Bediüzzaman Said Nursî
  • Lucide Inkt

    Lucide Inkt is een non-profit organisatie die opgericht is om de geloofswaarheden die omschreven worden in de Risale-i Nur tentoon te spreiden.

    meer over ons
    BEOORDELEN
    HET GEBED
  • Welcome Message

    Praesent vestibulum molestie lacus. Aenean nonummy hendrerit mauris. Phasellus porta

    Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Nulla dui. Fusce feugiat malesuada odio. Morbi nunc odio, gravida at, cursus nec, luctus a, lorem. Maecenas tristique orci ac sem. Duis ultricies pharetra magna. Donec accumsan malesuada orci. Donec sit amet eros. Lorem ipsum dolor sit amet.

    What’s New?

    jun 11, 2012
    Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus.

    more info

    jun 18, 2012
    Nulla dui. Fusce feugiat malesuada odio. Morbi nunc odio, gravida at, cursus nec luctus.

    more info
    This Week's Events
    Our Gallery

    We Answer

    • What Do We Teach?

      Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Nulla dui. Fusce feugiat malesuada odio. Morbi nunc odio, gravida.

    • What Are Our Core Values?

      Nulla dui. Fusce feugiat malesuada odio. Morbi nunc odio, gravida at, cursus nec, luctus a, lorem. Maecenas tristique orci ac sem. Duis ultricies pharetra magna. Donec accumsan malesuada orci. Donec sit amet eros. Lorem ipsum dolor sit amet.

    • Who Is Our Senior Pastor?

      Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Nulla dui. Fusce feugiat malesuada odio. Morbi nunc odio, gravida.

    • What Do We Teach?

      Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Nulla dui. Fusce feugiat malesuada odio. Morbi nunc odio, gravida.

  • Risale-i Nur

    De Risale-i Nur is een boekenreeks die geschreven is door de Islamitische geleerde Said Nursî. Strokend met positieve weten- schappen, worden Qur’anische waarheden uiteengezet en bewezen in deze reeks.

    Over ons

    Lucide Inkt is een non-profit organisatie die opgericht is om de geloofswaarheden die omschreven worden in de Risale-i Nur tentoon te spreiden.

    Ons hoofddoel is onze geloofsgenoten bijstaan en zij die behoefte hebben aan het geloof op een professionele wijze kennis laten maken met het geloof. Gedurende deze verwarrende tijden waarin de mensheid op zoek is naar zekerheid, biedt de Risale-i Nur een houvast aan de mensen die krachtig genoeg is om men een onwrikbare overtuiging te schenken waar geen betwistende filosofie of theorie tegen op kan....lees meer

    Onze Boeken

    MIRAKELEN
    OPRECHTHEID
    GELOOFSWAARHEDEN
    RAMADAN
    NATUUR
  • Bent u gestuit op iets dat voor u onduidelijk is overgekomen?

    Wij stellen de lezers van de Risale-i Nur in de gelegenheid om eventuele vragen te stellen over teksten in de boeken die aanwezig zijn op onze site. Mochten er zinnen in onze boeken voorkomen die onduidelijk overkomen, dan kunt u hier uw vraag over de desbetreffende tekst plaatsen. Wij zullen vervolgens uw vraag zo spoedig mogelijk beantwoorden.

    Vragen

    • Wat bedoelt de auteur met "onderdaan van oorzaken" in de veertiende nota van het boekje geloofs- waarheden?
    • Klik om te lezen

    Stel uw vraag

    Uw vraag is verzonden!  
    We zullen uw vraag zo spoedig mogelijk beantwoorden.
    Wis
  • Audio

    Binnenkort

  • Our Newsroom

    Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Nulla dui. Fusce feugiat malesuada odio. Morbi nunc odio, gravida at, cursus nec, luctus a, lorem. Maecenas tristique.

    Global News

    jun 11, 2012
    Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Nulla dui. Fusce feugiat malesuada odio morbi nunc odio, gravida at, cursus nec.

    jun 18, 2012
    Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Nulla dui. Fusce feugiat malesuada odio morbi nunc odio, gravida at, cursus nec.

    Reviews & Ratings

    jun 01, 2012
    Nam condimentum, ligula ut tempus pretium, Nam condimentum, ligula ut tempus pretium, neque ante condimentum odio, ac interdum quis nisl placerat mollis.

    more info

    jun 11, 2012
    Sed sit amet adipiscing mi? Sed semper sodales. Nunc pellentesque hendrerit eros id sit amet placerat tortor luctus. Vivamus a nisi eu lacus ornare semper ut vel eros.

    more info

    jun 18, 2012
    Fusce a eros nec purus pharetra vestibulum. Nulla eget tellus mi. Nulla massa magna, accumsan non tempus nec; consectetur quis eros. Morbi feugiat sapien.

    more info
  • Contact Informatie

    Lucide Inkt
    Kerspellaan 12
    7824 JG
    EMMEN

    Tel:+31615852442
    E-mail: info@lucideinkt.nl

    Contact

    Contact formulier verzonden  
    Wij zullen spoedig reageren.
    Wis
  • Wat bedoelt de auteur met "onderdaan van oorzaken" in de veertiende nota van het boekje Geloofswaarheden?

    De auteur doelt hier op de mensen die zich afhankelijk opstellen jegens ogenschijnlijke oorzaken. Ze houden er geen rekening mee dat deze oorzaken gedirigeerd worden door een Soevereine Almachtige die over het universum heerst. Omdat ze de ware Voleinder van oorzaken veronachtzamen, nemen ze een onderdanige houding aan jegens ontelbare oorzaken in plaats van Die Ene Almachtige Die deze oorzaken schept, dirigeert en ze doet uitmonden tot het eindresultaat.

  • Privacy Policy

    Praesent vestibulum molestie lacus. Aenean nonummy hendrerit mauris. Phasellus porta.
    Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus. Nulla dui. Fusce feugiat malesuada odio. Morbi nunc odio, gravida at, cursus nec, luctus a, lorem. Maecenas tristique orci ac sem. Duis ultricies pharetra magna. Donec accumsan malevehicula rhoncus. Suspendisse a erat libero. Mauris id adipiscing arcu. In et purus urna, ut porta arcu. Pellentesque suscipit aliquet eleifend. Nulla eget sapien ut orci venenatis malesuada. In imperdiet mi vel mi rhoncus ut malesuada urna varius. Nam vitae cursus arcu? Sed luctus enim sed libero tempus vulputate. Nunc volutpat enim eu diam semper quis tincidunt libero venenatis. Nam malesuada nulla nec odio dictum pretium. Sed eget sem quis massa tristique tincidunt a nec dui.Fusce gravida odio quis felis congue placerat. Eivamus tincidunt urna nec massa sollicitudin egestas. Morbi condimentum imperdiet fringilla! Ut eu felis mi, in gravida magna. Mauris imperdiet, tortor non placerat lobortis; lacus lorem commodo tortor, a fermentum erat orci eu nunc. Nunc et odio leo, non consectetur lectus. Quisque in nisi quis turpis cursus dictum. Vestibulum ante ipsum primis in faucibus orci luctus et ultrices posuere cubilia Curae; Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Fusce eu lacus massa, nec luctus orci! Phasellus venenatis, purus eget luctus vehicula, sapien urna semper leo, non dictum nunc justo quis mi. Curabitur ipsum nunc, auctor id blandit sed, commodo in erat.

    Sed luctus enim sed libero tempus vulputate. Nunc volutpat enim eu diam semper quis.
    Donec dignissim lorem a sapien aliquet vitae luctus metus porttitor. Fusce quis nunc ac tortor iaculis ultrices vel eu eros. Nam ullamc orper iaculis tellus, sed vehicula lacus bibendum eu. Quisque tempor dapibus dolor, lobortis vestibulum lectus venenatis ut.Mauris vitae adipiscing erat. Nullam ut dui sollicitudin nibh venenatis tincidunt. Curabitur ullamcorper arcu consectetur erat euismod porttitor bibendum est tempus. Vestibulum pellentesque velit sed nibh consequat sagittis ultricies orci interdum. Phasellus malesuada nunc a tortor vehicula eget semper tellus sodales. Morbi suscipit convallis diam eget luctus. Nam ac diam magna. Aenean accumsan luctus leo eu aliquam. Pellentesque elit massa, cursus eget lacinia fringilla, consectetur eget nunc! Suspendisse et turpis tortor. Mauris nec arcu lorem, at fermentum lacus. Donec eu vulputate ipsum. Sed interdum suscipit velit, sed tincidunt leo consequat id. Aenean nulla tortor, placerat elementum lobortis et, tincidunt id velit! Sed id nibh dui. In hac habitasse platea dictumst. Etiam consectetur vehicula rhoncus. Suspendisse a erat libero. Mauris id adipiscing arcu. In et purus urna, ut porta arcu. Pellentesque suscipit aliquet eleifend. Nulla eget sapien ut orci venenatis malesuada. In imperdiet mi vel mi rhoncus ut malesuada urna varius. Nam vitae cursus arcu.

    privacy@demolink.org

  • Binnenkort 23

  • Binnenkort 3

  • Over Ons

    Lucide Inkt is een non-profit organisatie die opgericht is om de geloofswaarheden die omschreven worden in de Risale-i Nur tentoon te spreiden. Ons hoofddoel is onze geloofsgenoten bijstaan en zij die behoefte hebben aan het geloof op een professionele wijze kennis laten maken met het geloof. Gedurende deze verwarrende tijden waarin de mensheid op zoek is naar zekerheid, biedt de Risale-i Nur een houvast aan de mensen die krachtig genoeg is om men een onwrikbare overtuiging te schenken waar geen betwistende filosofie of theorie tegen op kan. Wij zijn van mening dat zij die gefatsoeneerd worden door de Risale-i Nur zowel geestelijk als materieel beter zullen functioneren in de maatschappij.

    De vorming van de Risale-i Nur zal onzes inziens zowel persoonlijk als algemeen gunstig zijn. Vele mensen die niet handelen naar hun overtuiging vanwege misinformatie rondom hun religie, zullen met Gods verlof bevrijd worden van verwardheden en twijfels. Cliché vragen waarmee gelovigen tegenwoordig gebombardeerd worden en waarop de meesten geen antwoord hebben, zullen na de komst van de Risale-i Nur eenvoudig en bevredigend te beantwoorden zijn. Wij vragen onze gelovige broeders en zusters om beden voor ons te verrichten, opdat wij de Risale-i Nur op de beste en mooiste wijze kunnen vertalen, drukken en verspreiden.

  • Wie is Said Nursî?

    Jeugd

    In het jaar 1876 in een dorp genaamd Nurs die gebonden is aan de gemeente van Bitlis, kwam Bediüzzaman op aarde. Zijn vader was Mirza, zijn moeder Nuriye.

    Tot zijn negende jaar verbeef hij bij zijn ouders. Hij zag hoezeer zijn moellah broer genaamd Abdullah zich ontwikkelde dankzij wetenschap. Toen hij zag hoe zijn broer zich verder ontwikkelde dan zijn ongestudeerde dorpsvrienden dankzij het vergaren van kennis, begon er in hem een liefde voor kennis te ontwaken. Met een intense passie besloot hij om kennis op te doen. Met die intentie vertrok hij op negenjarige leeftijd naar de leerschool van Moellah Mehmet Emin Efendi. Daar kon hij echter niet lang verblijven vanwege zijn karakter die de minst bazige benadering niet kon tolereren. Zijn trots stond dit niet toe. Deze trots was echter niet gebaseerd op arrogantie. Het Goddelijke lot gaf hem de eigenschappen die essentieel waren voor de uitvoering van zijn voorgeschreven taak omtrent de verspreiding van kennis aangaande ALLAH. Hieronder viel onder andere de trots van kennis. Al begreep de jonge Said destijds zelf de wijsheid achter zijn eigenschappen niet, de tijd maakte duidelijk dat dergelijke eigenschappen als zaadjes dienden voor de uitvoering van de dienst binnen de Risale-i Nur die nu is uitgebloeid tot een geweldig rosarium.....lees meer



    Oude Said

    Na een tijdje bij zijn broer te hebben doorgebracht, bezocht Said Moellah Fethoellah. Deze moellah vroeg Said welke boeken hij gelezen had. Om welke boek hij ook vroeg, zei Said dat hij hem gelezen had.

    Daardoor raakte Fethoellah verward en kon niet bevatten hoe Said in zo’n korte tijd zoveel boeken uit kon lezen. Aldus zei hij: “Vorig jaar was je al gek. Ben je dit jaar weer gek?”.....lees meer



    Nieuwe Said

    Gedurende zijn hele leven heeft hij nooit een wetenschappelijke vraag die aan hem gesteld werd onbeantwoord gelaten. Tijdens zijn studentenjaren in Istanbul had hij een kaart voor zijn deur gehangen met daarop: “Hier worden geen vragen gesteld, maar wordt op elke vraag antwoord gegeven.”

    Hij had zijn hele leven toegewijd aan het verspreiden van geloofswaarheden. Zijn leven bracht hij door op oorlogsvelden en in gevangenissen. Hij leefde achtentwintig jaar onder zware toezicht. Het destijds anti-islamitische regime hield hem onder zware toezicht. Hij werd de schoonheid van de tijd genoemd, alias Bediüzzaman.....lees meer

  • Said Nursî in zijn jeugd

    Een uiterst beknopte levensbeschrijving van zijn jeugd

    In het jaar 1876 in een dorp genaamd Nurs werden Mirza en Nuriye ouders van de grote Islamitische revolutionist genaamd Said Nursî. Zijn ouders letten erg goed op zijn opvoeding, wat mede hielp met zijn buitengewone geestelijke ontwikkeling. In zijn babyjaren gaf zijn moeder Nuriye hem bijvoorbeeld enkel borstvoeding nadat zij de Islamitische wassing had verricht. Zijn vader Mirza bedekte de muilen van hun vee wanneer hij de dieren naar de graaslanden bracht, opdat hun vee onderweg niet zou grazen van andermans graasland. Op deze wijze verzekerde hij zijn gezin van een halal inkomen.

    Onder dergelijke omstandigheden, met zulke godvrezende ouders, was de geestelijke basis van Said goed gelegd. Toen hij negen was, merkte hij op hoezeer zijn broer Abdullah zich verder dan zijn dorpsvrienden had ontwikkeld dankzij studie. Zodoende begon er een liefde voor wetenschap te ontwaken in de jonge Said. Deze liefde werd alsmaar intenser, waarop hij uiteindelijk besloot om op negenjarige leeftijd het huis van zijn ouders te verlaten om kennis te vergaren. Hoezeer zijn moeder zich ook verzette tegen zijn vertrek, Said was vastberaden.

    Als eerst bezocht hij de leerschool van Moellah Emin Efendi. Er heerste daar een onderdrukkende sfeer. Het karakter van Said kon echter zelfs de minst autoritaire benadering niet tolereren. Deswege kon hij niet lang in die leerschool verblijven. Said bezitte een trots die niet gebasseerd was op arrogantie. Het Goddelijke lot zegende hem met dergelijke eigenschappen omdat ze essentieel zouden zijn voor zijn voorgeschreven taak omtrent de verspreiding van geloofswaarheden. Onder deze eigenschappen viel onder andere de trots van wetenschap. Hoewel hij destijds geen idee had welke wijsheid er achter zijn uitzonderlijke karakter schuilde, werd het in de loop van de tijd duidelijk dat zijn eigenschappen dienden als zaadjes voor de dienst van de Risale-i Nur, welke nu is uitgebloeid tot een wereldwijd rosarium.

    Na zijn kort verblijf in de leerschool van Moellah Emin Efendi wederkeerde Said naar zijn geboortedorp. Al snel dwong zijn verlangen naar kennis hem om zijn ouderlijk huis weer te verlaten aangezien er in Nurs geen leerschool was. Ditmaal bezocht hij een leerschool in het dorp genaamd Pirmis. Zijn opvallende intelligentie wekte snel jaloezie op bij zijn medestudenten. Deze jaloezie leidde er uiteindelijk toe dat vier leerlingen zich tegen hem samenspanden en hem begonnen te treiteren. Door deze gebeurtenis kwam er weer een eigenschap van Said naar voren die benodigd was voor zijn toekomstige missie. Hij raakte gefrustreerd door de vier treiteraars en stapte naar Sjeik Nur Mohammed om het volgende aan hem te melden:

    “Geachte Sjeik, zeg tegen deze heren dat ze mij niet met vier tegelijk moeten aanvallen. Laat ze per twee komen.”

    Deze moedige eigenschap van Said stelde de Sjeik uiterst tevreden. Bijgevolg zei hij tegen zijn gefrustreerde student:

    “Jij bent mijn student! Niemand mag jou aanraken!”

    Vanaf toen werd hij “student van de Sjeik” genoemd.

    Said bezocht vele leerscholen. Telkens wanneer hij de benodigde kennis van een leerschool vergaarde, bezocht hij de volgende. Destijds bezaten gediplomeerde Islamgeleerden de bevoegdheid om in een plaats naar keuze leerscholen omwille van ALLAH te openen. Kosten van studenten werden gefinancierd door de eigenaar van de desbetreffende leerschool. Als het kapitaal van de eigenaar ontoereikend was, werden overige kosten gedekt door het volk. Said was de enige tussen alle studenten die op geen enkele wijze Zakaat aannam. Zakaat of andermans geld dat hem een gevoel van afhankelijkheid inboezemde, accepteerde hij niet. Ook deze eigenschap werd van hem gevergd door zijn toekomstige geloofsmissie. Immers, zoals vermeld in het traktaat over oprechtheid, dient men niets als wederdienst te verwachten voor diensten die omwille van ALLAH geleverd worden. Geen enkele menselijke vergoeding mag gewenst worden voor taken die gericht zijn op het hiernamaals. Dankzij het Goddelijke lot werden de principes van de Risale-i Nur voortijdig nageleefd door de auteur. Want zoals wederom zijn werken zouden melden, kan iemand die zijn eigen ego niet in toom kan houden, een ander niets bijbrengen. Aldus diende hij eerst die principes zelf beter dan iedereen na te leven voordat hij ze vastlegde op papier.

    Op een dag zag Said in een droom dat de dag des oordeels was aangebroken; de wederopstanding vond plaats. Zodra het bestaan opnieuw was geschapen, haastte Said zich om op zoek te gaan naar de profeet Mohammed. Uiteindelijk bedacht hij dat hij voor de brug van Sirât de grootste kans had om hem te treffen; iedereen zou immers over die brug moeten. Terwijl hij voor de brug stond te wachten, kwam hij in aanraking met alle voorafgaande profeten die voor de komst van de profeet Mohammed verschenen en sprak met hen. Ten slotte kwam hij oog in oog te staan met de oogverblindende verschijning van Mohammed. Gods grootste Gezant verkondigde aan Said dat hem Qur’anische kennis gegeven zou worden, op voorwaarde dat hij anderen nimmer vragen mocht stellen.

    Deze droom wakkerde een vuur van kennisneming in hem aan. Blijkens zijn levensgeschiedenis stelde hij nooit vragen. Daarentegen beantwoordde hij elke vraag die aan hem gesteld werd.

    Said bezocht de ene leerschool naar de andere. Leerscholen waarin sjeiks geen aandacht aan studenten schonken, verliet hij onmiddelijk. Enkel oprechte imams konden hem iets bijbrengen. Uiteindelijk kwam hij terecht in een leerschool die zich bevond in het dorp Bayezid; gelegen in de gemeente van Erzurum. Tot die tijd had hij kennis omtrent “Sarf en Nahw” van de Arabische taal opgedaan; hij was tot “Ihzâr” gekomen. Drie maanden lang kreeg hij in Bayezid les van Sjeik Mehmed Djelali. Wat uitermate opviel, was het feit dat hij volgens de Oost Turkse onderwijsmethode specifieke boeken volledig had afgerond door elk boek in slechts één of twee lessen te behandelen. In totaal had hij maar tien lessen voor de afronding van die boeken nodig. Onder normale omstandigheden kon deze studie pas in vijftien jaar worden afgerond. In drie maanden tijd deed hij kennis op waar men normaliter twintig jaar over doet. Via hem verwees ALLAH er naar dat er een tijd zou komen waarin kennis die jaren studie vergt, in een korte periode vergaard zou kunnen worden. De Risale-i Nur is hiervan het grootste bewijs. Menig kwestie die voor de grootste geleerden te problematisch was om uiteen te zetten, wordt eenvoudig uitgelegd in de Risale-i Nur. Onderwerpen waarover vele geleerden uitgebreid en ingewikkeld hebben geschreven, worden in de Risale-i Nur bondig en helder verklaard.





    Na zijn uitzonderlijke studie van drie maanden, las hij boeken aangaande Islamitische filosofieën. Ondertussen onthield hij zich van wereldse genietingen en hield zich slechts bezig met Godsdienstoefeningen en kennisneming. In een korte tijd werd hij erg mager. Eens in de drie dagen at hij brood. Omdat hij op basis van Islamitische filosofieën besefte dat onthechting hielp met het illumineren van het verstand, weerhield hij zich van overmatige voeding. Op het moment dat hij de volgende zin in het boek van Imam Ghazali las “Verlaat hetgeen je doet twijfelen, totdat het geen twijfel meer in je opbrengt”, at hij zelfs geen brood meer; hij leefde alleen nog maar van grasgewas. Hij sprak zelden. In deze periode was hij slechts tussen de dertien en veertien jaar.

    Geleerden in die tijd droegen kenmerkende kledij. Sjeik Mehmet Efendi stelde aan Said voor om ook die kledij te dragen aangezien hij – ongeacht zijn jonge leeftijd – ook een geleerde was geworden,. De jonge Said wees zijn voorstel echter af met de volgende woorden:

    “Het siert mij niet om de hoogwaardige kledij van geleerden te dragen, want ik heb de pubertijd nog niet bereikt. Hoe kan ik een imam zijn terwijl ik nog een kind ben?”

    Volgens Islamitische wetten dient een imam namelijk de pubertijd bereikt te hebben.

    Nadat Said de voornoemde kennis had opgedaan, besloot hij om een bezoek te brengen aan zijn broer Abdullah. Eenmaal bij zijn broer aangekomen, praatten ze bij en kwam het volgende gesprek tot stand:

    Abdullah: “Ik heb inmiddels Sherh-i Shemsî afgerond. Wat heb jij zoal gedaan?”

    Said: “Ik heb tachtig boeken doorgenomen.”

    Abdullah: “Hoe bedoel je?”

    Said: “Ik heb mijn studie afgerond en daarnaast nog enige boeken doorgenomen die niet bij de opleiding waren inbegrepen.”

    Abdullah: “Is dat zo? Dan ga ik je nu testen.”

    Said: “Ik ben er klaar voor; vraag me wat je wil.”

    Vervolgens overhoorde zijn broer hem. Tot zijn grote verbazing gaf Said op al zijn vragen correct antwoord, hoe ingewikkeld ze ook waren. Hij besefte dat zijn kleine broertje gewoonweg een geleerde was geworden. Zijn broertje die hij acht maanden geleden zelf nog doceerde, was nu op het niveau om hem les te kunnen geven. Vanaf toen besloot Moellah Abdullah om stiekem lessen te volgen van de jonge Said. Op een dag betrapten de leerlingen van Moellah Abdullah hem toen Said hem in een ontruimde kamer onderwees. Zijn leerlingen bespioneerden hen via het sleutelgat van de deur, waarna ze hem later vroegen waarom hij in het geheim met zijn broertje sprak. Uit schaamte hield de Moellah zijn leerlingen voor de gek door als volgt te antwoorden:

    “Ik ben bang dat straks iemand mijn broertje met een boos oog aankijkt. Daarom onderwijs ik hem in het geheim.”

    Nadat Said enige tijd met zijn broer had doorgebracht, besloot hij om Said Moellah Fethoellah te bezoeken. Toen hij bij hem aankwam, vroeg de Moellah hem welke boeken hij gelezen had. De Moellah begon boeken op te sommen, waarop Said telkens zei dat hij dat gelezen had. Uiteindelijk kon Moellah Fethoellah zijn verbazing niet meer bedrukken en zei:

    “Vorig jaar was je al gek. Ben je nog steeds gek?”

    Daarop zei Said:

    “Een mens kan een waarheid geheimhouden om zijn ego in toom te houden. Als het echter aankomt op het informeren van een leermeester die waardevoller is dan een vader, dan kan er slechts sprake zijn van niets behalve de onverholen waarheid. Als u wenst mag u mij overhoren over elk boek dat ik heb vermeld.”

    Hierop toetste Moellah Fethoellah hem, waarop Said foutloos en uitstekend antwoord gaf op al zijn vragen. Moellah Fethoellah bekende dat de jonge Said een uitzonderlijke intelligentie bezat. Hoe zat het echter met zijn herinneringsvermogen? Ook dat mocht hij testen van Said. De Moellah droeg Said op om enkele regels van Makamat-i Haririye te onthouden na ze twee keer gelezen te hebben. Het jonge wonderkind pakte een volledige bladzijde, las die eenmaal en reciteerde vervolgens de hele pagina uit zijn hoofd. Wederom raakte Moellah Fethoellah uiterst verrast en prees hem. De imam Ali Soeran, die een jaar geleden Said nog les gaf, was getuige van deze gebeurtenis waarop hij besloot om student te worden van zijn oude leerling.

    Vanaf dat moment begon Said alsmaar populairder te worden, omdat Fethoellah overal met lovende woorden over hem sprak. Deze ongewilde roem begon de aandacht van geleerden te trekken. Enkele geleerden besloten om een bijeenkomst te houden om hem op de proef te stellen. Tijdens die bijeenkomst ontdekten ze dat de jongeman zonder aarzeling perfect antwoord gaf op al hun vragen. Nadien konden ze niet anders dan bekennen dat het hoogbegaafde kind uiterst exceptioneel was. Het volk gaf Said de bijnaam “de vriend van ALLAH.”

    Nadat Said een goede Islamitische basis had gelegd, hield hij zich bezig met kennisleer die hij bijgebracht kreeg door grote geleerden als Seyyid Nur Mehmed, Sjeik Abdurrahman Tağî en Sjeik Mehmed Koefrewî. Vervolgens vertrok hij naar Van om daar vijftien jaar door te brengen. Daar benutte hij zijn tijd met het bezoeken van stammen om hen via kennisgeving te helpen met ontwikkelen. Hij voerde dialogen met de burgemeester van de gemeente Van en de bevolking, waaruit hij tenslotte concludeerde dat de oude Islamitische onderwijsmethode niet voldoende was voor de hedendaagse twijfels en vragen. Op basis van die conclusie besloot hij alle positieve wetenschappen te bestuderen. In een korte tijd had hij de kern geleerd van de laatste wetenschappen omtrent geschiedenis, geografie, wiskunde, geologie, natuurkunde, scheikunde, astronomie en filosofie. Deze kennis vergaarde hij niet via een docent, maar via zelfstudie.

    Wanneer Said een debat aanging met een geografiedocent, besteedde hij vooraf vierentwintig uur aan het bestuderen van een geografieboek, totdat hij het volledig uit zijn hoofd kende. De volgende dag legde hij vervolgens de geografiedocent het zwijgen op tijdens debatteren van kwesties die geografie aanbelangden. Daarna bestudeerde hij een andere wetenschap om vervolgens te debatteren met iemand die gespecialiseerd was in het desbetreffende vakgebied. Op deze wijze werd hij geleerd op alle benodigde wetenschappelijke vlakken. Deze methode paste hij niet toe om zichzelf te bewijzen, maar om zelf zeker te zijn van zijn kundigheid. Immers, als hij een geleerde op zijn eigen vakgebied zou overtreffen, zou hij zeker zijn van zijn kennis op het desbetreffende vakgebied.

    Geleerden uit omstreken die bekend werden met zijn onmetelijke wijsheid noemden hem wegens onder andere de voornoemde gebeurtenissen “Bediüzzaman”, oftewel “de weergaloze van zijn tijd”. Bediüzzaman had ondertussen ernorme kennis opgedaan na alle studies en bijeenkomsten die hij had bijgewoond. Aan de hand van zijn opgedane kennis omtrent Islam en moderne wetenschappen, ontwikkelde hij een unieke onderwijsmethode waarmee hedendaagse vraagstukken opgelost konden worden.

    Enkele punten die hij als levensprincipes aanhield, vielen in strijd met de denkwijze van de toenmalige geleerden. De volgende punten vielen onder andere onder die principes:

    - hij accepteerde van niemand een geschenk, loon of liefdadigheid;

    - hij stelde niemand een wetenschappelijke vraag, zelfs niet aan de grootste geleerden. In verband met dit zei hij “Ik ontken de kennis van geleerden niet, daarom stel ik hen ook geen vragen. Echter, mocht iemand twijfelen over mijn kennis, mag hij mij vragen wat hij wenst, ik zal hem antwoord geven.”;

    - zijn studenten verbood hij ook om geschenken, loon of liefdadigheden aan te nemen;

    - hij trouwde niet, waardoor er niets op aarde was wat hem aan haar bond. Zo kon hij vrij emigreren en handelen zoals zijn geloofsmissie van hem vergde.

    In de periode dat Bediüzzaman in Van verbleef, gaf de burgemeester Tahir hem Europese boeken om hem achteraf te overhoren. Hoewel Said destijds pas de Turkse taal begon te leren en niet op de hoogte was van de kennis in die Europese boeken, leerde hij in een korte tijd alle beduidende informatie die in de boeken vermeld stond. Zodoende werd hij een ingenieuze wereldmens die op de hoogte was van alle relevante kennis van deze tijd. Zijn uiteindelijke droom was de bouw van een universiteit genaamd “Zehrâ” in Bitlis die vergelijkbaar was met de bekende universiteit Al-Azhar in Egypte. De Oude Said richtte zich op het verwezenlijken van deze droom.

  • Voormalige Said

    Een uiterst beknopte biografie van de Voormalige Said

    Said was benieuwd naar het nieuws waarover burgemeester Tahir Paşa hem wilde informeren toen de burgemeester hem op een dag bezorgd benaderde met een krant in zijn hand. In de krant stond vermeld dat er tijdens een bijeenkomst van het parlement in Engeland de minister van de koloniale raad een Qur’an in zijn hand hield en de volgende uitspraak deed:

    “Zolang islamieten over dit boek beschikken, zullen we hen nooit kunnen overmeesteren. Wij moeten met al onze kunnen ofwel ploeteren om hen te ontdoen van de Qur’an, ofwel er voor zorgen dat ze een afkeer krijgen jegens de Qur’an.”

    Na het lezen van dit nieuws leek er een vulkaan in Said uit te barsten. Het feit dat vijanden van de waarheid het lef hadden om zich zo openlijk strijdig op te stellen tegen de grootste waarheid in het universum wakkerde een vurige ambitie bij hem aan. Daardoor deed hij in alle ernst de volgende belofte:

    “Ik zal aan de wereld bewijzen leveren die aantonen dat de Qur’an een spirituele zon is die nimmer zal uitdoven!”

    Op dat moment had hij zich voorgenomen om de rest van zijn leven te wijden aan het aantonen van de miraculeuze aspecten van de Qur’an. Aan de hand van onbetwistbare bewijzen dienden de monden van alle hekelaars permanent gesnoerd te worden. Zoals verkondigers van leugens valsheden over de wereld propageerden en ze als ziektes verspreidden, wilde hij gebruik maken van alle mogelijke middelen om authentieke geloofswaarheden – die als heling voor die ziektes dienen –over heel het aardoppervlak te verspreiden.

    Said had inmiddels tachtig boeken uit zijn hoofd geleerd. Daarnaast schaarde hij informatie omtrent de toenmalige toestand van de Islamitische wereld. In zijn jeugdjaren werd al duidelijk dat hij een ongeëvenaarde geleerde zou worden. Zoals zijn intelligentie met geen van zijn leeftijdsgenoten te vergelijken was, gold dat evenzeer voor zijn door God gegeven kennis en interpretatie rondom Qur’anische revelaties. Met een niveau van kennis en moraliteit dat zijn tijd ver vooruit was, bezat hij onwrikbare, bereidwillige en passievolle eigenschappen waarmee hij de wereld kon aantonen dat de Qur’an daadwerkelijk een onberispelijk mirakel is.

    De bouw van de universiteit Medrasetoe’z-Zehrâ zou een grote rol spelen in het verwezenlijken van zijn streven. Op basis van dat idee nam hij zich voor om terug te keren naar Istanbul om te beginnen aan de bouwplannen van de universiteit. Voordat hij vertrok, zei burgemeester Tahir:

    “Jij hebt bewezen dat je de geleerden uit het oosten overtroffen hebt. Echter, denk jij dat je ook in staat bent om de grote vissen in oceanische Istanbul uit te dagen?”

    Deze vraag zou spoedig beantwoord worden.

    Zodra Said Istanbul bereikte, nodigde hij alle geleerden uit om wetenschappelijke debatten te houden over allerlei soorten wetenschappen. In een korte tijd gaven menig geleerde gehoor aan zijn uitnodiging. Bij ieder debat werd elk gestelde vraag correct door hem beantwoord; ongeacht de complexiteit van de vraag of identiteit van de geleerde die de vraag stelde. Geen vraag bleef onbeantwoord. Zodoende wilde de jonge genie de aandacht van het volk richten op kennis en bewustzijn. Hoewel iemand in zijn positie alle kans liep om hoogmoedig te worden, koesterde moella Said een innige afkeer jegens pronkerij. Tevens walgde hij van geforceerdheid en pretentie. Aldus stelde hij zich niet arrogant op tegenover de mensen waarmee hij debatteerde; ongeacht de intelligentie of houding van degene tegenover zich. Tijdens een debat vielen zijn kennis, zelfvertrouwen en herinneringsvermogen buitengewoon op. Naast zijn kennis en moed bezat hij eigenschappen als oprechtheid en loyaliteit die minstens net zo sterk waren. Aan de deur van zijn verblijf in Istanbul had hij een bord gehangen waarop het volgende stond vermeld:

    “Elke kwestie wordt hier opgelost; iedere vraag wordt beantwoord. Hier worden echter geen vragen gesteld.”

    Zijn vlekkeloze manier van vragen beantwoorden werd alsmaar bekender. Deswege nam het aantal geleerden dat hem bezocht ook alsmaar toe. Bij menig geleerde gingen prijzenswaardige woorden rond betreffende zijn fraaie argumentaties. Said paste een ongekende beschrijvingsmethode toe die voor zowel het hart als het verstand als de ziel volledig overtuigend en bevredigend was.

    Tijdens zijn verblijf in de toenmalige hoofdstad reisde één van de bekende bestuurders van de universiteit Al-Azhar genaamd Sjeik Bahît langs Istanbul. De stedelijke geleerden die geen discussie van de jonge oosterling konden winnen, benaderden deze sjeik en stelden hem voor om Said uit te dagen voor een debat. Ze hoopten dat deze sjeik Said het zwijgen kon opleggen. Sjeik Bahît aanvaardde hun voorstel en wachtte op een kans om Said aan te spreken. Op een dag zag hij Said vanuit de moskee Aya Sofia lopen richting een theehuisje. De sjeik achtervolgde hem en nam plaats op een stoeltje naast Said. Vervolgens stelde hij Said de volgende vraag:

    “Wat is uw mening over Europa en hoe denkt u over de Ottomanen?”

    Via deze vraag probeerde de Sjeik niet de kennis van Said, maar zijn inzicht en beoordelingsvermogen in te schatten. Het antwoord van Said daarop was:

    “Europa is in verwachting van islamieten; ooit zal het hen verwekken. Het Ottomaanse rijk is in verwachting van Europeanen; ooit zal het hen verwekken.”

    Daarop gaf de sjeik de volgende opmerking:

    “Met deze jongeman valt niet te discussiëren. Ik deel zijn mening. Echter, deze mening op een dusdanig bondige en eloquente wijze verwoorden kan enkel en alleen gedaan worden door ‘Bediüzzaman’.”

    Destijds was Said van mening dat de Islam het best gediend kon worden via de politiek. Deswege paste hij omwille van Islam politieke tactieken toe bij zijn handelingsmethode. Toentertijd was voor hem nog niet helder dat, in tegenstelling tot het zijn toegepaste principe “de politiek als instrument hanteren voor de Islam”, het verdorven principe “de Islam als instrument hanteren voor de politiek” sterker zou gaan heersen.

    Hij werd lid van een vereniging die door enkele strijdvaardige broeders was opgericht onder de naam “Ittihâd-i Mohammedî” oftewel “Vereniging rondom Mohammed”. In een korte periode breidde die vereniging zich enorm uit. Naar aanleiding van één column van Said voegden vijftigduizend leden uit Izmit en Adapazari zich toe aan de vereniging. In Islamitische kranten schreef hij menig column over misvattingen over vormen van vrijheid en leefmethoden die stroken met de religie. Deze columns waren uitzonderlijk mooi en overtuigend geschreven. Zowel het gewone volk als geleerden en politici trokken lering uit deze columns, waarin zinnen zoals het volgende stonden geschreven:

    “Als we een parlementaire monarchie, die strookt met de vrijheid van de Sharia, afwijzen en daar niet naar streven, zal monarchie verloren gaan en een dictatoriaal gezag daarvoor in de plaats komen.”

    De Joodse opperrabbijn Karasso leefde destijds ook in Istanbul. Hij was lid van een geheime organisatie die ijverde om de Islamitische invloed op het volk ongedaan te maken. Ook speelde hij een belangrijke rol in de verwoesting van het Ottomaanse rijk. Op een dag besloot hij om een gesprek aan te gaan met Said om hem voor zich te winnen, zodat hij hem als instrument voor zijn doel kon gebruiken. Hij vond Said, waarna ze samen een kamer betraden en een gesprek tussen hen tot stand kwam. Kort nadat ze de kamer betraden, stormde hij opeens paniekerig de kamer uit. In een bedremmelde toestand maakte de opperrabbijn zijn nederlaag met de volgende woorden bekend:

    “Als ik nog ietsje langer met hem had doorgebracht, zou hij mij overtuigen om moslim te worden!”

    Enige tijd later brak het bekende ‘voorval van 31 maart’ uit. Eén van de hoofdpunten van dit voorval was de opstand van de partij “eendracht en voortgang” tegen het toenmalige sultanaat. Deze opstand leidde er uiteindelijk toe dat sultan Abdulhamid van zijn troon werd verstoten. De opstandelingen noemden deze strijd “de strijd voor waardigheid”. Met materialisme als uitgangspunt smeedden enkele sluwe individuen plannen om het volk te doen afzien van zijn religieuze leefwijze. Uitspraken als “Religie hindert vooruitgang” werden als slogans gebruikt om in mensen areligieuze gedachten op te wekken. Dankzij steun van Groot Brittannië kreeg de partij van eendracht en vooruitgang uiteindelijk de macht. Iedereen die tegen die partij in opstand kwam werd geëxecuteerd.

    Said Nursî behoorde tot degenen die voor het gerechtshof werden geroepen. Voordat ze hem voor het gerechtshof riepen, hadden ze circa vijftig imams terechtgesteld en opgehangen omdat ze voorstanders waren van de heilige Sharia. Uit de ramen van het gerechtshof kon de tuin worden bezichtigd waarin de geëxecuteerde imams aan galgen hingen. Zodoende dachten ze vrees in te kunnen boezemen bij Said. Toen de rechtszaak van Said van start ging, vroeg raadsheer pasja Hurşid dan ook meteen met een dreigende toon:

    “Dus jij bent ook voorstander van de Sharia?”

    Daarop zei Said:

    “Al bezat ik duizend zielen, dan nog zou ik ze allen opofferen omwille van één waarheid van de Sharia! Immers, de Sharia is de bron van geluk, evenals de essentie van rechtvaardigheid en deugd. Echter, niet op de wijze zoals de opstandelingen die vertegenwoordigen.”

    Terwijl iedereen verwachtte dat Said net zoals de overige imams geëxecuteerd zou worden wegens zijn heldhaftige verdediging, werd hij vrijgesproken. De pers drukte zijn verdediging en bracht deze tweemaal uit, waardoor iedereen te weten kwam over zijn verdediging. Zonder dankbetuiging voor zijn vrijspraak verliet Said het gerechtshof, liep met een grote menigte achter zich de straten op en schreeuwde vanaf Bayezid tot aan Sultan Ahmed uit:

    “Lang leve de hel voor de tirannen! Lang leve de hel voor de tirannen!”

    Na deze gebeurtenis zou hij niet veel tijd meer doorbrengen in Istanbul; hij keerde terug naar Van. Daar bezocht hij telkens stammen om hen bij te brengen over sociale en moderne wetenschappen. Gedurende die periode schreef hij het boekje “Munâzarât”, waarin er via een vraag/antwoord methode menig kwestie wordt behandeld.

    Een tijdje later vertrok hij naar Damascus, waar hij op aandrang van geleerden een toespraak hield voor een menigte van circa tienduizend mensen. Honderden geleerden bevonden zich onder de aanwezigen. Deze toespraak hield hij in Omajjaden-moskee. Zijn toespraak werd dusdanig gewaardeerd door de aanwezigen, dat die als klein boekje gedrukt werd onder de naam “De toespraak in Damascus”.

    In deze toespraak werden onder andere de volgende punten behandeld:

    - de bron van de geestelijke en materiële ziektes van moslims;
    - de reden waarom moslims blootstaan aan rampen en gevangenschap;
    - de oplossing voor de voornoemde problemen;
    - hoe de Islam in de toekomst zal zorgen voor de grootste zowel materiële als geestelijke ontwikkeling;
    - de wijze waarop Islamitische modernisering uiterst opzienbarend zal uitbreiden;
    - hoe alle onzuiverheden gereinigd zullen worden dankzij de Islam.

    Tevens werden in die toespraak de volgende zes ziektes beschreven, welke tot middeleeuwse achterstand resulteerden:

    - hopeloosheid die onder de moslims is opgewekt;
    - oprechtheid die gestorven is binnen het sociaal-politieke leven;
    - liefde die gekoesterd wordt voor vijandschap;
    - Onachtzaamheid omtrent lumineuze aspecten die gelovigen met elkaar verbinden;
    - Verscheidene vormen van onderdrukking die als besmettelijke ziektes blijven toenemen;
    - Bereidwilligheid die slechts gericht is op persoonlijk gebaat.

    Daaropvolgend worden de medicijnen voor deze ziekten uitgebreid omschreven.

    Na zijn bezoek in Damascus keerde hij wederom terug naar Istanbul. Zodra hij Istanbul bereikte, kreeg hij te horen dat er een plan was gemaakt om een grote Islamitische universiteit in Kosovo te openen. Meteen overtuigde Said de sultan en enkele machthebbers dat er in Oost-Turkije meer behoefte was aan een dergelijke universiteit. Oost-Turkije fungeerde immers als het centrum van de Islamitische wereld. Aldus werd besloten om een universiteit in het oosten te openen. Vervolgens brak meteen daarna de Balkanoorlog uit en werd de locatie in Kosovo, waarop ze voorheen de universiteit wilden bouwen, bezet. Derhalve diende Said een verzoek in om de negentienduizend goudmunten,welke verzameld waren voor die universiteit, te gebruiken voor de universiteit die hij in Van wilde vestigen. Zijn verzoek werd ingewilligd, waarna hij vertrok naar Van.

    Aan de oever van het grote meer van Van begonnen ze te werken aan de fundamenten van de universiteit. Echter, nog voordat de fundamenten gevestigd waren, werden ze gedwongen om de bouw stop te zetten; de eerste wereldoorlog brak namelijk uit. Said had zijn studenten al in de winter opgedragen om zich voor te bereiden op een grote ramp die hen te wachten stond. De desbetreffende ramp bleek dus de eerste wereldoorlog te zijn.

    Said bekleedde meteen de functie van een vrijwillige regimentscommandant. Nieuws rondom de heldhaftige strijden die zij leverden ging snel rond. Vele hooggewaardeerde individuen, waaronder Enver Pasja en de generaal, uitten lovende woorden over hun buitengewone veldslagen. Op de slagvelden werd wederom duidelijk dat Said geen angst kende. Daarnaast werd zijn oprechtheid omtrent liefde voor de verspreiding van geloofswaarheden ook helder. Want hoewel hij en zijn mannen continu in levensgevaar verkeerden en de kogels als het ware om hun oren vlogen, droeg hij Moellah Habib op om hetgeen hij voordroeg op te schrijven. Terwijl Said tijdens veldtochten en aftochten geloofswaarheden soms te voet en soms te paard voordroeg, legde Moellah Habib ze vast op papier. Zodoende kwam er een meesterwerk onder de naam “Işârâtoe’l-I’djâz” tot stand. Zelfs de grootste doodsgevaren weerhielden Said niet van zijn levensmissie. Destijds hield hij tijdens het voordragen van desbetreffende geloofswaarheden slechts rekening met zijn studenten, die uiterst intelligent en scherpzinnig waren. Hij had zich immers nooit kunnen voorstellen dat er een dag zou komen waarop dat meesterwerk gedrukt zou worden en moslims over de hele wereld er lering uit zouden trekken. Aldus zette hij op een uiterst bondige wijze vele Qur’anische mirakelen uiteen. Uiteraard speelden de toenmalige omstandigheden ook een rol in zijn bondige beschrijvingsmethode. Omdat ze daarnaast elk moment gereed waren om de aarde als martelaren te verlaten,werd dat meesterstuk ook met een ultieme oprechtheid geschreven. In zijn latere jaren vermeldde hij dat hij niets aan dat boek zou veranderen, aangezien het met een zuivere oprechtheid was geschreven. Aldus is het boek exact zo gebleven als hoe het op het slagveld is geschreven. Over dit boek zwoer fatwageleerde Emin Ali Riza dat het een waarde had van duizend Qur’anische exegeses. Met Gods verlof zal er een tijd komen dat er mensen zijn die dat boek volledig zullen bevatten.

    Nadat “Işârâtoe’l-I’djâz” was afgeschreven, werd de schrijver Moellah Habib met nog twintig andere studenten van Said martelaar in Van. Tijdens die oorlog doodden de Armeniërs zo nu en dan kinderen van moslims die ze te pakken kregen. Said bevond zich met zijn regiment in een stad waar duizenden Armeense kinderen heen werden gestuurd. Als wraak op de moslim kinderen die de Armeniërs hadden vermoord, wilde menig soldaat de Armeense kinderen doden. Said beval de soldaten echter om de kinderen niet te doden, maar vrij te laten en terug te zenden naar hun families die zich bij de Russen bevonden. Nadat vele Armeense ouders verenigd werden met hun kinderen, schaamden de Armeniërs zich voor hun gepleegde kindermoorden. Ze stonden versteld van de Islamitische mentaliteit en beloofden daarop het volgende:

    “Aangezien Moellah Said onze kinderen heeft gespaard en ze aan ons terug heeft geschonken, zullen wij van nu af aan ook geen moslimkinderen meer doden.”

    Zodoende zorgde Said ervoor dat duizenden kinderen gered werden van een gruwelijk noodlot.

    Naarmate de oorlog zich ontwikkelde, drongen de Russen de plaatsen Van en Muş binnen. Vervolgens vielen ze met drie legers Bitlis aan. De burgemeester van Bitlis gaf de volgende mededeling aan Said:

    “We hebben nog één bataljon over en iets van tweeduizend vrijwilligers. We zijn gedwongen om ons terug te trekken.”

    Daarop zei Said:

    “Vanuit heel het land vlucht het volk naar Bitlis. Alle bezittingen, vrouwen en kinderen zullen in de handen van de vijand belanden als we ons terugtrekken. We zijn verplicht om enkele dagen tot onze laatste ademstrijd te leveren.”

    Vervolgens deelden de aanwezigen het volgende mee aan Said:

    “Muş is veroverd. Onze soldaten proberen dertig kanonnen te kapen en hierheen te smokkelen. Als jij met je vrijwilligers die kanonnen kunt kapen, dan kunnen we enkele dagen weerstand bieden met die kanonnen. Bijgevolg kan het volk worden gered.”

    Said antwoordde:

    “Dan zal ik óf sterven, óf die kanonnen hierheen halen.”

    Met de leiding over driehonderd vrijwilligers marcheerde de vreesloze Said in de avond richting de kanonnen. De vijandelijke commandant die de leiding had over het bataljon met de kanonnen werd benaderd door een berichtgever die Said en zijn soldaten van veraf had opgemerkt. Hij meldde het volgende bericht aan de commandant:

    “De vrijwillige commandant die Bitlis verdedigt, marcheert met drieduizend man onze kant op, samen met duizend man van Musa vanuit de andere kant om hun kanonnen terug te kapen.”

    Deze extreem opgeblazen melding boezemde zoveel angst in bij de vijandige commandant, dat hij de kanonnen achterliet. Vervolgens kon Said met zijn driehonderd vrijwilligers moeiteloos alle kanonnen kapen. Het laatste kanon nam hijzelf samen met twee vrijwilligers mee naar Bitlis. Zodoende zorgde hij ervoor dat de dertig kanonnen de stad konden verdedigen en ze enkele dagen weerstand konden bieden. Die dagen waren voldoende om alle burgers en bezittingen veilig te stellen. Tijdens die verdediging droeg Said geen harnas om zodoende de vrijwilligers moed in te boezemen. Hij liep rond in jagerskledij, besteeg af en toe zijn paard en liet hem door het chaotische slagveld galopperen waarop geweerschoten en kanonskogels overal rond knalden. Op dat moment voelde hij slechts vrees voor de oprechtheid van zijn intentie. Hij twijfelde of hij wel martelaar zou worden als hij gesneuveld werd, omdat er misschien een vorm van pronkerij in zijn manier van handelen schuilde. Hier kwam juist wederom zijn oprechtheid naar voren, want hoewel de meesten vreesden voor hun leven, vreesde Said slechts of zijn oprechtheid wel puur was, omdat hij zijn mannen moed wilde in boezemen door zo het slagveld op te gaan.

    In die situatie werd Said getroffen door vier schoten. Die schoten deden hem echter niet terugdeinzen of zijn jagerskledij doen laten vervangen met een harnas. De burgemeester hoorde hierover en zond een bericht naar Said waarin hij meldde dat hij zich diende terug te trekken. Said zei echter:

    “De schoten van deze godloochenaars zullen mij niet doden!”

    Toen de nacht aanbrak, waren de burgemeester, het volk en vele vooraanstaande individuen veiliggesteld. Daarop trokken alle soldaten en vrijwilligers zich terug. Alleen Said en enkele van zijn opofferingsgezinde studenten bleven achter om henzelf op te offeren voor de veiligstelling van de achtergebleven slachtoffers. In de ochtend brak de strijd uit. Bijna al zijn studenten werden martelaren. Nadat ze zich uiteindelijk op een buitengewone wijze door drie vijandelijke troepen heen wisten te werken, waren ze nog maar met drie man over. Said was gewond, zijn enkel was gebroken. In een dergelijke toestand konden ze geen grote afstand verleggen. Na enige tijd troffen ze boven een plas een schutting aan. Ze betraden die schutting en brachten daar drieëndertig uur door. De vijand was erg dichtbij. Desondanks was Said uiterst ontspannen. Ook was hij van binnen zeer opgetogen omdat het volk was veiliggesteld. Met de volgende woorden stelde hij ook zijn studenten gerust:

    “Pas op het moment dat er een grote groep soldaten tegenover ons staat, gaan we onze wapens gebruiken. We gaan onze levens niet voor weinig prijsgeven; we gaan geen kogels aan enkele soldaten verspillen.”

    Echter, hoewel zij de Russische soldaten moeiteloos konden zien, konden de Russische soldaten hen maar niet signaleren. Bovendien waren de soldaten ook nog eens speciaal naar hen op zoek. Goddelijke Gratie stond niet toe dat ze gesignaleerd zouden worden door de vijand. Tenslotte zei Said tegen zijn dappere vrijwilligers:

    “Mijn vrienden, jullie hoeven niet langer bij mij te blijven! Ik ben tevreden over jullie. Het recht dat ik over jullie heb, verklaar ik halal. Laat mij maar achter, probeer te ontsnappen; red jullie zelf.”

    Hun reactie maakte echter duidelijk wiens studenten zij waren. Ze zeiden:

    “We kunnen u niet in deze staat achterlaten. Mochten we martelaren worden, dan willen we dat onder uw dienst worden.”

    Aldus bleven ze bij hun leermeester. Na een tijdje werden ze levend gevonden door de Russen. Deze namen hen als krijgsgevangenen mee naar het gevangenkamp. Tijdens hun verblijf daar werd op een dag het gevangenkamp bezocht door de bekende grootvorst Nicholas Nikolaevich. Deze grootvorst bekleedde de functie van een generaal. Hij kwam de krijgsgevangenen inspecteren. Terwijl deze extreem strenge generaal langs de gevangenen liep, stond iedereen uit respect voor hem op. Iedereen begroette hem, behalve één man bleef zitten en trok zich niks van de inspectie aan. De gerespecteerde grootvorst stoorde zich hier enorm aan. Met de gedachte dat Said hem wellicht niet had herkend, liep hij weer terug. Toen hij weer langs Said liep, en Said hem wederom totaal geen aandacht schonk, liet de generaal een vertaler roepen. Via de vertaler kwam vervolgens het volgende gesprek tussen Said en Nicholas tot stand:

    Nicholas:

    “Heeft hij mij niet herkend?”

    Said:

    “Jawel, hij is Nicholas Nikolaevich.”

    Nicholas:

    “Dus u beledigt het Russische leger en daarmee de Tsaar van Rusland!”

    Said:

    “Ik beledig niemand! Ik ben een Islamgeleerde. Een gelovige is waardevoller dan iemand die onbekend is met de Hoogste Gerechtigde. Aldus kan ik niet voor u overeind staan.”

    Hierop droeg de generaal op om Said per direct voor het Gerechtshof te slepen. Medegevangenen adviseerden Said om zijn verontschuldiging aan te bieden om cruciale consequenties te vermijden. Said wees hun voorstel trots af met de volgende reactie:

    “Hun doodsvonnis geldt voor mij slechts als een paspoort voor mijn reis naar de eeuwigheid.”

    Het gerechtshof bepaalde zijn terechtstelling. Hij zou een militaire executie krijgen. Deze werd destijds als volgt uitgevoerd: de terechtgestelde wordt enkele meters tegenover een soldaat geblinddoekt, waarna de soldaat zijn geweer op de terechtgestelde richt en op commando vuurt. Ze vroegen aan Said of hij nog een laatste wens had. Hij maakte kenbaar dat hij twee rakaat wenste te bidden voor de executie. Zijn wens werd ingewilligd. Om de trots van Islam hoog te houden, voerde hij dat gebed vlot uit, zodat er geen uitspraken als “Hij bidt langzaam omdat hij bang is voor de dood” gedaan konden worden. Nadat Said klaar was met bidden, ging hij uit zichzelf tegenover de soldaat staan die de executie uit zou gaan voeren. Toen ze hem wilden blinddoeken, weigerde Said de blinddoek en duwde deze met zijn hand weg. Met open ogen stond hij met zijn borst vooruit tegenover de soldaat die hem zou moeten executeren. Terwijl Said zijn ogen richtte op de soldaat, richtte de soldaat zijn geweer op Said en wachtte op het vuursein. Geen greintje angst of lafheid was van Said af te lezen. Nicholas keek verwonderd toe en onderbrak opeens de executie. Hij beval de soldaat zijn geweer te laten zakken en zei tegen Said:

    “Het is tot mij doorgedrongen dat u hebt gehandeld volgens de richtlijnen van uw religie, omwille van hetgeen heilig voor u is. Aanvaard mijn excuses, vergeef mij.”

    Op deze wijze werd de terechtstelling van Said ingetrokken.

    Said spendeerde twee jaar in Siberië als krijgsgevangene. Ook daar benutte hij al zijn tijd slechts aan het uiteenzetten en verklaren van geloofswaarheden aan zijn medegevangen. In die tijden was er geen hoop voor gevangenen die gedeporteerd werden naar Siberië; ze kwamen namelijk nooit meer terug. Desondanks lukte het Said om na twee en een half jaar te ontsnappen uit het gevangenenkamp. Via Petersburg reisde hij naar Warschau en kwam uiteindelijk weer aan in Istanbul. Hij wilde niet veel kwijt over deze ontsnapping. Zijn Heer had hem immers een wonderbaarlijke vlucht geschonken waarmee hij niet wilde pronken. Dergelijke wondertekenen leidden er vaak toe dat mensen zich bonden met individuen die soortgelijke wondertekenen meemaakten. Aldus wilde hij het volk ervan vermijden zich te binden met Said omwille van wondertekenen.

    Het volk was uitermate verblijd met zijn wederkomst. Meteen stelden ze hem kandidaat als bestuurslid van de toenmalige Sjeig’oel-Islam onder de naam Daroe’l-hikmetoe’l-Islamiyyeh. Deze vereniging diende als een Islamitische academie die was opgericht door leden als Mehmet Akif, Ismail Hakki en Elmali Hamdi. Hoezeer Said een dergelijke functie ook niet wilde bekleden, zijn vrienden stonden een weigering niet toe. Degenen die hem kenden wisten dat Said de dood in ogenschouw nam voordat hij handelde. In zulke kritieke tijden was er een uiterste behoefte aan een dergelijk dapper individu dat zou sterven voor zijn missie. Zonder zich in te houden schreef Said allerlei teksten die het volk wakker schudden uit zijn slaap van onachtzaamheid. Zijn aanwezigheid vormde één van de hoofdoorzaken waarom enkele huichelaars, westerlingen en dwarsliggers geen invloed konden uitoefenen op de vereniging.

    Buiten de Qur’an om bevonden zich nooit andere boeken bij Said. Toen ze hem daarop aanspraken, reageerde Said daar als volgt op:

    “Ik zuiver mijn denkwijze van alles om mijn begrip op basis van de Qur’an af te stemmen.”

    De oorlog had Said erg beïnvloed. Toen ze hem ook daarop aanspraken, zei Said:

    “Mijn eigen leed heb ik doorstaan. Echter, de pijn die voortkomt uit de ellende die de Islamitische wereld ervaart, raakt mij. Ik verneem dat de aanslagen die op de Islamitische wereld worden gepleegd als eerste mijn hart treffen. Daarom ben ik zo beïnvloed. Echter, ik zie dat er een licht zal verschijnen dat met Gods verlof al mijn pijn zal doen vergeten.”

    Enige tijd later werd Istanbul door westerlingen bezet. Tijdens de bezetting kregen de Islamitische geleerden zes vragen voorgelegd door de Anglicaanse kerk. Omdat Said nog deel uitmaakte van de vereniging, benaderden ze hem met die vragen. Said zou later het volgende vermelden betreffende deze gebeurtenis:

    “Eens toen de Engelsen de kanonskogels van Istanbul wisten te overmeesteren en Istanbul hadden bezet, stelde de opperpriester van de grootste kerkgemeenschap van dat land “de Anglicaanse kerk” zes religieuze vragen aan de Islamitische geleerden. Omdat ik destijds lid was van Daroe’l-Hikmeti’l-Islamiyyeh vroegen ze aan mij of ik die vragen kon beantwoorden. De opperpriester liet weten dat hij verwachtte dat zijn zes vragen met maximaal zeshonderd woorden beantwoord zouden worden. Mijn reactie daarop was: ‘Ik beantwoord hun vragen niet met zeshonderd woorden, niet eens met zes woorden, en zelfs niet met één woord, maar met één spuug! Want zoals jullie zien komt hun opperpriester arrogant boven ons staan zodra ze hun voet op onze keel geplaatst hebben en begint vragen te stellen. Als tegenreactie dienen wij te spugen in hun gezicht. Spuug in de genadeloze gezichten van die tirannen!’”

    Na de bovengenoemde reactie die hij destijds gaf, bracht Said een artikel uit genaamd “Zes schreden” waarin hij felle uitlatingen tegen Engeland had vastgelegd. Dit artikel bereikte al gauw de hoofdcommandant van Engeland, die zich op dat moment ook in Istanbul bevond. Alsof dit artikel de hoofdcommandant al niet furieus genoeg maakte, meldden ze hem daarenboven dat Said met hart en ziel totaal tegen hem was en hem als aartsvijand beschouwde. De commandant wilde hem meteen terechtstellen. Echter, als hij Said zou terechtstellen, zou heel Oost-Turkije eeuwige vijandschap koesteren jegens Engeland. Zodoende zag hij met enorme tegenzin af van de terechtstelling.

    De regering in Ankara kreeg al het goede nieuws te horen omtrent Said en zijn dappere handelingen in Istanbul. Op basis daarvan nodigden ze hem uit naar Ankara. Er werd hem driemaal in het geheim een uitnodiging gezonden door M. Kemal, alias degene die later door enkele individuen onterecht “Ataturk” zou worden genoemd. Telkens gaf Said de volgende reactie op de uitnodigingen:

    “Ik wil strijd leveren in een dreigend gebied. Ik hou er niet van om achter schermen te vechten. Hier heerst er meer gevaar dan in het binnenland.”

    Tenslotte nodigde zijn oude vriend Tahsin Bey, voormalige burgemeester van Van, hem uit. Omwille van hun vriendschap aanvaardde hij de uitnodiging. In Ankara werd Said met een staande ovatie onthaald. Nadat hij enige tijd had doorgebracht in Ankara, zag hij echter niet de situatie die hij hoopte te zien. In Ankara namen ze de Islam niet meer zo serieus; ze keken meer op tegen het westen. Islamitische principes werden middeleeuws beschouwd. Zodoende besloot Said een verzoek te schrijven naar de regering. In dat verzoek spoorde hij iedereen aan tot de uitvoering van de vijf geboden gebeden. De ernst achter de naleving van de Islam lichtte hij toe, met de nadruk op de vijf geboden gebeden. Kazim Karabekir las dat verzoek op voor M. Kemal.

    Dankzij dat verzoek begonnen zestig parlementsleden vijfmaal per dag te bidden. Hoewel de kleine gebedsruimte voorheen voldoende was voor de enkele leden die baden, was ze nu te klein geworden. Zodoende maakten ze een grote kamer van het parlementsgebouw vrij om er een grote gebedsruimte van te maken. Hoewel de meeste parlementsleden waren begonnen aan de uitvoering van de geboden gebeden, waren er nog enkele parlementsleden die een verborgen afkeer jegens de Islam koesterden. Omdat het verzoek van Said werd voorgedragen aan alle parlementsleden, generaals en geleerden, ontstonden er heftige discussies. Op een dag, tijdens een gedachtewisseling in de aanwezigheid van circa zestig parlementsleden, sprak M. Kemal Said als volgt aan:

    “Wij hebben behoefte aan een heldhaftige imam zoals jij. Wij hebben u uitgenodigd tot het parlement om te profiteren van uw hooggewaardeerde meningen. U daarentegen bent gekomen en hebt aanvankelijk een heel tekst omtrent het gebed geschreven. Door u is er tweedracht tussen ons ontstaan.”

    Daarop gaf Said enkele logische verklaringen, waarna hij zag dat M. Kemal zich er niet veel van aantrok. Met vurige woede wees hij vervolgens met twee vingers naar de ogen van M. Kemal en schreeuwde het volgende uit:

    “O pasja! Na de geloofsfundamenten bestaat de grootste waarheid volgens de Islam uit het gebed! Hij die zijn gebeden nalaat is verraderlijk. Het oordeel van een verraderlijk figuur is ongeldig!”

    Terwijl de aanwezigen verwachtten dat M. Kemal hem na een dergelijk felle reactie zou bestraffen, bood M. Kemal herhaaldelijk zijn excuses aan en zei dat hij niet zichzelf was.

    Tijdens zijn verblijf in Ankara besefte Said via overleveringen van de profeet dat één van de sleutelfiguren die gedurende het einde der tijden zou verschijnen, present was in het parlement. Een overlevering die onder andere meldt over het einde der tijden luidt:

    “Mochten jullie het einde der tijden bereiken, dan dienen jullie te beseffen dat de vijanden van Islam niet overwonnen kunnen worden via politieke operaties. Zij kunnen slechts bestreden worden via Qur’anische lichtstralen die fungeren als een spiritueel zwaard.”

    Op dat moment besefte Said dat hij een einde moest brengen aan zijn politieke leven. De gedachtegang van de Voormalige Said behoorde een nieuwe wending te nemen; er moest plaats vrij gemaakt worden voor de Nieuwe Said. Zijn onwrikbare overtuiging leidde tot absolute overgave aan profetische overleveringen. Deswege wees hij alle voorstellen van alle parlementsleden af. M. Kemal bood hem onder andere aan om de hoofdpredikant van het oosten te worden, hij mocht een villa naar wens kiezen en hem werd een belachelijk hoog salaris aangeboden, maar al hun voorstellen zou de vastberadenheid van de grootste moedjeddied niet op zijn minst verroeren; al zouden ze miljoenen malen aantrekkelijkere voorstellen doen.

    Totdat Said de trein die hem van Ankara zou scheiden bereikte, liepen mensen nog met hem mee om te trachten hem alsnog over te halen. Hun pogingen eindigden tevergeefs. Hij stapte in de trein richting Van. In zijn latere jaren zouden enkele moslims hem bekritiseren om zijn keuze die hij in Ankara had genomen. Volgens hen zou hij de Islam beter hebben gediend als hij het voorstel in Ankara had aanvaard. Daarop gaf Said het volgende antwoord:

    “Als ik dat voorstel had aanvaard, dan zou de Risale-i Nur, oftewel de Qur’anische Exegese die voor niets als instrument kan dienen, aan niets onderhevig kan zijn en het geheim van oprechtheid belichaamt, niet zijn verschenen.”

    In Van, aan de bergkant van Erek tegenover de waterbron Zernabad, begon hij zijn leven in een grot te leiden waarin de Voormalige Said overleed en de Nieuwe Said werd geboren.

  • Nieuwe Said

    Binnenkort

  • Het Vierde Woord

    Indien je zo bevattelijk als de som “twee plus twee is vier” volledig wil begrijpen hoe waardevol en belangrijk het weinig vergende, eenvoudig uit te voeren gebed is, en hoe dwaas en benadeeld degene is die zijn gebeden nalaat, kijk dan naar deze parabel.

    Eens gaf een grote heerser vierentwintig goudstukken aan twee van zijn dienaren en stuurde hen naar een uniek en schitterend landhuis dat zich op een afstand van twee maanden bevond, opdat ze daar konden wonen. Voordat ze vertrokken, beval hij hen het volgende:

    “Besteed deze munten aan een biljet en aan reiskosten. Koop er daarnaast spullen mee die benodigd zijn voor jullie verblijf dat zich op de eindbestemming bevindt. Op een dag afstand is een station gevestigd. Daar bevinden zich auto’s, boten, treinen en vliegtuigen. Naargelang de omvang van het kapitaal dat men bezit, kan één van die vervoermiddelen betreden worden.

    Na deze instructies begonnen de twee dienaren aan hun tocht. De ene was fortuinlijk en maakte onderweg naar het station enkele kosten. Met die kosten dreef hij echter een dusdanig gunstige handel, dat zijn heer er vergenoegd om raakte en zijn kapitaal duizendmaal in waarde steeg.

    De andere dienaar daarentegen was ellendig en dwaas. Hij had drieëntwintig van zijn goudstukken verspild toen hij het station bereikte. Hij had zijn kapitaal verkwist aan zaken zoals gokken en hield uiteindelijk nog maar één goudstuk over. Zijn vriend sprak hem daar als volgt op aan:

    “Besteed op zijn minst dit muntstuk aan een reisbiljet, opdat je deze lange weg niet te voet en op lege maag hoeft af te leggen. Bovendien is onze heer vrijgevig; misschien zal hij je genadig zijn en jou je misstap vergeven. Ook jou zullen toelaten in het vliegtuig, waarna we onze vaste verblijfplaats in één dag kunnen bereiken. Anders zul je gedwongen zijn om de reis in twee maanden door de woestijn, op lege maag, te voet en in je eentje af te leggen.”

    Als deze man koppig zou doen en zijn ene muntstuk niet zou besteden aan een biljet – hetgeen als een sleutel van een schat dient – maar zou spenderen aan tijdelijk vermaak, zou dan zelfs de onredelijkste mens niet beseffen dat die man uiterst krankzinnig, hopeloos en ellendig is?

    Voorwaar, o verwaarlozer van gebeden! En o mijn ego dat het gebed onderwaardeert!

    Die heerser representeert onze Heer, onze Schepper. Wat betreft die twee reizigers in dienst: de ene symboliseert een religieuze die zijn gebeden hartstochtelijk verricht, de andere symboliseert een onachtzame verwaarlozer van gebeden. Die vierentwintig goudstukken staan voor de dagelijkse vierentwintig levensuren. Dat unieke landhuis symboliseert het paradijs. Dat station vertegenwoordigt het graf. Die reis representeert de weg van de sterveling die loopt langs het graf, door de opstanding, naar de eeuwigheid. Naargelang iemands daden en Godsvrees, kan die weg in verscheidene klassen worden afgelegd. Enkele Godvrezende gelovigen kunnen als een bliksemflits een afstand van duizend jaar afleggen in een dag. Daarenboven kunnen sommigen zo snel als het inbeeldingsvermogen een afstand van vijftigduizend jaar afleggen in een dag. De Hoogwaardige Qur’an verwijst in twee verzen naar deze werkelijkheid. Dat biljet staat voor het gebed. Een enkel uur is voldoende voor de wassing en de vijf dagelijkse gebeden.

    Men kan wel bedenken hoeveel verlies een mens lijdt, hoeveel onrecht hij zijn ziel aandoet en hoe onverstandig hij handelt als hij zijn drieëntwintig uur spendeert aan dit vluchtige aardse leven, terwijl hij één enkel uur niet besteedt aan het aanhoudende, eeuwige leven. Indien iemands verstand het aanvaardt om de helft van zijn bezitting te spenderen aan een lotto waaraan duizend mensen deelnemen – hoewel de kans op winst één op duizend is – zou iemand die zichzelf verstandig acht toch moeten inzien hoe onverstandig het is om één van zijn vierentwintig bezittingen niet uit te geven aan een eeuwige schat waarvan de kans op winst negenennegentig procent is?

    Het gebed herbergt tevens een grote rust voor de ziel, het hart en het verstand. Ook vergt het maar weinig inspanning van het lichaam. Met de juiste intentie zullen de overige geoorloofde wereldse handelingen van degene die zijn gebeden verricht bovendien als Godsdienstoefeningen gelden. Op deze wijze kan het hele levenskapitaal in het hiernamaals worden geïnvesteerd en het vergankelijke leven enigerwijs in een eeuwig leven worden omgezet.

  • Beoordelen

    Een satanische misleiding die het sociale leven van de mens verstoort, bestaat uit het volgende: met één enkele zonde van een gelovige bedekt hij al zijn weldaden. Mensen zonder geweten die gehoor geven aan deze satanische misleiding, koesteren vervolgens vijandschap jegens die gelovige.

    Echter, als de Hoogste Gerechtigde gedurende de dag des oordeels met pure rechtvaardigheid de ultieme balans opmaakt van iemands daden en de verantwoordelijkheid daarvoor, dan doet Hij dat op basis van de dominantie of het onderwicht van weldaden ten opzichte van wandaden. Wandaden bevatten bovendien vele aanleidingen en zijn eenvoudig realiseerbaar. Derhalve kan één enkele weldaad menig zonde bedekken. Aldus dient er op deze wereld op basis van die Goddelijke Gerechtigheid gehandeld te worden. Als iemands weldaden zijn wandaden kwantitatief of kwalitatief overtreffen, dan verdient hij liefde en respect. Vanwege één waardevolle weldaad behoren vele zonden zelfs door de vingers gezien te worden.

    Desalniettemin vergeet de mens, dankzij zijn gewetenloze aard en op advies van satan, honderd weldaden van een persoon wegens één enkele zonde, op basis waarvan hij vijandschap koestert jegens zijn gelovige broeder en zodoende in zonden vervalt. Zoals een vliegenvleugel een berg kan bedekken wanneer die in het oog belandt, bedekt de kwaadgezinde mens bergen aan weldaden met een zonde ter grootte van een vliegenvleugel, vergeet alle deugden van zijn gelovige broeder, koestert wrok jegens hem en verwordt tot instrument dat wanorde in de menselijke samenleving veroorzaakt.

  • Risale-i-Nur

    De Risale-i Nur is een boekenreeks die geschreven is door de Islamitische geleerde Said Nursî. Strokend met positieve wetenschappen, worden Qur’anische waarheden uiteengezet en bewezen in deze reeks.

    De drie belangrijkste vragen van de mens “Wat ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ga ik heen?” worden met een aantrekkelijke en originele stijl op een zeer heldere en doorslaggevende wijze beantwoord. De ziel en het verstand worden verlicht en tevreden gesteld door de Risale-i Nur. Deze reeks is grotendeels op de bergen, het platteland en in de gevangenissen onder de zwaarste omstandigheden geschreven. Ondanks deze omstandigheden, worden in deze reeks de ingewikkeldste en gecompliceerdste wetenschappelijke kwesties behandeld. De lastigste vragen worden beantwoord en twijfels van deze eeuw worden weggewerkt. Onderwerpen waarover geleerden eeuwen discussieerden, worden opgelost in de Risale-i Nur. Daarenboven wordt het voornoemde volledig uitgevoerd op een originele wijze welke niet eerder gezien is.

    Het doel van de Risale-i Nur is het geloof van gelovigen redden en zij die behoeftig zijn aan het geloof convictie schenken. De Risale-i Nur daagt de wereld uit om haar conclusies tegen te spreken en beweert de koppigste atheïsten en filosofen te hebben laten zwijgen. Nu is het aan de lezer om te oordelen of deze bewering – waarvan wij als leden van de stichting Lucide Inkt denken dat die klopt – ook daadwerkelijk juist is.

Lucide Inkt  ©  2012