَمَنْ لَمْ يَجْعَلِ اللّٰهُ لَهُ نُورًا فَمَا لَهُ مِنْ نُورٍ
Vervolgens schitterde er opeens een reflectie van Een Goddelijke Naam Die als een fantastische lichternis alles verhelderde. Telkens wanneer er een sluier voor het verstand openging, verscheen er voor de inbeelding een andere wereld die in onachtzaamheid duister oogde, totdat Een Goddelijke Naam Zich als de zon manifesteerde en die wereld van alle kanten volledig verlichtte. Deze hartenreis en denkbeeldige belevenis hield een geruime tijd aan.
Bijvoorbeeld:
Toen ik het dierenrijk zag, hadden de eindeloze benodigdheden en de hevige behoeften van alle dieren tezamen met hun zwakte en onmacht die wereld uiterst donker en droevig weergegeven. Plotseling was De Naam Barmhartige naar de verschijning (oftewel de betekenis) van De Onderhouder als de hemelse zon opgekomen; Hij had die wereld van alle kanten met Het Licht van Genade volledig verguld.
Vervolgens zag ik binnen het dierenrijk een andere alom treurige, meelijwekkende en donkere wereld waarin alle jongen en borelingen zwak, machteloos en behoeftig spartelden. Plotseling was De Naam Genadige naar de verschijning van De Meedogende opgekomen. Hij had die wereld zo fraai en verwonderlijk verlicht, dat de tranen van bezwaar en ontroering omsloegen in tranen van opluchting, vreugde en dankbaarheid.
Vervolgens werd er weer een sluier als een bioscoopdoek voor mij ontvouwd, waardoor de mensenwereld zichtbaar voor mij werd. Die wereld oogde voor mij zo donker, zo duister en zo huiveringwekkend, dat ik uit schrik een kreet van ontsteltenis slaakte.
1 “Of als de duisternissen van een diepe zee waar golven boven golven bedekt zijn met wolken; veelvoudige duisternissen waarin men geen hand voor ogen ziet. Voorwaar, hij die van ALLAH geen licht ontvangt, zal nergens licht kunnen vinden.” - De Heilige Qur’an, 24:40
#202
Want de mensen met hun verlangens en wensen die tot de eeuwigheid uitstrekken en aanhouden, hun opvattingen en gedachten die het universum omvatten, hun toewijding en potenties die naar de eeuwige oneindigheid, de eeuwige gelukzaligheid en het paradijs smachten, hun zwaktes en benodigdheden die op talloze doelen en verlangens zijn gericht, staan ondanks hun onmacht en behoeftigheid bloot aan talloze calamiteiten en vijanden, terwijl ze gedurende een kortstondig leven, onder ellendige omstandigheden en met een uiterst kommerlijk inkomen proberen te overleven. Onder de vloek van constante teloorgang en scheiding, wat voor het hart de pijnlijkste en afgrijselijkste kwelling is, staren ze naar het graf dat voor het onachtzame volk als een poort tot eeuwige duisternis oogt; één voor één en groepsgewijs worden ze in die put der duisternis geworpen.
Voorwaar, toen ik de wereld van de mensen in deze duisternis zag, en mijn hart, mijn ziel en mijn verstand, samen met al mijn menselijke zintuigen en alle atomen van mijn lichaam op het punt stonden om huiverend te huilen, waren De Naam Rechtvaardige naar de verschijning van De Alwijze, de Naam Barmhartige naar de verschijning van De Genereuze, De Naam Genadige naar de verschijning (oftewel de betekenis) van De Vergever, De Naam Herrijzer naar de verschijning van De Erfgenaam, De Naam Levengever naar de verschijning van De Weldadige, De Naam Heer naar de verschijning van De Eigenaar opgekomen. Ze hadden vele werelden binnen die mensenwereld opgehelderd en verlicht, vensters op de lumineuze wereld van het hiernamaals geopend en lichten over die donkere wereld van de mensen gesprenkeld.
Vervolgens ging er weer een gigantische sluier open, waardoor de wereld van de aarde zichtbaar werd. De donkere grondstellingen van de filosofie hadden mijn inbeelding een angstaanjagende wereld getoond. De zeer oude en uiterst versleten aardbol, die met een zeventigmaal snellere beweging dan een kanonskogel een vijfentwintigduizendjarige afstand in een jaar aflegt, beeft vanbinnen en is elk moment in staat om te splijten en uiteen te vallen. De staat van de arme mensheid die op de aardbol in een reusachtige leegte reist, oogde voor mij verbijsterend en duister. Ik werd duizelig en het werd zwart voor mijn ogen.
#203
Plotseling waren De Almachtige, De Alwetende, De Heer, ALLAH, De Heer der hemelen en de aarde en De Bedwinger van de zon en de maan als Namen van De Schepper der aarde en hemelen naar de verschijningen van Genade, Glorie en Heerschappij opgekomen. Zij hadden die wereld zodanig verlicht, dat ik in die toestand de aardbol als een uiterst geordend, onderhevig, voortreffelijk, bevallig en veilig cruiseschip had gezien dat voor een excursie, voor vermaak en voor handel was klaargemaakt.
Conclusie
Elke Naam onder de duizend en één Goddelijke Namen Die op het universum zijn gericht, fungeert als Een Zon Die een wereld evenals de daarin verkerende werelden verlicht. En uit het oogpunt van het enigheidsgeheim, waren er bij elke reflectie van Een Naam ook reflecties van De Overige Namen enigermate zichtbaar.
Vervolgens, omdat het hart achter elke duisternis telkens weer een andere vorm van licht aanschouwde, werd zijn lust om verder te reizen geïntensiveerd. Hij wilde de inbeelding bestijgen en richting de hemel rijzen.
Daarop ging er weer een geweldige sluier open; het hart betrad de wereld van de hemelen. Hij zag dat de stralende sterren die leken te glimlachen, groter dan de aarde waren en sneller dan haar wirwar langs elkaar roterend voortbewogen. Als één ervan uit haar baan zou raken, dan zou ze tegen een andere botsen en een dusdanige explosie veroorzaken, dat daardoor het universum zich dood zou schrikken en de wereld uiteen zou vallen. Ze gaven geen licht maar spuwden vuur; ze keken mij niet vriendelijk maar bloeddorstig aan. Ik zag de hemelen binnen grenzeloze, grandioze, woeste, lege, angstaanjagende en verbijsterende duisternissen. Ik had enorme spijt van mijn komst gekregen. Plotseling waren de reflecties van De Schone Namen: رَبُّ السَّمٰوَاتِ وَ الْاَرْضِ ۞ رَبُّ الْمَلٰٓئِكَةِ وَ الرُّوحِ naar de verschijning van: ۞ وَ سَخَّرَ الشَّمْسَ وَ الْقَمَرَ وَلَقَدْ زَيَّنَّا السَّمَٓاءَ الدُّنْيَا بِمَصَابٖيحَ opgekomen.
1 رَبُّ السَّمَاوَاتِ وَ الْاَرْضِ وَ مُسَخَّرُ الشَّمْسِ وَ الْقَمَرِ
2 “Heer der hemelen en de aarde. Heer der engelen en de zielen.”
3 “En voorzeker, Wij hebben de aardse hemel met lampen versierd.” - De Heilige Qur’an, 67:5
4 “En Wij hebben de maan en de zon onderworpen.” - De Heilige Qur’an, 13:2
#204
Uit het oogpunt van die betekenis viel alle sterren die omgeven waren door duisternis een deel van dat grandioze licht toe, waardoor de wereld van de hemelen als het ware met zoveel elektrische lampen als het aantal sterren werd verlicht. En die hemelen waarover gewaand wordt dat ze leeg en woest zijn, werden met engelen en zielen gevuld en verlevendigd. De zonnen en sterren die als een leger onder de talloze legers van De Onbegonnen en Oneindige Sultan voortbewegen, lieten met hun verheven manoeuvres naar mijn waarneming de Overmacht en de Glorieuze Heerschappij van De Ontzaglijke Sultan zien.
Als het mogelijk zou zijn, dan had ik met al mijn atomen, en als ze me konden horen, dan had ik in de taal van alle schepselen het volgende willen uitspreken (en namens hen had ik dit ook uitgesproken):
اَللّٰهُ نُورُ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ مَثَلُ نُورِهٖ كَمِشْكٰوةٍ فٖيهَا مِصْبَاحٌ اَلْمِصْبَاحُ فٖى زُجَاجَةٍ
اَلزُّجَاجَةُ كَاَنَّهَا كَوْكَبٌ دُرِّىٌّ يُوقَدُ مِنْ شَجَرَةٍ مُبَارَكَةٍ زَيْتُونَةٍ لَا شَرْقِيَّةٍ وَلَا غَرْبِيَّةٍ يَكَادُ
زَيْتُهَا يُضٖٓىءُ وَلَوْ لَمْ تَمْسَسْهُ نَارٌ نُورٌ عَلٰى نُورٍ يَهْدِى اللّٰهُ لِنُورِهٖ مَنْ يَشَٓاءُ
Ik reciteerde Die Aya, draaide mij om, keerde terug, werd wakker en zei:
اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ عَلٰى نُورِ الْاٖيمَانِ وَ الْقُرْاٰنِ
1 “ALLAH is Het Licht van de hemelen en de aarde. De gelijkenis van Zijn Licht is als een nis met daarin een lamp; de lamp is in een fles; de fles is als een schitterende ster die ontbrandt met een brandstof van een gezegende olijvenboom die noch het oosten en noch het westen toebehoort; haar brandstof kan zelfs zonder in aanraking met vuur te komen ontbranden; Licht boven Lichternis; ALLAH leidt wie Hij Wil tot Zijn Licht.” - De Heilige Qur’an, 24:35
2 “De lof zij ALLAH voor het licht van het geloof en De Qur’an.”
#205
Uit De Leidraad Voor De Jeugd
Op een dag zat ik voor het venster van de gevangenis in Eskişehir. Mijn blik dwaalde naar het lyceum tegenover de gevangenis, waarop ik zag dat de oudere meiden van die school op het plein lachend aan het dansen waren. Op dat moment oogden die meiden in hun wereldse paradijs voor mij als de hoûri’s van de hel. Plotseling zag ik hoe hun toestand er over vijftig jaar uit zou zien. Hun gelach was omgeslagen in bittere tranen. Van daaruit werd de aankomende waarheid verhelderd. In een spirituele en denkbeeldige bioscoop zag ik dat over vijftig jaar vijftig van die zestig lachende meiden kwelling in het graf ondergingen en één met de grond werden. De overige tien meiden waren op hun zeventigjarige leeftijd lelijk geworden, waardoor ze door iedereen met afschuw werden aangekeken. Daarop begon ik om ze te huilen.
De hoedanigheid van de fitna’s gedurende het einde der tijden werd mij getoond. Ik zag dat de aller heftigste en verleidelijkste fitna aan de schaamteloosheid van de vrouwen ontsproot. Die fitna overmeestert de wil en lokt mensen als motten naar het vuur der zedeloosheid. Daarnaast leidt die fitna ertoe dat mensen een minuut durend moment van het aardse leven boven jaren lange momenten van het eeuwige leven verkiezen.
Toen ik op een dag naar de straat keek, voelde ik een effectieve manifestatie van die fitna. Ik kreeg het enorm te doen met de jeugd en zei:
“Deze arme jongeren kunnen zich niet verzetten tegen deze vurige fitna die ze als een magneet aantrekt.”
Terwijl ik in deze gedachten verzonk, verscheen er een afvallige, geestelijke persoonlijkheid die deze fitna aanvuurde en onderwees. Daarop sprak ik hem en de atheïsten die les van hem kregen als volgt aan:
O ellendeling die op het pad van plezier met helse hoûri’s zijn religie opoffert, de zedeloze dwaling gretig inslaat, op de weg van egoïstische lustbevredigingen ongeloof en godloochening aanvaardt, het leven bemint, de dood uitermate vreest, de gedachte aan het graf ontvlucht en afvalligheid onder ogen ziet!
#206
Wees er absoluut zeker van dat deze enorme wereld van jou voor en na dit moment, je hele bestaan, je verleden en je toekomst, je vergane landgenoten en voorvaderen, de aankomende schepselen en generaties, de verdwenen werelden en naties, de toekomstige mensen en volkeren vanuit een ongelovig perspectief allemaal absoluut dood zijn.
Voorwaar, gezien je menselijke aard en je verstand laten al die reizende werelden en voortvarende universa waar jij betrokken bij bent continu verbijsterende kwellingen via de heftige en ontelbare sterftes op aarde over je hoofd storten. Als jij over een bewustzijn beschikt, dan zal het je hart branden. Als jij een ziel bezit, dan zal ze een hel ondergaan. Als jouw verstand niet is uitgedoofd, dan zal het stikken van verdriet. Indien een uurtje ontucht in dronkenschap en een vieze genieting deze eindeloze droefenissen en kwellingen kunnen overschaduwen, blijf dan maar in ontucht voortleven. Zo niet, kom dan tot bezinning! Om van die geestelijke hel gered te worden, om een geestelijk paradijs dat het geloof zelfs op aarde verschaft in te treden en om het levensgeluk te proeven, dien je gehoor te geven aan de lessen van De Qur’an. Ruil een specifieke en vergankelijke genieting van een minuut in voor universele, eeuwige en aanhoudende genietingen binnen het kader van het geloof.
En doe geen uitspraken als: “Ik ga mijn leven als een dier leiden.” Want voor dieren zijn het verleden en de toekomst verborgen. Door die verborgenheid niet bekend aan ze te maken, heeft De Hoogst Genadige Alwijze hen van grenzeloze kwellingen gered. Zelfs een kip die gereed is om geslacht te worden, verneemt geen ene vorm van leed en verdriet. Wanneer het mes begint te snijden, wil ze het vernemen, maar dan verdwijnt haar gevoel, waardoor ze ook van die kwelling wordt gered.
1 Waarlijk, het geloof kan zelfs op deze wereld de genietingen van het paradijs verschaffen. Uit de honderden lichten hieromtrent hoef je slechts naar dit ene voorbeeld te kijken: stel je voor dat een persoon die jou erg dierbaar is op het punt staat om te sterven. Als er ineens een dokter als Loeqmân en Khidr verschijnt en hem van de dood redt, dan kun je wel nagaan hoeveel vreugde je op dat moment zult ervaren. Evenzo verschaft het geloof jou zoveel vreugdes en geneugtes als het aantal overledenen die jou dierbaar zijn en waar jij een band mee hebt. Want miljoenen mensen die jou dierbaar zijn en in het graf van het verleden zijn begraven, komen dankzij het geloofslicht opeens tot leven. Zij ondervinden leven en zeggen: “Wij zijn niet dood, noch zullen wij sterven!” In plaats van de grenzeloze kwellingen die ontelbare scheidingen teweegbrengen, ontstaan er vanuit een geloofsoptiek zelfs op aarde eindeloze genietingen en vreugdes omdat je geliefden leven ondervinden en jij met ze verenigd zult worden. Dit toont aan dat het geloof een zaad is waaruit alle genietingen en schoonheden van het paradijs ontkiemen en ontspruiten.
#207
Aldus schuilt er een geweldige en voortreffelijke Genade, Erbarmen en Mededogen van de Hoogste Gerechtigde achter het onbekend houden van het verborgene. Vooral bij onschuldige dieren manifesteert dit zich op een volmaaktere wijze. Aldus kun jij wat zedeloze genietingen betreft dieren niet evenaren; jij zult duizendmaal lager dan dieren zinken. Want datgene wat voor dieren verborgen is, wordt door jouw verstand waargenomen en de kwelling ervan wordt opgenomen. Jij wordt volledig onthouden van de pure rust achter de versluiering van het verborgene.
En al jouw mooie eigenschappen waar jij trots op bent, zoals broederschap, eerbied en toewijding, worden tot een uiterst kortstondig moment en een reikwijdte naar verhouding van een vingerafdruk in een enorme woestijn ingeperkt. Binnen een eindeloze tijd hebben ze slechts betrekking op het huidige moment, waardoor ze een gemaakte, tijdelijke, bedrieglijke, ongefundeerde en uiterst bekrompen hoedanigheid krijgen, en jouw menselijkheid en jouw volmaaktheid in dezelfde mate afnemen en bezwijken.
Echter, in het geloofskader zijn het verleden en de toekomst existent. Omdat de broederschap, de eerbied, de liefde en de toewijding van gelovigen het verleden en de toekomst omvatten, nemen hun menselijkheid en hun volmaaktheid in dezelfde mate toe.
En wat je wereldse succes betreft lijk je op een gestoorde Joodse juwelier die stukken glas voor de prijs van een diamant inkoopt. Want voor een vluchtig moment en een kortstondig leven betaal jij de prijs van een lang, aanhoudend en omvattend leven, waardoor jij binnen die begrensde kring uiteraard zegeviert. Omdat jij jouw gevoelens zoals hebzucht, liefde en wraak een jaar lang met volle passie tot zaken wendt die geen minuut aandacht waard zijn, zal jij de gelovigen tijdelijk in dit opzicht overtreffen.
En omdat je verstand, je ziel, je hart en je gevoelens hun verheven taken nalaten, en aan de activiteiten van het verdorven ego en de vieze lusten deelnemen en bijdragen, kun jij de gelovigen op aarde overwinnen en ogenschijnlijk leuker overkomen. Want je verstand, je hart en je ziel zijn uiterst diep gezonken, ze zijn achteruitgegaan en ze hebben de bodem bereikt; ze hebben zich met de vieze lusten en het schandelijke ego verenigd. Uiteraard zal je in dit opzicht een tijdelijke overwinning behalen, wat jou uiteindelijk de hel en de onderdrukte gelovigen het paradijs zal opleveren.
#208
Een Belangrijke Kwestie Die Mij Plotseling Is Ingegeven
Bepaalde overleveringen in de Âhadîth geven aan dat vrouwen en hun fitna de grootste rol in de fitna van het einde der tijden zullen spelen. Waarlijk, zoals geschiedenisboeken melden, waren er vroeger strijdvaardige vrouwen genaamd “Amazonen” die een bataljon hadden gevormd en opzienbarende strijden hadden geleverd. Evenzo hebben de ongelovige dwaalgeesten met de beraming van het kwaadgezinde ego halfnaakte vrouwen als één van hun krachtigste bataljons onder het commando van satan voor hun strijd tegen de Islam ingezet. Met hun blote benen als wapens belagen ze de gelovigen en zetten ze hun aanval in. Ze ijveren om de weg naar het huwelijk te sluiten, terwijl ze de weg naar bordelen toegankelijker willen maken. Zodoende onderwerpen ze de ego’s van velen, en verwonden ze de harten en zielen met grote zonden. Een aantal van die harten maken ze zelfs dood.
Nadat deze vrouwen enkele jaren de lusten van vreemden met hun uiterlijk hebben bevredigd, zullen hun verderfelijke benen ter vergelding brandhout van de hel worden; die benen zullen als eerst branden. En omdat ze op aarde hun betrouwbaarheid en loyaliteit hebben verloren, zullen ze ondanks hun natuurlijke verlangen en behoefte geen geschikte man meer kunnen vinden. Mocht ze een man vinden, dan zal hij haar leven zuur maken. Als resultaat van deze toestand kan er uit overleveringen van Âhadîth geconcludeerd worden dat vrouwen gedurende het einde der tijden vanwege de desinteresse en de trouweloosheid in het huwelijk in sommige plaatsen zo respectloos, zorgeloos en waardeloos behandeld zullen worden, dat één man veertig vrouwen om zijn vinger zal winden.
Aangezien dit de waarheid is, en aangezien elke schone vrouw haar schoonheid liefheeft, haar best doet om haar te behouden en niet wil dat ze verwelkt, en aangezien schoonheid een gunst is die – zoals elke gunst – met dankbetuiging impliciet toeneemt en door ondankbaarheid vergaat en bederft, zal een verstandige vrouw uiteraard met al haar kunnen haarzelf ervan weerhouden om haar charme en schoonheid voor het bedrijven en verspreiden van zonden te hanteren, ze lelijk en giftig te maken, en die gunsten via ontkenning in een bron van kwelling te veranderen.
#209
En om die tijdelijke vijf à tien jarige schoonheid te vereeuwigen, zal ze haar op een geoorloofde wijze hanteren en dank voor die gunst betuigen. Anders zal ze tijdens haar ouderdom een geruime tijd verafschuwd worden en hopeloos huilen.
Als die schoonheid binnen de disciplinaire kring van de Islam met de elegantie van de Qur’anische ethiek wordt versierd, dan zal die tijdelijke schoonheid volgens de vaststelling van de Âhadîth impliciet blijven aanhouden en in het paradijs zal ze in een mooiere en stralendere vorm dan die van Hoûri’s terug worden geschonken. Als de bezitster van schoonheid ook maar een greintje verstand bezit, dan zal ze deze stralende en eeuwige opbrengst niet uit haar handen laten glippen.
1 Noot van de vertalers: een Hoûri is een paradijselijke vrouw. Ze is een onaangeraakte maagd die in alle opzichten onvoorstelbaar mooi is geschapen en alleen voor haar man is bestemd. In een overlevering is vermeld dat één druppel uit haar mond voldoende is om de zeven oceanen te verzoeten. Ook is overgeleverd dat de pracht van haar gezicht de zon in de schaduw stelt. Zo zijn er nog vele overleveringen die de hemelse schoonheid van deze paradijselijke vrouwen omschrijven.
#210
Samenvatting Van De Tweede Kwestie
[Uit De Vruchten]
Zoals “De Leidraad voor De Jeugd” uit de Risale-i Nur uitstekend heeft omschreven, is de dood zo vaststaand en evident, dat ze ons als de nacht van vandaag en als de winter van deze lente zal bereiken.
Zoals deze gevangenis een tijdelijk verblijf is voor gedetineerden die continu komen en vertrekken, is dit aardoppervlak evenzeer een gastenverblijf op het pad van voortsnellende reisgezelschappen die er een nacht verblijven en weer verder reizen.
De dood die elke stad honderdmaal in de grafakker heeft geleegd, heeft uiteraard een wens die verder dan dit leven reikt.
Voorwaar, het raadsel achter deze verbijsterende waarheid heeft de Risale-i Nur ontrafeld en onthuld. Een korte samenvatting hiervan luidt als volgt:
De dood kan niet gedood en de poort van het graf kan niet gesloten worden. Mocht er dus een methode zijn om uit de klauwen van de dood en de eenzame opsluiting in het graf gered te worden, dan zal het vinden van die methode voor de mens uiteraard van het allerhoogste belang zijn.
Waarlijk, er bestaat een methode en dankzij een geheim uit De Qur’an heeft de Risale-i Nur die methode zo zeker als tweemaal twee vier is onomstotelijk aangetoond. Een korte samenvatting hiervan luidt als volgt:
De dood is óf een eeuwige verdoemenis; een galg waaraan de mens samen met al zijn geliefden en dierbaren gehangen zal worden. Óf ze is een vrijstellingsdocument waarmee de eeuwige wereld en het paleis van gelukzaligheid met het geloofspaspoort kan worden ingetreden.
En het graf is ofwel een duistere isolatiekerker en een bodemloze put, ofwel een poort van de aardse gevangenschap tot de stralende tuinen waar eeuwige festijnen plaatsvinden. Deze waarheid is in “De Leidraad voor De Jeugd” met behulp van een voorbeeld aangetoond.
#211
Bijvoorbeeld, op het plein van deze gevangenis zijn galgen opgesteld. Achter de muren waartegen de galgen leunen, is er een groot kantoor voor een loterij met een wereldwijde deelname gevestigd. Wij in de gevangenis zullen alle vijfhonderd zonder uitzonderingen hoe dan ook één voor één naar het plein worden geroepen. Overal op dat plein worden aankondigingen gedaan; ze zeggen ofwel: “Kom, je doodsvonnis is getekend, loop naar de galg!” ofwel: “Je bent veroordeeld tot eeuwige isolatie, loop door de poort!” ofwel: “Blijde tijding voor jou! Er is een lot ter waarde van miljoenen goudstukken voor jou gevallen. Kom je lot halen!” We zien dat mensen één voor één naar de galg lopen. Een deel van die mensen wordt voor onze ogen opgehangen. Een ander deel hanteert die galgen als een trede om het loterijkantoor aan de andere kant van de muur te bereiken. Aanzienlijke en trouwe ambtenaren die daar aanwezig zijn, delen deze informatie met ons. Op het moment dat wij hun stellige kennisgevingen zo zeker als een eigen waarneming aannemen, komen er twee groepen mensen de gevangenis in.
De mensen van de eerste groep komen met allerlei muziekinstrumenten, alcoholische dranken en lekker ogende gebakken en lekkernijen in hun handen naar binnen. Met verscheidene verleidingen bieden ze ons die gebakken aan. Echter, die zoetigheden zijn giftig; menselijke duivels hebben er gif in verwerkt.
De mensen van de tweede groep komen binnen met disciplinaire leerstelsels, halal voedsel en gezegende dranken die ze ons als geschenken aanreiken. Daarnaast delen ze ons stellig en plechtig unaniem het volgende mee:
“Indien jullie de cadeaus van de eerste groep – die jullie ter beproeving worden aangeboden – aannemen en ervan eten, dan zullen jullie aan deze galgen worden opgehangen zoals degenen die jullie reeds opgehangen hebben zien worden. Als jullie in plaats daarvan deze bevelschriften en geschenken van de heerser des lands aannemen, en de beden en litanieën uit de leerstelsels reciteren, dan zullen jullie van de galg gered worden. Twijfel er geen greintje aan dat eenieder van jullie als koninklijke gift een lot ter waarde van een miljoen goudstukken uit het loterijkantoor zal ontvangen. Als jullie besluiten om van die verboden, twijfelachtige en giftige gebakken te eten, dan zullen jullie met de garandering van deze koninklijke bevelschriften en onze stellige kennisgevingen door het effect van de gif onderweg naar de galg al krimpen van de pijn.”
#212
Voorwaar, net zoals dit voorbeeld, zal er achter de galg van het sterfuur waarmee wij continu geconfronteerd worden, op de gelovige en gehoorzame mensen die hun levenstaak heilzaam voleindigen honderd procent een lot ter waarde van een eeuwige en onuitputtelijke schat uit de voorbeschikte loterij der mensheid vallen. Zij die in onzede, zonden, ongeloof en ondeugd volharden en onberouwd sterven, zullen met negenennegentig procent zekerheid ofwel eeuwige verdoemenis (zij die niet in het hiernamaals geloven) ofwel een permanente, duistere en geïsoleerde gevangenschap (zij die in de onsterfelijkheid van de ziel geloven, maar in onzede voortleven) ondervinden en de kennisgeving van eeuwige leed ontvangen.
Ten eerste is deze mededeling afkomstig van honderdvierentwintigduizend profeten die bevestigende tekenen in de vorm van talloze mirakelen met zich meebrengen.
Ten tweede is ze afkomstig van meer dan honderdvierentwintig miljoen heiligen die de sporen en schaduwen van de profetische boodschappen via ontdekkingen en waarnemingen als een bioscopische weergave hebben aanschouwd, bevestigd en ondertekend.
Ten derde is ze afkomstig van miljarden waarheidsdeskundigen, exegeten en getrouwen die de berichtgevingen van de vorige twee bekende groepen met onbetwistbare evidenties en krachtige aanwijzingen verstandelijk – op een intellectuele en logische wijze – deugdelijk hebben bewezen, bevestigd en ondertekend.
Deze opzienbarende drie groepen, deze waarheidsgetrouwe, aanzienlijke en verheven drie gezelschappen die de zonnen, de manen, de sterren en de heilige commandanten van de mensheid zijn, hebben deze mededelingen met behulp van bevelschriften consensueel overgedragen. Hij die geen gehoor aan hen geeft en de rechte weg die zij toonden niet aanhoudt, hij die een negenennegentig procent kans op extreem gevaar negeert, hoewel hij normaal gesproken een weg door de waarschuwing van één adviseur vermijdt en een langere weg inslaat, is zonder enige twijfel te vergelijken met een persoon die in de volgende toestand verkeert:
#213
Ondanks dat talloze boodschappers stellig kennis over twee wegen geven, wijkt de persoon in kwestie af van de kortste en gangbaarste weg die honderd procent eeuwige gelukzaligheid oplevert, waarna hij de voorkeur geeft aan de woeligste, langste en lastigste weg die negenennegentig procent naar de gevangenschap van de hel en eeuwige ellende leidt. Echter, als het aankomt op twee aardse wegen, dan zou diezelfde persoon door één betwijfelbare waarschuwing van één adviseur afzien van de kortere weg om één procent kans op gevaar en een mogelijke gevangenisstraf van één maand te ontwijken, waarna hij de onvoordelige en langere weg zou verkiezen, puur omdat die weg ongevaarlijk is. Een dergelijke ellendeling heeft zijn verstand, zijn hart, zijn ziel en zijn menselijkheid dusdanig verloren, dat hij zich als dronken dwazen bezighoudt met muggen en geen aandacht schenkt aan de angstaanjagende draken die in de verte te zien zijn en op hem afvliegen.
Aangezien de ware situatie zo is, behoren wij als gedetineerden de geschenken van de tweede gezegende groep te aanvaarden, opdat wij onze wraak op deze gevangenschap ten volle kunnen nemen. Met andere woorden, een kortstondige bevrediging van een wraaklust of een vluchtige bevrediging van een zedeloze lust heeft ons een vijftien-, een vijf-, een tien- en een twee- à driejarige gevangenisstraf opgeleverd en onze wereld in een gevangenis veranderd. Ter bestrijding van deze calamiteit dienen wij hardnekkig te ijveren om één à twee uur in gevangenschap in Godsdienstoefeningen van één à twee dagen te veranderen, en onze twee- à driejarige gevangenisstraf met de geschenken van de gezegende groep in twintig à dertig bevorderende jaren voor ons hiernamaals om te zetten, en onze tien- à twintigjarige gevangenschap als een gelegenheid te benutten om van een miljoenenjarige gevangenschap in de hel te worden vergeven. Zodoende dienen wij ten opzichte van onze wenende vergankelijke wereld onze eeuwige wereld te laten lachen en onze wraak op deze calamiteit volwaardig te nemen. Wij behoren de gevangenis als een opvoedingsinrichting te visualiseren en ons best te doen om zedelijke, vertrouwde en bevorderende mensen voor ons land en voor ons volk te worden. Wij moeten het personeel en de directie van de gevangenis laten zien dat de personen die zij als onvaderlandse woestelingen, criminelen, valsaards, moordenaars en ontuchtplegers zagen, in feite studenten zijn die in een gezegende medresse worden opgeleid, opdat ook zij met trots dank aan ALLAH kunnen betuigen.
#214
De Derde Kwestie
Een samenvatting van een gedenkwaardige gebeurtenis waarvan de uiteenzetting in De Leidraad voor De Jeugd is opgenomen
Op een nationale feestdag zat ik voor het venster van de gevangenis in Eskişehir. De oudere studentes van het lyceum tegenover de gevangenis stonden op het schoolplein lachend te dansen. Plotseling werd mij in een geestelijke bioscoop hun toestand over vijftig jaar getoond. Ik zag dat veertig van die vijftig meiden en studentes in het graf één met de aarde werden en kwelling ondervonden. De overgebleven tien waren op hun zeventig- à tachtigjarige leeftijd lelijk geworden. En omdat ze in hun jeugd hun kuisheid niet hadden beschermd, zag ik dat ze met afschuw werden bekeken door de mensen van wie ze liefde verwachtten. Ik moest huilen om hun hartverscheurende toestand. Enkele vrienden in de gevangenis hoorden mij huilen. Ze kwamen vragen wat er aan de hand was. Ik zei:
“Ik spreek jullie later wel...ik wil nu even alleen zijn.”
Waarlijk, wat ik had aanschouwd was de realiteit en geen illusie. Zoals deze huidige zomer en de aanstaande herfst in de winter zullen eindigen, zullen ook de zomerse jeugd en de herfstige ouderdom in het winterse graf en in de tussenwereld eindigen. Als er een bioscoop zou zijn die – in plaats van de gebeurtenissen van vijftig jaar geleden – de toekomstige gebeurtenissen van vijftig jaar later zou kunnen weergeven, en als de vijftig jaar latere toestand van dwaalgeesten en zondaars aan hen getoond zou worden, dan zouden ze vol afschuw en spijt huilen om hun ongeoorloofde pleziertjes waar ze nu om lachen.
Toen ik in die gevangenis van Eskişehir nog bij moest komen van die waarneming, verscheen er ineens een geestelijke persoonlijkheid in de vorm van een menselijke duivel die onzedelijkheid en dwaling verbloemde. Hij zei:
“Wij willen elke vorm van genot en plezier van het leven proeven en laten proeven. Bemoei je niet met ons!”
#215
Daarop zei ik:
Aangezien jij omwille van genot en plezier de dood niet gedenkt, en jezelf op dwaling en zedeloosheid werpt, dien je absoluut te weten dat uit het oogpunt van jouw dwaling het gehele verleden dood en verdwenen is; het is een gruwelijke grafakker vol rotte lijken. Door je menselijke betrokkenheid en je voortgang op de dwaalweg, zullen die eindeloze scheidingen en eeuwige sterftes van talloze vrienden jouw hoofd en jouw hart – mits je over één beschikt en het niet gestorven is – overladen met kwellingen die jouw huidige, beperkte en kortstondige plezier in dronkenschap tenietdoen. Daarnaast is ook de aankomende toekomst uit het oogpunt van jouw ongeloof een nietig, duister, dood en gruwelijk griezeloord. En de arme zielen die uit het verleden zijn gekomen, een bestaan hebben gekregen en de huidige tijd meemaken, zullen hun hoofden aan de zeis van het doodsuur verliezen en in het niets worden gesmeten. Vanwege je mentale betrokkenheid zullen er aldoor ook vanuit deze invalshoek grenzeloze ellendige zorgen op je ongelovige hoofd neerstorten. Uiteindelijk zal je zedeloze en beperkte genot volledig in rook opgaan.
Als je van dwaling en onzedigheid afziet, en de kring van een bewust geloof en rechtzinnigheid intreedt, dan zal je dankzij het geloofslicht zien dat het verleden geen grafakker is waarin alles bederft en verdwijnt, maar dat het een existente en lumineuze wereld is die omslaat in de toekomst waar onsterfelijke zielen zich in een wachtsalon verzamelen om in een verdere toekomst de paleizen van gelukzaligheid in te treden. Zodoende zal het geen leed teweegbrengen, maar in evenredigheid met de geloofskracht geestelijk een voorproef van de hemelse zaligheid op aarde geven. Daarnaast zal ook de toekomst niet als een donkere wildernis ogen. Dankzij een gelovige blik zal je veeleer zien dat Een Barmhartige, Genadige, Ontzaglijke en Genereuze Bezitter van Eindeloze Genade en Gulheid, Die elke lente en zomer de aarde als een gedekte tafel met gunsten overlaadt, de mensen uitnodigt tot de paleizen der gelukzaligheid waar Hij feestmalen heeft voorbereid en tentoonstellingen van Zijn geschenken heeft geopend. Doordat een gelovige deze uitnodiging via een geloofsprojectie aanschouwt, zal hij naargelang zijn niveau het genot van de eeuwige wereld enigszins kunnen waarnemen.
Aldus kan waar en zuiver genot enkel in het geloof en dankzij het geloof ondervonden worden.
#216
Uit de duizenden voordelen en voortbrengselen die het geloof in deze wereld al verschaft, zullen wij in verband met dit onderwerp hier alleen één voordeel en genot dat in “De Leidraad voor De Jeugd” als voetnoot is geschreven met een voorbeeld beschrijven.
Bijvoorbeeld, wanneer jouw enige, uiterst dierbare kind op het punt staat om te sterven en jij wanhopig wordt door de hartverscheurende gedachte om eeuwig gescheiden van hem te worden, kun je wel inzien wat voor vreugde en verademing je zult ervaren als plotseling een dokter als Khidr en Loeqmân tevoorschijn komt en hem een triakelachtig medicijn toedient, waarna je kind zijn ogen opent en van doodsgevaar wordt bevrijdt.
Voorwaar, evenals dit kind zijn er miljoenen mensen waar jij liefde voor koestert en betrokken bij bent. Op het moment dat zij in jouw optiek op het punt staan om in de grafakker van het verleden te rotten en te verdwijnen, komt opeens de waarheid des geloofs als Loeqmân tevoorschijn; door het venster van het hart werpt ze licht op die grafakker die als een enorme vallei van verdoemenis wordt gewaand. Bijgevolg worden alle overledenen allemaal uit de dood herrezen. In de taal van hun houding zeggen ze:
“Wij zijn niet dood, noch zullen wij doodgaan; wij zullen weer met jullie herenigd worden!”
De grenzeloze vreugdes en verademingen die jij zodoende dankzij het geloof hier op aarde al ervaart, bewijzen dat de waarheid des geloofs een dusdanig zaad is, dat daaruit een specifiek paradijs zou ontkiemen en een Toebâ-boom van dat zaad zou worden als het een gedaante zou krijgen.
Die dwarsligger keerde zich naar mij en zei:
“Wij kunnen tenminste met onzedelijkheden en amusementen ons leven zorgeloos als dieren genietend doorbrengen, zonder aan zulke subtiele zaken te denken.”
Daarop zei ik:
Jij kunt niet als dieren leven. Want voor een dier bestaat er geen verleden en geen toekomst. Noch berokkent het verleden hem leed en spijt, noch bezorgt de toekomst hem zorgen en angsten; hij ervaart onvermengd genot. Hij leeft en slaapt zonder zorgen, en betuigt dank aan zijn Schepper. Zelfs een dier dat gereed is om geslacht te worden, verneemt geen pijn.
#217
Alleen wanneer het mes begint te snijden, wil hij iets vernemen, waarna dat gevoel verdwijnt en hij ook van die kwelling wordt gered. Aldus schuilt er een ultieme Genade en een Goddelijk Mededogen achter het schuilhouden van het verborgene en het versluieren van aankomende belevenissen. Vooral bij onschuldige dieren is dit des te meer te zien. Echter, o mens, omdat jouw verleden en toekomst vanwege je verstand deels uit het verborgene zijn getreden, word jij volledig onthouden van de rust die dieren dankzij de versluiering van het verborgene ervaren. Spijtgevoelens en pijnlijke scheidingen uit het verleden, evenals angsten en zorgen om de toekomst richten jouw beperkte genietingen volledig te gronde. Dit is de werkelijkheid, dus gooi je verstand weg, word een dier en verlos jezelf! Of kom middels het geloof tot inkeer, geef gehoor aan De Qur’an en ervaar zelfs in deze vergankelijke wereld al honderdmaal meer zuivere genietingen dan dieren. Zodoende had ik hem ook in dit opzicht monddood gemaakt.
Weer wendde die stijfkop zich tot mij en zei:
“Wij kunnen tenminste zoals de westerse ongelovigen leven.”
Daarop zei ik:
Ook kun jij niet zoals de westerse ongelovigen zijn. Want ook al zouden zij een profeet verloochenen, ze kunnen alsnog in andere profeten geloven. Als ze ook de andere profeten verloochenen, dan kunnen ze alsnog in ALLAH geloven. Als ze ook Hem niet erkennen, dan kunnen ze alsnog enige bevorderlijke eigenschappen bezitten. Echter, wanneer een moslim de allerlaatste en allergrootste profeet der eindtijd صلى الله عليه وسلم met zijn universele uitnodiging ontkent en uit zijn keten treedt, dan kan hij geen enkele profeet en zelfs ALLAH niet meer erkennen. Want alle profeten, ALLAH en alle vormen van bevorderingen heeft hij via hem leren kennen. Zonder hem kunnen deze aspecten niet in zijn hart blijven. Hierdoor treden er sinds vroeger mensen met allerlei religieuze achtergronden tot de Islam, terwijl geen enkele moslim een ware Jood, Zoroastriër of Christen wordt. Een dergelijke afvallige wordt veeleer een ongelovige wiens eigenschappen bederven, waardoor hij ten opzichte van zowel het land als het volk een kwaadaardige hoedanigheid krijgt. Nadat ik ook dit had opgehelderd, had die hardnekkige en stijfkoppige persoon geen poot meer om op te staan, waarna hij richting de hel verdween.
#218
Voorwaar, o mijn medestudenten in deze Yûsufische medresse! Aangezien dit de werkelijkheid is, en aangezien de Risale-i Nur deze werkelijkheid zo helder en duidelijk heeft aangetoond, dat de Nur-traktaten inmiddels twintig jaar lang dwarsliggers overhalen om hun koppigheid op te geven en tot geloof te komen, dienen wij ook voort te gaan op de kalme en vredige weg van geloof en rechtzinnigheid waarvan zowel onze toekomst als ons hiernamaals als ons land als ons volk niets behalve bevordering ondervindt. En in plaats van onze vrije tijd aan zinloze fantasieën te verdoen, behoren wij De Qur’anische Soera’s Die wij kennen te reciteren, de betekenissen van Die Soera’s van geleerde broeders te leren, de gemiste geboden gebeden in te halen, lering uit elkaars deugdelijke eigenschappen te trekken en deze gevangenis in een gezegende tuin te veranderen waar welgemanierde rozen worden grootgebracht. Met dergelijke vrome daden dienen wij te ijveren, opdat de gevangenisdirectie en de bewakers niet als wraakengelen over woestelingen en moordenaars waken, maar als rechtzinnige leermeesters en meedogende gidsen toezicht houden op de opvoeding van de studenten in de Yûsufische medresse waarin mensen voor het paradijs worden grootgebracht.
#219
De Vierde Kwestie
Ook deze kwestie wordt in De Leidraad voor De Jeugd uitgelegd
Op een dag stelden mijn broeders die mij dienden de volgende vraag:
“Ondanks dat deze vreselijke wereldoorlog de hele aardbol in rep en roer heeft gebracht en daarnaast betrekking op het lot van de Islam heeft, hebt u de afgelopen vijftig dagen (inmiddels – in het jaar 1946 – de afgelopen zeven jaar) nooit een vraag over de wereldoorlog gesteld of er enige belangstelling in getoond. Bepaalde praktiserende gelovigen en geleerden daarentegen verlaten de gemeenschap en haasten zich uit de moskee naar de radio om de laatste ontwikkelingen te volgen. Is er iets groters dan dit gaande? Of is het ongunstig om daarmee bezig te zijn?”
Daarop zei ik:
Het levenskapitaal is zeer beperkt; aanzienlijke taken zijn talrijk. Ieder mens bevindt zich binnen verscheidene concentrische kringen die variëren vanaf de kring van zijn hart en zijn maag, de kring van zijn lichaam en zijn woning, de kring van zijn leefomgeving en zijn stad, de kring van zijn provincie en zijn land, de kring van de aardbol en de mensheid, tot aan de kring van alle levenden en het bestaan. Elke kring kan voor ieder mens een bepaalde taak bevatten. Echter, de allerkleinste kring bevat de allergrootste en waardevolste taak die altijd relevant is. De allergrootste kring bevat de allerkleinste taak die niet aanhoudt en zo nu en dan relevant is. Aldus is de omvang van die taken omgekeerd evenredig aan de omvang van de kringen.
Echter, de sensaties van de grote kring kunnen de mens meeslepen tot een punt waarop hij zijn benodigde en waardevolle taken binnen de kleine kring veronachtzaamt, en zich bezighoudt met onnodige en nutteloze zaken die met de buitenwereld te maken hebben. Zodoende zal hij zijn levenskapitaal verkwisten en zijn waardevolle leven aan de hand van waardeloze zaken doden. Daarnaast kan iemand die deze oorlogen aandachtig volgt in zijn hart met een bepaalde partij sympathiseren. De misdaden van die partij zal hij dan verontschuldigen, waardoor hij zichzelf medeplichtig aan die misdaden maakt.
#220
Het antwoord op het eerste punt
Waarlijk, er is inderdaad iets groters gaande dan de huidige wereldoorlog en er vindt een belangrijker proces plaats dan de diplomatieke strijd voor de wereldheerschappij. Voor iedereen en vooral voor moslims is er een dusdanige ontwikkeling en een dusdanig proces van start gegaan, dat ieder mens met een verstand zonder enige aarzeling alles zou besteden om dat ene proces te winnen, al zou hij zoveel macht en rijkdom als de Duitsers en de Engelsen bezitten.
Voorwaar, steunend op de duizenden eden en beloften van De Eigenaar en Bestuurder der kosmos, hebben honderdduizenden bekende eminenties, talloze sterren en vele geestelijke gidsen onder de mensheid unaniem informatie over dat proces overgedragen. Deze informatie – wat een deel van hen met zijn ogen heeft waargenomen – omvat het volgende:
Binnen het geloofskader is er voor ieder mens een proces van start gegaan waarbij hij een wereldgroot, een eeuwig en een oneindig land en rijk, versierd met tuinen en paleizen, kan winnen of verliezen. Als hij het geloofsdocument niet grondig bemachtigt, dan zal hij tot de verliezers behoren. In dit tijdperk zijn er ook velen die dat proces door de epidemie van het materialisme verliezen.
Een spirituele en waarheidsdeskundige ontdekker heeft in een streek waargenomen dat slechts enkelen van de veertig dat proces tijdens hun doodsstrijd hadden gewonnen; de rest had het proces verloren. Als de hele wereldheerschappij aan een dergelijke verliezer zou worden gegeven, zou het dan de leegte van dat verloren proces kunnen opvullen?
Voorwaar, afstand nemen van diensten die op het gebied van dat proces succes garanderen, geen acht slaan op een buitengewone pleitbezorger die aan negentig procent van zijn cliënten geen verlies laat lijden, vluchten van taken die dat proces positief beïnvloeden en doen alsof dit aardse leven eeuwig zal aanhouden door alle aandacht op de zinloze zaken van de buitenwereld te vestigen, zijn daden die wij als Risale-i Nur-studenten buitengewoon dwaas achten. Daarom zijn wij ervan overtuigd dat wij al onze tijd en energie aan onze taak moeten besteden, al zouden de verstandelijke vermogens van ons allen verhonderdvoudigen.
#221
O mijn nieuwe broeders in deze beproeving van gevangenschap! Jullie hebben de Risale-i Nur niet ervaren zoals mijn oude broeders die eerder met mij gevangen werden genomen hebben ervaren. Ik kan die broeders en duizenden studenten zoals die broeders als getuigen aanwijzen om te verkondigen, te betogen en te bewijzen – zoals ik reeds heb bewezen – dat de aanzienlijkste pleitbezorger van deze tijd, bekend als de Risale-i Nur die ontsproten is aan de spirituele miraculeusheid van De Leerrijke Qur’an, aan negentig procent van de mensen dat grote proces laat winnen; Hij heeft inmiddels in twintig jaar aan twintigduizend mensen een bewust geloof als document, als akte en als vergunningsbewijs voor het winnen van dat proces aangereikt.
De afgelopen achttien jaar hebben mijn vijanden, de heidenen en de materialisten met gewetenloze listen bepaalde politici tegen mij opgehitst en ons – zoals ze nu weer gedaan hebben – in gevangenissen en isolatiecellen opgesloten om ons uit de weg te ruimen. Desondanks hebben ze uit de honderddertig onderdelen van de stalen burcht der Risale-i Nur slechts twee of drie onderdelen kunnen bekritiseren. Aldus hoeft degene die een advocaat zoekt niet verder dan de Risale-i Nur te zoeken.
En wees niet bang! De Risale-i Nur zal niet verboden worden! Op één of twee uitzonderingen na gaan er belangrijke traktaten in de handen van parlementsleden en politici van de republikeinse regering rond. Inshâ’ALLAH zal er een dag komen waarop voorspoedige gevangenisdirecties en ambtenaren die Nur-traktaten aan gedetineerden als brood en medicijnen zullen toedienen om gevangenissen in pure opvoedingsinstellingen te veranderen.
#222
Een Samenvatting Van De Achtste Kwestie
In De Zevende Kwestie zouden wij de wederopstanding via vele stadia behandelen. Echter, het antwoord dat middels de Namen van onze Schepper werd gegeven, was zo krachtig en zo bevredigend, dat het geen ruimte voor verdere vragen heeft overgelaten. Daarom hebben wij die kwestie kort gehouden. In deze kwestie zullen wij bondig vertellen over één van de honderden voordelen en voortbrengselen van het geloof in het hiernamaals die zowel gelukzaligheid in het hiernamaals als gelukzaligheid op aarde verschaffen. De verklaringen in de Miraculeuze Qur’anrevelaties hebben geen enkele behoefte aan andere openbaringen over de gelukzaligheid in het hiernamaals nagelaten. Daarom laten we dat aspect aan die revelaties over. En uitleg over de gelukzaligheid op aarde laten wij aan de Risale-i Nur over. Hier zullen wij met een korte samenvatting slechts drie à vier van de honderden opbrengsten ten opzichte van het persoonlijke en het gemeenschappelijke leven van de mens uiteenzetten.
De eerste opbrengst
In tegenstelling tot alle diersoorten is de mens betrokken bij de wereld zoals hij bij zijn woning betrokken is. En zoals hij een band met zijn familie heeft, heeft hij evenzeer van nature een innige band met de mensheid. En zoals hij op aarde zijn tijdelijke bestaan wenst voort te zetten, verlangt hij met hartstochtelijke liefde naar een eeuwig oord waar hij kan voortbestaan. En zoals hij ijvert om zijn maag in haar behoefte aan voeding te voorzien, heeft hij evenzeer een natuurlijke drang om de magen van het verstand, het hart, de ziel en de menselijkheid in voeding te voorzien door middel van de wereldwijde voedingsgelegenheden die tot aan de eeuwigheid uitstrekken; hij ploetert hiervoor. En hij koestert dusdanige wensen en verlangens, dat niets behalve eeuwige gelukzaligheid ze kan bevredigen.
Zoals in Het Tiende Woord is vermeld, had ik in mijn kinderjaren het volgende aan mijn inbeelding gevraagd:
#223
“Heb jij liever dat jou een miljoen jarig leven en de wereldheerschappij wordt gegeven, wat uiteindelijk in non-existentie en nietigheid zal eindigen? Of zou jij liever een eeuwig, maar een simplistisch en ellendig bestaan willen leiden?”
Ik zag dat mijn inbeelding door de eerste optie een diepe zucht moest slaken en dat de tweede optie haar voorkeur genoot. Ze zei:
“Al is hel de bestemming, ik verlang naar eeuwigheid!”
Voorwaar, het inbeeldingsvermogen dat de menselijke aard dient, kan in aardse genietingen geen voldoening vinden. Aldus is de uiterst omvattende aard van de mens van nature betrokken bij eeuwigheid. Voorwaar, een mens die aan grenzeloze wensen en verlangens gebonden is, bezit desondanks een kapitaal dat uit een uiterst beperkte wil en een absolute behoeftigheid bestaat. Voor een dergelijk mens is het geloof in het hiernamaals een dusdanig krachtige, genoegzame en bevredigende schat, het is een dusdanige bron van geluk en genot, en het is een dusdanig reddingsmiddel, een steunpunt en een troost tegenover de grenzeloze aardse smarten, dat zelfs de opoffering van het gehele aardse leven voor die vrucht en opbrengst een kleine prijs is.
De tweede vrucht en een voordeel voor het persoonlijke leven
Deze uiterst waardevolle opbrengst is in De Derde Kwestie uitgelegd en in De Leidraad voor De Jeugd in een voetnoot behandeld.
Waarlijk, de voornaamste zorg van ieder mens die altijd in zijn gedachte speelt, is de wijze waarop hij in de grafakker zal eindigen, waar ook zijn overleden vrienden en familieleden zich bevinden. Wanneer die arme mens, die voor één enkele vriend zijn ziel zou opofferen, op het punt staat om een ergere kwelling dan de hel te ondergaan door zich in te beelden dat duizenden, miljoenen en misschien zelfs miljarden van zijn vrienden geëxecuteerd en permanent gescheiden van hem zijn, komt opeens het geloof in het hiernamaals aan het licht; het opent zijn ogen, verwijdert de sluier en zegt: “Aanschouw!” Hij kijkt met dat geloof en proeft een geestelijk genot dat aan de paradijselijke geneugtes doet denken, want hij ziet dat zijn vrienden van eeuwige ondergang en ontbinding gered worden, en hem in een stralende wereld verheugd opwachten.
Omdat deze opbrengst in de Risale-i Nur met redenaties is toegelicht, nemen wij hier genoegen mee en ronden wij het af.
#224
Een derde voordeel voor het persoonlijke leven
De uitverkorenheid en de superieure rang van de mens ten opzichte van de overige levende wezens zijn gebaseerd op zijn hoogwaardige hoedanigheden, omvattende potenties, universele Godsdienstigheden en verreikende bestaanskringen. Echter, het heden, dat tussen de twee afwezige, dode en donkere tijden van het verleden en de toekomst is geperst, bepaalt de toewijding, de liefde, de broederband, de menselijkheid en dergelijke eigenschappen van die mens.
Bijvoorbeeld, omdat zijn vader, zijn broertje, zijn vrouw, zijn volk en zijn land hem dierbaar zijn, stelt hij zich dienstbaar voor ze op. Echter, door het idee dat hij ze in het verleden niet kende en ze in de toekomst na een permanente scheiding nooit meer terug zal zien, slaagt hij er zelden in om daadwerkelijk loyaal en oprecht te zijn; in gelijke verhouding zullen ook zijn volmaaktheden en hoedanigheden afnemen. Wanneer hij door toedoen van zijn verstand op het punt staat om in plaats van de uitverkorene boven de diersoorten de wanhopigste en ellendigste van allemaal te worden, haast opeens het geloof in het hiernamaals naar zijn redding. Zijn tijd die zo krap als het graf is, verandert hij in een uiterst ruime tijdspanne waarin zowel het verleden als de toekomst zijn opgenomen. En hij toont een bestaanskring die de wereld en zelfs de tijdruimte vanaf de onbegonnenheid tot aan de eeuwigheid omvat.
Met de gedachte dat de relatie met zijn vader ook in het hiernamaals en in de zielenwereld zal aanhouden, met het idee dat de broederband met zijn broertje eeuwig zal voortduren en met het besef dat zijn vrouw ook in het paradijs zijn wonderschone levensgezellin zal zijn, zal hij ze liefhebben, eerbiedigen, begenadigen en bijstaan. En zijn waardevolle diensten die bedoeld zijn voor de banden binnen die grote en ruime levens- en bestaanskringen, zal hij niet als instrument voor de waardeloze zaken, simpele geschillen en geringe profijten op aarde hanteren. Hij zal ware loyaliteit en innige oprechtheid bereiken, waarna zijn volmaaktheden en eigenschappen in gelijke mate (naargelang van zijn niveau) zullen groeien; zijn menselijkheid zal worden verheven. De mens die wat aardse genietingen betreft geen mus kan bijbenen, zal boven alle dieren uitschitteren als de uitverkoren en bevoorrechte gast in het universum, en als de geliefdste en aanzienlijkste onderdaan van De Eigenaar van het universum.
#225
Omdat deze opbrengst ook in de Risale-i Nur met redenaties is toegelicht, nemen wij hier genoegen mee en ronden wij het af.
Een vierde voordeel dat op het gemeenschapsleven is gericht
Een samenvatting van deze opbrengst die in De Negende Straal van de Risale-i Nur is uiteengezet, luidt als volgt:
Kinderen die een vierde van de mensheid uitmaken, kunnen dankzij het geloof in het hiernamaals menselijk leven en de menselijke potenties dragen. Anders zal een kind binnen kwellende angsten met zijn kinderlijke speeltjes een ondeugend leven leiden om zichzelf in slaap te brengen en vergetelheid te zoeken. Immers, doordat kinderen zoals hij in zijn omgeving regelmatig komen te overlijden, worden zijn delicate brein, zijn fragiele hart waarmee hij later langetermijndoelen zal beogen en zijn weerstandloze ziel zozeer beïnvloed, dat daardoor zijn leven en zijn verstand voor hem in een marteltuig veranderen. Wanneer dat arme kind op het punt staat om hierdoor kwelling te ondergaan, zal de lering over het geloof in het hiernamaals ervoor zorgen dat hij in plaats van de angsten waarvoor hij zich onder zijn speelgoed verstopte, een vreugde en een verademing verneemt, zeggende:
“Mijn broertje of mijn vriend is overleden en is nu een vogel in het paradijs geworden. Hij ervaart daar meer genot dan wij en hij vliegt vrijelijk rond. En mijn moeder is overleden, maar ze is naar Gods Genade gerezen. In het paradijs zal zij mij weer op haar schoot nemen en mij knuffelen; ik zal mijn lieve moeder weer terugzien.”
Zodoende kan hij op een menswaardige wijze voortleven.
Ook de ouderen die een vierde van de mensheid uitmaken, kunnen tegenover hun levensvlam die op het punt staat om uit te doven, de grond waaronder ze begraven zullen worden en het afscheid dat ze spoedig van hun geliefde wereld moeten nemen, hun troost enkel en alleen in het geloof in het hiernamaals vinden. Anders zullen die genadige en eerbiedwaardige vaders, en die opofferingsgezinde en meedogende moeders, zoveel zielenleed en zoveel hartenpijn ervaren, dat de wereld een uitzichtloze gevangenis en het leven een vreselijke foltering voor hen zullen worden.
Het geloof in het hiernamaals daarentegen vertelt ze het volgende:
#226
“Maak jullie geen zorgen, een eeuwige jeugd, een stralend leven en een oneindig bestaan staan jullie op te wachten! En jullie kinderen en familieleden die jullie verloren hebben, zullen jullie in vreugde weer ontmoeten! En al jullie weldaden zijn geregistreerd; jullie zullen de beloning ervan ondervinden!”
Zodoende verschaft het geloof in het hiernamaals een dusdanige troost en verademing, dat een honderdmaal ergere ouderdom ze nog niet wanhopig zal maken.
De jongeren met hun vurige lusten, hun oncontroleerbare emoties, hun bovenmatige zelfvertrouwen en hun verstand dat ze niet altijd gebruiken, maken een derde van de mensheid uit. Wanneer deze jongeren hun geloof in het hiernamaals verliezen en de bestraffing van de hel niet gedenken, dan zullen het eigendom en de eer van zedige individuen evenals de rust en de trots van zwakkeren en ouderen binnen de gemeenschap in gevaar verkeren. Soms kan een jongeman voor een lustbevrediging van een minuut een gelukkig gezinsleven ruïneren en vijf à zes jaar in zulke gevangenissen doorbrengen; zodoende kan hij zijn leven als een beest verslijten. Indien het geloof in het hiernamaals naar zijn redding komt snellen, dan zal hij gauw tot inkeer komen en het volgende zeggen:
“Al kunnen de agenten van de regering mij niet zien en al kan ik voor ze schuilen, alsnog is er Een Ontzaglijke Sultan Wiens gevangenis “de hel” wordt genoemd; Hij heeft engelen die mij wél zien en mijn wandaden opslaan. Ik ben niet bandeloos; ik ben een reiziger met een taak. Ook ik zal op een dag oud en zwak zoals zij worden.”
Zodoende zal hij voor degenen die hij onrecht wilde aandoen plotseling een mededogen en een eerbied voelen. Ook hierbij nemen wij genoegen met de bewijskrachtige uitleg in de Risale-i Nur en ronden wij het hier af.
Zieken, onderdrukten, slachtoffers van tegenspoeden (zoals wij), armen en gedetineerden die een zware straf moeten uitzitten, maken een aanzienlijk deel van de mensheid uit. Als het geloof in het hiernamaals hen niet te hulp snelt, dan zullen de dood die door ziektes continu in herinnering wordt gebracht, de ongewroken onderdrukking van arrogante tirannen waartegen de eer niet beschermd kan worden, de hartverscheurende radeloosheid vanwege het vergeefs verliezen van bezittingen en kinderen tijdens grote rampen, en de smartelijke ellende van een vijf à tienjarige gevangenschap wegens een lustbevrediging van enkele minuten of uren, er uiteraard toe leiden dat de wereld een kerker en het leven een pijnlijke kwelling wordt voor die arme individuen.
#227
Indien het geloof in het hiernamaals zich naar hun redding haast, dan zullen ze ineens tot adem komen; hun leed, hun wanhoop, hun angsten en hun wraakgevoelens zullen naar verhouding van hun geloofsniveau gedeeltelijk en soms zelfs volledig verdwijnen.
Ik kan zelfs zeggen dat deze onterechte gevangenschap en de ellendige toestand waarin ik en bepaalde vrienden van mij verkeren geen dag verdragen zouden kunnen worden en tot levensbeëindiging zouden leiden als het geloof in het hiernamaals ons niet te hulp was geschoten. Echter, God zij eindeloze malen dank, ondanks dat ik bij deze calamiteit de pijn van mijn vele broeders die mij zo dierbaar als mijn leven zijn ook draag, en ondanks dat het onrecht jegens mijn oogappel – oftewel de duizenden Risale-i Nur traktaten en de lichten binnen mijn vergulde, versierde en waardevolle boeken – mij bedroefd maakt, en ondanks dat ik sinds vroeger geen greintje verraad en onderdrukking kan verdragen, verzeker ik jullie bij ALLAH dat het licht en de kracht uit het geloof in het hiernamaals mij zoveel geduld, verdraagzaamheid, troost en standvastigheid heeft geschonken, en mij zelfs een strijdvaardige passie heeft gegeven om tijdens een winstgevende les van beproeving een grotere verdienste te verwerven, dat ik – zoals ik aan het begin van dit traktaat aangaf – mezelf in een medresse acht die het waard is om een Yûsufische medresse te worden genoemd. Als bepaalde ziektes en ouderdomskwalen geen belemmering zouden vormen, dan zou ik mijn tijd met een gerust hart optimaal aan mijn lessen benutten. Maar goed…omdat onze toestand betrekking op dit thema heeft, zijn we een beetje van het onderwerp afgeweken; zie dit door de vingers.
Voor ieder mens is zijn woning zijn kleine wereld, of zelfs zijn kleine paradijs. Als het geloof in het hiernamaals geen rol in de gelukzaligheid binnenshuis speelt, dan zullen de huisbewoners naargelang hun mededogen, liefde en betrokkenheid pijnlijke angsten en kwellingen ondervinden. Dat paradijs zal dan in een hel veranderen, of de huisbewoners zullen met tijdelijke pleziertjes en onzedelijkheden hun verstand in slaap sussen.
#228
Zoals een struisvogel die een jager opmerkt en in de hoop niet gezien te worden zijn kop in het zand steekt omdat hij nergens heen kan vluchten of weg kan vliegen, begraven zij hun hoofden in onachtzaamheid om voor de dood, teloorgang en scheiding onopgemerkt te blijven. Ze gedragen zich als dwazen door te doen alsof tijdelijke verdovingen een oplossing zijn.
Bijvoorbeeld, een moeder die haar ziel voor haar kind opoffert, zal huiveren wanneer ze ziet dat haar kind continu in gevaar verkeert. En kinderen die hun broers en vaders niet van onontkoombare tegenspoeden kunnen redden, zullen voortdurend een kwelling en een angst vernemen. Kortom, gedurende dit hectische en instabiele leven op aarde zal het gezinsleven dat gelukkig wordt gewaand vanuit vele opzichten zijn geluk verliezen. Daarnaast zullen de gezinsrelatie en de familieband gedurende een vluchtig leven geen ware loyaliteit en een innige oprechtheid, noch een onbaatzuchtige dienstbaarheid en een zuivere liefde verschaffen. In dezelfde verhouding zullen de morele waarden achteruitgaan en misschien zelfs verdwijnen.
Als het geloof in het hiernamaals in dat huis treedt, dan zal het opeens dat huis verlichten. De band, het mededogen, de relatie en de liefde tussen de huisbewoners zullen niet op een kort tijdsbestek worden afgestemd, maar uit overweging dat die banden ook in het oord van het hiernamaals en de eeuwige gelukzaligheid zullen aanhouden, zullen hun morele waarden stijgen tot een niveau waarbij ze elkaar innig en trouw eerbiedigen, liefhebben en begenadigen, zonder op elkaars gebreken te letten. Zodoende zal de ware menselijke gelukzaligheid in dat huis beginnen te ontplooien.
Omdat ook dit onderwerp in de Risale-i Nur met redenaties is verklaard, houden wij het kort.
Elke stad is als een groot huis voor haar inwoners. Als het geloof in het hiernamaals niet onder de leden van dat grote gezin heerst, dan zullen de fundamenten van goede zeden, bestaande uit oprechtheid, innigheid, deugdelijkheid, toewijding, opofferingsgezindheid, het beogen van Gods Welbehagen en het streven naar zegeningen voor het hiernamaals vervangen worden met wrok, baatzucht, bedrog, egoïsme, gemaaktheid, pronkerij, omkoperij, afzetterij en dergelijke kwade eigenschappen. Onder de schijn van veiligheid en menselijkheid zullen anarchie en woestenij heersen en dat stadsleven vergiftigen; kinderen zullen ondeugend worden, jongeren zullen dronken worden, sterken zullen onrecht plegen en ouderen zullen huilen.
#229
In dit kader is een provincie ook een huis en een land is ook het huis van een nationale familie. Als het geloof in het hiernamaals in deze ruime huizen heerst, dan zal het leven daar ineens veranderen dankzij de ontplooiing van een innige eerbied en mededogen, een onomkoopbare liefde en samenwerking, een onbedrieglijke dienstbaarheid en omgang, een onbaatzuchtige weldadigheid en deugdelijkheid, en een onzelfzuchtige status en begaafdheid.
Tegen de kinderen wordt gezegd: “Het paradijs bestaat, dus wees niet ondeugend.” Zodoende worden ze met de Qur’anische leer gedisciplineerd.
Tegen de jeugd wordt gezegd: “Er bestaat een hel, dus zie af van dronkenschap!” Zodoende worden ze tot inkeer gebracht.
Tegen de kwaaddoeners wordt gezegd: “Gods bestraffing is heftig, je zult een klap ontvangen!” Zodoende worden ze aan rechtvaardigheid onderworpen.
Tegen de ouderen wordt gezegd: “Een onophoudelijke gelukzaligheid in het hiernamaals die al jouw verstreken genietingen ver ontstijgt, evenals een verse en eeuwige jeugd staan jou op te wachten. IJver om ze in ontvangst te nemen!” Zodoende worden hun tranen in een glimlach omgezet.
Met zulke resultaten wordt elke kring verlicht en in elke kring laat het geloof in het hiernamaals vanaf de grootste tot aan de kleinste schaal zijn positieve invloed zien. Mogen de oren suizen van de socialisten en onderwijzers die betrokken zijn bij het menselijke gemeenschapsleven!
Voorwaar, als alles volgens de voornoemde paar voorbeelden betreffende de duizenden voordelen binnen het geloof in het hiernamaals wordt afgewogen, dan zal zo helder als de dag duidelijk worden dat de bron van geluk voor beide werelden en beide levens uit niets anders dan het geloof bestaat.
#230
Het Tweede Niveau
[Uit De Stralendste Bewijzen]
وَ بِهٖ نَسْتَعٖينُ
اَللّٰهُ نُورُ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ مَثَلُ نُورِهٖ كَمِشْكٰوةٍ فٖيهَا مِصْبَاحٌ فٖى زُجَاجَةٍ
اَلزُّجَاجَةُ كَاَنَّهَا كَوْكَبٌ دُرِّىٌّ يُوقَدُ مِنْ شَجَرَةٍ مُبَارَكَةٍالخ ۞
اَوْ كَظُلُمَاتٍ فٖى بَحْرٍ لُجِّىٍّ يَغْشٰيهُ مَوْجٌ مِنْ فَوْقِهٖ مَوْجٌالخ ۞
Deze twee Aya’s uit Soera “E’n-Nûr”, Die de afweging van het geleide en rechtzinnige volk, en het afgedwaalde en ontspoorde volk aan het eind van Soera “El-Fâtihah” beduiden, en Die de bron van alle afwegingen in de Risale-i Nur vormen, drukken die afweging op een buitengewone en miraculeuze wijze uit.
In De Eerste Straal is aangetoond dat de eerstgenoemde Aya uit Soera “E’n-Nûr” met tien aanduidingen op de Risale-i Nur is gericht; op een miraculeuze wijze worden daar verborgen tijdingen over die Tafsir van De Qur’an gegeven.
1 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
2 “En Hem vragen wij om hulp.”
3 “ALLAH is Het Licht van de hemelen en de aarde. De gelijkenis van Zijn Licht is als een nis met daarin een lamp; de lamp is in een fles; de fles is als een schitterende ster die met een brandstof van een gezegende boom ontbrandt.” - De Heilige Qur’an, 24:35
4 “Of als de duisternissen van een diepe zee, bedekt met golven boven golven.” - De Heilige Qur’an, 24:40
#231
En omdat Die Aya de grootste reden achter de benaming “Nur” van “de Risale-i Nur” is geweest, en omdat het woord “Nûr” in deze buitengewone Aya een spiritueel mirakel zoals het mirakel achter نَا (wij) bij “نَعْبُدُ (wij dienen u)” herbergt – wat in een gedeelte uit De Negenentwintigste Brief met een voorbeeld van een zielenreis is aangegeven – heeft de wereldreiziger in De Ultieme Aya het hele universum en alle soorten wezens ondervraagt om zijn Schepper te zoeken, te vinden en te leren kennen. Zodoende heeft hij via drieëndertig wegen en onbetwistbare evidenties met een wetenschappelijke overtuiging en een visuele overtuiging kennis over zijn Schepper opgedaan. Daarnaast heeft diezelfde onvermoeibare en onverzadigbare reiziger de eeuwen en de dimensies van de aarde en de hemelen met zijn verstand, zijn hart en zijn inbeelding afgereisd; hij zag de hele wereld als een stad en begon zijn onderzoek door zijn verstand enerzijds de Wijsheid van De Qur’an en anderzijds de wijsheid der filosofie te laten bestijgen, en door de verreikende verrekijker van het inbeeldingsvermogen de allerverste dimensies te bezichtigen, waarna hij de waarheden zoals ze zich in de realiteit voordoen heeft aanschouwd en ons daarover in De Ultieme Aya gedeeltelijk heeft geïnformeerd.
Voorwaar, met het oog op die pure waarheid en ter illustratie van de vele werelden en dimensies die de wereldreiziger heeft betreden, zullen wij met het denkvermogen als maatstaf slechts drie dimensies als voorbeeld van de afweging aan het eind van Soera “El-Fâtihah” zeer bondig uiteenzetten.
Het eerste voorbeeld
De reiziger die slechts ter wereld is gekomen om zijn Schepper te leren kennen en vinden, zei tegen zijn verstand:
“Wij hebben aan alles over onze Schepper gevraagd. Daarop hebben wij heldere en afdoende antwoorden gekregen. Nu zullen wij volgens het principe: ‘Vragen over de zon dien je aan de zon te stellen’ een reis beginnen om onze Schepper via de manifestaties van Heilige Eigenschappen – zoals Kennis, Wil en Macht – via zichtbare kunstwerken en via de reflecties van Namen te leren kennen en vinden.”
Vervolgens betrad hij de wereld en stapte in het voetspoor van de dwaalstroming op het schip van de aardbol.
1 Noot van de vertalers: hier wordt de ن van نَعْبُدُ in Soera E’l-Fâtihah beduid. In De Negenentwintigste Brief wordt een miraculeus aspect daarvan verklaard.
2 Noot van de vertalers: dit is de titel van een traktaat uit de reeks van de Risale-i Nur.
#232
Hij zette de bril op van de wetenschap en de filosofie die ongehoorzaam zijn aan de Wijsheid van De Qur’an. Hij observeerde volgens de kosmografische leer waarbij er geen acht op De Qur’an wordt geslagen, en hij zag dat het aardse schip in een eindeloze leegte honderdmaal sneller dan een kanonskogel voortvoer en met honderdduizenden arme en machteloze levenden aan boord in een jaar tijd een kring van duizend jaar afreisde. Als hij één moment van zijn baan zou afwijken of tegen een dwalende ster zou knallen, dan zou hij in een eindeloze leegte uiteenbrokkelen en die arme levenden in het niets storten. Hij had de vreselijke geestelijke calamiteit van de stroming: غَيْرِ الْمَغْضُوبِ عَلَيْهِمْ وَلَا الضَّٓالّٖينَ en de verstikkende duisternis achter: اَوْ كَظُلُمَاتٍ فٖى بَحْرٍ لُجِّىٍّ waargenomen, waarop hij zei:
“Wat hebben wij gedaan? Waarom zijn wij aan boord van dit vreselijke schip gestapt? Hoe kunnen wij ons hiervan bevrijden?”
Daarop sloeg hij de bril van de blinde filosofie kapot en sloot hij zich aan bij de stroming van: اَلَّذٖينَ اَنْعَمْتَ عَلَيْهِمْ. Opeens kwam De Wijsheid van De Qur’an naar zijn redding, reikte zijn verstand een verrekijker aan waardoor de waarheid nauwkeurig kon worden bekeken en zei: “Aanschouw!” Hij keek en zag dat De Naam: رَبُّ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ opkwam als de zon naar de verschijning van:
هُوَ الَّذٖى جَعَلَ لَكُمُ الْاَرْضَ ذَلُولًا فَامْشُوا فٖى مَنَاكِبِهَا وَكُلُوا مِنْ رِزْقِهٖ.
Hij zag de aarde als een uiterst geordend en veilig schip dat de levenden samen met hun onderhoud ten dienste van vele wijsheden en voordelen in de zee van de kosmos om de zon liet reizen. De voortbrengselen van seizoenen werden geschonken aan de passagiers die behoefte hadden aan onderhoud. Twee engelen genaamd “Saur” (ثَوْرٌ) en “Hoet” (حُوتٌ), die als kapiteinen waren aangesteld, voeren dat schip door een schitterend en opzienbarend land des Heren om de schepselen en de gasten van De Ontzaglijke Schepper te vermaken. Zodoende toonde de Qur’anische Wijsheid de waarheid achter:
1 “Niet op wie Uw Toorn rust, noch de dwalenden.” - De Heilige Qur’an, 1:7
2 “Of als de duisternissen van een diepe zee.” - De Heilige Qur’an, 24:40
3 “Degenen op wie U Uw Gunsten laat neerdalen.” - De Heilige Qur’an, 1:7
4 “Heer der hemelen en de aarde.” - De Heilige Qur’an, 13:16
5 “Hij is Degene Die de aarde tot jullie dienst heeft gesteld, opdat jullie haar kunnen bewandelen en Zijn onderhoud kunnen nuttigen.” - De Heilige Qur’an, 67:15
#233
اَللّٰهُ نُورُ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ en maakte via de reflectie van Die Naam zijn Schepper bekend. Daarop zei die reiziger met hart en ziel: اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ رَبِّ الْعَالَمٖينَ en sloot zich aan bij de groep van: اَلَّذٖينَ اَنْعَمْتَ عَلَيْهِمْ.
Het tweede voorbeeld dat die reiziger tijdens zijn reis door de werelden had waargenomen
Die reiziger stapte uit het schip van de aardbol en betrad de wereld van de dieren en de mensen. Hij keek door de bril van de naturalistische wetenschap die zich niet door het geloof liet bezielen, waarna hij het volgende zag:
De grenzeloze behoeften van die ontelbare levenden, die tegenover ontelbare kwaadaardige vijanden en meedogenloze gebeurtenissen gekwetst en toegetakeld worden, bezitten een kapitaal dat ten opzichte van hun behoeften slechts voor eenhonderdste, of misschien zelfs eenduizendste toereikend is. En hun vermogen is tegen geen miljoenste van die kwaadaardige confrontaties opgewassen. Vanwege zijn medeleven, zijn mededogen en zijn verstandelijke betrokkenheid bij zijn soortgenoten en medeschepselen, kreeg hij in deze vreselijke en treurige toestand zoveel medelijden met ze, dat hij van verdriet wanhopig werd, helse kwellingen onderging en enorme spijt van zijn komst naar die wereld kreeg.
Plotseling snelde De Wijsheid van De Qur’an tot zijn redding, overhandigde hem de verrekijker van: اَلَّذٖينَ اَنْعَمْتَ عَلَيْهِمْ en zei: “Aanschouw!”
Hij keek en zag via de manifestatie van: اَللّٰهُ نُورُ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ vele Goddelijke Namen als De Barmhartige, De Genadige, De Onderhouder, De Begunstiger, De Genereuze en De Bewaarder als zonnen opkomen naar de verschijningen van Aya’s als:
مَا مِنْ دَٓابَّةٍ اِلَّا هُوَ اٰخِذٌ بِنَاصِيَتِهَا ۞
1 “ALLAH is Het Licht van de hemelen en de aarde.” - De Heilige Qur’an, 24:35
2 “De lof zij ALLAH, Heer der werelden.” - De Heilige Qur’an, 1:2
3 “Degenen op wie U Uw Gunsten laat neerdalen.” - De Heilige Qur’an, 1:7
4 “ALLAH is Het Licht van de hemelen en de aarde.” - De Heilige Qur’an, 24:35
5 “Er is geen dier, of Hij heeft hem bij zijn voorlok vast.” - De Heilige Qur’an, 11:56
#234
وَكَأَيِّنْ مِنْ دَٓابَّةٍ لاَ تَحْمِلُ رِزْقَهَا اَللّٰهُ يَرْزُقُهَا وَإِيَّاكُمْ ۞
وَلَقَدْ كَرَّمْنَا بَنَٖٓى اٰدَمَ ۞ اِنَّ الْاَبْرَارَ لَفٖى نَعٖيمٍ ۞
Ze hadden die wereld van de mensen en dieren met Genade en Liefdadigheden overladen, en haar enigszins in een tijdelijk paradijs veranderd. En hij doorzag dat Ze voortreffelijke kennis over De Genereuze Heer van dat bezienswaardige, oogstrelende en leerzame gastenverblijf verschaften. Daarop zei hij duizendmaal: اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ رَبِّ الْعَالَمٖينَ.
Het derde voorbeeld uit de duizenden waarnemingen van die reiziger
De wereldreiziger die zijn Schepper via de manifestaties en reflecties van Goddelijke Namen en Eigenschappen wilde leren kennen, zei tegen zijn verstand en zijn inbeelding:
“Kom, wij gaan ons lichaam op aarde laten en zoals zielen en engelen naar de hemelen rijzen om aan de hemelbewoners over onze Schepper te vragen.”
De ziel besteeg de inbeelding en het verstand, en rees naar de hemel. De reiziger had de kosmografische wetenschap als leidraad genomen. Met de blik van een filosofie die geen gehoor aan het geloof geeft, keek hij volgens de stroming van: مَغْضُوبْ، ضَٓالٖينَ.
Hij zag dat duizenden hemellichamen en vuurspuwende sterren, waarvan sommige duizendmaal groter dan de aarde waren en honderdmaal sneller dan een kanonskogel raasden, als onbewuste en levenloze schepselen wirwar langs elkaar rondreisden. Als één ervan toevallig uit zijn baan zou vliegen, dan zou het in die lege, grenzeloze en eindeloze wereld via een aanvaring met een onbewust hemellichaam een vernietiging zoals de oordeelsdag veroorzaken.
1 “En hoeveel dieren dragen hun onderhoud niet met zich mee? ALLAH voorziet hen en jou in onderhoud” - De Heilige Qur’an, 29:60
2 “Voorzeker, Wij hebben de adamskinderen begunstigd.” - De Heilige Qur’an, 17:70
3 “Voorzeker, de vromen verkeren in gelukzaligheid.” - De Heilige Qur’an, 82:13
4 “De lof zij ALLAH, Heer der werelden.”
5 “Zij die Zijn Toorn opwekken, zij die in dwaling verkering.”
#235
Waar die reiziger zijn blik ook op wierp, alles wekte verbijstering, ontsteltenis, verbazing en angst in hem op; zijn komst naar de hemel had enorme spijt in hem opgewekt. Zijn verstand en inbeelding raakten volledig van streek, en zeiden:
“Onze taak bestaat uit het aanschouwen en tonen van fraaie waarheden. Zulke helse, afgrijselijke en kwellende betekenissen doorgronden en waarnemen is een taak waarvan wij afzien en vluchten.”
Plotseling verscheen de manifestatie van: اَللّٰهُ نُورُ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ waarna vele Namen als: خَالِقُ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ ، مُسَخِّرُ الشَّمْسِ وَالْقَمَرِ ، رَبُّ الْعَالَمٖينَ opkwamen als zonnen naar de verschijning van Aya’s als:
وَلَقَدْ زَيَّنَّا السَّمَٓاءَ الدُّنْيَا بِمَصَابٖيحَ
اَفَلَمْ يَنْظُرُٓوا اِلَى السَّمَٓاءِ فَوْقَهُمْ كَيْفَ بَنَيْنَاهَا وَزَيَّنَّاهَا
ثُمَّ اسْتَوٰٓى اِلَى السَّمَٓاءِ فَسَوّٰيهُنَّ سَبْعَ سَمٰوَاتٍ
Ze hadden de hemelen volledig met lichternis en engelen overladen, en in een grandioze moskee, een gebedshuis en een legerkamp veranderd. De reiziger sloot zich aan bij de stroming van: اَلَّذٖينَ اَنْعَمْتَ عَلَيْهِمْ. Hij werd gered van dwaling en van: اَوْ كَظُلُمَاتٍ فٖى بَحْرٍ لُجِّىٍّ. Hij was opeens getuige van een paradijselijk mooi, geordend en indrukwekkend land. Hij waarnam dat overal kennis over De Ontzaglijke Schepper werd geboden, waardoor de waardes van zijn verstand en zijn inbeelding verduizendvoudigd werden.
1 “ALLAH is Het Licht van de hemelen en de aarde.” - De Heilige Qur’an, 24:35
2 “Schepper der hemelen en aarde, Bedwinger van de zon en de maan, Heer der werelden.”
3 “En de laagste hemel hebben Wij met lampen versierd.” - De Heilige Qur’an, 67:5
4 “Zien zij de hemel boven hen dan niet, hoe wij die hebben samengesteld en versierd?” - De Heilige Qur’an, 50:6
5 “Daarna wendde Hij zich tot de hemel en vormde daaruit zeven hemelen.” - De Heilige Qur’an, 2:29
6 “Degenen op wie U Uw Gunsten laat neerdalen.” - De Heilige Qur’an, 1:7
7 “Of als de duisternissen van een diepe zee.” - De Heilige Qur’an, 24:40
#236
Voorwaar, uit de honderden waarnemingen die de reiziger tijdens zijn reis door het universum had ondervonden, hebben wij ter illustratie de voornoemde drie behandeld. Zijn overige waarnemingen en zijn kennis over De Onmisbare Existentie die hij via de reflecties van Goddelijke Namen heeft opgedaan, laten wij aan de Risale-i Nur over; wij nemen genoegen met deze bondige aanwijzing en ronden deze uiterst uitgebreide parabel af.
Onder De Heilige Eigenschappen en De Zeven Attributen Die kennis over onze Schepper verschaffen, gaan wij alleen aan de hand van de drie Aanzienlijke Eigenschappen: Kennis, Wil en Macht, middels Hun vruchten, Hun manifestaties en de indicaties van Hun verwezenlijkingen ons best doen om met hele bondige aanwijzingen – zoals die wereldreiziger – kennis over de Schepper van het universum op te doen. Details hieromtrent laten wij aan de Risale-i Nur over.
#237
De Tweede Poort
[Uit De Negenentwintigste Flits]
Deze Tweede Poort gaat over: اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ
In dit traktaat genaamd De Tweede Poort zullen slechts negen van de eindeloze voordelen en lichten in het geloof worden uiteengezet die de zin: اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ doen laten uitspreken.
Het Eerste Punt
Vooraf zullen er twee punten worden verklaard.
1. De filosofie is een zwarte bril die alles lelijk en eng weergeeft. Het geloof daarentegen is een scherpe, heldere en lumineuze bril die alles fraai en vriendelijk weergeeft.
2. De mens, die bij alle schepselen betrokken is, met alles enigszins in ruilverkeer staat, met alles in zijn omgeving van nature verplicht is om verbaal en non-verbaal contact te leggen, te communiceren en een band te vormen, heeft een rechter-, een linker-, een voor-, een achter, een boven- en een onderzijde die hem in totaal zes kijkrichtingen bieden.
De mens kan de schepselen en de hoedanigheden aan deze zijden door de voornoemde twee brillen bezichtigen.
De rechterzijde
Met deze zijde wordt het verleden bedoeld. Als de rechterzijde door de bril van filosofie wordt aanschouwd, dan zal het ogen alsof het land van het verleden de oordeelsdag heeft meegemaakt, ondersteboven is gehaald en in een duistere, angstaanjagende en gigantische grafakker is veranderd.
1 “De lof zij ALLAH.”
2 “In de Naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadige.”
#238
Zonder enige twijfel zal dit beeld enorme angst, onbegrip en wanhoop bij de mens opwekken.
Echter, wanneer die zijde door de bril van het geloof wordt bekeken, dan zal het wellicht ogen alsof dat land ondersteboven is gehaald, terwijl er in feite geen levens zijn verspild. Het is namelijk duidelijk dat de burgers en de bewoners van dat land naar een mooiere wereld van lichternis zijn overgeplaatst. Graven en kuilen gelden als ondergrondse tunnels die gegraven zijn om de lumineuze wereld te bereiken.
Aldus vormen de vreugde, de verademing, de voldoening en de geruststelling die het geloof aan de mensheid verschaft een gunst die duizenden malen: اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ doen laten uiten.
De linkerzijde
Oftewel de toekomst. Als deze zijde door de bril van filosofie wordt aanschouwd, dan zal ze ogen als een duister en angstaanjagend graf waarin wij als voedsel voor slangen en schorpioenen zullen rotten en verdwijnen.
Echter, als deze zijde door de bril van het geloof wordt aanschouwd, dan zal ze ogen als een festijn en een gedekte tafel van barmhartigheid vol verscheidene smakelijke en hemelse gerechten en dranken die de Hoogste Gerechtigde, alias De Genadige en Barmhartige Schepper voor de mensen heeft klaargemaakt. Zodoende zal ze duizenden malen: اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ doen laten uiten en die uitingen weer doen laten herhalen.
De bovenzijde
Oftewel de hemelen. Degene die deze zijde volgens de filosofie observeert, zal door de miljarden sterren en hemellichamen, die in een eindeloze leegte (als een paardenrace of een militaire manoeuvre) op verscheidene manieren razendsnel voortbewegen, geweldige vrees, onbegrip en angst ondervinden.
Echter, wanneer een gelovige kijkt, dan zal hij inzien dat die vreemde en verbazingwekkende manoeuvres onder toezicht en op bevel van een Commandant worden uitgevoerd. Daarnaast zal hij doorzien dat de sterren als de siersels van het hemelrijk en als fonkelende kaarsen voor ons fungeren.
1 “De lof zij ALLAH.”
#239
Aldus zal die zogenaamde race geen angst en verbijstering, maar vrede en liefde in hem opwekken. Uiteraard zijn duizenden uitingen van: اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ nog te weinig voor de gunst des geloofs waarbij het hemelrijk een dusdanige gedaante krijgt.
De onderzijde
Oftewel, de aardbol. Een mens die deze zijde met een filosofische blik aanschouwt, zal de aardbol zien als een losgeslagen en teugelloos dier of als een versleten schip dat zonder kapitein domweg om de zon roteert. Bijgevolg zal hij vrees en paniek ondervinden.
Echter, als hij als een gelovige kijkt, dan zal hij de aarde zien als een schip van De Barmhartige dat met al zijn voedingsmiddelen, dranken en kledij onder het Commando van ALLAH om de zon roteert om de mensheid een excursie te laten ervaren. Bijgevolg zal hij voor deze grote gunst grote waarderingen via:
اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ tot uiting brengen.
De voorzijde
Een individu met een filosofische visie zal aan deze zijde zien dat alle levende schepselen – zowel mens als dier – met een razende snelheid groepsgewijs voortgaan en niet meer terugkeren. Dat wil zeggen, ze vertrekken richting de non-existentie en verdwijnen. Omdat hij zichzelf ook als een volger van die weg ziet, verliest hij haast zijn verstand van verdriet.
Echter, een gelovige die met een gelovige blik kijkt, zal begrijpen dat de voortgang en de reis van de mensen aan deze zijde niet uitmondt in de wereld van non-existentie, maar leidt tot een emigratie zoals die van nomaden die van de ene hooglanden naar de andere trekken. Omdat hij inziet dat mensen van een vergankelijk verblijf naar een eeuwig verblijf, van een dienstruimte naar een beloningsoord, van het land van inspanningen naar het land van genadigheden emigreren, en niet in een wereld van nietigheid eindigen, zal hij deze zijde met genoegen welkom heten. Ook de moeilijkheden die hij onderweg zal ontmoeten, zoals de dood en het graf, zullen uiteindelijk ook gelukzaligheden baren. Immers, de weg die naar de lumineuze werelden leidt, loopt langs het graf; grote gelukzaligheden zijn vruchten van grote en pijnlijke beproevingen.
1 “De lof zij ALLAH.”
#240
Bijvoorbeeld, de weg die Yousuf naar de gelukzaligheid achter de bekroning tot onderkoning had geleid, liep langs de put waarin zijn broers hem hadden geworpen en langs de gevangenis waarin hij door de laster van Zelîha was beland. Of een kind dat vanuit de baarmoeder ter wereld is gekomen, heeft pas na het passeren van de bekende, benarde en benauwende tunnel het wereldse geluk mogen proeven.
De achterzijde
Oftewel, de aankomende generaties. Als een mens deze zijde met de blik van filosofie aanschouwt, dan zullen de volgende vragen voor hem onbeantwoord blijven: “Waar komen zij vandaan, waar gaan zij heen en waarom zijn zij überhaupt naar dit aardse oord gekomen?” Hierdoor zal hij van nature in een kwellende toestand van verbijstering en onbegrip verkeren.
Echter, als hij door de bril van het geloof kijkt, dan zal hij begrijpen dat zij door De Onbegonnen Sultan als analisten zijn gezonden om de unieke en buitengewone mirakelen van macht in de expositieruimte van het universum te bezichtigen en te analyseren. En nadat zij een rang en cijfer behalen conform hun beoordeling en evaluatie van die mirakelen, evenals hun besef van de mate waarin die mirakelen De Majesteit van De Onbegonnen Sultan aantonen, zullen zij terug naar Het Rijk van De Onbegonnen Sultan keren. En voor de gunst des geloofs waaraan hij deze visie te danken heeft, zal hij: اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ zeggen.
De lof die met: اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ betuigd wordt voor de gunst van het geloof waarmee de voornoemde duisternissen verdreven worden, is ook een gunst en verdient daarom ook lofbetuiging. Deze tweede lof verdient weer een derde lof, de derde verdient weer een vierde, enzovoort. Aldus genereren de lofbetuigingen die aan één lofbetuiging ontspruiten een eindeloze keten van lofbetuigingen.
Het Tweede Punt
De mens dient: اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ te zeggen voor de gunst des geloofs die de zes zijden verlicht. Want doordat het geloof de duisternissen aan de zes zijden verwijdert, geldt het als een gunst die onheil verdrijft. Omdat de zes zijden zodoende spontaan verlicht worden, geldt het als een tweede gunst die heil aantrekt.
1 “De lof zij ALLAH.”
#241
De mens is van nature sociaal geschapen, waardoor hij betrokken is bij de schepselen aan alle zes zijden. De gunst van het geloof geeft hem de gelegenheid om alle zes zijden te benutten.
Volgens het geheim achter de Aya: فَأَيْنَمَا تُوَلُّوا فَثَمَّ وَجْهُ اللّٰهِ zal de mens vanuit alle zes zijden licht ondervinden. Bovendien bezit een gelovig mens een geestelijk leven dat zich vanaf de schepping van de wereld tot aan haar einde uitstrekt. En het geestelijke leven van de mens ontvangt kracht en bijstand van een levenslicht dat vanaf de onbegonnenheid tot aan de eeuwigheid doorstraalt.
Dankzij het geloof waarmee zijn zes zijden verlicht worden, veranderen de krappe huidige tijd en locatie van de mens in een ruime en wijde wereld. Deze grote wereld wordt dan als een verblijfplaats voor de mens. Het verleden en de toekomst zullen in zijn ziel en in zijn hart als present gelden; de tijdsafstand zal worden opgeheven.
Het Derde Punt
Omdat het geloof zowel het steunpunt als de hulpbron van de mens met zich meebrengt, dient er: اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ te worden gezegd.
Waarlijk, de mensheid heeft vanwege haar onmacht en de talrijkheid van haar vijanden behoefte aan een steunpunt waarop ze terug kan vallen, opdat ze toevlucht tegen haar vijanden kan nemen.
Daarnaast is ze vanwege de talrijkheid van haar benodigdheden en haar sterke behoeftigheid afhankelijk van een hulpbron die naar haar redding snelt, opdat ze in haar behoeften kan worden voorzien.
O mens! Jouw steunpunt bestaat uit niets anders dan het geloof in ALLAH. De hulpbron van jouw ziel en jouw geweten bestaat slechts uit het geloof in het hiernamaals. Een mens die onbekend is met deze twee punten, zal daarom onbegrip in zijn hart en ziel ervaren, en continu gewetenskwelling ondergaan. Degene die op het eerste punt steunt en bijstand van het tweede ontvangt, zal daarentegen vele vreugden en geneugten in zijn hart en ziel ervaren, vrede ontmoeten, en zowel troost als gewetensrust ondervinden.
1 “Waar jullie je ook heen wenden, jullie wenden je tot ALLAH.” - De Heilige Qur’an, 2:115
2 “De lof zij ALLAH.”
#242
Het Vierde Punt
De kwellingen die ontstaan wanneer geoorloofde genietingen beginnen te verstrijken, worden verdreven wanneer het geloofslicht de existentie en de komst van soortgelijke genietingen laat zien. En door de bron van gunsten te laten zien, verzekert het geloofslicht dat gunsten zonder vermindering zullen blijven aanhouden. En door het genot achter de verversing van soortgelijke gunsten te laten zien, verdrijft het geloofslicht de kwellingen die scheiding en teloorgang teweegbrengen.
Met andere woorden, de gedachte aan vergankelijkheid wekt bij één genieting vele kwellingen op, terwijl het geloof die kwellingen via de herinnering aan de verversing van soortgelijke gunsten wegwerkt. Daarnaast schuilen er meerdere genietingen binnen de verversing van genietingen.
Waarlijk, als een vrucht geen boom heeft, dan zal het genot dat beperkt is tot die vrucht vergaan na haar consumptie, waarna haar verdwijning verdriet zal baren. Echter, als de boom van die vrucht bekend is, dan wekt de vergankelijkheid van die vrucht geen kwelling op; zij zal immers door soortgelijke vruchten worden vervangen. Tegelijkertijd is verversing zelf een omstandigheid die genot verschaft.
Kortom, de ziel van de mens wordt het meest bekneld door kwellingen die scheidingen teweegbrengen. Het geloofslicht doet die kwellingen teniet door de verversing van soortgelijke gunsten te laten zien en hoop op hereniging te verschaffen.
Het Vijfde Punt
Alles wat de mens in dit bestaan als vijand of vreemdeling beschouwt, of zo levenloos en zo triest als overledenen en wezen waant, wordt door het geloofslicht vriendelijk en broederlijk afgebeeld, en als levendige en Godverheerlijkende vereerders weergegeven.
Met andere woorden, degene die een onachtzame visie bezit, zal de wezens in de wereld zo kwaadaardig als vijanden beschouwen en vervreemd raken. Alles zal voor hem vreemd ogen. Want uit het oogpunt van dwaling bestaat er tussen de schepselen uit het verleden en de toekomst geen broederlijke band of relatie. Alleen tussen de schepselen die momenteel aanwezig zijn, bestaat er een zwakke en beperkte band.
#243
Kortom, binnen een tijdruimte van duizend jaar zijn de broederbanden tussen dwaalgeesten voor slechts een moment relevant.
Een gelovige visie daarentegen ziet dat alle hemellichamen levendig zijn en een band met elkaar hebben. En die visie toont dat elk hemellichaam in de taal van zijn houding zijn Schepper verheerlijkt. Voorwaar, in dit opzicht bezitten alle hemellichamen een eigen vorm van leven en een ziel. Aldus bestaat er tussen die hemellichamen uit dit gezichtspunt van het geloof geen vervreemding en onbegrip, maar vertrouwen en liefde.
De visie van dwaling veronderstelt dat de mensen die niet bij machte zijn om hun verlangens te realiseren, geen eigenaar en toezichthouder bezitten; zij waant ze als wezen die wegens hun leed, smart en onmacht wenen. De gelovige visie daarentegen ziet de levende schepselen niet als wenende wezen, maar als verantwoordelijke functionarissen, dienstdoende vereerders en Godverheerlijkende dienaren.
Het Zesde Punt
Het geloofslicht portretteert de werelden van de aarde en het hiernamaals als twee tafels waarop verscheidene gunsten zijn uitgespreid; een gelovige kan aan de hand van het geloof met zijn uitwendige en inwendige gevoelens, en zijn mentale en geestelijke zintuigen zich van die tafels bedienen.
Volgens de visie van dwaling daarentegen krimpt de kring der mogelijkheden voor de levenden en beperkt het zich tot materiële genietingen.
De visie van het geloof breidt die kring zodanig uit, dat die de hemelen en de aarde omvat. Waarlijk, een gelovige kan de zon zijn lamp aan het plafond van zijn woning en de maan zijn nachtlantaarn noemen. Zodoende worden de zon en de maan voor hem een persoonlijke gunst. Aldus reikt de benutbare kring van een gelovige verder dan de hemelen.
Waarlijk, De Miraculeuze Qur’anrevelaties duiden op deze buitengewone gaven en gunsten die aan het geloof ontspruiten in eloquente Aya’s als:
وَسَخَّرَ لَكُمُ الشَّمْسَ وَالْقَمَرَ ۞ وَسَخَّرَ لَكُمْ مَا فِى الْبَرِّ وَالْبَحْرِ
1 “En Hij heeft de zon en de maan tot jullie beschikking gesteld.” - De Heilige Qur’an, 14:33
2 “En Hij heeft alles op het land en in de zee tot jullie beschikking gesteld.” - De Heilige Qur’an, 22:65
#244
Het Zevende Punt
Het geloofslicht maakt duidelijk dat Het Bestaan van ALLAH een ultieme gunst is die boven alle gunsten uitschittert. Hij is immers Een Bron Die alle eindeloze soorten gunsten, giften en gaven omvat.
Aldus zijn wij ALLAH voor de gunsten des geloofs zoveel lofprijzing als het aantal atomen in het bestaan verschuldigd. In de Traktaten van de Risale-i Nur wordt een aantal daarvan beduid. De gedeeltes in de Risale-i Nur aangaande het geloof in ALLAH onthullen deze gunst en maken haar zichtbaar.
Zoals: لَامُ الْاِسْتِغْرَاقِ in اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ aangeeft, bestaat één van de gunsten waarvoor een universele lof betuigd dient te worden, uit de gunst van Barmhartigheid. Waarlijk, Barmhartigheid omvat zoveel gunsten als het aantal levenden dat met Genade is begunstigd. En omdat vooral de mens bij elke levensvorm betrokken is, maakt elke vorm van gelukzaligheid die een levensvorm ervaart de mens ook gelukkig, terwijl elke kwelling die een levensvorm ondergaat hem ook kwelt. Aldus is elke gunst ook voor de vrienden van de gunsteling een gunst.
Ook Genadigheid is een gunst die zoveel gunsten omvat als het totale aantal kinderen dat met moederlijk mededogen begunstigd wordt en naar die verhouding lofprijzing verdient. Waarlijk, een mens met een geweten die door het gehuil van een hongerig en moederloos kind bedroefd raakt en medelijden voelt, zal dankzij het mededogen van moeders jegens hun kinderen uiteraard plezier, voldoening en vreugde vernemen. Voorwaar, zulke genietingen zijn gunsten; ze vergen lof- en dankbetuiging.
Ook Wijsheid is een gunst die zoveel lof- en dankbetuiging als alle aanwezige soorten wijsheden in het universum verdient. Immers, zoals de reflecties van Barmhartigheid het ego en de manifestaties van Genadigheid het hart van de mens begunstigen, wordt het mensenverstand dankzij de subtiliteiten ontsproten aan Wijsheid bevredigd en vergenoegd. Voorwaar, dit vergt een volmondige lofprijzing via de uitspraak: اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ.
1 Noot van de vertalers: hiermee wordt gedoeld op het Arabische bepalend lidwoord: ل waarmee de universele definitie van een woord wordt omschreven.
2 “De lof zij ALLAH.”
#245
Ook Bewaarhouding is een gunst die zoveel lofprijzing verdient als het aantal manifestaties van Gods Schone Naam: “De Erfgenaam”, het aantal nalatenissen van vergane oorsprongen (denk aan vaders), het aantal wezens in de wereld van het hiernamaals en het aantal opgeslagen mensendaden die in het hiernamaals als beloningen zullen worden aangereikt. Voor deze gunst dient er: اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ gezegd te worden met een stem die door het hele heelal weergalmt. Immers, het voortbestaan van een gunst is waardevoller dan het wezen van een gunst. De voortduring van een genieting is aangenamer dan die genieting. De bestendigheid in het paradijs overschittert het paradijs, enzovoorts. Aldus zijn de gunsten die de Hoogste Gerechtigde in Zijn Bewaring neemt meer en waardevoller dan alle aanwezige gunsten in het universum. Hiervoor dient er een wereldomvattende: اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ te worden geuit.
Indien je de overige Schone Namen zoals de voornoemde vier Namen afweegt, dan zal je inzien dat Elke Naam eindeloze lof- en dankbetuiging vergt aangezien elke Naam eindeloze gunsten herbergt.
Ook het middel tot de gunst des geloofs waarmee de schatten van alle gunsten geopend kunnen worden, alias de eminentie Mohammed صلى الله عليه وسلم, is zelf een dusdanige gunst, dat de mensheid hem صلى الله عليه وسلم eeuwige eerbetoon en lofprijzing verschuldigd is.
Ook de samenvatting en de bron van alle zowel materiële als immateriële gunsten, oftewel de gunst der Islam en De Qur’an, vergen en verdienen oneindige lofbetuigingen.
Het Achtste Punt
Geprezen zij ALLAH, Wiens Heilige Wezen in alle delen en passages, alle pagina’s en regels, alle woorden en letters van het macro-boek genaamd het universum, evenals de Tafsir daarvan bekend als De Glorieuze Qur’an, met lof geprezen wordt, daar ze Zijn Schone en Volmaakte Eigenschappen laten zien.
Elke letter in dat macro-boek, ongeacht hoe groot of klein ze is, prijst naar haar capaciteit De Ene en Onafhankelijke Schoonschrijver door Zijn Ontzaglijke Eigenschappen weer te geven.
1 “De lof zij ALLAH.”
#246
Ook elke passage in dat boek prijst De Barmhartige en Genadige Schrijver door Zijn Schone Eigenschappen te tonen.
Ook alle passages, punten en letters in dat boek zijn Godvereerders die via de manifestaties en reflecties van Schone Namen Dat Heilige Wezen heiligen, loven en glorificeren.
Ook elke ordening en ode in dat boek heiligt en looft Die Almachtige en Alwetende Ordenaar.
Het Negende Punt
اَلْحَمْدُ مِنَ اللّٰهِ بِاللّٰهِ عَلَى اللّٰهِ لِلّٰهِ...
Said Nursî
1 Ik beschik niet over de sleutel tot zulke mysteries. Bovendien kan het verstand van iemand die vast noch zulke mysteries ontrafelen, noch zulke formuleringen vertalen. Neem het mij niet kwalijk, maar tot hier heb ik ook alleen kunnen vertalen dankzij de spirituele ondersteuning van de auteur, de zegeningen van de nacht van Qadr en de aura van Mewlana in wiens nabijheid ik dit traktaat heb vertaald.
De vertaler
Abdoelmedjîd Nursî
#247
Tijdens Een Droombijeenkomst
[Uit De Schitteringen]
Vergelijkingen tussen De Sharia en de huidige beschaving;
de sluwe wijsbegeerte en de Shariaanse leiding
Na de wapenstilstand die een einde aan de Eerste Wereldoorlog bracht, op een donderdagnacht, in een waarachtige droom, bij een grote bijeenkomst, werd van mij het volgende gevraagd:
“Wat gaat er met de Islamitische wereld gebeuren na deze nederlaag?”
Als functionaris van de huidige eeuw nam ik het woord; zij luisterden...
Het onafhankelijk bestaan van de Islam en het collectieve Jihad-gebod om ALLAH’s Woord te verspreiden, zijn religieuze vereisten,
Waaraan dit land sinds vroeger heeft voldaan, als één lichaam, als de verkoren wijdeling van de Islamitische staat, als voormalige vaandeldrager van het Khalifaat,
Zal het uiteraard, na alle ellende wat de moslims hebben doorstaan, voorspoed en vrijheid brengen naar de wereld der Islam. Alle ellende die zich heeft voorgedaan,
Zal in de toekomst worden gecompenseerd. Over een uitgave die als een verhonderdvoudigde winst terugkeert, kan er uiteraard niet gezegd worden dat ze verlies genereert. Een wijdeling leeft eigentijds, maar is op de toekomst geconcentreerd.
De heersende ellende heeft onze levensbasis, bestaande uit mededogen en broederschap, geïntensiveerd. Bijgevolg is de Islamitische saamhorigheid geoptimaliseerd. De ontplooiing van broederschap,
Heeft ontwikkeling op gang gebracht. De destructieve beschaving met haar huidige regressie zal verandering ondergaan; haar systeem zal ten onder gaan. Op dat moment zal ze verschijnen:
1 Noot van de vertalers: hiermee wordt Anatolië bedoeld.
#248
De beschaving der Islam. Aanvankelijk zullen uiteraard moslims haar in de armen sluiten. Wil je de Shariaanse beschaving met de huidige beschaving vergelijken?
Dan moet je hun beginselen uitpluizen, en hun voortbrengselen bekijken. De fundamenten van de huidige beschaving zijn onheilspellend; vijf onheilspellende beginselen bepalen haar basis evenals haar waarde.
Daarmee wordt zij aangedreven. Immers, haar steunpunt bestaat niet uit gerechtigheid maar kracht. De tekenen van kracht daarentegen, zijn agressie en confrontatie, waardoor verraad wordt voortgebracht.
Haar streven is niet op deugd, maar op een heilloze winst gericht. Getuige alles wat winstbejag heeft aangericht, gaan hierbij rivaliteit en vijandigheid met elkaar gepaard, hieruit wordt er moord gebaard.
Haar levensvisie baseert ze niet op samenwerking maar op strijd. De kenmerken van strijd, bestaande uit wrijving en verdrijving, leiden tot gebrekkigheid.
Haar middel om mensen met elkaar te binden, bestaat uit racisme; een middel waar andere rassen nadeel van ondervinden. Ze voedt en versterkt haarzelf door anderen te verslinden.
Nationalisme, fascisme en racisme; de huidige conflicten en heftige gevechten, behoren tot hun onveranderlijke kenmerken, verdoemenis is wat ze teweegbrengen.
Haar vijfde fundament is een verleidelijke dienst om het lessen van lusten en begeerten te bemoedigen en versoepelen, hieraan ontspruit onzedelijkheid.
De hoedanigheid van die lusten en begeerten, doet de mens deformeren; ze verandert zijn geaardheid. Ze bederft zijn mentaliteit, hierdoor ontaard de menselijkheid.
Als je de moderne dames en heren binnenstebuiten zou keren, dan zouden de meesten verschijnen als apen of vossen, slangen of beren, ofwel als zwijnen; hun innerlijk zal met hun uiterlijk rijmen.
Breng ze voor je in jouw gedachten, aanschouw ze in hun harige vachten. De presente voortbrengselen die uit de filosofie zijn voortgekomen, kunnen op deze wijze worden waargenomen.
#249
Bij wereldse afwegingen is de Sharia de maatstaf. De Shariaanse Genade straalt van De Hemelse Qur’an af. Heilzaam is wat de beginselen van De Qur’anische beschaving zaaien. Vijf heilzame beginselen laten het wiel van geluk draaien.
Het steunpunt van de Sharia is geen kracht maar gerechtigheid. Het onveranderlijke kenmerk van gerechtigheid is rechtvaardigheid en evenwicht. Hiermee wordt er vrede gesticht en alle ellende te gronde gericht.
Haar streven is niet op winst maar veeleer op deugd gericht. De kenmerken van deugd bestaan uit liefde en sympathie, hiermee wordt geluk gegenereerd en vijandschap geëlimineerd.
Haar levensvisie is niet op strijd en moord, maar op het samenwerkingsprincipe gebaseerd. Eendracht en saamhorigheid zijn karakteristieken die deel van dit principe uitmaken, hiermee wordt de maatschappij leven ingeblazen.
Haar dienstbaarheid wordt niet door egoïstische lusten maar door Goddelijke Leiding geleid. Haar herkenningsteken bestaat uit een menswaardige ontplooiing en welvarendheid.
Evenals verlichting en progressie, waaraan de ziel behoefte heeft. Het eenheidsverband tussen menigten waarvan Zij kennisgeeft, verdrijven racisme en de negatieve vorm nationalisme.
Ter vervanging daarvan vestigt Zij de aandacht op religieuze gemeenzaamheden, landelijke belangen, beroepsmatige betrekkingen en Godsdienstige broederbanden. Tekenen van dit bindmiddel, geven een hechte broederschap,
Een universele vrede weer. Tegen aanvallen van buitenaf, biedt zij altijd tegenweer. Nu heb jij het geheim begrepen, waarom Zij Zich van modernisme heeft gedistantieerd en hem de rug heeft toegekeerd.
Tot op heden zijn de islamieten nimmer de hedendaagse beschaving willens ingetreden. Ze heeft hen immers niks goeds geleverd, alleen gevankelijk vastgeketend.
Terwijl ze een triakel voor de mens moest wezen, is ze giftig voor hem geworden. Na tachtig van de honderd mensen in ellende en onheil te storten, is het haar gelukt om tien ervan een vals geluk te bezorgen.
#250
De andere tien heeft ze in een rusteloze staat ertussenin geplaatst. Alle financiële baat heeft de slinkse minderheid gekaapt. Over waar geluk kan er echter pas gesproken worden als iedereen ervan deel uitmaakt,
Of tenminste de meerderheid zegepraalt. De Genade voor de mensheid Die als De Qur’an is neergedaald, heeft slechts één beschavingsvorm aangenomen,
Waarbij iedereen of de meerderheid gelukzaligheid wordt aangeboden. In de huidige omstandigheden zijn de lusten losgelaten, het genotzucht is vrijgelaten; dit heeft tot de vorming van een dierlijke vrijheid bijgedragen.
Lusten delen bevelen uit en genotzucht gedraagt zich als dictator die secundaire benodigdheden bij de primaire behoeften heeft inbegrepen. Deze aangelegenheden hebben alle rust verdreven.
Hoewel een mens voorheen alleen met vier middelen kon overleven, heeft de beschaving hem honderd behoeften erbij gegeven. Een halal loon stelt deze behoeften niet tevreden.
Dientengevolge heeft ze de mens tot bedrog en haram gedreven, wat heeft geleid tot het bederf van de fundamenten der goede zeden. De samenleving en de mensheid heeft ze met weelde en praal omgeven.
Maar individuen en persoonlijkheden heeft ze zedeloos en arm gemaakt. Hiervan zijn er genoeg getuigenissen. Alle barbarismen, moorden, wreedheden en trouweloosheden uit eerdere tijdperken,
Heeft deze verdorven beschaving in één keer uitgebraakt. Nog steeds is haar maag van streek vandaag. Hierbij is de terughoudendheid van de Islamitische wereld betekenisvol en achtenswaardig.
Hij wil haar niet aanvaarden en heeft zich koud gedragen. Een hoedanigheid van de stralende Sharia – ontsproten aan Gods Lichternis – bestaat uit soevereiniteit en onafhankelijkheid.
Wegens deze hoedanigheid zal dat Licht van leiding Zich nimmer laten dicteren door de ziel van de huidige beschaving die gevormd is door Romeinse wijsbegeerten.
1 Ze zal dus nog erger braken. Waarlijk, tijdens de twee wereldoorlogen heeft ze zo erg gekotst, dat ze de lucht, de zee en de kusten met bloed heeft overspoeld en bevuild.
#251
De leiding die Hij draagt kan niet met zulke filosofieën samengaan. Hij laat Zich niet infecteren noch laat Hij Zich dirigeren. De Sharia alias de ziel der Islam kweekt mededogen en geloofsmoed aan.
Shariaanse waarheden bevinden zich in De Glimmende Hand van De Miraculeuze Revelaties der Qur’an, waarin ze als de staf van Mozes dienen. De beschaving met haar goochelkunsten zal in de toekomst verwonderd voor ze knielen.
Kijk nu aandachtig: het Oude Rome en de Grieken hadden twee filosofieën die als tweeling van hetzelfde zaad ontkiemden. De ene was waanziek, de andere materialistisch.
Ze waren als olie en water en mengden niet met elkaar samen. Tijd verstreek, de beschaving streed om ze te verenigen, evenals het Christendom deed, maar het was vergeefs.
Ze zijn allemaal volledig onafhankelijk gebleven. Tevens hebben beide zielen andere gedaanten betreden; in het heden zijn ze als Duitsers en Fransen verschenen.
Ze zijn bij wijze van spreken gereïncarneerd. O mijn broeder in gedachte! De tijd heeft gedemonstreerd hoe de wijsgerige tweeling als een rund elk verenigingspunt heeft genegeerd.
Nog steeds hebben zij geen vrede gesloten. Zij waren tweeling, broeders en kompanen; op het pad van progressie waren zij reisgenoten. Alsnog vlogen ze elkaar in de haren.
Nooit hebben zij onderling de vrede kunnen handhaven. Hoe zou het Qur’anische Licht, de Shariaanse leiding, waarvan de essentie, de oorsprong en de bakermat geheel van elkaar variëren, dan ooit vrede kunnen sluiten en zich kunnen alliëren met de ziel van deze beschaving alias Romeinse wijsbegeerten?
De wijsbegeerte en de Sharia zijn aan andere bronnen ontsproten. Leiding is uit de hemel nedergekomen; de wijsbegeerte is uit de bodem opgekropen. Leiding opereert in het hart en oefent ook invloed op het brein uit.
#252
De wijsbegeerte opereert in het brein terwijl ze het hart om de tuin leidt. Leiding bestraalt de ziel en laat haar koren bloeien. Dankzij haar kan de donkere natuur lichternis toevloeien.
De potentie tot ontwikkeling brengt zij in een actieve staat. De belichaamde ziel stelt zij als onderdaan paraat. Een toegewijde mens geeft ze een engelengelaat.
De wijsbegeerte daarentegen heeft haar aandacht voornamelijk aan het eigen fysieke bestaan gegeven. Ze heeft zich tot de natuur begeven en het ego als akker aangewezen, waaruit egoïstische potenties zijn beginnen op te bloeien.
Ze maakt de ziel een onderdaan en laat haar koren schroeien. Als resultaat projecteert ze op de mens satans gelaat. Leiding biedt beide levens gelukzaligheid; ze verspreidt licht over beide oorden en maakt de mens verheven.
De wijsbegeerte die evenals Dedjal eenogig is, kent slechts één oord en één leven. Wegens haar materialistische wezen werpt zij zich aan het aardse onder; ze maakt van de mens een monster.
Waarlijk, de wijsbegeerte bidt de dove natuur aan; ze is de blinde kracht gehoorzaam. Leiding erkent de kunstige creatie waar bewustheid van uitpuilt; ze bemerkt de kracht waarachter wijsheid schuilt.
De wijsbegeerte heeft de aarde met de sluier van verloochening omstrengeld. Leiding heeft het licht van dankbetuiging over de aarde gesprenkeld. Dit geheim heeft ertoe geleid dat enerzijds de wijsbegeerte als blind en doof is bestempeld, terwijl anderzijds leiding als ziend en horend is getypeerd.
Door de wijsbegeerte worden alle gunsten op het oppervlak als een verlaten buit gewaardeerd. Ze stimuleert de mens om in de natuur als een beest te roven en te plunderen, zonder afhankelijkheid uit te drukken.
Volgens de zienswijze van leiding zijn alle gunsten op de schoot van het oppervlak en het gezicht van het heelal Genadevruchten. Onder elke gunst bemerkt zij Een Begunstigende Hand Die zij met dankbetoon laat kussen.
1 Hierin schuilt ook een diepzinnig sein.
#253
Ik zal dit ook niet tegenspreken: de beschaving bevat ook vele deugdelijkheden. Echter, deze behoren niet tot Christelijke eigendommen, noch Europese uitvindingen,
Noch moderne kunstwerken; ze vallen veeleer onder gemeenschappelijke bezittingen. Ze zijn voortbrengselen van samengebundelde ideeën, hemelse wetgevingen, ingeschapen behoeftigheden, en met name:
De Ahmedaanse Sharia, oftewel de Islamitische ontwikkelingsstadia. Aldus kunnen zij door niemand worden opgeëist. De bestuurder van die droombijeenkomst benaderde mij met een tweede vraag en zei:
“Rampen zijn altijd: resultaten van overtredingen en beginselen van beloningen. O vertegenwoordiger van dit tijdperk! Het lot heeft jullie een klap gegeven; Gods vonnis is gewezen.
Welke daad van jullie heeft Gods vonnis en het lot de reden gegeven om deze fatwa over jullie uit te spreken, waardoor Gods vonnis als veroordeling tot rampspoed is gestreken en jullie heeft aangegrepen?
Gemeenschappelijke overtredingen kweken immers altijd gemeenschappelijke rampzaligheden.”
Daarop zei ik: de ontspoorde mentaliteit, de Nimrodische koppigheid en de faraonische verwaandheid van de mensheid hadden haar dusdanig opgeblazen en opgezweld, dat ze vanaf de aardbodem uitzette tot aan het hemelgewelf. Daarnaast had ze ook het subtiele scheppingsmysterie tegengewerkt.
Vervolgens had deze oorlog als een vloed en een plaag uit de hemel de aarde bevangen, ook de heidenen hadden een hemelse klap ontvangen. Deze ramp had dus iedereen getroffen; hierbij was het hele mensenras betrokken.
Een oorzaak waar mensen collectief verantwoordelijk voor waren, school in dwaalwegen, dierlijke vrijheden en egoïstische begeerten die uit materialisme voortkwamen.
Ons aandeel hierin is ons door onze laksheid en onze verzaking van Islamitische fundamenten toegekomen. Immers, De Verheven Schepper had uit de vierentwintig uren slechts één voor ons uitgekozen;
#254
Op dat ene uur had Hij vijf gebeden aan ons bevolen en opgedragen. Wij hadden ons loom gedragen en die geboden achteloos nagelaten.
Als straf had Hij ons vijf jaar lang vierentwintig uur enigermate laten bidden door ons continu met oefeningen en inspanningen te laten zwoegen en te laten draven.
Daarnaast had Hij jaarlijks een maand lange vasten aan ons bevolen. Uit medelijden voor ons ego hadden wij dat gebod niet in acht genomen. Ter vergelding liet Hij ons dwangmatig vijf jaar vasten zonder tussenpozen.
Hij beval ons om een veertigste of een tiende van het eigendom dat Hij ons had geschonken als Zakaat af te staan. Wij deden gierig, pleegden onrecht en bedreven haram; wij kozen ervoor om Zijn eis af te slaan.
Bijgevolg had Hij alle opgehoopte Zakaat teruggeëist en ons van haram bevrijd. Daden zijn gelijkwaardig aan vergeldingen; vergeldingen zijn gelijkwaardig aan daden. Zuivere daden komen voor in twee soorten:
De ene is aangenaam en vrijwillig, de andere is onaangenaam en onvrijwillig. Alle kwellingen en rampen kunnen worden opgeslagen als zuivere daden, alleen vallen ze in het onaangename en onvrijwillige kader. De Hadith heeft troost geboden middels de mededeling in dit bericht.
Dit zondige volk heeft wassing met zijn bloed verricht. Het heeft actief berouw bewezen. Als directe beloning waren vier miljoen, oftewel een vijfde van dit volk, meteen gerezen,
Tot de heilige rang van martelaren en veteranen. Zodoende werden alle zonden kwijtgescholden. De deelnemers aan die verheven droombijeenkomst gaven aan dat ze deze toespraak beaamden.
Plotseling werd ik wakker, of viel ik in mijn ontwaakte staat zojuist in slaap. Mijns inziens is de waaktoestand een droom, en een droom is enigszins een waaktoestand.
Daar de vertegenwoordiger van de eeuw in kwestie, is hier bekend als
Said Nursî...
#255
Alle Ware Leed Schuilt In Dwaling,
Alle Ware Genot Schuilt In Geloof
[Uit De Schitteringen]
Een geweldige waarheid in een ingebeeld gewaad
O scherpzinnige reisgezel! Het rechte pad is de weg van lichternis. Het pad van zij die God tergen en dwalen is de weg van duisternis. Indien jij duidelijk wil zien wat het verschil tussen beide is… o geachte vriend!
Hou je waan dan vast, bestijg je verbeeldingskracht en kom mee richting de duisternissen van het onbestaan. Samen gaan wij naar die ultieme grafakker; de dodenstad die geheel van leven is ontdaan.
Vanuit deze duistere streek heeft Een Onbegonnen Almacht ons met Zijn Machtshand vastgepakt, eruit gesleept, naar het bestaan gebracht en op de aarde gescheept; een oord waar gelukzaligheid ontbreekt.
Nu hebben wij de bestaande wereld bereikt; een land dat op een dreigende woestijn gelijkt. Onze ogen zijn geopend; we laten onze blik over zes zijden glijden. Op een hulpbehoevende wijze beginnen wij spontaan eerst voorwaarts te kijken.
We zien echter calamiteiten en tegenslagen voor ons verschijnen om ons als vijanden te bestrijden. Dit doet ons terugdeinzen en achteruitwijken. We werpen onze blik van links naar rechts, waarna wij natuurlijke elementen bemerken en hopen dat zij ons te hulp snellen.
We zien echter dat zij een verhard en meedogenloos hart dragen. Ze knarsen hun tanden terwijl ze woest staren. Ze geven geen gehoor aan smeekbeden noch aan hulpkreten.
Als verslagen zielen wenden wij onze ogen radeloos naar boven. In een noodlijdende staat kijken we naar hemellichamen; ze hebben een angstaanjagend en dreigend voorkomen.
#256
Ze zijn net kogels die uit hun kanon zijn geschoten. Terwijl ze met een razende vaart langs elkaar in het hemelruim razen, slagen ze er alsnog in om elkaar niet aan te raken.
Als één ervan uit zijn baan zou raken - moge ALLAH ons daarvoor vrijwaren - dan zal deze waarneembare wereld in het verderf geraken. Ze zijn aan het toeval overgelaten; ook deze zijde kan ons niet baten.
Terneergeslagen veranderen wij onze kijkrichting; we verkeren in een pijnlijke staat van verbijstering. Met gebogen hoofden zoeken wij toevlucht binnen onze eigenheidskring; we keren ons tot onszelf om onze eigenheid onder de loep te nemen.
Voorwaar, wat wij in onze arme eigenheid vernemen, zijn de stemmen van duizenden benodigdheden. Wegens duizenden gebrekkigheden, slaakt ze hartverscheurende kreten. Hoewel wij troost hoopten te vinden, deden onze waarnemingen ons slechts vervreemden.
Ook uit deze zijde wordt ons geen heil gegeven. Noodlijdend treden wij in ons geweten. We observeren hem vanbinnen en hopen verlossing te signaleren. Wee ons! Want weer komen wij geen heil tegen. Tevens moeten wij ook nog eens het geweten verplegen.
Want de duizenden verlangens, de vurige begeerten en de sterke gevoelens die in hem optreden, hebben zich overal uitgestrekt en het hele heelal omgeven. Elk ervan baart ons zorgen, maar we kunnen niets voor ze betekenen.
Die verlangens zitten gekneld tussen het existente en het non-existentiële; hun ene eind grenst aan de onbegonnenheid, hun andere eind reikt tot aan de eeuwigheid. Hun omvattendheid is zo verreikend, dat het geweten nimmer tevredenheid zal vinden; al zou hij de hele wereld verslinden.
Voorwaar, alles waartoe wij op deze ellendige weg toevlucht hebben gezocht, heeft ons niets anders dan ellende bezorgd. Dit is dus de weg van zij die God tergen en dwalen. Toeval en dwaling vormen de fundamenten die de visie van deze weg bepalen.
#257
Deze visie hebben wij aangenomen; daarom zijn wij in deze toestand terechtgekomen. In deze staat hebben wij onze oorsprong en onze bestemming, De Kunstenaar en de wederopstanding, tijdelijk niet in aanmerking genomen.
Dit voelt erger en brandt feller dan de hel; onze ziel wordt verpletterd vanuit alle zes zijden waar wij voor toevlucht naartoe waren gesneld.
Onze huidige staat die ons geweten kwelt, is gekneed uit angst en verschrikking, onmacht en ontzetting, onrust en vervreemding, verlatenheid en vertwijfeling.
Nu gaan wij ons verdedigen tegen alle zes zijden en ijveren om alle onheil te verdrijven. Als eerst raadplegen wij onze eigen capaciteiten.
Ongelukkigerwijs constateren wij alleen onmacht en zwakheid. Als tweede trachten wij onze persoonlijke behoeften te laten zwijgen. Ongelukkigerwijs bemerken wij dat ze blijven krijsen.
Als derde schreeuwen wij om een redder opdat hij ons komt bevrijden. Noch worden wij gehoord, noch geeft er iemand antwoord. Bijgevolg koesteren wij de volgende denkwijze:
“Alles is vijandig, alles is ons vreemd. Er is niets dat ons hart vertroost, er is niets dat ons zekerheid verleent; niets schenkt ons een waar behagen.”
Als vierde kijken wij naar hemellichamen. Zolang wij naar ze staren, blijven ze ons vrees en angst aanjagen. Hierdoor ontstaat er een beklemmende vervreemding in het geweten die het verstand kwelt met waanideeën.
Voorwaar, o broeder! De hoedanigheid van de dwaalweg is zoals omschreven. De duisternis van ongeloof hebben wij op deze weg ten einde bekeken. Kom nu, mijn broeder, we keren weer terug naar het onbestaan.
We komen weer aan, maar deze keer houden wij als levensbaan de rechte weg en het geloofspad aan. Onze gids en onze imam bestaan uit Goddelijke Bijstand en De Qur’an; de Valk Wiens Autoriteit alle eeuwen bestrijkt.
Voorwaar, de Genade en Gratie van De Onbegonnen Sultan hebben ons gewild, Zijn Macht heeft ons uit het onbestaan getild, goedgunstig op Zijn Gewenste Wetten geplaatst en langs allerlei fases vervoerd.
#258
Nu heeft Hij ons naar het bestaan gevoerd; met mededogen heeft Hij voor ons een lichaamsgewaad geweven en de potentie gegeven om de rang van rentmeesterschap te bekleden. Het kenmerk van die rang bestaat uit de salât en beden.
Deze fases en toestanden zijn allemaal stadia die getuigen van Zijn Welwillendheid. Om onze lange weg te versoepelen, heeft Hij ons een bevelschrift van het lot aangereikt, met daarin een pagina waarop Hij ons gelaat beschrijft.
Waar wij ook reizen, welke groepen wij ook bezoeken, overal worden wij verwelkomd met broederlijke groeten. Wij geven van onze bezittingen, wij ontvangen van hen goederen.
Een handel die op liefde is gebaseerd; zij die ons ontvangen, verzorgen ons, versieren ons met giften en zwaaien ons uit. Tenslotte bereiken wij de poort naar de wereld; daar vernemen wij een gilgeluid.
Tenslotte betreden wij het oppervlak en zetten wij voet op de waarneembare wereld; een levendig oord der Barmhartige Godheid, een rumoerig verblijf van de luidruchtige mensheid. Wij zijn van niets op de hoogte. Onze grondbeschouwing en onze imam,
Bestaan uit hetgeen de Barmhartige heeft voorgenomen. De waarnemer van onze grondbeschouwing zijn onze delicate ogen. Wij openen onze ogen en we laten ze over de wereld ronddwalen. Kun jij onze vorige komst nog voor de geest halen?
We waren vervreemd en verweest. We hadden vijanden in overvloed en van onze Beschermheer hadden wij geen weet. Tegenover die vijanden bezitten wij nu dankzij het geloofslicht een sterke basis,
Een steunpunt en een beschermer die de vijanden van ons pad afveegt. Dit impliceert het geloof in ALLAH, oftewel: de vlam van onze ziel, ons levenslicht en de begeestering van onze geest.
Voorwaar, nu is ons hart bedaard, er is geen vijand waar hij zich druk om maakt, of überhaupt een vijand die in zijn ervaringswereld bestaat. Toen wij tijdens onze eerdere komst in ons geweten waren getreden, vernamen wij duizenden hartverscheurende krijsen en kreten.
#259
Onheil had ons omgeven. Immers, wensen, verlangens, potenties en gevoelens worden immer door eeuwigheid gedreven. Maar wat de weg naar eeuwigheid betreft waren wij onwetend; we waren niet op de hoogte van aanroepingen en beden.
Echter, de lof zij ALLAH, tijdens onze huidige komst hebben wij een hulpbron gevonden die de desbetreffende potenties en wensen continu levensadem inblazen; hij laat ze hun vleugels uitslaan opdat ze zich ter oneindige eeuwigheid kunnen voorthaasten.
Hij wijst ze de weg vanwaaruit potenties assistentie ontvangen, levenswater krijgen en richting hun volmaaktheid snellen; die hulpbron is een subtiel geheim dat passie doet ontwaken.
Het tweede geloofsfundament is de erkenning van de herrijzenis. Eeuwige gelukzaligheid is de parel die binnen zijn schulp gevestigd is. Bewijzen voor het geloof schuilen in de Qur’an en in een geheimenis van het menselijk geweten.
Hef je hoofd nu omhoog, kijk naar dit universum en begin met hem te spreken. Tijdens onze vorige komst had hij een gestalte die wij uitermate vreesden. Nu glimlacht hij en straalt hij ons van alle kanten opgetogen toe; overal vernemen wij nederige aanroepingen en beden.
Zie je dan niet, ons oog is als een bij geworden; hij vliegt allerwegen. Het universum is zijn tuin die compleet met bloemen is doorweven. En elke bloem beschenkt hem met een zoete nectar,
Waarnaast ze hem warmte, troost en liefde geeft. Hij neemt ze aan, brengt ze mee en puurt daaruit een honing wanneer hij geloof betuigt; de koning der honingen is wat die mystieke valkenblik bereidt.
Wanneer onze blik de bewegingen van de hemellichamen, de sterren of de zonnen bereikt, dan krijgt hij van hen de Wijsheid der Schepper aangereikt; een leerzame manifestatie en een genadige reflectie is wat hem toeschijnt. De zon spreekt ons vrijwel aan en zegt:
“O broeders van ons, wees niet vervreemd, noch bevreesd! Wees gegroet, welkom, jullie hebben ons geëerd! Dit vertrek is jullie verblijfplaats en ik ben een stralende kandelaar.
#260
Ik ben zoals jullie, alleen ben ik een zuivere en gehoorzame dienaar zonder tegenspraak. De Enige Onafhankelijke heeft mij bij Zijn Pure Gratie geschapen als een geheel onderworpen lichternis die jullie ten dienste staat. Warmte en licht bieden is mijn verantwoording, jullie taak bestaat uit beden en de salât.”
Kijk eens naar de maan! De sterren en oceanen bezitten allen een eigen taal; ze zeggen allemaal: “Welkom, jullie komst heeft ons verblijd. Weten jullie dan niet wie wij zijn?”
Kijk volgens het samenwerkingsgeheim en luister naar het sein der ordelijkheid: Een ieder van ze zegt:
“Ook wij zijn dienaren; wij weerspiegelen de Genade van De Ontzaglijke Entiteit. Treur niet; laat ons voorkomen jullie niet verontrusten.
De brullen van aardbevingen, de kreten van belevingen, zij behoren jullie geen angst aan te jagen, noch waan in te blazen. Immers, zij impliceren in feite harmonische aanroepingen, vurige verheerlijkingen en uitbundige smeekbeden.
De Ontzaglijke Entiteit Die jullie naar ons heeft gebracht, houdt hun teugels in Zijn Handen vast.”
Het gelovige oog leest de Genadige Aya van hun gelaat af; eenieder van hen impliceert een uitspraak.
O gelovige wiens hart is ontwaakt! Laten wij onze ogen nu even wat rust verlenen. In hun plaats gaan wij onze delicate oren aan de gezegende handen van het geloof overgeven en naar de wereld dirigeren, opdat zij de melodieuze klanken kunnen vernemen.
De geluiden die tijdens onze vorige komst als het geween van een verlaten wees en als een doodskreet werden gewaand, bestaan nu uit een melodieus gebed, een luide aanroeping en een Godverheerlijkende spraak.
Luister naar de suizingen van de wind, de fluiten van de vogels, de kletsen van de regen, de klotsen van de golven, de dreunen van de donder, de tikken van de stenen; elk ervan speelt een betekenisvolle melodie.
#261
De ruis van de wind, de slag van de donder, het lied van de golven; elk ervan zingt een verheven litanie. De ritme van de regen, de zang van de vogels; elk ervan is een glorificatie van Gods Genade en een expressie van reële metaforen.
De klanken bij creaties zijn seinen van existentie; ze zeggen: “Ook wij zijn present!” Het stille universum begint zich opeens te verwoorden: “Waan ons niet levenloos, o bazelende mens!”
Wij vernemen dat vogels: ofwel een kostelijke gunst, ofwel een neerdalende Genade aanduiden. Met uiteenlopende zanggeluiden, beginnen zij via hun kleine muilen de Goddelijke Genade toe te juichen. Ze landen op een gunst, betuigen dank, waarna ze hemelwaarts voortsuizen.
Impliciet zeggen zij: “O broeders in het universum, hoe schitterend is onze situatie? Wij zijn grootgebracht met Gratie. We zijn voldaan over onze positie.” Via hun scherpe snavels vullen zij het hemelruim met een delicate melodie.
Heel het heelal is als één verheven orkest; het geloofslicht verneemt zijn Godsdienstige recitaties en glorificaties. Immers, wijsheid doet het bestaan van toeval teniet en orde verwerpt de gewaande willekeur binnen de heersende harmonie.
O reisgezel! We gaan nu uit deze figuurlijke wereld treden, van de ingebeelde waan afstijgen, de locatie van het verstand betreden en de twee wegen in ogenschouw nemen om ze af te wegen.
Onze eerste weg was de weg van zij die God tergen en dwalen; die weg overlaadt het diepste van het geweten met vreselijke kwellingen en gruwelijke kwalen. Ons begripsvermogen toont ons dit, hierdoor belanden wij in onbegrip.
Smachtend verlangen wij dringend naar verlossing; het geweten moeten wij ofwel bedaren ofwel uitschakelen. Anders kunnen wij niet verder leven. Er wordt geen gehoor gegeven aan hulpkreten.
Goddelijke leiding daarentegen biedt genezing, terwijl lustbevredigingen fungeren als verdoving. De ene schenkt troost, de andere verwekt onachtzaamheid, de ene vergt bedrijvigheid, de andere biedt tijdverdrijf.
#262
Begoochelende begeerten misleiden het geweten en wiegen de ziel in slaap om kwellingen te ontlopen. Anders zullen vreselijke kwellingen een hel in het geweten stoken, waardoor de mens onduldbaar zal weeklagen; het leed van wanhoop is niet te verdragen.
Hoe verder de mens zich dus van de rechte weg distantieert, des te meer deze gesteltenis hem influenceert en zijn geweten tot uitbarsten forceert. Het overblijfsel van elk genot bestaat uit leed.
De pralende beschaving die uit lusten, begeerten, amusementen en onzedelijkheden is gesmeed, heeft voor deze vreselijke kwaal als giftige hypnotiseur een vals geneesmiddel gepresenteerd.
O mijn eerbiedwaardige vriend! Op onze tweede weg, op dat stralende pad, hadden wij een gesteldheid geconstateerd. Die gesteldheid maakt het leven een bron van gelukzaligheid; leed wordt in vreugde getransformeerd.
Deze toestand heeft ons het volgende geleerd: in verscheidene niveaus, conform de kracht des geloofs, wordt de ziel een gesteldheid gegeven. Het lichaam ervaart geneugten via de ziel, de ziel ontmoet vreugde via het geweten.
Er is een directe welvarendheid in het geweten geborgen. Een geestelijk paradijs is in het hart verborgen. Door te denken kunnen wij ernaar graven; het besef kan verborgenheden ontwaren.
In deze staat geldt: hoe meer het hart vermaand, het geweten bewogen en de geest verroerd wordt, des te meer genot er wordt ervaren. Aldus schakelt de stemming over… van vuur naar lichternis… van winter naar zomer.
In het geweten gaan er hemelpoorten open; de wereld krijgt een paradijselijk voorkomen. Daar slaan onze zielen hun vleugels uit, waarna ze vliegen als valken wier verademing in de salât en in beden schuilt.
O mijn eerbiedwaardige reisgezel! Ik wuif jou nu vaarwel... Laten wij samen een gebed uitspreken, en inshâ’ALLAH tot weerziens afscheid nemen.
اَللّٰهُمَّ اِهْدِنَا الصِّرَاطَ الْمُسْتَقٖيمَ، اٰمٖينَ
❧O ALLAH, leidt ons tot het rechte pad..Amîn❧
#263
#264
Goddelijke Namen
| De Almachtige | El-Qadîr | اَلْقَدٖيرُ |
| De Alwetende | El-Alîm | اَلْعَلٖيمُ |
| De Alwijze | El-Hakîm | اَلْحَكٖيمُ |
| De Barmhartige | E’r-Rahmân | اَلرَّحْمٰنُ |
| De Begunstiger | El-Mun’im | اَلْمُنْعِمُ |
| De Eigenaar | El-Mâlik | اَلْمَالِكُ |
| De Erfgenaam | El-Wâris | اَلْوَارِثُ |
| De Genadige | E’r-Rahîm | اَلرَّحٖيمُ |
| De Genereuze | El-Kerîm | اَلْكَرٖيمُ |
| De Heer | E’r-Rab | اَلرَّبُّ |
| De Herrijzer | El-Bâis | اَلْبَاعِثُ |
| De Levengever | El-Muhyî | اَلْمُحْيٖى |
| De Onafhankelijke | E’s-Samed | اَلصَّمَدُ |
| De Onderhouder | E’r-Razzâq | اَلرَّزَّاقُ |
| De Overweldiger | El-Qahhâr | اَلْقَهَّارُ |
| De Vergever | El-Gafoer | اَلْغَفُورُ |
| De Voortbrenger | El-Fâtir | اَلْفَاطِرُ |
| De Weldadige | El-Wehhâb | اَلْوَهَّابُ |